Tentoonstelling–Wie waren les Etoiles Bleues?

Nu zondag 12 mei organiseert de Baasroodse Heemkring Baceroth een tentoonstelling rond de teloorgegane Baasroodse rock- en popgroep Les Etoiles Bleues, de allereerste gitarenrockband in de regio Dendermonde.

Ze bestond uit vijf tieners, zonen van simpele arbeidersgezinnen, van amper 16 jaar oud met een zelfs maar 14 lentes en gesticht in 1962. Ze wisten als het ware amper hoe een gitaar eruit zag en improviseerden er daarom maar op los. Het was zoeken wat die notenbalken betekenden want in een muziekacademie konden deze jonge rockers zeker niet terecht. Hier eerste nu eenmaal Bach en Mozart en de rest was gewoon barbaars.

Durf en wilskracht

Maar het lukte met veel vallen en opstaan en met steun van de ouders en in Baasrode een schare fans. Tot in het Antwerpse Sportpaleis raakten ze. Daarna ging het met Les Etoiles Bleues geleidelijk aan bergaf en trokken de leden ieder op zoek naar nieuwe muzikale oorden. Enkele leden namen met zanger en gitarist Rudy Richard een singel op maar verder raakte men niet.

Les Etoiles Bleues

Les Etoiles Bleues net van de kapper en met een mooi ogend confectiepak. Zo hoorde dat anno 1964. Basgitarist Emiel Van Damme ontbrak want hij had juist zijn arm gebroken en mocht dus niet op de foto. Het waren andere tijden.

Maar voor hen was het een nooit te vergeten ervaring en het bewijs voor anderen dat men met de nodige wilskracht en durf wel muziek kon maken zoals The Shadows, The Beatles en Elvis Presley dat deden. Zij het op een ander niveau. Het is zoals gitarist Fons Vermorgen het krachtig uitdrukte: “Het trok op niet veel maar we hebben ons goed geamuseerd.” Het was als het ware het stenentijdperk van de Belgische rock.

Dat verleden uit de jaren 1962 tot 1969, de Baasroodse versie van de Golden Sixties, wordt nu zondag 12 mei in beeld gebracht tijdens een tentoonstelling in zaal Ontmoeting, de lokale parochiezaal, aan de Sint-Ursmarusstraat 125 te Baasrode.

Zo zullen de affiches voor hun optredens uit die periode te zien zijn alsmede het tweede drumstel van Jos Verhulst. Ook toont Fons Vermorgen enkele van de door hem later gemaakte elektrische gitaren.

Met daarnaast de persartikels uit die periode, foto’s en een serie documenten zoals contracten en stukken uit wat men toen een boekhouding noemde. Ook zullen de nog levende leden van de groep aanwezig zijn. Met verder nog een verrassing.

De tentoonstelling opent om 14 uur met korte toespraken van de Dendermondse schepen voor Cultuur Els Verwaeren (N-VA), journalist Willy Van Damme en muzikant Jozef De Koning. Deze muzikant had rond diezelfde periode met The Lonely Batchelors een eigen band maar dan ook met blazers. Hij zal vertellen over hoe het toen was om moderne muziek te maken.

Nu zondag 12 mei, 14 tot 17 uur, Zaal Ontmoeting, Sint-Ursmarusstraat 125 te Baasrode. De zaal is gelegen op de parking achter café De Kring. Gratis toegang.

Meer info op: https://willyvandamme.wordpress.com/2018/12/29/les-etoiles-bleues-de-pioniers/

Willy Van Damme

Lydia Chagoll en Felix Nussbaum in Dendermonde

Donderdag 14 maart om 19 uur organiseert de Dendermondse Kunstraad in samenwerking met de bibliotheek en Forum Cultuur, de lokale versie van de Cultuurraad, in de plaatselijke bibliotheek een gespreksavond met schrijfster, choreografe en filmmaakster Lydia Chagoll over de Duitse surrealistische kunstschilder Felix Nussbaum. Daarbij is er ook een vertoning van de vorig jaar door Lydia Chagoll over de man gemaakte film ‘Felix Nussbaum, a painter’.

Felix Nussbaum werd in 1904 in de Duitse stad Osnabrück geboren en ontpopte zich tijdens het interbellum tot een veelbelovend kunstschilder. Zijn carrière werd echter gebroken door de opkomst van Hitler en het nazisme met zijn jodenhaat. En toen hij op cursus was in Italië nam Hitler in Duitsland de macht over. Voldoende reden voor een man als Felix Nussbaum, een jood, om nooit meer naar Duitsland terug te keren.

WV 286 ABB S 450-451

Triomf des Doods, het laatste werk van Felix Nussbaum. Kort nadien verdween hij in het vernietigingskamp van Auschwitz. De nazistische vernielingsdrang en de gruwel van elke oorlog in beeld.

Nadien trok hij naar België en Oostende waar hij kennis maakte met de toen in kunstmiddens populaire James Ensor. De invloed, waaronder het gebruik van carnavalsmaskers, is bij Nussbaum op sommige schilderijen goed te merken. Maar als Duitsland in mei 1940 ook België bezet trok hij ondergedoken naar Brussel.

Toen de geallieerde troepen van de VS en het Verenigd Koninkrijk bijna aan de Belgische grens waren werd hij op 2 augustus 1944 dankzij verraad door de Duitsers opgepakt en via de Mechelse Dossinkazerne richting Auschwitz gevoerd waar hij een week later op 9 augustus werd vermoord. Zoals trouwens de rest van zijn familie.

Vlak voor zijn dood maakte hij het werk ‘Triomf des Doods’ dat als helderziend kan gezien worden. Het was alsof hij zijn einde voelde naderen. De titel is ongetwijfeld een antwoord op de propagandafilm ‘Triumph des Willens’ van cineaste Leni Riefenstahl over een partijcongres van de NSDAP in Nürnberg. Het werk toont in al zijn gruwel de vernietigingskracht van de oorlog en dus ook van het nazisme.

xfelix_nussbaum.jpg.pagespeed.ic.p0W0Ur9-dG

Het Felix Nussbaum Haus in Osnabrück, een realisatie van architect Daniel Libeskind zijn eerste uit 1998 daterende omvangrijk werk. Het adres van het museum is Lotte Strasse 2 in Osnabrück. De man maakte ook het ontwerp voor het nieuwe World Trade Center in New York.

Ter ere van de schilder heeft de stad Osnabrück aan de man een museum gewijd. Het erg opvallende gebouw is gemaakt naar een ontwerp van de wereldberoemde architect Daniel Libeskind. Deze ontwierp wereldwijd al een serie gebouwen en was ook actief als landschapsarchitect in o.m. Almere en Groningen. Zo tekende hij bijvoorbeeld het Joods Museum in Berlijn en het Run Run Shaw Creative Media Centre in Hong Kong.

Felix Nussbaum zou, zeker in België, een nobele onbekende gebleven zijn had auteur en journalist Mark Schaevers in 2015 niet het boek ‘De orgelman’ over Nussbaum geschreven. Een bij de Bezig Bij uitgegeven boek die dat jaar de prestigieuze Gouden Uil boekenprijs kreeg. Vorig jaar maakte Lydia Chagoll over de man dan een langspeeldocumentaire. Met hulp van filmmonteur Gertjan Van Damme. 

Lydia Chagoll is wat men kan noemen een Grote Dame van het Belgische cultuurleven en altijd al een bezige bij geweest. Zo had ze op zeker ogenblik als choreografe een eigen balletschool, maakte ze een serie films en schreef ze ook een aantal boeken. En ook nu ze stilaan de kaap van de 88 jaar nadert blijft die dynamiek aanwezig.

Ze was gehuwd met Frans Buyens uit Temse en een van de pioniers van de Belgische film. In 2016 op 24 oktober vertoonde televisiezender Canvas van de VRT over het leven van deze toch merkwaardige dame een documentaire.

DSC_0006

Alhoewel ze nooit in de Duitse concentratiekampen heeft gezeten en tijdens de tweede wereldoorlog in Indonesië in een Jappenkamp zat – ze is van origine Nederlandse uit Voorburg maar woonde in België toen de oorlog uitbrak en raakte via een vlucht langs Frankrijk, Spanje, Portugal en Mozambique in Batavia (Jakarta) – is oorlog, geweld met de holocaust en vooral het lijden van kinderen de rode draad bij haar schrijven.

En daarbij is de miserie die Palestijnse kinderen meemaken even belangrijk als al die anderen. Zij noemt zichzelf een 100% humanist en een rebel. Na de filmvertoning speelt de Dendermondse Vera Steenput, Belgisch kampioen orgeldraaien, tijdens de receptie het lied The Lambeth Walk waarvan de partituur onderaan links op ‘Triomf des Doods’ te lezen is.

Nu donderdag 14 maart te 19 uur, Bibliotheek, Kerkstraat 111, Dendermonde. Met nadien een receptie aangeboden door de bib. Toegang is gratis.

Willy Van Damme

Les Etoiles Bleues–De pioniers

Bijna geheel verdwenen onder dikke lagen stof en gewist uit het lokaal geheugen van de Baasrodenaars was de popgroep Les Etoiles Bleues de eerste echte gitarenrockgroep in het Dendermondse. We spreken van ergens in 1962 toen vijf Baasroodse tieners hun heel stoute schoenen aantrokken en op zoek gingen naar enkele gitaren, een drumstel en een erg primitieve muziekinstallatie. Ze hoorden dolgraag de uit de VS en het Verenigd Koninkrijk overgewaaide moderne muziek en wilden dat ook spelen maar kenden er niets van. Het werd een uitdaging van jewelste.

Beginjaren van de rock

Nadat de Amerikaanse jazzcultuur en aanverwante muziekgenres na de eerste wereldoorlog geleidelijk hun weg in Europa vonden werd dat na de tweede wereldoorlog een ware dijkbreuk. De Andrew Singers, Elvis Presley, Paul Anka en Fats Domino werden geleidelijk aan onder onze jeugd steeds bekendere namen. Muziekgenres als blues, gospel, country en jazz werden almaar populairder en hun symbiose resulteerde in de rock en de pop.

Vooral in het begin der zestiger jaren werd in Britse steden als Liverpool, Manchester en Londen de ene na de andere popgroep opgericht. Het was de basis voor de latere Europese muziekcultuur. En dus kon ook het Europese vasteland niet achterblijven.

IMG_2485

De officiële foto van Les Etoiles Bleues, alleen ontbrak Emiel Van Damme op de foto. Die had toen een gebroken arm. Van onder naar boven: Fons Vermorgen, Gilbert Van den Bulcke, Jos Verhulst en Cesar Van Keer.

Zo zag de groep Little Boy Blue & The Blue Boys eind 1961 het levenslicht om dan op 12 juli 1962 als The Rolling Stones hun eerste optreden te versieren in de later fameus geworden Marquee, de rockclub die toen nog in een pand aan de Londense Oxford Street zat. En in dezelfde periode tekenden de Beatles op 6 juni 1962 dan hun eerste platencontract. Het waren voor de muziek zeer memorabele tijden. Revolutionair feitelijk.

Ook in België kreeg dit nieuwe muziekgenre stilaan maar zeker vaste voet aan de grond. Zo begon organist Andre Brasseur zijn korte maar succesvolle carrière in datzelfde jaar 1962, maakte Salvatore Adamo in 1961 zijn eerste plaat met later in februari 1963 zijn eerste groot succes ‘Sans toi mamie’.

Andere toen beginnende sterren waren Will Tura die in 1962 met ‘Eenzaam zonder jou’ zijn eerste superhit had waarna hij ook volop begon aan het toeren langs de vele balzalen. Van culturele centra was er toen immers nog geen sprake. Trouwens voor velen was dit geen cultuur maar rommel. Met nadien in Tura’s kielzog John Larry die in 1963 scoorde met het nummer ‘Alleen’.

De na de oorlog van 1940-‘45 geboren kinderen werden tieners en het was ook het begin van wat nu de welvaartstaat is. Ouders hadden meer geld en zo ook de kinderen die verlangden naar nieuwe dingen zoals de uit de VS overgewaaide blues, jazz en country. Het swingde lekker en paste daarom als gegoten bij de optimistische periode eigen aan de wederopbouw.

Vrienden vonden elkaar

Ook in Baasrode sloeg die vonk aan met twee vrienden Emiel Van Damme (1), in 1962 16 jaar, en leeftijdsgenoot Fons Vermorgen die samen technisch onderwijs volgden aan wat nu het Dendermondse Oscar Romerocollege is. En ze gingen nadien beiden aan de slag bij schoenmaker Windey. En Emiel die prutste wel eens met wat materiaal en stak soms met transistors, een uitvinding die toen haar doorbraak kende, een radio in elkaar.

Repetitie 1964 - Kruisstraat - Baasrode - Emiel Van Damme (rechts), Fons Vermorgen en (links) Cesar van Keer

Les Etoiles Bleues aan het repeteren in hun lokaal aan de Kruisstraat. Links Gilbert Van den Bulck, midden Fons Vermorgen en rechts Emiel Van Damme, met zijn arm in het plaaster.

Fons Vermorgen: “Het idee om Les Etoiles Bleues op te richten kwam van Emiel die technisch ook beter wist hoe het moest en beter kon regelen.” Een verhaal dat de andere leden van de groep bevestigen. “Hij was in de groep de organisator”, opperen Cesar Van Keer en Gilbert Van den Bulcke. Eerst werd gekozen voor de naam The Blue Stars maar er was al zo’n groep en dus werd het dan maar Les Etoiles Bleues.

Probleem was dat men wel wist hoe een gitaar en een drumstel er uitzagen maar niet wist hoe die te bespelen. Bovendien waren het gewone jongens uit arbeidersgezinnen en was het geld dus relatief schaars. Sologitarist Fons Vermorgen: ”Ik was in Opdorp en zag daar hoe iemand er gitaar speelde en deed dat dan thuis na.”

Bovendien volgde niemand van hen muziekacademie. Logisch want daar was jazz en rock totaal uit den boze en kende men alleen Bach, Schubert en Mozart. Het was allemaal niets voor jonge snaken die een rockgroep wilden oprichten. Noten- en zangleer waren hen eveneens vreemd. “We vonden dan in Lebbeke de private muziekschool Pedro van Pierre D’Hooghe waar we wat leerden spelen en muziek lezen”, zegt Emiel Van Damme.

“Het was de enige school van dat genre in de streek en zij had met Fons Cooreman toen de nationale kampioen accordeon spelen en daardoor ook een wat goede reputatie gekregen”, stelt Leo Peeters van de vroegere Lebbeekse rockgroep The Layabouts die begin 1964 op het toneel zullen verschijnen en resoluut richting de bluesrock trokken. Het ruigere werk à la Rolling Stones dus.

De Voorpost 21 december 1963

De eerste vermelding van de groep in de pers. Hier het toenmalige Dendermondse weekblad De Voorpost op 21 december 1963.

Buiten Fons Vermorgen en Emiel Van Damme vervoegden ook Cesar Van Keer, Gilbert Van den Bulcke en Jos Verhulst de groep. Cesar Van Keer werd zanger en gitarist, Gilbert Van den Bulcke speelde eveneens de gitaar terwijl Jos Verhulst het drummen voor zijn rekening ging nemen.

Opvallend is dat Fons Vermorgen die nochtans een uitstekende met die van Roy Orbison te vergelijken stem had het zingen overliet aan Cesar Van Keer. Te schuchter blijkbaar. “Het eerste liedje dat ik zong was Hello Jim van Paul Anka”, stelt hij.

Cesar Van Keer en Jos Verhulst woonden op het Hof ten Rode, de in de jaren vijftig gebouwde Baasroodse sociale woonwijk, in het dorp gemeenzaam gekend als Korea. Gilbert Van den Bulcke en Jos waren dan weer vrienden. Jos zat immers veel in het café van zijn grootouders in de toenmalige Kruisstraat waar vlakbij Gilbert woonde.

Soms vervoegde ook accordeoniste Rosette Van Bosbeke uit Lebbeke de groep. Die was ontdekt bij Pedro, de private muziekschool. Zij trad onder meer op met de Baasroodse septemberkermis in zaal ’t Schipken, Sint-Amands en Grembergen. Later zou zij huwen met Emiel Van Damme.

Puur amateurisme

Ook voor de toen 14-jarige Jos Verhulst, een beginnende puber dus, was het eveneens helemaal nieuw. “Hij leerde de stiel door op een zinken emmer te oefenen want een drumstel had hij toen nog niet”, oppert zijn weduwe Louisa Joos. “Bij ons eerste optreden had hij alleen een kleine trommel”, stelt Fons Vermorgen.

Voor instrumenten moest men dan op zoek naar de instrumentenhandels van Theo Parys aan de Brusselse Stalingradlaan en Flor Parys aan de Zuidlaan. Voor partituren trok men naar Aalst en de primitieve geluidsinstallatie kon men als occasiemateriaal in Lokeren op de kop tikken.

Voor het kleine landelijke Baasrode was dit nieuwe geluid natuurlijk allemaal wennen. Het in wezen conservatieve dorp had het niet altijd zo voor nieuwlichters. Ook niet als het op het maken van muziek aankwam.

Sylvain Petten

Sylvain Currinckx, de tweede bassist van de groep, woont tegenwoordig aan de Spaanse Costa del Sol.

“Sommige mensen dachten dat mijn gitaar een soort viool was. Anderen hadden het dan weer over oerwoudmuziek. Men noemde ons zelfs de Baluba’s. Het was voor Baasrode iets totaal nieuw”, oppert Fons Vermorgen.

En zoals alle zich serieus nemende popgroepen van die tijd moest men in navolging van de Amerikaanse en Britse voorbeelden genre Herman’s Hermits ook een opvallend confectiepakje hebben. Dat werd een hemelsblauw kostuum van de Lebbeekse confectionair Van der Gooten.

Eerste optredens

Men kon nu eindelijk starten. Eerst trainde men in de kleine stal ten huize van Emiel Van Damme in de Bookmolenstraat. Nadien verhuisde men dan naar een hangar voor bieropslag in de Geerstraat (toen Kruisstraat) bij een tante van Gilbert Van den Bulcke om uiteindelijk in de zaal van De Vooruit, een vroegere cinema, te belanden.

Opvallend was wel de steun van de ouders voor dit avontuur. Bij vader Cyriel Van Damme mocht men repeteren en de ouders van Jos Verhulst deden de financiën. Ook hielp men indien nodig mee bij optredens. “Wij huurden ter gelegenheid van de kermis al eens een zaal en verzorgden daarbij de tap en dat was dan vooral het werk van de ouders. Het was wel soms hard labeur”, stelt Emiel Van Damme.

Het vermoedelijk eerste optreden greep ergens in 1963 plaats in het nu verdwenen café De Witten in de Theodoor Vermijlenstraat, vlakbij het Hof ten Rode. Daarna volgde een tweede try-out in café De Leks in het Hof ten Rode ter gelegenheid van de lokale Meirgatkermis van midden augustus 1963.

DSC_0933

Rudi Audenaert, alias Rudy Richard zou nooit echt doorbreken en is muzikaal zij het op beperkte schaal nog steeds actief.

Een derde proefoptreden dat jaar was die in café Bij De Joeren in de Baasroodse Rosstraat die ook een handel in oud ijzer had en over een klein zaaltje beschikte. Daar men echter geen autovervoer had trok men er dan maar heen met de stootkar. Nadien bij de volgende optredens zorgden de ouders met hun eerste auto’s voor het transport.

De eerste echte vuurdoop kwam er dan op 21 december 1963 met hun eerste bal in zaal Casino, alias de Blauwe Zaal aan het Baasroodse Heldenplein en toen het lokaal van de liberale partij in de gemeente. Het is nu een bloemenzaak. ‘Het teenager guitar-orkest Les Etoiles Bleues’, zoals ze in het lokale weekblad De Voorpost toen werden omschreven.

Fons Vermorgen: “De zaal stak proppenvol want iedereen wou dat zien. Het was voor ons een echte belevenis. We speelden er 28 nummers die we dan driemaal herhaalden.” De naam in Baasrode was gemaakt.

Les Etoiles Bleues - Voor en achterkant

Les Etoiles Bleues hadden zelfs een adreskaartje. Met de zakelijke kant die onder leiding stond van de ouders.

Voor veel leeftijdsgenoten in het dorp was dit iets nieuws, bijna revolutionair waar zij wel oren naar hadden. Bals werden toen immers steeds populairder en voor Baasrode waren Les Etoiles Bleues iets om fier over te zijn. Het was van hun! Will Tura begon in die periode aan zijn reeks bals door Vlaanderen en had daarmee groot succes. En nu had Baasrode ook iets dergelijks.

De muziek die ze speelden was o.m. die van The Shadows, wat Franstalige hits, Will Tura, Elvis Presley, The Animals en Paul Anka. En fans hadden ze dus snel. “Als je al eens tijdens het optreden naar de wc moest dan waren er altijd meisjes die je wilden aanklampen”, stelde Emiel Van Damme.

En na het optreden in zaal Casino volgden er ook de eerste optredens buiten Baasrode, eerst in wat nu groot Dendermonde is en nadien ook daarbuiten in de buurgemeenten zoals Sint-Amands en tot zelfs in Antwerpen in de stadsfeestzaal. Waarvoor ze 3.000 frank (75 euro) kregen. Met bals voor de politie, brandweer en allerlei sportclubs.

Eerste wissel

Al snel kwam er binnen de groep echter ook de eerste wissel want Emiel Van Damme moest in 1965 naar het leger en dus diende hij als basgitarist vervangen te worden. En dat werd Sylvain Currinckx, alias Petten Patat, een volksjongen uit de wijk Broekkant. Die had in die periode met enkele vrienden uit de buurt een eigen popgroepje gestart. Het was toen een buurt die heel nauw aan elkaar klitte en minstens argwanend stond tegenover buitenstaanders.

Terugkeren naar zijn kind dat Les Etoiles Bleues toch was deed Emiel Van Damme echter niet meer. “Sylvain had veel geld gestoken in zijn materiaal en bovendien was die wijk erg solidair. Ruzie met die buurt maken wilde ik niet”, oppert Emiel Van Damme.

Het was in Baasrode bij iedereen geweten dat de Broekkant op haar strepen stond. De slogan was er dan ook: ‘Raak niet aan iemand van de Broekkant’. Ook Fons Vermorgen heeft er nog steeds spijt van maar de vriendschap tussen beiden is gebleven. Wel bleef hij nog een tijd actief meehelpen met de groep.

Het Sportpaleis

10 - Rudy Richard & The Geminis

Rudy Richard & The Gemini’s met van links naar rechts: Boven Gilbert Van den Bulck, Cyriel Van Gucht, Roger De Landtsheer, Cesar van Driessche. Onder Karel Permentier, Rudy Richard en Jos Verhulst

Het hoogtepunt voor Les Etoiles Bleues was zeker hun optreden voor de Gouden Micro, een wedstrijd voor beginnende popgroepen en een initiatief van de krant Het Laatste Nieuws. Een van de schiftingsreeksen was in het weekend van 7 en 8 augustus 1965 welke bovendien plaats had op Het Plein in Baasrode. Waarbij zij als laatste van 9 optraden.

Het is de voorloper van wat nu Humo’s Rock Rally is. Maar hier waren er naast de wedstrijd ook enkele optredens voorzien met voor toen grote namen. Zo was er zaterdag Rocco Granata die in 1956 al een wereldhit had met het fameuze ‘Marina’. Nog steeds een klassieker.

Op zondag kwamen dan Tonia, Johnny White en Robert Cogoi. Toen echte vedetten met Cogoi die met Pres de ma rivière, dat jaar de Belgisch inzending voor het Eurosongfestival was. Het werd voor de groep een succes want ze konden doorgaan naar de finale die op 10 en 11 september 1965 plaats had in het Antwerpse Sportpaleis

De hoofdact in het Sportpaleis was die dag de internationaal al aan de top staande Britse blues- en rockgroep The Animals van Eric Burdon, Chass Chandler en Allan Price. De jury werd er voorgezeten door de op dat ogenblik befaamde Francis Bay, de orkestleider van het toenmalige BRT-orkest. Met als jurylid ook Freddy Sunder, de gitarist van dat orkest. In die tijd eveneens een vedette.

Zowel in Baasrode als in Antwerpen diende men twee nummers te brengen. Een ervan was Hello Josephine, een rockhit van de Britse groep The Scorpions. Het werd in Baasrode een eervolle 4de plaats maar bij de finale in het Sportpaleis eindigde men als 26ste op 50 deelnemers. Voor de met bussen aangevoerde fans uit Baasrode misschien wel een teleurstelling maar voor hen een toch ook uniek evenement.

Winnaars werden de Gentse Paramounts. Op de derde plaats stond Sylvester’s Team van de toen nog onbekende Sylvain Vanholme die later met The Wallace Collection en Two Man Sound stevig succes boekte. En nadien als producer reeds tekende voor platen van o.m. Gorki, Jo Lemaire, Roland Van Campenhout en Johan Verminnen.

Hoesje - Dreaming of Love & Sad and Lonely - Rudy Richard & The Giminis

Het hoesje van de single van Rudy Richard & The Gemini’s waarop drie leden van Les Etoiles Bleues, Gilbert Van den Bulcke, Sylvain Currinckx en Jos Verhulst, nog te horen zijn.

Daarnaast was er in het Sportpaleis ook nog een andere deels Baasroodse groep aanwezig, The Lonely Batchelors van Jozef De Koning die na Les Etoiles Bleues waren opgericht maar ook een trompettist en saxofonist hadden. Ze speelden eveneens de toenmalige hits maar met minder nadruk op het gitarenwerk.

Ook hadden ze later meer succes en werden ze zelfs de vaste band verbonden aan de Lebbeekse zaal Het Casino. Waarbij ze in het voorprogramma speelden van groepen zoals Jess & James, The Equals en The Fortunes. of als begeleidingsband van vedetten waaronder Tonia. Hun zanger was Eddy Vandergoten met als artiestennaam Eddy Norman en afkomstig uit Sint-Gillis-Dendermonde. Hij nam ook enkele singles op.

Rudy Richard

Ongeveer gelijktijdig met de Gouden Micro moest de groep ook op zoek naar een nieuwe zanger. En die werd dat jaar gevonden tijdens de septemberkermis in Grembergen waar het groepje The Spirits met zanger Rudy Richard, alias Rudi Audenaerdt speelde.

Hij verving bij Les Etoiles Bleues dan Cesar Van Keer maar hij zou de groep al snel ook in een andere richting duwen, los van hun Baasroodse wortels. De groep bleef wel nog kort haar naam behouden, nu als Rudy Richard & Les Etoiles Bleues.

Mede onder diens impuls wijzigde Les Etoiles Bleues haar naam dan nog eind dat jaar in Rudy Richard & The Gemini’s. De naam van de toenmalige Amerikaanse ruimteraket. ‘Les Etoiles Bleues worden The Gemini’s’ kopte het lokale weekblad De Voorpost op 13 november 1965. Het betekent het definitieve einde van de groep.

Sylvain Currinckx, Gilbert Van den Bulcke en Jos Verhulst zullen nog een tijd met Rudy Richard toeren maar eind de jaren zestig zijn ze er alle drie weg. De eerste om te vertrekken was Fons Vermorgen die Dendermondenaar Tuur Van Damme, studiegenoot aan het VTI en de latere gitaarmaker en uitbater van Tuur’s R&B café, en diens groep The Spiders ging vervoegen.

DSC_1113

De vier overblijvende leden van Les Etoiles Bleues bij een reünie in 2018. Drummer Jos Verhulst kwam om het leven op 1 april 2003

Gilbert Van den Bulcke, Jos Verhulst en Sylvain Currinckx namen nadien met Rudy Richard nog het plaatje Sad en Lonely op. Met als achterkant Dreaming of love. Rudy Richard &The Gemini’s zouden nadien met de single Popeye nog op de BRT te zien zijn in het muziekprogramma Singe Sange Jo van Johan De Clercq, alias Jo met de Banjo. In totaal nam hij met die groep vier singles op.

Allen, behoudens Emiel Van Damme zijn in mindere of meerdere mate maar steeds op een beperkt niveau nog met muziek bezig. Les Etoiles Bleues begonnen ongeveer gelijktijdig met The Rolling Stones maar Baasrode is Londen niet en dus raakte de band niet ver. The Rolling Stones daarentegen…

Fons Vermorgen speelde tot ongeveer een jaar geleden gitaar bij o.m. de aan het OCMW-dienstencentrum ‘t Plein in Baasrode verbonden band van Jozef De Koning. Hij maakt ook thuis gitaren. Rudy Richard zit bij de oude stijl jazzband die verbonden is aan het Jazzcentrum Vlaanderen in Dendermonde. En dan is er Cesar Van Keer die met zijn dochter Brigitte her en der optredens verzorgt op allerlei feestjes van verenigingen genre Okra.

Maar met enige fierheid en nostalgie kijkt men toch terug op die voor hun meer dan merkwaardige periode. “Het trok op geen ballen maar het was toch plezant”, is hoe Fons Vermorgen het tegenwoordig gebald samenvat. Een uitdrukking waarbij hij de glimlach niet kan laten zelfs al werd hij nooit zoals hij ooit droomde een bleusgitarist.

Willy Van Damme

Noten

1) Emiel Van Damme is mijn oudere broer.

2) Jos Verhulst is geboren op 8 maart 1948 en stierf op 1 april 2003.

Met medewerking van de Koninklijke Bibliotheek in Brussel, het Stadsarchief van Gent, de Erfgoedcel van het Land van Dendermonde, De Dendermondse Bibliotheek, Aimé Stroobants met diens boek Dendermonde op de Notenbalk, François Van Keer en Denis Pieters

Provinciebestuur en Baasroods Scheepvaartmuseum

In de Oost-Vlaamse provincieraad kwam gisteren het probleem ter sprake van de samenwerking tussen de Baasroodse vzw Scheepvaartmuseum en de provincie. Deze samenwerking werd door de provincie eenzijdig opgezegd nadat de vzw plots  nieuwe voorwaarden stelde om nog verder te praten over de eerder in oktober 2017 afgesproken schenking van de erfgoedcollectie van de vzw aan de provincie.

Samenwerking en schenking

Wat later dan op de algemene ledenvergadering van 17 maart 2018 van de vzw de zegen kreeg. In oktober werd dat nadien in detail met de provincie afgesproken. Dit kadert in de provinciale plannen om na de erfgoedsites in Ename en Velzeke ook Baasrode uit te bouwen tot een volwaardige erfgoedsite. Waarvoor een bedrag van bijna 2 miljoen euro is voorzien.

Op de algemene vergadering nadien waar men dit akkoord moest goedkeuren ontstond echter een forse tegenwind zowel vanuit het bestuur van de vzw als van bij het overgrote deel der aanwezige leden. Waarbij beiden de provincie van allerlei kwade bedoelingen beschuldigden. Men wou die scheepswerven gewoon afbreken en er appartementen opzetten was de op stevig applaus van vele bestuurders en leden onthaalde bewering.

Annemie Charlier

Gedeputeerde Annemie Charlier wil de gesprekken met de vzw Scheepvaartmuseum terug opstarten. Vraag is of er nu voor de provinciale plannen een aanvaardbare oplossing komt.

Alhoewel er over het voorstel voor verhuur of erfpacht nadien niet meer werd gestemd stelden bestuurders in hun brief aan de provincie dan voor om de voordien met de provincie overeengekomen schenking onder voorwaarden niet meer te aanvaarden. Dus zonder hierover te stemmen op de ledenvergadering.

Jozef Dauwe (CD&V), tot 2 december de verantwoordelijke deputé, reageerde daarop door de samenwerking met de vzw op te zeggen en te eisen dat men er tegen 1 juli 2019 zou vertrekken en dat men ook onder meer de onafgewerkte botter Rosalie, een schip waarmee men vroeger paling vervoerde, en het binnenschip Alyv zou meenemen.

Een erfgoedsite kan nu eenmaal niet met twee eigenaars werken en de nieuwe voorwaarden waren voor de provincie daarom ook gewoon onaanvaardbaar. Zo stelde men vanuit de vzw verder dat de jaarlijkse eerst aanvaarde subsidie aan de vzw niet 25.000 euro zou bedragen maar liefst 75.000 euro. Geld dat men wou gebruiken om alsnog die botter af te werken.

Lukken nieuwe gesprekken?

In antwoord op de vraag van provincieraadslid en Baasrodenaar Stefaan Van Gucht (Vlaams Belang) (1) hoe het nu met die samenwerking zat en of er eventueel nieuwe gesprekken mogelijk waren stelde de nieuwe verantwoordelijke deputé Annemie Charlier (N-VA) dat men met alle partners eerst afzonderlijk opnieuw aan tafel ging zitten om te zien of er toch nog een akkoord kan gevonden worden.

DSC_0837

Toekomstig Dendermonds schepen voor Cultuur en Erfgoed Els Verwaeren krijgt het dossier van haar voorgangster Lien Verwaeren in de schoot geworpen. Een moeilijk en voor haar delicaat dossier.

Wel bleek uit haar antwoord dat de opzegging van de samenwerking met de vzw blijft en lijkt de schenking van de collectie onder voorwaarden eveneens nog steeds een voorwaarde. Of er ditmaal wel een akkoord komt is echter de vraag. De teneur binnen de vzw, zowel bij het bestuur als onder het merendeel der leden lijkt elke samenwerking onmogelijk te maken behalve op voorwaarde van al de verregaande eisen van de vzw.

Zij zien zich baas van de site alhoewel zij geen enkel eigendomsbewijs hebben voor de gebouwen en gronden. De vzw heeft de voorbije jaren de steun gehad van vooral de lokale N-VA en bovendien is het dossier nu in handen van mandatarissen van die partij, zowel in de provincie als lokaal in Dendermonde.

De Dendermondse schepen voor Erfgoed is immers Els Verwaeren, een nieuwkomer voor die partij. Haar voorgangster Lien Verwaeren (CD&V) wou in de zaak deze maand niet meer optreden en wilde alles overlaten aan haar opvolgster en nicht. Mogelijks gaat de aanwezigheid van de N-VA dit helpen zo de plooien wat glad te strijken. De Baasroodse scheepswerven zijn als erfgoed immers zeer belangrijk.

Maar zeker is zo’n nieuw akkoord niet. Koppigheid en eigenbelang lijken de gepaste termen te zijn voor velen binnen de vzw. En dan is realiteitsbesef mijlenver weg. Feit is ook dat de provinciale plannen voor de Baasroodse scheepswerven altijd al algemene politieke steun hadden zowel in de provincie als in de Dendermondse gemeenteraad. Er is bovendien ook bij. Eenzelfde geluid is ook te horen bij Toerisme Oost-Vlaanderen en het gewest.

Willy Van Damme

1) Jan Annemans, jarenlang de sterke man binnen de vzw is familie van de in Baasrode geboren Gerolf Annemans, de zoon van de vroegere Baasroodse postmeester en Europarlementslid voor het Vlaams Belang.

Dendermondse persprijzen 2018

Zoals al elk jaar sinds 1976 organiseert de Dendermondse Perskring ook ditmaal de verkiezing van de persprijzen voor cultuur, sport en sinds enkele jaren ook een voor levenslange verdienste. De prijs gaat naar mensen of verenigingen in Dendermonde, Buggenhout en Lebbeke.

Deze is bestemd voor diegenen die het nu bijna voorbije jaar 2018 een opmerkelijke prestatie leverden die lokaal of zelfs nationaal en internationaal weerklank kreeg. Met de voorkeur daarbij gaande naar mensen die in stilte dikwijls achter de schermen en onbaatzuchtig actief waren.

DSC_0916

Wie krijgt op 24 februari een van deze toch wel mooie beeldjes van de Dendermondse kunstenaar Staf Vinck? Een man met een stevige reputatie als keramist en kunstschilder.

Wie zich kandidaat wil stellen of iemand kent en die wil voorstellen voor de prijzen voor cultuur en of sport kan dit doen door een mail of brief te sturen naar de Dendermondse Perskring met een korte samenvatting van de reden voor die kandidatuur. Deze dient gestuurd naar of willyvandamme@skynet.be of marc.goossens.persbureau@skynet.be. Dit dient te gebeuren ten laatste op 31 januari 2019.

Kandidaturen voor de prijs voor levenslange verdienste kunnen alleen voorgedragen worden door de leden van de Dendermondse Perskring. De uitreiking van deze persprijzen gebeurt op 24 februari om 10u30 in zaal Belgica Bis, Kerkstraat 115 te Dendermonde. De laureaten ontvangen daarbij ook een beeld in keramiek van de kunstenaar Staf Vinck.

De winnaars van de persprijzen vorig jaar waren voor de sport de Wandelclub De Denderklokjes uit Lebbeke, voor cultuur was dat schrijfster Sarah Verhasselt uit Appels en voor levenslange verdienste ging de prijs naar duivel-doet-al Luc Dierick uit Grembergen.

Willy Van Damme

Een gekregen paard

OPINIE

Op dezelfde dag dat de Oost-Vlaamse provincieraad besloot om volgens een voorlopige raming 328.135 euro te investeren in Baasrode voor de restauratie van het werkhuis van de scheepswerf Van Praet-Dansaert besloot de vzw, die alles beheert, om diezelfde provincie op haar algemene vergadering uit te schelden voor leugenaars, bedriegers en meer van dat fraais. “Ze komen toch nooit hun beloften na”, was de teneur over hun huisbaas. Om daarna Jozef Dauwe (CD&V), de verantwoordelijke deputé, een ‘zot’ te noemen.

Het is de reactie van mensen die elk gevoel voor de realiteit ontbreken en hun verantwoordelijkheidsbesef hebben verloren. De vzw Scheepvaartmuseum Baasrode is er om het zeer belangrijk erfgoed van die twee naast elkaar liggende scheepswerven, Van Praet-Dansaert en Van Damme, te beschermen en uit te bouwen.

Nu eindelijk de provincie dit wil realiseren zegt men neen. Voor de vzw is het in wezen simpel: “Wij zullen beslissen en de provincie moet naar ons luisteren.” Waarbij woordbreuk voor hen geen enkel probleem blijkt te zijn.

Voor rot uitschelden

Er is een klassiek gezegde dat men een gekregen paard niet in de bek moet kijken. En juist dat heeft het bestuur van de vzw en een meerderheid van haar leden gedaan. De provincie wil 1,8 miljoen euro investeren en spendeerde daar reeds een deel van door o.m. de woning ernaast aan te kopen en hiervoor een sloopvergunning aan te vragen. Een die ze nu heeft.

De provincie wil na de erfgoedcentra rond molens (Mola) in Wachtebeke en Zwalm en de erfgoedsites in Velzeke (het Gallo-Romeins verleden) en Ename (de vroege middeleeuwen met de Frankische periode) nu ook Baasrode zijn erfgoedmuseum geven. Maar de vzw zegt neen en heeft er niets beter op gevonden dan de provincie in plaats van te bedanken te beledigen. Je moet maar durven.

En uiteraard zijn de voorstellen van de provincie logisch. Vanuit Gent wil men er op vrij snelle termijn vast personeel inzetten die de zaak dan eindelijk professioneel kunnen gaan uitbaten. Dit in tegenstelling tot het misschien wel goed bedoeld maar amateuristisch gedoe. Een goede zaak voor het erfgoed en niet het minst ook voor Baasrode.

DSC_0787

De herenwoning van de scheepsbouwfamilie Van Damme. De stad – ook ‘bedriegers’ – zorgde een tijd geleden voor de gehele restauratie van de buitengevels van deze woning en werkt nu aan een restauratieplan voor het interieur. Het gebouw is op dit ogenblik ook eigendom van de provincie maar de stad kreeg het in erfpacht. Hier heeft de vzw nog voor zes maanden een huurcontract lopen.

Maar niet voor de vzw die denkt haar bestaan in gevaar te zien komen. Wat niet klopt want ze krijgt volgens het eerder gesloten, maar door hen nadien verworpen, akkoord jaarlijks 25.000 euro subsidie.

Verder mag ze volgens die overeenkomst de betaalde gidsbeurten verder organiseren, inkom vragen en de bar zeker nog drie jaar uitbaten. In ruil schenkt de vzw dan de collectie met o.m. het scheepsarchief aan die provincie. Een archief ooit cadeau gedaan door de stad Antwerpen die het er eerder in bescherming had genomen. De afbraak en vernieling vrezend.

Hallucinant

En die provinciale voorstellen zijn normaal want als men een erfgoedsite als dit wil uitbouwen dan is het logisch dat er slechts een beheerder is en geen twee. Vandaar de eis van de provincie aan de vzw en het overhevelen van de woning van de scheepsbouwfamilie Van Damme van de stad Dendermonde naar de provincie. Een kwestie om zo de essentiële eenheid te bekomen die nodig is voor een professionele uitbouw van deze plek.

De bewering geuit tijdens de laatste algemene vergadering van de vzw Scheepvaartmuseum dat de provincies toch gaan ophouden te bestaan en men daarom niet moet toegeven is gewoon hallucinant te noemen. Dit is eerst en vooral gebaseerd op wishfull thinking en dus zonder reële gronden. Het is zijn wensen voor werkelijkheid nemen.

Men verzet zich verder tegen de uitbouw van de site door de provincie en beseft blijkbaar niet dat moesten de provincies ophouden te bestaan er dan een andere overheid als huisbaas zal komen.

En wat als die eventuele nieuwe eigenaar dan toch besluit om de boel te laten declasseren en er de bouwpromotoren op los te laten? Nu reeds polste minstens een bouwpromotor bij de provincie – de site ligt aan de Schelde en is dus veel geld waard – maar botste er op een njet.

De houding van de vzw staat dan ook in contrast met de statutaire doelstelling gemaakt bij haar oprichting en dat is het beschermen van het scheepserfgoed in Baasrode. Door dit gekregen paard in de bek te kijken en hun voorstel te weigeren verzet men zich feitelijk tegen de plannen om dit erfgoed te beschermen. Men kan eisen zoveel men wil maar men kan ook de hemel vragen.

DSCN1390

De Oost-Vlaamse provincieraad keurde unaniem de plannen goed voor de restauratie van het werkhuis Van Praet-Dansaert goed. Nu regent het er binnen. Die avond van de goedkeuring zaten de bestuursleden van de vzw Scheepvaartmuseum Baasrode die provincie uit te schelden en verwierpen hun plannen.

De beslissing van het provinciebestuur om de vzw van de scheepswerven te verjagen is dan ook vanuit het oogpunt van dit erfgoed misschien wel heel spijtig maar de enig mogelijke en juiste beslissing. De scheepswerven van Baasrode zijn op haar gebied als getuige van ons industrieel verleden en de scheepvaart mogelijks de belangrijkste site in het land. En die heeft recht op een professioneel beheer.

De vzw zou moeten juichen en feesten nu er zekerheid komt over het conserveren en uitbouwen van dit erfgoed. Haar reden van bestaan. Neen, ze is kwaad en daalt af tot het niveau van ordinaire scheldpartijen. Liever verder met iedereen ruzie maken, ook intern, is het beleid. Ongelooflijk maar waar.

Willy Van Damme

Wat is belangrijk: Dit erfgoed of de vzw?

Rede uitgesproken op de algemene vergadering van 24 oktober 2018 van de vzw Scheepvaartmuseum Baasrode

Baasrode, het Scheepvaartmuseum en de vzw staan vandaag voor een keerpunt, de weg naar een mooie toekomst of de stagnatie en mogelijks zelfs verval.

De provincie die eigenaar is van zowel de grond als de gebouwen wil veel geld investeren in de site en die zo een nieuw elan geven. De komst met steun van de stad Antwerpen van de Lauranda is hier een mooi voorbeeld van.

De vzw heeft via de vele vrijwilligers de voorbije jaren uitstekend werk verricht en dient hiervoor geprezen. Daarover kan geen enkele twijfel bestaan en die mensen verdienen een stevig applaus.

Echter, de vereniging was ook dikwijls het slachtoffer van haar eigen leden die al eens liever onderling ruzie maakten dan samen te werken. De episode met Filip De Saeger was hier misschien het dieptepunt. Alhoewel.

En wat is belangrijker? Dit erfgoed natuurlijk want de vzw is er alleen maar om dit unieke en mooie erfgoed niet alleen te beschermen maar ook aan de buitenwereld te tonen. Een bewijs voor de pracht ervan alsmede van een industrieel verleden waarover deze gemeente fier kan en moet zijn.

DSC_0791

De palingbotter Rosalie. Men raakte zover vooral dankzij de subsidies komende van Toerisme Vlaanderen en een stevig pak geld komende uit de faling van de Scheepwerven Boel uit Temse. Curator was hier – de aartsvijand, zot, enzovoort – provinciaal gedeputeerde Jozef Dauwe. Toen het geld kwam kreeg hij nadien zelfs nog namens toenmalig voorzitter Jan Annemans een brief met daarin beledigingen en beschuldigingen. De vzw voluit.

De overeenkomst met de provincie die we nu bespreken geeft dit erfgoed via een stevige subsidie nieuwe kansen. Het geeft bovendien aan de vzw extra impulsen om verder werken aan haar taak: het beschermen en propageren van dit mooie belangrijke verleden. De jaarlijks afgesproken subsidies kunnen de afwerking van onze schepen realiseerbaar maken.

Natuurlijk zal de vzw niet meer de eigenaar zijn van veel van dat erfgoed maar we weten uit de ervaring van de erfgoedsites in Ename en Velzeke dat de provincie op dit vlak een zeer betrouwbare partner is.

Laten we daarom alle aarzelingen over deze overeenkomst achterwege. Het is de weg naar een mooiere toekomst voor deze site. Wat de vzw op haar eigen krachten nooit zal kunnen realiseren. Dit weigeren is de weg inslaan naar verval.

Willy Van Damme

Nawoord: Men koos voor neen en het wordt voor de vzw dus het einde. 

Provincie neemt beheer Baasroodse Scheepswerf over

Voor insiders kwam het niet geheel onverwacht maar deze week heeft het provinciebestuur van Oost-Vlaanderen besloten het beheer van de Baasroodse scheepswerven geheel over te nemen. De vzw Scheepvaartmuseum Baasrode baat al bijna dertig jaar met vrijwilligers de erfgoedsite van de Baasroodse scheepswerven uit. Een zaak die niet altijd vlekkeloos verliep en slaande deuren binnen de vzw waren er geen uitzondering meer eerder regel.

Neersabelen

Deze maand heeft de provincie het samenwerkingsakkoord met de vzw eenzijdig opgezegd en met daarna de stad die dan de huurovereenkomst zal beëindigen. Beide overheden werken hier nu eenmaal in tandem. Vraag is nu hoe de vzw Scheepvaartmuseum hierop gaat reageren. Daar is men alleszins in alle staten en ontkent men zelfs het bestaan van een huurovereenkomst. Voorzitter Carlo Van Hoey van de vzw was niet bereikbaar voor commentaar.

De spanning tussen de vzw en de provincie was dan ook al veel jaren erg hoog. Wie graag wat scheldwoorden over het provincie- en stadsbestuur wou horen kon bij de vzw op de Baasroodse Scheepswerven volop zijn gading vinden. Des te grover des te beter. Dit terwijl de provincie eigenaar is van de terreinen en dus de huisbaas van de vzw.

Het was een toestand die op termijn gewoon onhoudbaar was. Zeker toen een delegatie van de vzw met de voorzitter, de secretaris en hun raadsman op 12 oktober 2018 een akkoord met de provincie ondertekenden over verdere samenwerking en diezelfde bestuursleden het kort nadien op 24 oktober tijdens een algemene vergadering van de vzw ongenadig neersabelden.

Al sinds oktober 2017 is er de afspraak tussen de provincie en de vzw voor een schenking van de collectie van de vzw onder voorwaarden. Akkoord dat het fiat kreeg van de algemeen vergadering van de vzw. Nu blijkt men vanuit de vzw begin november in een brief aan de provincie te spreken over een bruikleen of verhuur. Zelfs de voorzitter lijkt zo te zien de onhaalbaarheid in te zien van de positie van de vzw.

DSCN1398

Wie ooit het atelier van de scheepswerf Van Praet-Dansaert bezocht beseft de waarde van deze plek die de provincie in de jaren tachtig wou afbreken zodat het zwaar vrachtverkeer door het dorpscentrum kon bollen. Hoeveel doden zou dat gekost hebben?

In wezen gaan de problemen tussen de vzw en de provincie al terug tot toen de werken bij de scheepswerven Van Praet-Dansaert op 31 december 1986 werden gestopt. Geen faling maar gewoon gestopt, de deur achter zich dicht gedaan met het slot erop. Een werf waar nog machines staan daterende uit het interbellum en waar nadien feitelijk ook praktisch geen cent meer was ingestopt. Een gevolg van een familiaal geschil.

Het atelier lijkt dan ook als een spook uit een ver verleden uit de begindagen van de industriële revolutie. Het is dit feit welke deze werven zo uniek maakt, niet alleen in België maar ook elders in Europa.

Het getuigt bovendien van het grote industriële verleden van dit dorp met liberale bazen en communistisch en socialistisch stemmend werkvolk. Zo had Baasrode tot de gemeentefusie in 1976 een schepen die lid was van de KPB naast een liberale burgemeester.

Ooit waren er in de gemeente zelfs 9 scheepswerven waarvan Van Praet-Dansaert de laatst overblijvende was. Hier werden niet alleen schepen voor de binnenvaart gemaakt maar voorheen ook zeeschepen om richting Amerika en onze Congo te varen. Baasrode had trouwens ook vele schippersfamilies die verknocht waren en nog zijn aan dit verleden.

Wegverbreding

En toen de provincie dit terrein kocht brak er in het dorp daarom een groot protest uit. De provincie wilde namelijk die ‘krotten met hun waardeloos oud ijzer’ afbreken om zo de hoofdweg door de dorpskern te verbreden zodat de grote vrachtwagens vlot doorheen Baasrode konden rijden. Het dorp onleefbaar makend. Nu gaat dat zwaar verkeer immers pal voorbij de vroegere woning van de toenmalige invloedrijke Buggenhoutse burgemeester.

Onmiddellijk ontstond er in Baasrode een groep mensen die de werf kost wat kost wilden behouden. Voor hen was dit geen ‘waardeloos oud ijzer’ maar erg kostbaar erfgoed dat men moest koesteren. Het kwam tot een ware clash van die actievoerders met de provincie en het toenmalig Dendermonds stadsbestuur. Baasrode was verdeeld met velen die achter de visie van de provincie en stad stonden.

DSCN1432

Wie de werkhuizen van het atelier Van Praet-Dansaert binnenstapt komt terug in het verleden van machines aangedreven door riemen en noeste zware arbeid.

En dan kwam de toenmalige Vlaamse minister Johan Sauwens (Volksunie) die het op 7 juli 1993 als erfgoed liet beschermen. Een zaak van het vroegere gemeenteraadslid Ferdi Willems van de Volksunie. Waarna de opposanten aangevoerd door de vroegere VUB-professor Aloïs Gerlo, een oud communist, naar de Raad van State trokken om dit beschermingsbesluit aan te vechten.

En toen enkele jaren later de Raad van State dit beroep verwierp was er intussen in Dendermonde een soort van politieke revolutie uitgebroken. Met Norbert De Batselier (SP.A) als burgemeester die komaf maakte met de oude politieke vriendjespolitiek en het beleid moderniseerde.

Dendermonde steunde vanaf dan de uitbouw van dit museum en zo wijzigde ook de provincie geleidelijk aan haar beleid. Een echte koerswijziging van het provinciebestuur sleepte echter aan. Tot groot ongenoegen van de vrijwilligers van de vzw. Het zorgde voor een blijvende sluimerende ruzie.

Intern bij de vzw ontstonden er al snel geschillen met vooral voorzitter Jan Annemans die de zaak zowat als een privéaffaire zag. Hij wou alleen zijn visie horen en ruzie maken leek wel zijn grootste kenmerk. Het was als het ware zijn werf, niet die van de andere medewerkers en ook niet die van de provincie of de stad.

De vzw Scheepvaartmuseum Baasrode

Deze laatste was immers eigenaar van de herenwoning van de familie Van Damme en liet die door de vzw Scheepvaartmuseum gebruiken. De actievoerders hadden zich immers in een vzw verenigd.

Het gevolg van de vele interne twistgesprekken was echter dat steeds meer vrijwilligers de werf gedegouteerd verlieten en er een steeds kleinere groep overbleef. Veelal mensen die dachten in de provincie en de stad de te bestrijden vijand te moeten zien en voor wie dit allemaal hun eigendom was. Hun private speeltuin. Voor hen kon de provincie de pot op. Het was een recept voor een steeds dieper wordend conflict.

En dan kwam er met steun van de Europese Unie, de provincie, Toerisme Vlaanderen en het Dendermondse stadsbestuur een nieuwe impuls met als gevolg onder meer een gloednieuw museumgebouw met ook een toekomstvisie voor de werf, uitgewerkt door Ontwerpbureau Bailleul.

Carlo Van Hoey

Carlo Van Hoey, voorzitter van de vzw, zorgde in 2014 samen met de lokale N-VA mee voor de coup met Filip De Saeger en Jan Annemans tijdens de algemene vergadering van de vzw.

Maar de provinciale plannen bleven uit mede wegens die ruzies binnen de vzw en omdat het enthousiasme bij de provincie toen nog niet erg groot was. Andere erfgoedsites zoals die in Ename, Velzeke en Mola, het kenniscentrum voor wind- en watermolens, kregen voorrang.

Pas de voorbije twee jaar werden de provinciale plannen concreter in de vorm van een investering van 1,8 miljoen euro. Eindelijk zou Baasrode als site voor het Vlaams watergebonden erfgoed vorm krijgen. Voortaan wordt het officieel de Provinciale Erfgoedsite Scheepswerven Baasrode. De visie werd op 20 juni van dit jaar unaniem op de provincieraad goedgekeurd.

Eerdere plannen tot uitbouw werden eerder ook soms gedwarsboomd door bepaalde bestuurders van de vzw zelf die liever het vijandsbeeld wilden bestendigen dan samenwerken met de overheid zoals de provincie. Wat in het verleden bepaalde voor de scheepswerf interessante initiatieven deed mislukken zoals die rond internationale samenwerking. Een bewuste strategie?

Filip De Saeger

Dieptepunt was toen tijdens de algemene vergadering van 2014 er plots tientallen volmachten verschenen en dankzij die volmachten een nieuw bestuur werd verkozen met vier nepbestuurders en Jan Annemans die terug voorzitter werd. Een zaak die gebeurde met de actieve medewerking van de Dendermondse N-VA die plots interesse toonde voor de zaak.

Achter die nepbestuurders die zich nadien nooit meer vertoonden ging echter Filip De Saeger schuil, een ‘zakenman’ die achter zich een stevige lijst van falingen en veroordelingen meesleepte naast dan een hoge reeks onbetaalde rekeningen.

De man mocht trouwens geen bestuurder meer zijn in vennootschappen. De nepbestuurders kwam nooit meer naar de werf maar Filip De Saeger en Jan Annemans wel en namen zo de macht over. Met daarbij allerlei nooit goed verklaarde financiële transacties.

IMG_4232

Filip De Saeger hier aan het woord op de scheepswerf tijdens de bijeenkomst van de Dendermondse afdeling van Voka Kamer van Koophandel. Daar was die avond ontstentenis toen de hen wel bekende ‘zakenman’ er aan de touwtjes bleek te trekken. Hij verdween nadien bij de vzw met de noorderzon. Hij ging zorgen voor sponsoring om de bouw van de botter Rosalie mogelijk te maken. Het contract dat hij hiervoor met de vzw ondertekende was op naam van Factotum De Sterhoeve NV, een toen al failliete vennootschap.

Het gevolg was wel dat de afdeling modelscheepsbouw van de vzw onder leiding van de in dit milieu befaamde Maurice Kaak de vzw met slaande deuren achter hen lieten en zich ernaast in hun lokaal opsloten.

Op 10 maart 2014 stichten zij hun nu succesvol gebleken  vzw De School voor Modelscheepsbouw. Het werk van Maurice Kaak was zelfs al in Shanghai te bezichtigen. Een stichting die uiteraard met steun van de provincie en het stadsbestuur gebeurde. Voor hen immers waren Filip De Saeger en Jan Annemans figuren waar men niet wou mee samenwerken.

Typerend is dat men op een bepaald ogenblik het slot van de school met stopverf kapot maakte. “Wij hebben intern nooit ruzie en in onze vzw werken nu gemiddeld twaalf mensen die er op zaterdag komen werken”, oppert Koen De Vries van de school. Men kijkt er deels met een lach, verbazing en ook verbijstering naar de buren van het museum.

Toeristische attractiepool

En toen De Saeger en Annemans vertrokken ontstond er opluchting in dit dossier en kon men in Gent bij de provincie en de stad rond die scheepswerven verder werken. Daarbij gaat men onder meer de site opknappen, vooral dan het atelier Van Praet-Dansaert waarvan vooral het dak versleten is.

Op 24 oktober 2018 stemde de provincieraad unaniem een investering goed van geraamd 328.135 euro. Goed om zowel het dak als de muren van dit gebouw te herstellen. Verder kocht men het gebouw naast de erfgoedsite en verkreeg men de afbraakvergunning ervoor zodat er meer ruimte vrijkomt voor het lossen en laden en ook parkeren.

Daarbij is het ontwerp voor een definitieve parking aan de oostkant richting Fabriekstraat van de werf in opmaak en werkt men met Toerisme Oost-Vlaanderen aan een groot toeristisch project om Baasrode en ook Dendermonde zelf te positioneren als een der toeristisch interessante plekken tussen de kunststeden Antwerpen en Gent. Met daarbij ook de al lang beloofde aanlegsteiger. Chinese toeristen in Baasrode?

Verder wil men ook de uitbating professionaliseren met betaalde krachten die zouden zorgen voor een betere aanpak van het museum en de collectie waarbij de vrijwilligers van de vzw een sleutelrol hadden kunnen blijven spelen.

Baasrode moet op dezelfde hoogte komen als die van Velzeke en Ename, goed uitgebouwde erfgoedmusea rond respectievelijk het Gallo-Romeinse verleden en de Frankische periode. Velzeke heeft qua Romeinse glasblaaskunst zelfs wereldfaam.

Jozef Dauwe

In het kader daarvan slaagde men er ook in om het ooit in 1928 in Baasrode gebouwde binnenschip de Lauranda van Antwerpen naar Baasrode te krijgen. Officieel in bruikleen voor 10 jaar en het gevolg van een onderonsje tussen Marc Van Peel, CD&V-schepen voor de Antwerpse haven, en Oost-Vlaamse gedeputeerde voor Cultuur en Erfgoed Jozef Dauwe (CD&V). Een verhuis met een kostenplaatje van eventjes 150.000 euro.

Jozef Dauwe is immers aan zijn laatste weken bezig als actief politicus en zag dit allemaal als zijn geschenk aan zijn adoptieve stad Dendermonde en de Baasroodse scheepswerven die hij na een vroegere aarzeling was beginnen liefhebben.

DSC_0825

De in Baasrode in 1928 gebouwde Lauranda wordt in het droogdok geplaatst. Er was die dag veel volk incluis schoolkinderen met de juf om het gebeuren gade te slaan.

Zo zag de vzw die komst van de Lauranda: ‘De spits de Lauranda ligt eindelijk in het droogdok op het terrein van het scheepvaartmuseum, vakkundig was de klus geklaard in vier uur. De ‘Lauranda’ is een sleepspits van 38,5 m. lang en 5,05 m. breed. Dit schip is gebouwd op de scheepswerf van Baasrode (Van Praet-Dansaert) in 1928.’

De op de website van de vzw te vinden versie over de komst naar Baasrode van de Lauranda. Over de ware toedracht met de rol van de Stad Antwerpen en de provincie Oost-Vlaanderen geen woord. Ook geen bedankje aan het adres van de stad en provincie voor die boot en de 150.000 euro eraan verbonden geschatte  transportkosten. Voor de buitenstaander is het zo natuurlijk weeral eens een prachtstunt van de vzw. Die er echter niets mee te maken heeft.

Vorige week dreigde een bestuurslid van de vzw er zelfs mee om het droogdok Van Damme onder water te zetten als weerwraak voor het afsluiten die week door de provincie van het atelier Van Praet-Dansaert.

Om dit plan voor de uitbouw van de scheepswerven te concretiseren diende men wel nieuwe overeenkomsten te maken met de verschillende partners, de twee vzw’s en de stad. Die was tot vorige maand eigenaar van het herenhuis van de familie Van Damme, de oude bazen van de scheepwerf Van Damme gelegen naast die van Van Praet-Dansaert.

De provincie werd zo eigenaar van al de gebouwen en zou ook de collectie van de vzw tegen bepaalde voorwaarden overnemen. De vzw was immers te zwak om het allemaal aan te kunnen. Door de vele ruzies waren de voorbije jaren immers veel vrijwilligers boos vertrokken en was de basis om verder te werken te klein geworden en ook te onprofessioneel om goed aan museumbeheer te doen.

En voor de provincie kon dit zo niet verder gaan. In oktober vorig jaar kregen beide vzw’s, de school en het scheepvaartmuseum, dan vanuit de provincie bericht over die provinciale plannen om 1,8 miljoen euro in de werf te stoppen en het uit te bouwen tot een degelijke erfgoedsite.

Daarbij zou de stad om reden van de subsidieregelingen de gebouwen voor 27 jaar in erfpacht nemen want de stad kon meer restauratiesubsidies krijgen dan de provincie. Net als met de stad was er rond dit akkoord ook bij de School voor Modelscheepsbouw geen enkel probleem. Ze waren blij met die provinciale belangstelling en dit mooi pak geld.

Beledig eens de provincie

Bij de vzw Baasroodse Scheepvaartmuseum bleken er aldra wel grote moeilijkheden te zijn. Van enig voorstel van de vzw kwam er niets in huis zodat er pas begin oktober vanuit de provincie zelf een voorstel voor verdere samenwerking kwam. Waarop het bestuur van de vzw naar de provincie in Gent trok om verder te onderhandelen. Maar dan was het dus wel al bijna midden oktober.

De driekoppige delegatie met voorzitter, secretaris en raadsman keurden daar tevreden een akkoord met de provincie goed waarbij de collectie werd afgestaan in ruil voor onder meer een jaarlijkse subsidie die tot maximum 25.000 euro kon oplopen. Voorheen in het ontwerpakkoord van begin oktober ging men 10.000 euro krijgen. “Iedereen was tevreden en we hebben er zelfs een glas champagne op gedronken”, klinkt het bij de provincie.

Maar toen de algemene vergadering van de vzw dit enkele dagen later dan moest bekrachtigen bleek het bestuur van de vzew dit in plaats van te verdedigen het ongenadig neer te sabelen. De provincie was de vijand en: ‘Ze wou dit toch gewoon afbreken en er appartementen op laten zetten’, stelde een der leden. Dit onder luid applaus van enkele bestuurders.

In de zaal zaten er trouwens maar 13 gewone leden en 6 bestuurders met daarbij nog 11 volmachten. Het voorstel dat het bestuur met de provincie had gesloten werd dan ook met een grote meerderheid verworpen. Neen, 25.000 euro was veel te weinig en men wou die collectie voor enkele bestuurders ook alleen maar verhuren of eventueel in bruikleen geven mits een bedrag van jaarlijks liefst 75.000 euro.

Een dief

Voordien echter toen op 16 oktober het schip de Lauranda in het droogdok van de werf Van Damme werd geplaatst was er al een ganse dag spanning in de lucht en waren er een serie incidenten. Bij de provincie kreeg men zelfs de indruk dat men amper gewenst was.

IMG_3080

Koen De Vriese, voorzitter van de School voor Modelscheepsbouw, was volgens een bestuurder van de vzw een dief die bij het museum documenten had gestolen om er dan nadien voor de camera’s mee te pronken. Fake News zou Donald Trump zeggen.

Zo wilden enkele leden van de vzw meehelpen bij het binnenhalen van het schip maar beschikten niet over de nodige veiligheidskledij. Ze werden dan ook met zachte dwang op bevel van de vervoersfirma en om veiligheidsreden door de provincie van die plek verwijderd. Wat bij hen dan weer voor erg boze reacties zorgde.

Erger nog was toen Koen De Vries, voorzitter van de School voor Modelscheepsbouw en een gewezen Antwerpse havenkapitein, documenten over de Lauranda voor het oog van de perscamera’s aan de provincie en gedeputeerde Dauwe overhandigde. Waarna men vanuit de vzw Scheepvaarmuseum stelde dat die documenten bij hen door De Vries gestolen waren.

Een verhaal waarvan achteraf bleek dat er geen enkel bewijs voor was. Het zorgde die dag wel even voor paniek bij de provincie. Kreeg Dauwe immers voor het oog van de wereld gestolen goederen in ontvangst? Als einde loopbaan kan dat voor een politicus tellen.

Maar volgens de provincie was er niets aan de hand. In het museumarchief van de vzw zaten alleen o.m. de huwelijksakte van Jan Verheyen de vroegere eigenaar van de Lauranda, niet de vrachtbrieven en de koopakte die De Vries aan de provincie gaf en gevonden had in het nalatenschap van Alex De Vos, een vroegere adjunct-conservator van het Antwerpse Nationaal Scheepvaartmuseum.

Het tekende wel de sfeer. Terwijl men bij het bestuur van de vzw Scheepvaartmuseum toen nog beweerde opnieuw te streven naar een normalisatie van de relaties met de School voor Modelscheepsbouw – eerder was het slot van de school zelfs met stopverf gesaboteerd – bleek men nu plots de voorzitter van die school een dief te noemen.

De palingbotter Rosalie

Voor de provincie is de maat echter vol. Een nieuw voorstel tot samenwerking wordt niet meer afgewacht – er is vanuit de vzw ook geen vraag voor een nieuw gesprek meer geweest – en deze maand kreeg men dan het bericht van de opzeg van het huurcontract en de samenwerkingsovereenkomst.

Daarbij echter dient de vzw ook de nog steeds in aanbouw zijnde botter Rosalie (1) – een Baasroods en Nederlands scheepstype bestemd voor palingvervoer – van de site te verwijderen. Ook het er in het droogdok Van Praet-Dansaert liggende en eveneens in Baasrode gebouwde binnenschip Alyv moet weg.

Een peperdure operatie. En de vraag is wat met de collectie die eigendom is van de vzw moet gebeuren. Gaat dit verdwijnen? Binnen de zes maanden moeten zij immers weg zijn. De vraag is dan ook wat er de komende maanden met de vzw Scheepvaartmuseum Baasrode en vooral haar collectie gaat gebeuren. Gaat zij zorgen voor de verdere bescherming van dit erfgoed of????

Willy Van Damme

1) Volgens de financieel verantwoordelijke van de vzw zou de afwerking van de botter Rosalie een 350.000 euro vergen. Het lijkt dan ook behoudens een mirakel zeker dat de Rosalie nooit afgewerkt zal raken. Een mooi voorbeeld van incompetentie.

Kinda Rajab – Schilderkunst van Aleppo naar Buggenhout of hoe Syrische en Europese kunst elkaar ontmoeten

Van zaterdag 6 mei en tot zondag 28 mei stelt de Syrische kunstenares Kinda Rajab haar schilderijen tentoon in het Buggenhoutse administratief centrum. Kinda Rajab is geboren en tot een paar jaar terug wonende in de Syrische miljoenenstad Aleppo. De inval in de stad in de zomer van 2012 van gewapende jihadisten maakte het leven in Aleppo voor haar gezin met twee kleine kinderen echter te gevaarlijk en in 2013 kwam ze naar België waar het gezin nu woont in Dendermonde.

Van opleiding economiste studeerde ze aan het plaatselijk conservatorium ook schilderkunst en piano. In Aleppo was ze trouwens docente piano aan het conservatorium van deze normaal 4 miljoen inwoners tellende metropool, het industriële hart van het land. Haar man studeerde architectuur aan de universiteit in Louvain-la-Neuve waar hij  doctoreerde. Hij was tot hun vlucht professor architectuur aan de universiteit van Aleppo.

IMG_9594

Kunstschilderes Kinda Rajab stelt haar werk tentoon in het Buggenhoutse administratief centrum. Ze bouwt nu met haar gezin een nieuw leven op in Dendermonde en dat lijkt langzaam te lukken. Met haar werk toont ze dat deze nieuwe Belgen een positieve bijdrage leveren aan het lokale culturele leven en zo onze maatschappij verrijken. Haar dochter volgt les in zang en piano aan de stedelijke academie voor muziek, dans en woord en haar zoon blijkt op de lagere school een uitblinker te zijn in wiskunde. Zij is ook lid van de Dendermondse Kunstraad.

Haar werk kan je typisch noemen voor de intellectuele elite van het land die wel overwegend Arabisch is maar in vol contact staat met het Europees kunstgebeuren. Zo kan je in haar schilderijen duidelijk de invloed merken van een Vincent Van Gogh of een Gustav Klimt, naast dan uiteraard de typerende Syrische en Arabische toets.

“Wat mij boeit aan een Van Gogh zijn de intensiteit van de kleuren, de compositie en de lijnen in zijn werk”, stelt zij. Natuurlijk merk je dadelijk de invloed van de symbolisten als een Klimt die zij op een haar eigen hedendaagse wijze weet te interpreteren. Haar schilderwerk wordt gekenmerkt door erg levendige kleuren en is ook direct herkenbaar. Het is de eigen toets met een mix van mystiek en symboliek waarbij in haar werk ook al eens omfloerst de problemen van haar stad en land zichtbaar worden.

Voorheen stelde ze al tentoon in Aleppo, de Lebbeekse bibliotheek en bij Babylonië in Dendermonde.

Tentoonstelling in het ACC, Nieuwstraat 2, Buggenhout, elke zaterdag en zondag van 15 tot 18 uur. Dit tot 28 mei.

Willy Van Damme

The Honky Tonk Jazz Club–Een monument te boek

a

Wie het bij kenners van de New Orleans Jazz, waar ook ter wereld, over België heeft zal in nogal wat gevallen snel de naam horen vallen van de Dendermondse Honky Tonk Jazz Club, in Dendermonde en ook erbuiten eveneens gekend als de Bunker. Een cultureel monument in België welke vorig jaar haar 50-jarig bestaan vierde.

George Lewis en de slavenhandel

Een onderdeel van die vieringen is de uitgave onder eigen beheer van het boek ’Honky Tonk Jazz Club Dendermonde – 50 jaar jazztraditie in Vlaanderen’. Een project dat de steun kreeg van KBC, Soudal, De Erfgoedcel van het Land van Dendermonde, het Dendermondse stadsbestuur en de provincie Oost-Vlaanderen.

Het is een mix van een kijk- en leesboek geworden, luchtig maar ook bloedserieus. Wie meer wil weten over de historiek van New Orleans, de zwarte gemeenschap daar en het ontstaan van de blues- en jazzmuziek komt hier zeker aan zijn trekken.

Het is ook een boek dat men als een ware schat voor het nageslacht kan bewaren. Het is perfect ingebonden, gedrukt op glanzend papier groot formaat, heeft een verfrissende lay-out, bevat mooie soms exclusieve foto’s en vertelt het levensverhaal van onder meer de erg invloedrijke klarinettist George Lewis die in 1966 bij de nog piepjonge club op bezoek was. Een foto bewijst het.

Boek 50 jaar jazztraditie in Vlaanderen - kaft

Het is een mooi opgemaakt en vlot leesbaar boeiend boek geworden over de zwarte cultuur in New Orleans, deze stad, de jazz in België en vooral  natuurlijk over de Honky Tonk Jazz Club, haar mannen en vrouwen die het zoveel kleur gaven.

Het relaas van George Lewis is zowel tragisch, ontroerend als boeiend en mooi geschreven. Hoe het amper 8 jaar oude meisje Zaïre per schip aangevoerd uit het huidige Senegal als slavin in New Orleans raakt, er verkocht wordt en na meer dan honderd jaar onvoorstelbare miserie zal zorgen voor achterkleinzoon George Lewis en zijn geniale en inspirerende klarinetmuziek.

Schokkend is zeker ook het in het boek gepubliceerde uittreksel van de uit 1724 daterende Franse Code Noir die van toepassing was in de Franse kolonie Louisiana. Het bepaalde op wettelijke basis het leven van de slaven en toont uitvoerig de willekeur en gruwel waaraan deze ontvoerde Afrikanen bloot stonden. Dat de nazaten van deze zo mishandelde mensen zo’n mooie en invloedrijke muziek produceerden maakt die behandeling des te schokkender.

Jeggpap New Orleans Jazzband

En natuurlijk komt de Jeggpap New Orleans Jazzband, nu Jeggpap, uitvoerig in beeld. Het is het geesteskind geweest van (Gil)Bert Heuvinck, en zijn broers Jan en Philemon (Mon). Bert had immers op school van leraar Willy Roggeman de smaak te pakken gekregen van de jazz. En al snel viel hij daarbij voor die spontane niet-intellectuele versie eigen aan New Orleans.

BertHeuvinck

Bert Heuvinck, de grote inspirator en drijvende kracht achter het Dendermondse jazzgebeuren rond Honky Tonk en de Jeggpap. De man stierf spijtig genoeg in 1985, veel te vroeg. Een van de zalen van het cultuurcentrum Belgica is als eerbetoon naar hem genoemd.

De Jeggpap werd een jazzband die de tands des tijds meer dan doorstond en voor het eerst in 1963 optrad op de sinkensbraderie in de Dendermondse Dijkstraat. De start van een schitterend bestaan met optredens tot in New Orleans en plaatopnames en optredens met o.m. een Sammy Rimington, Louis Nelson en Kid Sheik.

Volgend jaar stopt dit verhaal. Drummer Miel Leybaert, ooit begonnen als trommelaar bij de toen kleine Dendermondse Reuzenommegang Katuit, is de enige overgeblevene van de Jeggpap en staat dan 54 jaar op het podium. En dat lijkt genoeg om in schoonheid afscheid te nemen. Het was dan ook zeer mooi.

Uiteraard komen ook de massa’s optredens aan bod. Teveel om op te noemen maar ze staan er, chronologisch 20 grote pagina’s lang, allemaal in vermeld. Het toont het belang, ja grootsheid van de bunker. Ze organiseerden er concerten, groot en klein, een serie jazzfestivals, boottochten en een pak kroegentochten.

Zo was er natuurlijk niet alleen de legendarische George Lewis te gast maar ook figuren als Fats Domino, Toots Tielemans, Eddie Boyd, B.B. King, Jerry Lee Lewis, Acker Bilk, Chris Barber, Ray Charles, incognito Rolling Stone Charlie Watts, Memphis Slim, Champion Jack Dupree, Dr. John, Bo Diddley en Chuck Berry. Om de meest bekende figuren te noemen. Met Belgische namen als Norbert Detaeye, Ferre Grignard, Roland Van Campenhout, de Piotto’s en Dani Klein.

Bo Didley at Jazz Festival

De legendarische rock & roll gitarist en zanger Bo Diddley trad op 31 augustus 1984 op tijdens het 14de Internationaal Jazzfestival in Dendermonde.

Ook nu nog blijft de Bunker om de haverklap kwaliteit leveren met optredens zaterdag 7 januari van o.m. de Nederlandse pianist Emile van Pelt en de Franse trompettist Boss Queraud. Topmuzikanten als Lillian Boutté, Davell Crawford, Charmaine Neville, Wendell Brunious, Leroy Jones en Denise Gordon treden er regelmatig met groot plezier op. Sommigen zullen zelfs niet terugschrikken om met het vliegtuig een ommetje te maken naar die vrolijke Dendermondse jazzbunker.

Een unieke sfeer

De wat plezante noot in dit boek zijn ongetwijfeld de cursiefjes met anekdotes van de vroegere journalist en bunkerfan Marc De Backer. Geschreven in de hem o zo typerende wat schalkse stijl, eigen aan zijn periode bij het lokale weekblad De Voorpost. Het is een verrijking voor het mede met zijn steun uitgegeven boek.

Leuk zijn zeker ook de foto’s van de serie ‘rare vogels’ die af en toe in de club verschenen als een kunstschilder Jean Kamiel Steeman, alias de Tsaar (1). De enige man die ooit zonder gerechtelijke vervolging spontaan en met een gewoon mes een schilderij van Rubens uit zijn kader haalde. Het was voor dat schilderij dit of sterven in de brand.

Atmosphere at he Honky Tonk Jazz Club

De club met vooraan drummer Miel Leybaert, ernaast links jazzpianist Ilja De Neve, die onlangs in Honk Tonk zijn nieuwe in het Verenigd Koninkrijk geproduceerde cd Wama Bama Mama presenteerde, daarachter en wat verstopt staat de eerder dit jaar overleden klarinettist Piet Hermans, man van de Crescent City Dreamers, en achteraan glunderend Lut Van den Abbeele met ernaast saxofonist Peter Verhas, telg uit de familie der fameuze kunstschilders Jan en Frans Verhas.

En uiteraard zijn er een serie verhalen in te vinden met foto’s rond de vele medewerkers als een Aimé en Albert Braeckman, de grand marshal, Alajos Van Peteghem, Agnes De Vijlder, Jacky Stassijns en Lut Van den Abbeele. Zonder hen zou er geen bunker en zijn soms onvergetelijke optredens zijn geweest.

Optredens die niet zelden zorgen voor een unieke sfeer. De bunker, een uit de negentiende eeuw daterende militaire vestiging, is nu eenmaal qua vorm erg speciaal en zorgt bijna spontaan voor een pak gezelligheid waar elke muziekfan moet van kunnen houden.

Het boek werd vorige maand in de bunker voorgesteld in aanwezigheid van Oost-Vlaams gouverneur Jan Briers, zelf een groot muziekliefhebber, de provinciaal gedeputeerde voor Cultuur Dendermondenaar Jozef Dauwe, voorzitter Mon Heuvinck, Dendermonds burgemeester Piet Buyse, vriend-des-huizes Remi Vermeiren en Rik Van Cauwelaert, die ook mee een voorwoord schreef.

DSC_0775

Van links naar rechts: Jozef Dauwe, Mon Heuvinck, Jan Briers en Remi Vermeiren.

Het boek is dan ook warm aanbevolen aan al diegenen die wat meer wil weten over niet alleen die Honky Tonk Jazz Club, maar ook over deze muziek in België en het ontstaan van de jazz en blues in de delta van de Mississippi, stijlen die meer dan wat ook onze huidige muziekcultuur wereldwijd smaak geven.

Het geeft ook een zeer interessant beeld van het vroegere leven in de hoofdstad van die muziek, New Orleans. Het is voor 45 euro te koop in de club, het naburige Jazzcentrum Vlaanderen, de Dendermondse Standaard Boekhandel of via overschrijving op BE49 4428 6650 5171 van Honky Tonk Jazz Club vzw. Het boek telt 224 pagina’s, groot formaat. Adres: Honky Tonk Jazz & Blues Club, Leopold II laan 12, Dendermonde.

Willy Van Damme

1) Kort na het schrijven van deze tekst overleed Jean Kamiel Steeman in het Aalsterse Onze-lieve-Vrouweziekenhuis. De man wordt zaterdag om 10 uur in de Baasroodse Sint-Ursmaruskerk begraven. Jean Steeman was een in vele opzichten een merkwaardig man.

Genietend van snuiftabak, met zijn lange grijs geworden baard en vroeger een hoge hoed viel hij in het Dendermondse stadsbeeld op. Hij was in de tweede helft der zestiger jaren een lid van de Antwerpse artiestenkolonie die rond de Academie voor Schone Kunsten, galerie Zwarte Partner, De Muze, Fred Bervoets en Ferre Grignard volwassen werd.

Jean Steeman

De Tsaar bij een van zijn schilderijen tijdens een tentoonstelling van een paar jaar geleden in het Baasroodse Scheepvaartmuseum.

In zekere was hij een opvolger van de negentiende-eeuwse Dendermondse School van impressionisten rond Franz Courtens (1854-1943). Als een rasechte Dendermondse artiest schilderde hij vooral het landschap langs de Schelde, naast dan – hoe kan het als Dendermondenaar anders – vele paarden.

De intussen ook al overleden vroegere schepen Pierre Caudron, een kunstliefhebber, noemde hem een witschilder wegens het veelvuldig gebruik van wit om zijn landschap karakter te geven. Nog vorig jaar was hij te zien in het VRT-televisieprogramma Ieder Beroemd omwille van zijn actie om de mensen op te roepen meer goedendag tegen elkaar te zeggen. Het sociaal zijn was bij hem dan ook een belangrijk kenmerk.

En natuurlijk blijft hij in de kunstwereld voor altijd bekend als de man die op 3 april 1968 in Antwerpen een der werken – de geboorte van Christus – van Pieter Paul Rubens uit de brandende Sint-Pauluskerk wist te redden. Een heldendaad waar hij levenslang terecht mee pronkte.