Gallo-Romeinse Baasroodse waterputten geven info vrij–Het prille begin van Baasrode

Begin vorig jaar werden in Baasrode bij archeologisch onderzoek de resten gevonden van een Gallo-Romeinse nederzetting daterende uit de eerste en tweede eeuw. Een primeur voor Baasrode. En dat bleek om een landbouwgemeenschap te gaan die op de Molenkouter, een plek buiten het dorpscentrum, werd ontdekt.

Eigenaardig daarbij is dat er geen menselijke resten werden ontdekt. Wat wil zeggen dat die elders moeten begraven zijn en dat dit mogelijks ook niet de enige woonkern in de buurt was.

Archeologische opgravingen elders in Baasrode moeten hier hopelijk meer duidelijkheid geven. Maar dit soort ontdekkingen zijn dikwijls het gevolg van een gelukstreffer. Zo kwam deze vondst als een totale verrassing voor allen die met de geschiedenis van de regio bezig zijn. Alhoewel deze vondst door de aanwezigheid op een paar honderd meter van de Schelde ook weer niet als een totale verrassing kwam.

Waterputten

Zo werden in de grond verkleuringen ontdekt van minstens twee hoofdgebouwen, met een waarvan we zeker kunnen zeggen dat het Gallo-Romeins is, met een ander die een stalgedeelte had. Met verder nog twee grote bijgebouwen en een extra ruimte voor het vee, mogelijks een buitenruimte. Verder werden er een 8 graanschuurtjes ontdekt en twee waterputten wier inhoud nu werd onderzocht.

20200819_144815

De naam van de maker van dit stuk keramieken gebruiksvoorwerp Pridianus en dus ook het atelier waar hij werkte is duidelijk merkbaar. Dit was geen ordinair aardewerk maar een van het betere soort. Pridianus werkte in de tweede eeuw in wat men nu het atelier La Madeleine noemt tegenwoordig gelegen in Laneuveville-devant-Nancy, vlakbij de stad Nancy. Ver van Baasrode dus.

Deze nederzetting moet daar minstens een 150 jaar aanwezig geweest zijn, van zeker de tweede helft van de eerste eeuw, het jaar 50 dus, tot de derde eeuw met als hoogtepunt vermoedelijk de tweede eeuw. Waarschijnlijk de periode 100 tot 150. Na de derde eeuw verdween de Romeinse aanwezigheid grotendeels in dit deel van België als gevolg van invallen van Germanen.

Een van de twee waterputten lag in het westen van het onderzochte terrein zodat men niet kan uitsluiten dat er iets westelijker van deze site in die periode ook nog een of meerdere andere landbouwwoningen waren.

Amandus en Dagobert 1

Het vermoeden is ook dat er al in 50 voor Christus, dus rond de tijd van de Romeinse inval, reeds bewoning was. Twee dateringen van houten resten lijken dit aan te tonen. Op een vindplaats werd op het hout ook via de C14-methode een datering uitgevoerd. Dit wegens een andere oriëntering van het gebouw en de typologie. Die moet dateren uit de vijfde of zesde eeuw. De periode toen de Merovingers hier de macht grepen.

Wat er kan op wijzen dat er hier in het huidige Baasrode vanaf het begin van onze jaartelling continu bewoning is geweest. De Abdij van Elnon, Sint-Amandus, werd gesticht in de zevende eeuw ten tijde van de Merovingische koning Dagobert I die deze abdij bij de stichting door Amandus hielp oprichten en ze verder bleef steunen. Dagobert I schonk hen de gronden nodig voor de abdij.

DSC_0001

Een maquette van een Romeinse platbodem zoals die hier op onze rivieren toen vaarde. Het is te bezichtigen in het zeer mooi uitgebouwde museum Espace Gallo-Romain in Ath vlak naast het gemeentehuis. Met hun medewerking zal dit ook op de komende tentoonstelling in Baasrode in september te zien zijn.

Vermoedelijk was de oorkonde van 821, die de schenking van het domein Baceroth aan de abdij van Elnon bevestigde, een herbevestiging van een eerdere schenking door Dagobert I, die koning der Franken was van 629 tot 639? De abdij werd rond 833 gesticht op grond die de sterk religieuze Dagobert aan Amandus had geschonken. Absolute zekerheid is er natuurlijk niet.

Ten tijde van de oorkonde uit 821 van Lodewijk de Vrome was deze abdij uitgegroeid tot een der voornaamste culturele centra in de wijde omgeving met naast een bibliotheek ook een scriptorium waar men kon studeren, boeken kopiëren en ook schrijven. Een plek waar de intellectuele elite van die tijd elkaar dan ook kon ontmoeten. Een in de Frankische periode dus voornaam machtscentrum.

Handel

Ook wat betreft de handelscontacten werd er op de site heel wat ontdekt. Zo blijkt er uit de gevonden resten van aardewerk dat er handelsrelaties waren met zowel het Rijnland, het Maasland, de streek rond het Noord-Franse Bavay, Tongeren en het Eifelgebied.

Opmerkelijk is ook de vondst van een stuk aardewerk uit de streek van Nancy in het oosten van Gallië gemaakt door de pottenbakker Pridianus die werkte op wat men nu het atelier La Madeleine noemt en waar minstens 27 pottenbakkers met naam werkten.

Het was blijkbaar dus een groot en populair atelier en de naam Pridianus werd bij aardewerk op vele plaatsen in de regio gevonden. Hij was er volgens specialist Tim Claerbout actief van 140 tot 165.

Onderaan het bord is geschreven ‘Pridianus F(ecit)’, Pridianus heeft dit gemaakt. Waarbij de vermoedelijke eigenaar er ook nog zijn specifiek waarmerk aan toevoegde. Om diefstal te vermijden? La Madeleine ligt in La Neuveville-devant-Nancy. (1) Het was een atelier die ook veel mooi luxe aardewerk maakte.

Vlas en fruit

Buiten een pak resten van dakpannen en scherven van allerlei grote en kleine amfora’s, aarden gebruiksvoorwerpen als borden en verkleuringen in de grond die wijzen op vroegere bewoning wat(en er ook de twee waterputten. Die dienden nog botanisch op onder meer pollen onderzocht te worden. En dat is nu gebeurd.

Daarbij onderzocht men de inhoud van de waterputten op de plantresten die er gevonden zijn. Het levert veelal een pak extra informatie op. Ook hier. Zo werden sporen teruggevonden van emmertarwe, spelttarwe en pluimgierst en mogelijks ook van gerst en peulvruchten. Uit de hoeveelheid resten van mest is het duidelijk dat men hier vooral aan veeteelt deed.

Opvallend is ook de aanwezigheid van vlas, een gewas dat ook toen al diende voor de productie van textiel zoals o.m. de zeilen van de Romeinse schepen. Vlas is van oorsprong een gewas afkomstig uit het Midden-Oosten dat via de Romeinen elders in Europa en dus ook hier vaste voet aan de grond kreeg.

DSC_0958

De opgravingen aan de Baasroodse Molenkouter door een team archeologen met o.m. Jeska Pepermans.

De aanwezigheid van toponiemen met namen als Vlassenbroek en Vlassenhout, in het naburige Sint-Gillis-Dendermonde, tonen dat vlas hier na de Romeinse periode is gebleven en tijdens bepaalde periodes ook belangrijk was.

Historicus Bart De Bondt en lezer Marc Segher merkten wel op dat de toponiem vlas ook werd gebruikt voor een drassig gebied. Probleem hier is echter dat Vlassenhout in Dendermonde een der hoogst gelegen plaatsen is. De naam van het industrieterrein Hoogveld daar toont dat aan.

Ook werden sporen gevonden die wijzen op fruitteelt. Zo zijn er resten van appels en hazelnoten ontdekt en bestaat het vermoeden dat er sprake was van gecultiveerde fruitbomen en struiken. Maar de grote aanwezigheid van grassen lijkt te tonen dat akkerbouw beperkt was en men zich voornamelijk bezig hield met de veeteelt. Verder zijn er op de lagere delen sporen van elzenbroekbossen en ooibossen ontdekt.

Vragen blijven natuurlijk. Mede omdat er geen geschreven bronnen over bestaan weten we dan ook niet weet welke naam men aan deze nederzetting gaf en weinig over de contacten met de buitenwereld. Maar het is nog zoeken naar onder meer graven en een cultusruimte.

Duidelijk is dat de Schelde die toen nog meanderde en ondiep was mogelijks een belangrijke rol speelde in de ontwikkeling van deze nederzetting. Het maakte handel op een veilige manier mogelijk. Reizen over land zonder gewapende escorte was immers niet zonder gevaar. En transport van zwaar aardewerk sowieso erg lastig.

Archeoloog Bert Heyvaert denkt dat het voornaamste belang van de Schelde voor deze nederzetting hier de aanwezigheid van vis en water was. Het is volgens hem dan ook niet zeker dat de rivier voor het vervoer van vracht belangrijk was daar de wegen toen niet zo gevaarlijk waren. Voor hem is hier ook niet echt sprake van een nederzetting als dusdanig maar van een erf.

Viering Baasrode 1200

De vorig jaar speciaal opgerichte werkgroep Erfgoedcel 1200 jaar Baasrode zal dit jaar op zondag 3 oktober om 15 uur hierover een voordracht geven in zaal Colonia op de Molenkouter in Baasrode.

Dit naast een pak andere activiteiten dit jaar rond het verleden van de gemeente waaronder de publicatie een boek over de geschiedenis van Baasrode tot de 17de eeuw met haar godsdienstoorlogen. Het werk is van de hand van historicus Bart De Bondt. Het is een praktisch vergeten geschiedenis.

Dit gebeurt allemaal in het kader van het feit dat keizer Lodewijk de Vrome, zoon van Karel de Grote, in 821, 1200 jaar terug dus, een oorkonde maakte waarin de naam Baasrode (Baceroth) voorkwam waarbij hij de schenking van het domein bevestigde aan de abdij van Elnon, de Sint-Amandusabdij in het Franse Saint-Amands les Eaux gelegen aan de Schelde.

DSC_0769

De eerste lading Baceroth geschonken door de familie De Landtsheer van de brouwerij Malheur kwam aan in Baasrode en was onmiddellijk een succes. De erbij geleverde glazen waren in een weekend reeds uitverkocht en werden bijbesteld. Een voorvader van de nu vanuit Buggenhout opererende brouwer was ooit burgemeester van Baasrode en gelieerd aan de toen belangrijke scheepsbouwerij.

Het is het oudst bekende document waarin die naam voorkomt. Ook andere plaatsen zoals Ninove, Roeselare en het Henegouwse Saint-Ghislain worden erin genoemd. Ook andere verenigingen in Baasrode plannen dit jaar via een stuurgroep binnen de Feestraad allerlei activiteiten en krijgen daarbij de steun van zowel de stad Dendermonde als de Erfgoedcel van het Land van Dendermonde.

Zo komt er een historische wandel- en fietsroute rond plaatsen in Baasrode die bij het grote publiek minder gekend zijn of wier geschiedenis wat is ondergesneeuwd. Hier worden dan borden geplaatst met tekst en foto.

De familie De Landtsheer gekend van de plaatselijke brouwerij Malheur geeft eveneens steun en produceerden speciaal en gratis een 5.000 liter bier, Baceroth genaamd. De oudst gekende benaming van de gemeente. Dit blond bier van een 8% is sinds eind vorige maand beschikbaar. Meer info over de werkgroep Erfgoedcel 1200 jaar Baasrode en de stuurgroep is te vinden op 1200 jaar Baasrode.

Willy Van Damme

Met dank aan Jeska Pepermans

Dankzij een pak nieuwe informatie die ik vandaag ontving werd de tekst grondig bijgewerkt.

1)  L’atelier de céramique gallo-romain de La Madeleine à Laneuveville-devant-Nancy, 1939, Georges Goury, Revue des études Anciennes, L’atelier de céramique gallo-romain de La Madeleine à Laneuveville-devant-Nancy – Persée (persee.fr). Het stadje heeft ook een historische kring genaamd de Société d’Histoire de Laneuveville et de la Madeleine.

Hollandse Infanteriekazerne met een nieuw kleedje

In Dendermonde is men begonnen met het verfraaien met een serie fotodoeken van de Hollandse Infanteriekazerne. Een idee dat opborrelde bij de stedelijke technische dienst. Het moet tegen begin september af zijn het het grote gebouw aantrekkelijker maken voor de bezoekers en natuurlijk ook de inwoners. Kostprijs 40.000 euro.

Ros Beiaard

Het idee is de bogen in te kleden met bovenaan een doek met daarop een foto van aspecten van de Ros Beiaardommegang en Katuit, de historische ommegangen van de stad die deze ook zo kenmerken. Dendermonde is Ros Beiaard en zijn reuzen. Het is de volksaard. Onderaan de in totaal 13 fotodoeken komt dan een houten afboording. Men denkt er ook aan de metalen dranghekken wegens te lelijk te verwijderen.

DSC_0854

Zo zullen de bogen er uitzien. Aan de ingang van de tube waar het Ros Beiaard staat komt langs de zijkanten de tekst van het Ros Beiaardlied in zijn oudst bekende versie. Dus in het oud-Nederlands.

Op die wijze wordt de bouwvalligheid van de kazerne wat weggestopt en het geheel zo voor toeristen en stadsbewoners aantrekkelijker gemaakt. Patrick Segers, hoofd van de Toeristische Dienst: “Bezoekers vragen soms om de plek te zien waar het Ros Beiaard en de reuzen staan en dan moeten wij hen steeds verwijzen naar die troosteloos uitziende parking en dat vervallen gebouw. Leuk is dat niet.”

De kazerne is een uniek stuk militair erfgoed dat volgens burgemeester Piet Buyse (CD&V) en specialist Patrick De Landtsheer uniek is voor gans West-Europa. Patrick De Landtsheer: ‘Er is ooit vanuit Nederland zelfs de vraag gekomen om het nu onderkomen gebouw over te brengen naar onze noorderburen. Ze zijn er enorm van onder de indruk.”

Stabiliteit geen probleem

Al jaren ijveren de mensen van de stedelijk werkgroep Cultureel Patrimonium voor het restaureren en herbestemmen van dit massief gebouw. Een zaak waar een zwaar prijskaartje aan vast hangt.

Bovendien was er de vraag naar stabiliteit. Dendermonde was vroeger voor een groot deel moerassig gebied en de vrees was dat door de klimaatverandering dit waterpeil zwaar was gezakt en dat dit de oorzaak was voor de barsten in de muren.

Daar werd de voorbije maanden dan eindelijk onderzoek naar gedaan en de resultaten blijken gelukkig positief. Het waterpeil is niet de oorzaak van die barsten en dat maakt een heel groot verschil. Het betekent immers dat de herstelling een flink stuk goedkoper zal zijn en dus commercieel zeker haalbaar.

DSC_0856

Een computersimulatie van hoe de kazerne er de komende 2 à drie jaar zal uitzien. Nadien denkt men die doeken te kunnen hergebruiken bij de herbestemming van de kazerne.

Wel zal men snel het dak moeten aanpakken zodat de kazerne kan beginnen uitdrogen. Een werk van zeker twee jaar. Patrick De Landtsheer: “Essentieel zal zijn om de afwatering van het regenwater totaal anders aan te leggen zodat het water langs de buitenkant wordt afgevoerd en niet binnenin zoals nu.”

Er is ondertussen ook al een akkoord ondertekend tussen de stad en de Regie der Gebouwen, de eigenaar, voor de realisatie van die restauratieplannen en kortelings zal dat ook gebeuren met de Participatiemaatschappij voor Vlaanderen. Dat is de partner van de stad met wie men op zoek gaat naar een investeerder(s) en een herbestemming.

Het gebouw ligt wat apart in het stadscentrum maar toch erbuiten aan een doodlopende straat. Het is architecturaal erg waardevol en uniek en dus voor sommige investeerders een buitenkansje, een prestigeproject waarmee men overal kan uitpakken. En voor de stad wordt dit een zeer speciale toeristische trekpleister met grote parking die het vroegere militaire belang van de stad in de kijker zet. Iets waar zeer veel over te vertellen valt.

De Belgische opstand

Piet Buyse: “We gaan ons ook aansluiten bij andere vestingsteden in België, Nederland en Europa voor een Europees project. We willen nu verder werk maken van het opwaarderen van de vestinggordel.” Begin september moeten deze huidige verfraaiingswerken voorbij zijn. Ze zullen een extra blikvanger worden tijdens de Open Monumentendag van 13 september.

DSC_0861

Het stadsbestuur, mensen van de Technische Dienst, Toerisme en Cultuur, fotograaf Steven De Sutter en personeel van drukkerij Smekens realiseren dit project.

De kazerne kaderde in de Engelse en Nederlandse plannen om na de nederlaag van Napoleon een barrière op te richten tegen het expansionistische Frankrijk. Met Lodewijk XIV en Napoleon had men er de buik van vol. Het idee ontstond in 1814 maar de bouw zelf werd pas in 1828 aangevat met het einde op 27 augustus 1830. Twee dagen voordien echter was in Brussel de opstand tegen koning Willem I uitgebroken.

De kazerne die rust op 2.500 dennen palen werd dus wel onder Nederlands gezag gebouwd maar nooit door hen gebruikt. Dat was voor het gloednieuwe Belgische leger. Pas in 1968 verdwenen de laatste soldaten uit het Dendermondse stadsbeeld. Een militaire rol van belang heeft deze kazerne nooit gespeeld.

Willy Van Damme

Baasrode wordt 1200 jaar oud

Persbericht Baasrode 821-2021

Volgend jaar op 22 juni zal het exact 1200 jaar geleden zijn dat keizer Lodewijk de Vrome, zoon van Karel de Grote, in een oorkonde de schenking van het Baceroth domein bevestigde aan de Sint-Amandusabdij in Pevele in het noorden van Frankrijk.

Het is de eerste gekende vermelding van Baasrode in een officieel document. Een werkgroep van gedreven inwoners en sympathisanten wil dit herdenken door in 2021 een aantal evenementen te organiseren. Vooral dan op historisch vlak.

In alle stilte werd sinds enkele maanden hieraan gewerkt en een programma is deels al samengesteld. Het start op zondag 20 juni om 15 uur met een academische zitting met daarbij een voorwoord van burgemeester Piet Buyse, zelf een historicus.

Het verdere programma bestaat onder meer uit de publicatie van een boek over de uitzonderlijk rijke geschiedenis van Baasrode tot en met het einde van de verwoestende godsdienstoorlog (1568-1648). Het wordt geschreven door historicus Bart De Bondt die in het verleden al uitgebreid over Baasrode publiceerde. Hij baseert zich daarbij op jarenlang onderzoek binnen zowat alle beschikbare archieven, ook die van het buitenland.

IMG_0174

Baasrode heeft naast Dendermonde een heel eigen geschiedenis die vooral in relatie staat tot de Schelde. Ze gaat zoals gebleken is uit archeologische opgravingen duizenden jaren terug. Dit zal volgend jaar uitvoerig aan bod komen tijdens allerlei wandelingen en voordrachten.

Bovendien voorziet de werkgroep o.a. een tentoonstelling van de in Baasrode gevonden archeologische vondsten, een serie wandelingen door het dorp rond het Hof van Peene, de natuur, de industrie en de scheepswerven. Met na de zomer ook een aantal lezingen, rond onder meer de Romeinse aanwezigheid, de geschillen tussen Baasrode en Dendermonde en de algemene toestand in de 9de eeuw in de streek ten tijde van Lodewijk De Vrome. Alle evenementen zullen terug te vinden zijn op de site www.baasrode821.be.

Over het initiatief is er al informeel overleg geweest met de stad Dendermonde, de Erfgoedcel van het Land van Dendermonde, de provincie en de Erfgoedcoördinator IOED van het Regionaal Landschap. Zij toonden interesse en leken bereid in de mate van het mogelijke hun medewerking te verlenen.

De werkgroep

Willy Van Damme

Pieter D’ Hollander

Frank De Ridder

François De Saeger, namens de Heemkring Baceroth

Bert Heyvaert, archeoloog

Bart De Bondt, historicus

François Veyt

Yves Segers, hoofddocent KU Leuven en coördinator Centrum Agrarische Geschiedenis vzw KUL

Cedric Verheyen, heemkundige

Verdere info bij Willy Van Damme: 052/22.59.09 of 0478/90.11.07, willyvandamme@skynet.be

Een Romeinse woonkern in Baasrode

De recente archeologische opgravingen op zoek naar vroegere bewoning aan de Molenberg in Baasrode hebben onverhoopt succes opgeleverd. Waar men vooraf alleen hoopte in het beste geval wat voorwerpen uit het stenentijdperk te vinden werden er bij het vooronderzoek sporen ontdekt van een potstal en bewoning daterende uit de Romeinse periode. Maar er bleek meer. Veel meer.

Meerdere gebouwen

Zo werden drie hoofdgebouwen daterend uit vermoedelijk de tweede eeuw (100 tot 200 jaar na Christus) gevonden met verder ook een zogenaamde potstal. Dat is een stal waar mest werd opgepot waarbij men na een zekere tijd dit mest op de grond uitstrooide.

De woningen waren ongeveer 8 à 10 meter breed en hadden een lengte van 12, 13,5 en 15 meter. Van die woningen zelf werden alleen nog sporen in de grond aangetroffen.

Houtresten werden niet opgegraven. Volledige houten structuren zijn dan ook niet ontdekt aangezien organisch materiaal vaak niet goed bewaard blijft. Wel werden er in de sporen nog houtskool gevonden.

DSC_0959

De archeologen hebben op de Molenberg in Baasrode de restanten van een uit de tweede eeuw daterende Romeinse woonkern opgegraven. Hier komen in een later stadium een serie woningen en een sporthal voor de dansclub Moving.

De dragende structuren van die gebouwen steunden immers op zware palen wat, zeggen specialisten, klassiek is voor die Romeinse periode. Die palen zijn nu wel alleen nog via verkleuringen in de grond zichtbaar. Wat nog wel toelaat om zo de afmetingen te bepalen van deze gebouwen.

Vermoedelijk betreffen het hier woningen van landbouwers. Naar alle waarschijnlijkheid kan men dus stellen dat hier toen een woonkern was. Daarnaast werden op deze site ook nog een andere potstal gevonden, twee bijgebouwen en enkele lineaire structuren waarbij wellicht slechts een deel van de bijgebouwen bewaard zijn gebleven.

Bovendien werden sporen van 7 spiekertjes aangetroffen. Dat zijn kleine gebouwtjes op palen die dienden om o.m. hooi te bewaren zodat deze droog bleven en om wilde dieren af te houden.

Verder zijn er nog stukken van maalstenen en twee waterputten ontdekt. Gezien de hoge waterstand dienen die eerst door middel van bemaling droog te komen voor men die zal onderzoeken.

Veel aardewerk

Hier hoopt men ook nog andere gebruikswaar terug te vinden en eventueel ook houten structuren. Dit omdat een waterput vaak wel de juiste natte omstandigheden biedt voor de bewaring ervan. Maar hiervoor is het dus nog eventjes wachten op drogere tijden.

Zoals men na het vooronderzoek al kon verwachten werden in de potstal veel fragmenten van aardewerk ontdekt zoals Romeinse dakpannen (tegula en imbrex), stukken van amforen en andere voorraadpotten, grote natuurstenen en terra sigillata en terra negra, zwarte keramiek. Het toen betere aardewerk.

Ook werden in deze zone op de Molenberg fragmenten van zogenaamde dolia gevonden. Dat zijn grote voorraadpotten die vooral dienden om landbouwproducten te bewaren zoals granen, olijfolie en wijn.

Ze werden ook gebruikt bij het transport via onder meer schepen. In die ontdekte stallen zijn er ook beenderresten ontdekt van dieren. Indien deze niet te fragmentair blijken kan eventueel na verder onderzoek de betrokken diersoort nog achterhaald worden.

Er werden ook stukken aardewerk ontdekt waarvan het duidelijk is dat het gaat om geïmporteerde types uit bijvoorbeeld en Maas- en het Rijnland waar de Romeinen toen zeer stevig genesteld waren.

Wel zijn er geen menselijke resten ontdekt. En dat werd ook niet verwacht. Ook is er behoudens wat nagels en een stuk van een mes niets van metaal bovengehaald. Ook geen munten of glaswerk. Mogelijks zullen de waterputten hier meer opleveren.

DSC_0836

Restanten van op de Baasroodse Molenberg ontdekte Romeinse dakpannen. Merk op dat deze twee stukken qua kleur anders zijn en dus een andere afkomst hebben. Romeinse dakpannen (tegula’s) hadden een groot vlak gedeelte en een klein opstekend stuk. De imbrex, een half cilindrische dakpan diende dan om twee tegula’s met elkaar te verbinden. Dit zijn stukken van tegula’s. Ze waren bovendien heel dik en daarom zwaar.

Vraag is natuurlijk in hoeverre er bijvoorbeeld in de omgeving ook een pottenbakkerij was alsmede een smidse. Vlakbij in Lebbeke zijn er wel sporen van een nog meer Romeinse aanwezigheid gevonden en mogelijks zelfs een heiligdom. Want dit laatste is een vast onderdeel van elke vroegere beschaving.

In 1788 werden er volgens historische bronnen in Baasrode sporen van Romeinse brandgraven met munten, sierraden en verbrand aardewerk gevonden. Die zaten blijkbaar op een 7 meter diep en houden mogelijks verband met het turfsteken vlakbij het Broek. Het verhaal die dit situeert aan de Rosstraat wordt door Bart De Bondt als foutief gezien.

Logische vondsten

Al die vondsten moeten nu door specialisten nog verder onderzocht worden. Met onder meer als vraag hoe raakte dat soms zeer zwaar aardewerk in Baasrode? Waarschijnlijk gebeurde dat via de Schelde waar er in de Romeinse periode in Rumst een marinebasis was. Een bewijs hiervoor zal echter vermoedelijk niet gevonden worden.

Zowel voor historicus Bart De Bondt als voor Luc Vermeiren, een Lebbeeks amateurgeschiedkundige die veel werk verrichte rond zijn gemeente alsmede de Romeinse kadasterindeling op Europees vlak, zijn deze vondsten niet echt verrassend. “Onze streek was toen al een landbouwgebied met woonkernen daar waar er nu dorpen, gemeenten en steden zijn”, aldus Luc Vermeiren.

En voor Bart De Bondt was deze plek een later al gerooid stuk bos dat diende voor landbouw met vlakbij een weg op ongeveer 200 meter van de Schelde. Ook voor hem is deze vondst niet echt verrassend. Naar hij stelt werd dit gebied (Gou)roth genoemd waarbij roth staat voor een gerooid stuk bos.

Dolia

Voorbeelden van dolia, zeer grote Romeinse voorraadpotten waarvan er in Baasrode fragmenten werden ontdekt.

Bart De Bondt: “De site is vlak naast een Gallo-Romeinse kouter (1) gelegen, in de onmiddellijke nabijheid van een Romeinse streekbaan, de huidige Driehuizen. Vermoedelijk kunnen we deze nederzetting situeren aan de rand van een uitgestrekt bos. Dit valt te verklaren door de vele middeleeuwse rooi-toponiemen, die zich in beperkte mate rond de site bevinden, en welke naar het zuiden toe zo talrijk aanwezig zijn dat duidelijk een verbinding met Buggenhoutbos werd gemaakt.”

Puzzelstukken

Voor De Bondt had dit gebied zelfs een eigen benaming: “Het bos aan deze archeologische site werd na het rooien het (Gou)roth genoemd. Dat is trouwens de oorsprong van de naam Rosstraat in de gemeente, zijnde de moderne verbastering van de aloude benaming Rotstraat”, zegt historicus Bart De Bondt nog verder. Deze specialiseert zich al jaren in de historiek van de Scheldegemeente.

DSC_0785

Bart De Bondt, als historicus de ongeëvenaarde kenner van het Baasroodse verleden, is niet verwonderd over deze vondsten op de Molenberg.

Voorheen werden er op het industrieterrein Hoogveld en op de site van het Oud Klooster, beiden in Sint-Gillis-Dendermonde, bij opgravingen reeds belangrijke vondsten gedaan uit de Gallo-Romeinse periode en die van de Merovingers. Op het Hoogveld zijn zelfs restanten uit de bronstijd opgegraven. Maar een woning zelf werd tot heden in de stad nergens gevonden.

De vondst van deze kleine woonkern in de Dendermondse deelgemeente Baasrode is een nieuw stukje van de puzzel die ons verleden is. Het is ook de eerste maal dat hier in Dendermonde woningen werden ontdekt. De bewoning in Baasrode is dus veel ouder dan men dacht maar gezien haar ligging hoeft dat niemand te verbazen.

Willy Van Damme

1) Het woord kouter komt uit het Latijnse cultura en slaat op een gebied dat via het rooien van bomen bruikbaar was gemaakt voor de kweek van landbouwgewassen.

Gallo-Romeinse hoeve in Baasrode

Bij het graven van proefsleuven op een terrein in de Dendermondse deelgemeente Baasrode werden recent restanten gevonden van een hoeve uit de Gallo-Romeinse periode daterend van de 2de tot de 3de eeuw.

Ook een er ontdekte kuil met vermoedelijk sporen van menselijke aanwezigheid uit de ijzertijd, mogelijks de Keltische periode dus voor de komst van de Romeinen, zal onderzocht worden.

Geglazuurd aardewerk

Het betreft hier overblijfselen van de aanwezigheid van wat men noemt een potstal met daarbij geglazuurd aardewerk afkomstig uit het Maas- of Rijngebied en daterend uit de 2de tot de 3de eeuw. Wat toont dat er in die periode ook hier sprake was van handel t verafgelegen gebieden.

Potstallen zijn stallingen voor dieren waarbij het mest de vloer bedekt en regelmatig wordt aangevuld met daarbij stro. Waarbij dit door de dieren aangestampt mest na verloop van tijd op het land wordt uitgestrooid. Normaal waren potstallen een onderdeel van de woning waarbij dieren er samenleefden met de mensen.

De onderzoeken zijn een gevolg van de plannen van de NV IPON, een bouwfirma uit Temse, voor de bouw in Baasrode van een zestien woningen en een vrij omvangrijke hal

Deze opgravingen komen er omwille van het EU-verdrag van Malta van 1992 dat verplicht dat telkenmale de grond bij geplande bouwwerken dreigt verstoord te worden men voorafgaand een archeologisch onderzoek moet doen. Dit betreft in essentie bij grote verkavelingen, de aanleg van industrieterreinen, dijkwerken en wegenaanleg.

Dit heeft in België geregeld voor soms spectaculaire vondsten gezorgd en ons meer inzicht verschaft in het verleden van het land. Als gevolg hiervan werden in november vorig jaar in Baasrode op het te bebouwen terrein een ganse serie proefboringen gedaan en sleuven gegraven waarbij dan resten van een hoeve met potstal en geglazuurd aardewerk uit ergens tussen de tweede en de derde eeuw werden ontdekt.

Gouroth

Het gevolg is natuurlijk dat men recent begonnen is met het verder onderzoeken van de ondergrond op deze site. Daarvoor werd vorige week reeds de toplaag verwijderd. Opvallend is dat men vooraf bij het eerste erg oppervlakkig onderzoek en zich alleen baserend op allerlei documenten hier hooguit resten van menselijke aanwezigheid uit de steentijd dacht te vinden.

DSC_0778

De archeologische site maar zonder toplaag zoals ze er vorige week bijlag. Om de komst van allerlei met metaaldetectoren gewapende schattenjagers te vermijden is de bewuste plek zowel in het artikel als op de foto onherkenbaar gemaakt.

Dat bleek dus fout maar geen onlogische inschatting. De site ligt immers op een 300 meter van de Schelde waar voorheen in onder meer het gehucht Vlassenbroek, gelegen pal aan de Schelde, stenen werktuigen uit die periode van kort na de laatste ijstijd werden ontdekt.

Bovendien was er na de achttiende eeuw op dit terrein blijkbaar geen sprake meer geweest van enige bebouwing. Alleen op de Ferrariskaart gemaakt tijdens de Oostenrijkse periode van 1771-1778 werd er een heel beperkte bebouwing opgemerkt. Maar echt verrast door deze vondst is de lokale historicus Bart De Bondt niet.

Bart De Bondt: “Die Ferrariskaart bevat vele fouten en zou men feitelijk niet meer mogen gebruiken. Ook hier klopt het niet en plaatste men een gebouw verkeerdelijk op die plek die men nu onderzoekt. Er bestaan voor dit terrein oudere en betere kaarten en ook documenten uit de zeventiende en zestiendeeeuw en die tonen dat dit toen onbewoond was.”

Lodewijk 1 de Vrome

Bart De Bondt: “De site is vlak naast een Gallo-Romeinse kouter (1) gelegen, in de onmiddellijke nabijheid van een Romeinse streekbaan (de huidige Driehuizen). Vermoedelijk kunnen we deze nederzetting situeren aan de rand van een uitgestrekt bos. Dit valt te verklaren door de vele middeleeuwse rooi-toponiemen, die zich in beperkte mate rond de site bevinden, maar naar het zuiden toe zo talrijk aanwezig zijn dat duidelijk een verbinding met Buggenhoutbos werd gemaakt.”

Voor De Bondt had dit gebied zelfs een eigen benaming: “Het bos aan de archeologische site werd na het rooien het (Gou)roth genoemd. Dat is trouwens de oorsprong van de naam Rosstraat in de gemeente, zijnde de moderne verbastering van de aloude benaming Rotstraat”, zegt historicus Bart De Bondt nog verder. Deze specialiseert zich al jaren in de historiek van de Scheldegemeente.

Voorheen werden er op het industrieterrein Hoogveld en op de site van het Oud Klooster, beiden in Sint-Gillis-Dendermonde, bij opgravingen reeds belangrijke vondsten gedaan uit de Gallo-Romeinse periode en die van de Merovingers en op het Hoogveld zelfs restanten uit de bronstijd opgegraven. Maar een woning zelf werd tot heden in de stad niet gevonden.

Abdij van Elnon

Baasrode werd als Baceroth – Het had in het verleden meerdere namen waaronder ook Bassarode – (2) in 821 voor het eerst genoemd in een oorkonde van Lodewijk I de Vrome, toen keizer van het Heilig Roomse Rijk.

Deze was de zoon van keizer Karel De Grote, die in 821 de eerdere schenking  van het domein aan de abdij van Elnon in Saint-Amand-les-Eaux en gelegen aan de Schelde, in deze oorkonde bevestigde.

Samen dan met het huidige Sint-Amands-aan-de-Schelde, Ouden Briel (nu Buggenhout), Mariekerke en Branst. Nadien werd Baasrode eigendom van de Heren van Dendermonde die ergens in de tiende eeuw de stad hebben gesticht.

DSC_0783

Bart De Bondt kent de site historisch goed en stelt: “Deze plek lag in de vroege middeleeuwen vlak naast een Gallo-Romeinse landbouwzone, op de rand van een uitgestrekt bos dat tot Merchtem reikte. De eigenlijke bewoningskern was vermoedelijk in de buurt van het huidige Baasrode-centrum gelegen.

Baasrode was als Baceroth in de Frankische periode eigendom van de abdij van Elnon in Saint-Amand-les-Eaux aan de Schelde in wat nu Frankrijk is. Het omvatte toen ook Sint-Amands-aan-de-Schelde en Den Briel (Kuitelgem), nu Ouden Briel en een deel van de gemeente Buggenhout. Ook Mariekerke en Branst (een deel van Bornem) behoorden tot dit domein.

Deze benedictijnenabdij was ergens tussen 633 en 639 gesticht door de monnik Amandus en kreeg later de naam van haar stichter. Met hulp van de Merovingische vorsten, vooral Dagobert I, richtte hij op vele plaatsen nieuwe abdijen op en liet kerken bouwen. Hij speelde een sleutelrol in de kerstening van deze regio.

Dendermonde zelf werd ergens in de tiende eeuw gesticht, na de periode dus van de Vikinginvallen en viel oorspronkelijk binnen het Heilig Roomse Rijk van de Frankische keizers maar viel ook onder het gezag van de Sint-Baafsabdij in Gent. De Heer van Dendermonde was namelijk eveneens voogd van deze abdij.

De stad ging bij de aanhechting van dit gebied tussen Schelde en Dender dat dan samen met o.m. Aalst in 1050 over naar de Graaf van Vlaanderen en kreeg de naam Rijks-Vlaanderen.

Het was dat deel van de Graaf van Vlaanderen welke hij in leen had van de Duitse Roomse Keizer. Baasrode werd dan later, los van Mariekerke, Sint-Amands-aan-de-Schelde, Branst en Weert, een deel van het land van Dendermonde.

Wat aan dit dossier wel ergerlijk is is het feit dat het project gekend staat als Baasrode-Kier maar elders in Baasrode ligt. Waarbij men bovendien in een nota Baasrode plaatst in de provincie Antwerpen. Het doet niets af aan het onderzoek ten velde zelf maar is wel zeer storend.

Willy Van Damme

1) Het woord kouter komt uit het Latijnse cultura en slaat opeen gebied dat bruikbaar was gemaakt voor de kweek van landbouwgewassen.

2) Rode slaat op gerooid stuk bos. Over Bassa of Bace bestaan twijfels. Mogelijks slaat het op gerooid bos maar zeker is dat niet.

Wij vragen concentratiekampen–Vlaams-Nationalisten

Dezer dagen is het allemaal Auschwitz dat de klok slaat. Natuurlijk aangevoerd door Israël en haar bondgenoten die van de gelegenheid nog maar eens gebruik maken om in het Midden-Oosten de oorlogstrom nog wat luider te laten klinken. Een meer dan schandelijk schouwspel waar onze regeringen binnen de EU volop aan meewerkten en waarbij zij nadien zelfs geen vragen stelden of opmerkingen maakten.

Er waren echter ooit andere tijden toen men hier opriep om meer concentratiekampen te bouwen zoals dit pamflet uit de tweede wereldoorlog bewijst. Toen riepen Vlaams nationalisten zelfs op tot …. meer concentratiekampen waar men de ‘vijanden’ dan eens zou leren wat honger is.

De helden

Het dateert van 8 maart 1941 en werd in Dendermonde verspreid door de Nationaal-Socialistische Voorlichtingscentrale met adres Dijkstraat 3 en gelegen in het stadscentrum.

In diezelfde straat werden in deze periode enkele verzetsstrijders, Dendermondenaars, Vlamingen en Belgen, opgepakt en nadien doodgeschoten door de Duitsers. Het huidig stadsbestuur van CD&V en N-VA liet er eind vorig jaar ter herinnering struikelstenen plaatsen.

Of die uit de Dijkstraat 3 bij het horen van die moord op hun buren juichten weten we niet. Maar het zal wel zo zijn. Het toont nogmaals de diepten waar het Vlaams nationalisme toen en nog decennia nadien in verkeerde.

Verzetsstrijders werden in bladen als De Standaard en ‘t Pallieterke nog tientallen jaren uitgescholden. Beledigingen waren er schering en inslag.  En diegenen die ooit riepen om nog meer concentratiekampen waren er de dappere Vlamingen, de helden.

20191003_113537

Een pamflet van Vlaams nationalisten uit maart 1941 dat aan duidelijkheid weinig te wensen overlaat. Leve de concentratiekampen! Hun Vlaanderen moest geheel ten diensten staan van Nazi-Duitsland en er desnoods zelfs voor sterven. Het duurde nog bijna 80 jaar voor sommigen binnen de N-VA zich hiervoor in het openbaar verontschuldigden. Bij het Vlaams Belang is het nog steeds wachten. De ‘liefde’ voor Vlaanderen noemt men dat.

Nog recent schreef men op een tentoonstelling over Cyriel Verschaeve als zijnde een voorname Vlaming. Een man die in zijn liefde voor Hitler luidkeels vanop zijn kansel riep om het bloed van al diegenen die het fascisme en Hitler ’s Duitsland bestreden. In Breendonk (!), gekend om zijn concentratiekamp, is er zelfs een straat naar die zware misdadiger genoemd. Met dank aan CD&V.

Wat in dit pamflet ook vooral opvalt is dat men toen in maart 1941 het al volop had over wat moest gebeuren met de Sovjetunie. Zo schrijft men in dit pamflet: “Nemen wij het geval Rusland. Alle mannen, min dan 40 jaar oud, zijn opgeroepen om de kommunistische bloedhonden naar de keel te grijpen.” Duitsland had dus Belgisch kanonnenvlees nodig.

Met andere woorden iedereen die kon lezen wist toen al in maart 1941 dat de oorlog van Duitsland tegen de Sovjetunie nakend was. Operatie Barbarossa, zoals die invasie noemde, begon drie maanden later op 22 juni 1941 maar werd al van in de zomer van 1940 voorbereid en kreeg in december haar concrete vorm.

In het begin leek de Duitse opmars een groot succes en rukte men op tot aan de poorten van Leningrad (nu Sint-Petersburg) en Moskou. Daar stopte in december 1941 de opmars en een jaar later was het voor goede waarnemers duidelijk dat Duitsland ging verliezen.

In hoeverre was de Sovjetunie verrast door de inval en was er daarom in het begin amper weerstand? Of liet men zoals eerder met Napoleon Duitsland oprukken en zo in de val lokken?

Willy Van Damme


Naschrift

Gisterenavond heeft de gemeenteraad van Puurs-Sint-Amands besloten om voor de Cyriel Verschaevestraat een nieuwe naam te zoeken. Dit op voorstel van Groen. De gemeente heeft een absolute meerderheid van CD&V met als burgemeester Koen Van den Heuvel, de minister van o.m. Leefmilieu in de vorige Vlaamse regering. N-VA en het Vlaams Belang stemde tegen. Maar dat laatste wekt niet echt verbazing. Helden blijven helden.

Voor een nieuwe naam is het nog wachten. De straat ligt vlakbij het Fort Van Breendonk een vroeger onderdeel van de fortengordel rond Antwerpen welke tijdens de tweede wereldoorlog werd omgevormd tot een zeer berucht concentratiekamp waar Duitse en Belgische beulen folterden en doden naar believen.

Het Fort van Breendonk is nu een erfgoedsite die herinnert aan die bloedige periode. Een aantal van die kampbeulen kregen na de oorlog effectief de doodstraf. Puurs-Sint-Amands was samen met Lanaken en Kortrijk (Marke) de laatste gemeente waar er een Cyriel Verschaevestraat was. Lanaken en Kortrijk schrapten die naam al eerder.

Dendermonde en Ros Beiaard–Knettergek?

 

Stilaan maar zeker gaat het enthousiasme over de voor 24 mei 2020 geplande Dendermondse Ros Beiaardommegang in de stad steeds meer in crescendo. Ze lijkt merkwaardig genoeg zelfs in deelgemeente Baasrode naar ongekende hoogte te gaan. En daar staat men al eeuwen vijandig tegenover de stad. Het lijkt wel of alle verenigingen, vele lokale bedrijfjes en gewone stadsbewoners in de ban zijn geslagen van die passie voor ‘ons peird’ zoals men het Ros Beiaard lokaal veelal omschrijft.

Al zeker een bijna 600 jaar oude traditie

Het Ros Beiaard slaat op een Frankische sage uit de periode van keizer Karel de Grote (742-814) en het riddergeslacht Aymon met het paard Beiaard (Bayard) waarbij Reynout, de oudste zoon van Aymon, na een geschil met de keizer als zoenoffer zijn paard in de rivier laat verdrinken. Hier in Dendermonde is dat dan de Dender.

DSCN5955

Het Ros Beiaard gaat met zekerheid straks als bijna 600 jaar door Dendermonde en is dan ook onlosmakelijk verbonden met de ziel van de stad haar inwoners.

Zoals trouwens ook in Ath in Henegouwen waar het paard jaarlijks met kermis wordt losgelaten. In Maastricht en Dinant verdrinkt dat paard dan uiteraard in de Maas. De legende is vrij goed gekend en leeft op veel plaatsen in Nederland, England, Frankrijk – vooral in het Franse zuiden met de stad Montauban – en ook België maar nergens is dit zo intens als in Dendermonde waar al eeuwen een Ros Beiaardommegang plaats heeft.

Een eerste in de stedelijke archieven gevonden stadsrekening over die ommegang dateert van 1461 en de huidige kop van het paard is gemaakt in 1540. Vroeger was er normaal alleen een Ros Beiaardommegang bij speciale gelegenheden zoals op 28 augustus 1807 ter gelegenheid van de verjaardag van keizer Napoléon Bonaparte – die niet opdaagde –  (1) maar tegenwoordig is dat om de tien jaar. En het Dendermondse paard mag ook de oude stad, intra muros, niet verlaten.

Immaterieel werelderfgoed

En wanneer op het einde van de ommegang het paard terug naar zijn staanplaats wordt gedragen dan plegen vele stedelingen een flinke traan weg. Zakdoeken zijn er dan heel populair. Typerend is bovendien dat alle stedelingen of die nu magistraat, ondernemer of een werkloze leefloner zijn even enthousiast zijn over het gebeuren. Het overstijgt de klassen. .

Geen toeval dus dat Unesco, de voor cultuur verantwoordelijke organisatie van de VN, het Ros Beiaard in 2005 uitriep tot onderdeel van het Orale en Immaterieel Werelderfgoed. Iets waar men in de stad uiteraard zeer fier over is.

DSCN5956

Vele uren in zo’n houding op het Ros Beiaard blijven zitten is niet simpel en vergt oefening. Hier de gebroeders Van Damme in 2010.

Woensdag werden dan de nieuwe Vier Heemskinderen aan het publiek voorgesteld. En dat gebeurde niet zomaar. Het moeten immers vier jongens zijn die elkaar opvolgen, in Dendermonde geboren zijn, er steeds gewoond hebben met ouders en liefst ook grootouders die bovendien eveneens in de stad geboren zijn. Ze moeten ook tussen de 7 en de 21 jaar oud zijn.

En met zijn nu 45.000 Dendermondenaars lijkt dat voor een buitenstander misschien een onmogelijke zaak maar ook dit jaar waren er weer vijf gezinnen kandidaat. Met een die zelfs vijf elkaar opvolgende jongens heeft. En niet alle gezinnen stelden zich trouwens kandidaat. En nochtans is heemskind zijn geen gemakkelijke opdracht.

Het is urenlang repeteren, kinesitherapie ondergaan, een ijzeren op maat gemaakt kostuum passen en dragen. En op een hoog en erg groot paard plaats nemen is ook geen sinecure. Het paard weegt namelijk 800 kilogram. De Ros Beiaardommegang duurt enkele uren en je moet blijven zitten. En dan zijn er de vele publieke optredens vooraf. Maar in ruil wordt je in de stad dan wel wereldberoemd.

DSC_0798

De gebroeders Cassiman Maarten, Wouter, Stan en Lander zijn de nieuwe vier heemskinderen voor 2020.

De familie die dit jaar het beste aan de serie criteria van het Ros Beiaardcomité voldeed was de familie Cassiman met de kinderen Maarten, Wouter, Stan en Lander. En zij kregen al direct niet alleen de lokale pers over zich heen maar zelfs de nationale media van VRT en VTM. Een persdrukte die wat de kinderen betrof allemaal leek mee te vallen.

Franki Hervent

Wel blijkt Franki Hervent, de regisseur van de twee optochten, vanaf dit jaar niet meer betrokken te zijn bij de Ros Beiaardommegang. Tientalen jaren lang was deze als hoofd van de Toeristische Dienst de kracht achter de Dendermondse stoeten, de jaarlijkse reuzenommegang Katuit en die van het Ros Beiaard. Hij is de man die Katuit groot maakte tot wat het nu is, een professioneel gemaakte klassieke en erg populaire historische stoet.

Een verdienste die in de stad bij sommigen niet altijd op veel erkenning kon rekenen. Zeker toen hij ooit op de lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen van oud-burgemeester Norbert De Batselier (SPA) ging staan. Waarna men vanuit CD&V een weinig fraaie campagne tegen de man op gang trok.

Wat dan in november 2003 voor het Gentse hof van beroep zelfs eindigde met een opschorting en dus geen straf voor wat een futiliteit was. De symbolische stok waarmee men een hond dacht te moeten slaan.

DSC_0554

Franki Hervent, gewezen regisseur, is niet langer betrokken bij de nieuwe Ros Beiaardommegang. Zijn rol bij de Dendermondse ommegangen wordt definitief overgenomen door Patrick Segers.

De reden voor het stopzetten van de samenwerking is volgens leden van het Ros Beiaardcomité en de Pijnders, de dragers van de reuzen en het paard, vooral de slechte samenwerking tussen hem en de Toeristische Dienst en het secretariaat van het Ros Beiaardcomité die elkaar overlappen.

Moeilijke relatie

Een relatie die eerder al bijwijlen problematisch was en deels met botsende karakters te maken had. Het is een breuk die de Pijnders wel betreuren. “Wij konden altijd op de man rekenen als er problemen waren. Het is spijtig”, klinkt het daar.

Elders ziet men ook een generatiekloof. “Het huidige diensthoofd Patrick Segers is onder hem speciaal aangetrokken als medewerker voor die ommegang. Geleidelijk aan is Patrick uitgegroeid tot de man die het ook kan en weet waarheen hij met die stoeten heen wil. Hervent is de man van het verleden en bovendien al meer dan 12 jaar met pensioen. Deze zomer was de toestand onhoudbaar geworden”, stelde een lid van het Ros Beiaardcomité.

Het nieuws kwam woensdagavond dan ook als een grote schok en velen waaronder burgemeester Piet Buyse wilden er niet veel over vertellen. Het is alsof beide ommegangen hun geestelijke vader verloren en nu onder een nieuw bewind het zullen moeten waarmaken.

En gezien de grote belangstelling van de nationale media – waar voorheen amper interesse was – lijkt dit goed te lukken. En het huidige lokale enthousiasme toont dat eveneens. De kans is echter ook dat dit afscheid zal leiden tot een jarenlange juridische conflict tussen de betrokkenen over allerlei rechten.

Velen dragen hun steentje bij

Ondertussen neemt de gekte voor het paard overal toe. Zo is er de brouwerij Vicaris die speciaal voor de gelegenheid een vlasbier, het Ros Beiaard Feestbier produceerde. “We hebben achter onze brouwerij een braakliggend stuk grond en hebben daarop vlas gekweekt en na een serie experimenten is het ons gelukt om een bier met vlas te maken. Geen vlasbier zoals in Kortrijk waar geen vlas bij te pas komt”, zegt Claire Dilewyns van brouwerij Vicaris.

DSC_0777

Vader Vincent en dochter Claire Dilewyns samen met burgemeester Piet Buyse en de Zeelse Vlegeldorsers en Vlasbewerkers proeven samen van het vlasbier. Een uniek product want nooit voorheen gebruikte immers vlas bij de productie van bier.

Het bier is vrij bitter, blond en bezit een alcoholgehalte van 6,5°. Het wordt bovendien deels artisanaal gemaakt. Zo gebeurde het bewerken van het vlas met de hulp van de Zeelse Vlegeldorsers en Vlasbewerkers een vereniging uit het naburige Zele die zich specialiseert in de oude vlasbewerkingsmethodes.  

Ook koekjesproducent Leo Borms heeft met zijn koekjesfabriek la Confiance een speciaal koekje op de markt gebracht. En dan is er verder o.m. nog Carlos Koffie van Carlos Lijnneel – en man die uren en boeiend kan vertellen over de wondere wereld van de koffieboon – en dochter Bo Lijnneel die een speciale mengeling maakten onder de naam ‘Ros Beiaard koffie’.

Rosse buurten

Opmerkelijk zijn echter de plannen rond de de wijken en deelgemeenten en hun paard waarbij de stedelijke Culturele Dienst, vzw Cirq, acteur en stadsbewoner Dominique van Malder en vele buurtcomités om een eigen soort ommegang maken, Rosse Buurten de Stoet der Stoeten.

DSC_0791

De Orde van de Stalhouders met hun paard, het Peird van den Halt genoemd. Gaat tegenwoordig elk jaar mee in de lokale Bloemencorso. Ook zij hebben hun vier ridders en gaan op 26 april mee in die alternatieve stoet van de Rosse Buurten.

Die gaat uit op 26 april, dus vier weken voor de Ros Beiaardstoet, waarbij de buurten en deelgemeenten ieder hun eigen paard van stal halen en ermee in groep door het stadscentrum trekken.

Veel buurten zoals de wijken het Keur en de Donckstraat en de deelgemeenten Grembergen, Appels, Sint-Gillis en Baasrode hebben of hadden ieder al jaren trouwens een eigen paard. Zo heeft Sint-Gillis enkele jaren geleden haar paard terug van stal gehaald en weten op te kalefateren. 

Het idee is die buurten zo nader tot elkaar te brengen en nog nauwer bij het ganse gebeuren te betrekken. Daarbij doen ook enkele scholen, en de twee stedelijke academies mee. Het belooft leuk en prachtig te worden. 

Wel is er hier herrie over waar de stoet zal aankomen. Sommigen bij die buurtcomités wilden die laten eindigen op de Grote Markt, anderen, en dan vooral de Pijnders en Franki Hervent, waren daar tegen.

DSC_0800

Gustaaf Mannaert, deken van de Gilde der Vrije Pijnders. Pijnders waren zoals ook elders in Vlaanderen waaronder Brugge origineel dokwerkers. Dendermonde had vroeger ook drie havens met als voornaamste die aan het sas op de Dender.

Voor Gustaaf Mannaert, deken van de Gilde der Vrije Pijnders, is dit moeilijk te aanvaarden. Zo stelt hij: “Ze noemen zich de Rosse Buurten en dat zijn toch hoerenbuurten en dan noemt men zich ook nog eens de Stoet der Stoeten, een maand voor de Ommegang. Kom zeg, het Ros Beiaard is de stoet der stoeten. Het initiatief is tof maar kan daarom niet op de Grote Markt eindigen.” De zaak is nog niet door de stad beslist maar dit zou eerstdaags bekend gemaakt worden.

Eigen compositie

En dan zijn er rond de Ros Beiaardommegang nog een ganse serie acties gepland van allerlei individuen en verenigingen. Zo is er Dietrich Van Akeleyen en het DSO ensemble die een nieuwe compositie maakte waarbij hij enkele lokale volksliederen rond de oude tradities zoals de Banier, de Knaptand en het Ros Beiaardlied tot iets voor koor en orkest verwerkte. 

Speciaal is ook zeker Ken Callebaut die het middeleeuwse Dendermonde met playmobilonderdelen aan het creëren is en recent al enkele van de oude historische gebouwen aan geïnteresseerden toonde. Een voorsmaakje was recent al te zien.

DSC_0786

Ken Callebaut is bezig om de oude Dendermondse binnenstad geheel aan het doen herleven door middel van playmobilfiguurtjes.

En dan is er verder o.m. de lokale filatelistische kring die recent ‘Ons peirt en zijn familie,’ een boek met veel oude foto’s en documenten, uitgaf. Met natuurlijk een speciale voor de gelegenheid gemaakte postzegel. En ook de poppenspelers van Kalleke Step gaan een eigen nieuwe vertoning van hun poppentheater brengen, deels met koorgezang. De stad is dan ook vol van ideeën rond het Ros Beiaard en wordt zo te zien steeds meer knettergek.

Willy Van Damme

1) De Grote Markt noemde toen Place de la République. Reynout heet in het Frans Renaud en het Italiaans Rinaldo. Het verhaal van het Ros Beiaard komt uit de Chanson de Geste waarvan de oudste gekende versie dateert uit de 12de eeuw. Het is het begin van de Franse literatuur.

Van de legende zijn ook sporen terug te vinden in de Engelse literatuur, o.m. in de 14de eeuwse Canterbury Tales van Geoffrey Chaucer. Er was ooit zelfs een goed gekend Brits ras van renpaarden dat Bayardo noemde en zeer succesvol was.

Tentoonstelling–Wie waren les Etoiles Bleues?

Nu zondag 12 mei organiseert de Baasroodse Heemkring Baceroth een tentoonstelling rond de teloorgegane Baasroodse rock- en popgroep Les Etoiles Bleues, de allereerste gitarenrockband in de regio Dendermonde.

Ze bestond uit vijf tieners, zonen van simpele arbeidersgezinnen, van amper 16 jaar oud met een zelfs maar 14 lentes en gesticht in 1962. Ze wisten als het ware amper hoe een gitaar eruit zag en improviseerden er daarom maar op los. Het was zoeken wat die notenbalken betekenden want in een muziekacademie konden deze jonge rockers zeker niet terecht. Hier eerste nu eenmaal Bach en Mozart en de rest was gewoon barbaars.

Durf en wilskracht

Maar het lukte met veel vallen en opstaan en met steun van de ouders en in Baasrode een schare fans. Tot in het Antwerpse Sportpaleis raakten ze. Daarna ging het met Les Etoiles Bleues geleidelijk aan bergaf en trokken de leden ieder op zoek naar nieuwe muzikale oorden. Enkele leden namen met zanger en gitarist Rudy Richard een singel op maar verder raakte men niet.

Les Etoiles Bleues

Les Etoiles Bleues net van de kapper en met een mooi ogend confectiepak. Zo hoorde dat anno 1964. Basgitarist Emiel Van Damme ontbrak want hij had juist zijn arm gebroken en mocht dus niet op de foto. Het waren andere tijden.

Maar voor hen was het een nooit te vergeten ervaring en het bewijs voor anderen dat men met de nodige wilskracht en durf wel muziek kon maken zoals The Shadows, The Beatles en Elvis Presley dat deden. Zij het op een ander niveau. Het is zoals gitarist Fons Vermorgen het krachtig uitdrukte: “Het trok op niet veel maar we hebben ons goed geamuseerd.” Het was als het ware het stenentijdperk van de Belgische rock.

Dat verleden uit de jaren 1962 tot 1969, de Baasroodse versie van de Golden Sixties, wordt nu zondag 12 mei in beeld gebracht tijdens een tentoonstelling in zaal Ontmoeting, de lokale parochiezaal, aan de Sint-Ursmarusstraat 125 te Baasrode.

Zo zullen de affiches voor hun optredens uit die periode te zien zijn alsmede het tweede drumstel van Jos Verhulst. Ook toont Fons Vermorgen enkele van de door hem later gemaakte elektrische gitaren.

Met daarnaast de persartikels uit die periode, foto’s en een serie documenten zoals contracten en stukken uit wat men toen een boekhouding noemde. Ook zullen de nog levende leden van de groep aanwezig zijn. Met verder nog een verrassing.

De tentoonstelling opent om 14 uur met korte toespraken van de Dendermondse schepen voor Cultuur Els Verwaeren (N-VA), journalist Willy Van Damme en muzikant Jozef De Koning. Deze muzikant had rond diezelfde periode met The Lonely Batchelors een eigen band maar dan ook met blazers. Hij zal vertellen over hoe het toen was om moderne muziek te maken.

Nu zondag 12 mei, 14 tot 17 uur, Zaal Ontmoeting, Sint-Ursmarusstraat 125 te Baasrode. De zaal is gelegen op de parking achter café De Kring. Gratis toegang.

Meer info op: https://willyvandamme.wordpress.com/2018/12/29/les-etoiles-bleues-de-pioniers/

Willy Van Damme

Boek over Dendermondse mijnwerkers

De uit Dendermonde afkomstige amateurgeschiedkundige Jean-Pierre De Donder publiceerde recent een boek over ‘t Vestje, de oude nu feitelijk verdwenen wijk aan de vroegere binnenhaven van de stad, nu Oude Vest. Waar water was ligt nu asfalt. Of de schandvlak.

Het Dendermondse sociale leven

Ooit een vestigingsgracht groeide het later uit tot de binnenhaven van de stad en wat men dan noemde ‘t Vestje, de volkswijk met bij de plaatselijke burgerij een beruchte reputatie. Armoede was er volop troef en alles wat daarmee samenging. Vele Dendermondenaars kijken nu met een soort van heimwee naar die buurt. Ook omdat veel afstammelingen van die bewoners op de sociale ladder omhoog konden klimmen en nu soms zelfs schepen zijn.

Van 't Vestje naar de Oude Vest of de teloorgang van het sociale leven in Dendermonde - Jean-Pierre De Donder - 2017

Het recent verschenen boek van Jean-Pierre De Donder over de Dendermondse wijk ‘t Vestje kreeg, zeker bij de vroegere bewoners van de wijk en hun nazaten, een heel positief onthaal.

Het 310 pagina’s op A4 formaat gedrukte en ingebonden boek is dan ook niet alleen in omvang een stevige klepper maar ook inhoudelijk toont dit werk een hoog niveau. Met naast de vele foto’s echter ook een groot pak informatie met daarbij de afdruk van allerlei documenten. Lokale geschiedschrijving op zijn best.

Het is het eerste tot heden gepubliceerde boek over het sociale en economische leven van de stad en toont dat ook ‘amateurs’ prachtige geschiedenisboeken kunnen schrijven. Het is in wezen dan ook een standaardwerk over dit aspect dat, niet echt verbazend voor zo’n type boek, goed verkocht. Zo gingen er al meer dan 500 exemplaren over de toonbank.

Dit boek ‘Van ‘t Vestje naar de Oude Vest of de teleurgang van het sociale leven in Dendermonde’ (1) verscheen na zijn werk over de historiek van de Dendermondse sportclub KAV Dendermonde, de Koninklijke Atletische Vereniging Dendermonde.

Jean-Pierre De Donder

Jean-Pierre De Donder fier met zijn kanjer over ‘t Vestje. Een aanrader voor wie meer wil weten over de stad.

Deze is tegenwoordig een sukkelende lokaal spelende voetbalclub die ooit op weg leek naar de top. De Oude Vest is nu een heel brede winkelstraat met handelszaken als C&A. Goed voor te winkelen maar als stadszicht een monster, toch in vergelijking met vroeger.

Boek over lokale mijnwerkers

Maar Jean-Pierre De Donder is geen man om op zijn lauweren te gaan rusten en werkt al volop aan een nieuw project, dit over de geschiedenis van de Dendermondse mijnwerkers. En die waren er blijkbaar meer dan men denkt. Daarvoor is hij op zoek naar getuigenissen en allerlei documenten hierover. Wie denkt hem te kunnen helpen kan een mail sturen naar dendermijnwerker@outlook.be

Een zo’n verhaal is dat van de vorig jaar overleden in Lebbeke geboren en in Buggenhout gestorven kunstschilder Tuur De Rijbel. “Toen mijn vader vroegtijdig stierf werd ik als oudste zoon de kostwinnaar en moest naar de mijnen in Charleroi gaan werken. Ik ging dan elke dag per trein naar ginds en passeerde er de stripuitgeverij Dupuis. Ik trok mijn stoute schoenen aan en vroeg hen of ze geen tekenaar konden gebruiken. Met succes want ik mocht direct bij hun Antwerpse vestiging beginnen”, aldus Tuur De Rijbel enkele jaren terug in een gesprek met mij.

Tuur De Rijbel

Tuur De Rijbel, van Lebbeekse mijnwerker via Dupuis in Charleroi tot een gewaardeerde tekenaar en kunstschilder. Een van de vele amper of niet gekende verhalen over armoede en mijnwerkers uit het Dendermondse.

Tuur De Rijbel ontpopte zich nadien tot een volgeling van de Dendermondse School van impressionisten met onder meer Franz Courtens (2). Een stijl die het de voorbije decennia moest afleggen tegen de in de mode zijnde modernisten van tegenwoordig. Zelfs al was zijn werk kwaliteitsvol. Het landschap uit de regio Dendermonde is dan ook tientallen malen door hem op het doek vereeuwigd. Tuur De Rijbel was een uitermate vriendelijke en ook schuchtere man.

Willy Van Damme

1) ‘Van ‘t Vestje naar de Oude Vest of de teleurgang van het sociale leven in Dendermonde’, 2017, Jean-Pierre De Donder, in eigen beheer uitgegeven, kostprijs 20 euro. Er zijn op dit ogenblik alleen nog boeken te verkrijgen bij de Standaard boekhandel op de Dendermondse Oude Vest. Het boek over de KAV Dendermonde is bij hem wel nog te bestellen en kost 60 euro. Zijn mailadres is: : fa510717@skynet.be. Zijn rekeningnummer is BE54363526007697.

2) De Dendermondse kunstschilder Franz baron Courtens is overleden in Brussel in 1943. In 2018 viert men in de stad met allerlei activiteiten, waaronder een tentoonstelling, het feit dat hij 75 jaar terug gestorven is.

Eerder liep rond dit evenement al een expositie met een 120 werken van hem in het cultureel centrum van Moeskroen, het Centre Marius Staquet. Deze is al wel voorbij. Een aantal van zijn werken zijn te bezichtigen in het overdag steeds te bezoeken Dendermondse stadhuis.

Naar oplossing Bende van Nijvel?

Ongelooflijk maar waar, er lijkt nu toch een doorbraak in zicht voor het dossier van de Bende Van Nijvel, de bende aanslagplegers die in een ware golf van terreur van 1982 tot 1985 28 doden maakte en vele zwaar gewonden. Christiaan Bonkoffsky, een reeds lang bij specialisten van het dossier bekende naam, zou nu de beruchte reus van die Bende van Nijvel zijn. Deze overleed in 2015 en zou kort voor zijn overlijden aan zijn broer bekend hebben die reus geweest te zijn.

Gladio

Alle voor zover tot heden bekende gegevens lijken dit ook te bevestigen. Bovendien was de man voorheen lid van de later ontbonden antiterreureenheid van de gendarmerie Diane, later omgedoopt tot Speciaal Interventie Eskadron (SIE). Christiaan Bonkoffsky kende dus hun werkmethodes.

2phDDU8

Christiaan Bonkoffsky is volgens vele getuigenissen de zogenaamde reus uit de Bende van Nijvel. De man eindigde als een marginale dronkenlap in de goot. Uit wroeging over wat hij ooit had gedaan en hoe zijn vermoedelijke opdrachtgevers hem desondanks behandelden? Links de robotfoto en rechts de man in carnavalsplunje.

Voor vele kenners van het dossier rond de Bende van Nijvel was een deel van hun harde kern immers afkomstig uit die groep Diane. Alleen praktisch zij immers kenden de wapentechnieken die door de bende bij hun aanslagen werden toegepast. Ze beheersten ook de knepen van het vak om steeds te ontsnappen aan hun onderzoekers. Zelfs hun vroegere baas en oprichter van de groep Diane was die mening toegedaan.

Bovendien was reeds lang de algemeen theorie dat zij in hogere kringen bescherming genoten. Daarbij werd vooral verwezen naar Gladio, een netwerk van geheime en bewapende figuren die ondergronds moesten werken. Waarbij vooral de Belgische militaire veiligheidsdienst AIVD en de NAVO instonden voor zowel de opleiding, bewapening als de begeleiding. En wie NAVO zegt denkt aan de VS.

Voor velen was dit of de voorbode van een staatsgreep of een poging om een zogenaamd sterke staat te installeren waarbij politie en bepaalde militairen voor of achter de schermen aan zoveel mogelijk touwtjes trokken. Ook in Turkije, Italië en Luxemburg grepen dergelijke veelal dodelijke acties plaats. Waarbij de Turkse generaal Kenan Evren op 12 september 1980 na jaren van terreur een militaire dictatuur kon installeren.

Vielsalm

Bijna zeker is dat in al die gevallen Amerikaanse steun een cruciale rol speelde. Zo was er in die periode de fameuze aanval op de basis van de Ardeense Jagers in Vielsalm waarbij men stelt dat leden van de Amerikaanse Special Forces een bewaker neerschoten en er wapens ontvreemden.

Wapens die nadien in Frankrijk deels bij de ‘linkse’ terreurgroep Action Directe werden teruggevonden. Action Directe was officieel een ultralinkse groep die nauwe banden had met de Belgische Cellules Communistes Combattantes (CCC), ook een zogenaamd ultralinks groepje die in diezelfde periode als de Bende van Nijvel eveneens aanslagen pleegde. Action Directe en de CCC hadden trouwens ongeveer het zelfde logo.

Eerst schreef de Nijvelse procureur des konings Jean De Prêtre de zaak toe aan ordinair banditisme en werkte hij alle onderzoeken in een andere richting brutaal tegen. Tot woede van vele gerechtelijke onderzoekers en bepaalde persmensen. Daar wees men al snel richting kringen bij de rijkswacht.

Bovendien hadden de overvallers amper interesse in een buit en wilden ze duidelijk de bevolking angst aanjagen. Daarom die aanvallen op een vrijdagavond op supermarkten als er veel volk aanwezig was. Gaan winkelen bleek plots een levensgevaarlijke zaak. Verder werd er ondanks de vele aanslagen nooit enig spoor gevonden van de daders. Wat bescherming doet vermoeden en het werk van insiders en specialisten.

De Delhaize in Eigenbrakel die op 27 september 1985 door de bende brutaal werd overvallen. Met als resultaat 8 doden waaronder een kind van 14 jaar en een buit van een schamele 388.000 frank (9.620 euro).

Nu 32 jaar na de laatste feiten komt zo te zien eindelijk het definitieve bewijs boven tafel dat de Bende van Nijvel en de groep Diane elkaar tot op zekere hoogte overlapten. Wat terreur moest bestrijden bleek zo te zien deels zelf terreur te veroorzaken.

Staatsgreep

Daarbij is de getuigenis belangrijk van Marc Van Damme, zoon van Willy Van Damme, toen de uitbater van café Tijl in de periode dat Christiaan Bonkoffsky er regelmatig zat. Die stelde dat Bonkoffsky een staatsgreep nodig achtte. Marc Van Damme gaf zijn informatie in 1998 al anoniem aan het gerecht door maar voelde zich nadien afgeluisterd en gevolgd en werd bang. En het gerecht negeerde zo te zien deze info. Nooit ondervroeg men Bonkoffsky.

De vraag is of er nog meer bewijs boven tafel zal komen en of we de namen van de andere bendeleden zullen leren kennen. Cruciaal is echter te weten wie hun bevelhebbers waren en de opdrachtgevers. Christiaan Bonkoffsky is immers een simpele uitvoerder. Misschien zitten die namen in het archief van de militaire veiligheid, de AIVD. Een dienst die steeds op goede voet leefde met hun Amerikaanse collega’s.

Het ganse verhaal toont hoe machtig de ‘staat binnen de staat’ in België wel is. Ministers, parlement en de Comités P en I en eventueel magistraten en politielui mogen doen wat ze willen. Men zorgt er steeds voor dat ze nergens geraken, minister van Justitie of Binnenlandse Zaken, het doet er niet toe. Men lacht hen achter de schermen desnoods gewoon uit.

Chrtistiaan Bonkoffsky in Café Tijl

Dendermondse carnavalisten gezellig onder elkaar in café Tijl zot te doen niet beseffend wat voor een figuur er zich in hun midden bevond. De schok bij hen is dan ook enorm geweest.

De recente golf van aanslagen door allerlei salafistische groepen kadert praktisch zeker in hetzelfde verhaal, het is de Bende van Nijvel 2. Ook nu weer wil men de Belgen, of Fransen en anderen, bang maken en hen allerlei maatregelen doen aanvaarden die de controle op hun doen en laten enorm doen toenemen.

Met camera’s die een gelaat of nummerplaat herkennen, stofzuigers die doorseinen wat er in de huiskamer van Jan Modaal gebeurt en televisietoestellen die afluisteren en de zenderkeuze en programmavoorkeur doorzenden naar… Wie feitelijk? Big Brother is al gearriveerd en machtiger dan ooit tevoren. Zie Facebook, Google, etc… niet toevallig allen Amerikaans.

Militaire achtergrond

Christiaan Bonkoffsky is een telg van een Poolse voorvader die in het begin van de achttiende eeuw naar Dendermonde kwam als militair in dienst van de Habsburgse vorsten. (1) Dendermonde was immers een garnizoensstad. En die militaire traditie werd ook nadien in eer gehouden.

Zo was François Bonkoffsky, vader van Christiaan, tijdens de Duitse bezetting in WOII lid van het Geheim Leger en nadien beroepsmilitair. En de vroegtijdig overleden oom Luc en broer van François was dan weer bij de Dendermondse politie. Een man met trouwens een goede reputatie in de stad.

Ironisch is het feit dat Christiaan Bonkoffsky afkomstig was uit de Dendermondse Greffelinck. In datzelfde straatje woonde ook de vroeg overleden substituut procureur Willy Acke die tot zijn zelfmoord – Voor velen een verdachte zaak – er woonachtig was en met onderzoeksrechter Freddy Troch het onderzoek leidde. In wezen hoefde hij voor zijn reus dus niet echt ver te zoeken. Bi de buur eens aankloppen.

In Dendermonde was hij erg actief bij eerst de scouts en daarna de carnavalsvereniging de Tijlvrienden waar hij ondervoorzitter was en met als stamkroeg het toen populaire café  Tijl van stads- en naamgenoot Willy Van Damme.

Een na de overval in Aalst zwaar beschadigde Aalsterse politieauto. Christiaan Bonkoffsky eindigde zijn carrière bij die Aalsterse politie.

Geen verbazing dat men er in het milieu van de Dendermondse carnavalisten door het nieuws zwaar geschokt was. “Hij vertelde wel eens dat hij straffe dingen kon doen maar dat leek ons toen eerder een soort van grap”, klinkt het bij een oude carnavalsvriend. “De man kon als het er op aan kwam bij een caféruzie een man zo tegen de muur kletsen”, stelt een vroegere Dendermondse collega.

Ondertussen heerst er bij bepaalde kennissen van de man, waaronder de vroegere carnavalisten, een grote woede over een bepaalde pers en de sociale media die er niet voor terugschrikken, aldus een betrokkene, om mensen woorden in de mond te leggen die men niet eens heeft uitgesproken.

Een vroegere vriend carnavalist promoveerde men op het internet zelfs al bijna tot lid van de bende. Ja want hij was….rijkswachter geweest en condoleerde in 2015 de overleden vroegere gewezen vriend.

Zelfs Dendermondse naamgenoten van Christiaan Bonkoffsky waaronder zelfs kinderen worden zo al in de sociale media met de vinger gewezen en beklad. Grenzen zijn er hier zo te zien niet meer. Roddel en laster lijken wel de regel. De riool is opengetrokken en de ratten lopen vrij rond.

Hilde Geens

Voor Hilde Geens (2) is er blijkbaar weinig echt reden voor optimisme in de zaak. Hilde Geens was een van de weinige journalisten die zich professioneel op de zaak gooiden. Ze schreef er ook veel over in tijdschriften als Humo en in een boek over de manipulaties en flaters in dit dossier.

Hilde Geens

Hilde Geens is zeer sceptisch wat betreft het gerechtelijk onderzoek naar de Bende van Nijvel. Voor haar kunnen historici zoals bij de zaak van de moord op Julien Lahaut eventueel voor een oplossing zorgen.

Hilde Geens: “Er is in dit dossier al van bij de eerste overval in september 1982 bij wapenhandelaar Daniel Dekaise in Waver sprake van manipulaties, en dat is er niet op verbeterd. En als we zien dat men er na 32 jaar nog niet in slaagde zelfs maar een dader te arresteren hoe kan men dan verwachten dat men de regisseurs zou kunnen identificeren? En dan hebben we het nog niet over de mannen die hen inhuurden. Neen, ik ben niet optimistisch. Een goed idee is dat wat de historici Emmanuel Gerard en Rudi Van Doorslaer dit weekend opperden in De Standaard. Zij stelden hier de aanpak te gebruiken zoals bij het dossier van de eveneens nooit opgeloste rakende moord uit 1951 op parlementslid en CP-leider Julien Lahaut. Die historici konden wel de daders identificeren wat het gerecht nooit lukte.” (3)

Ook wist men al jaren van de mogelijke betrokkenheid van Christiaan Bonkoffsky en pas op vrijdag 20 oktober ondervroeg men zijn vroegere echtgenote. Maanden nadat de broer van Christiaan met zijn verhaal naar het gerecht was gestapt. Gerommel in de pers dreef hen blijkbaar in die richting. Echt (sic) kwaliteitsvol politiewerk dus.

De indruk is daarom dat ook deze huidige onderzoekscel er een soep van maakt. Bewust? En wie gaat nu nog een magistraat of politieman in deze zaak geloven? Debielen? Ook voor diegenen in die milieus die het goed menen en hard werken is dit een drama. Men sleurt hen mee het modderbad in.

Willy Van Damme

1) Op het einde van de zeventiende eeuw verzwakt de positie van Polen sterk en komt er zelfs een Saksische vorst aan het bewind. Waarna vrij snel het land als onafhankelijk natie ophoud te bestaan en men het verdeelde tussen Oostenrijk, Rusland en later Duitsland. Dit tot in 1917-1918 wanneer als gevolg van de nederlaag van Oostenrijk-Hongarije en Duitsland en de Russische revolutie Polen met Frans-Britse steun terug onafhankelijk kan worden.

Gelijktijdig heerst er rond 1700 in onze regio toen een oorlog rond de opvolging van de Spaanse troon waar Karel II de bezittingen overlaat aan een kleinzoon van Lodewijk XIV die echter alles voor zichzelf wil hebben. Waarna er tussen Frankrijk en de alliantie van de Nederlandse republiek, het Verenigd Koninkrijk, Oostenrijk en Beieren een langdurige oorlog losbarst. Die oorlog duurt tot de Vrede van Utrecht uit 1713-14.

Waardoor onze regio in handen valt van de Oostenrijkse Habsburgers. De Oostenrijkse Habsburgers hadden hier dus veel militairen nodig. Bij de Vrede van Utrecht creëerde men ook het Barrièreverdrag van 1715 dat tot 1781 duurde en waarbij een aantal steden waaronder Dendermonde een Nederlands en Oostenrijks garnizoen kregen. De eerste Oostenrijkse vorst voor het latere België was Karel VI. In die periode krijgt ook de naam België geleidelijk ingang onder de intelligentsia.

Hilde Geens - Beetgenomen - De Bende Van Nijvel

In beetgenomen geeft Hilde Geens vele voorbeelden van de machinaties van dit dossier met als ultieme bedoeling dat men de daders nooit zou vinden.

2) Op 4 augustus 2013 werd hier het boek van journaliste Hilde Geens besproken. Gelijktijdig verscheen er ook een gesprek hierover met haar. Het boek ‘beetgenomen’ gaat over het falen van het gerecht in de zaak en de blijkbaar bewuste sabotage van het onderzoek. Het verscheen in 2013 bij uitgeverij Manteau.

3) Ook in dit onderzoek van die historici werd verwezen naar allerlei politiek als rechts bestempelde milieus verbonden met mensen uit de VS die Lahaut en zijn CP definitief uit de machtscentra wilden verdrijven. Geheime netwerken met een crimineel karakter. Waarbij allerlei politionele en gerechtelijke manipulaties de enquête naar die moord eveneens saboteerden.