Een Romeinse woonkern in Baasrode

De recente archeologische opgravingen op zoek naar vroegere bewoning aan de Molenberg in Baasrode hebben onverhoopt succes opgeleverd. Waar men vooraf alleen hoopte in het beste geval wat voorwerpen uit het stenentijdperk te vinden werden er bij het vooronderzoek sporen ontdekt van een potstal en bewoning daterende uit de Romeinse periode. Maar er bleek meer. Veel meer.

Meerdere gebouwen

Zo werden drie hoofdgebouwen daterend uit vermoedelijk de tweede eeuw (100 tot 200 jaar na Christus) gevonden met verder ook een zogenaamde potstal. Dat is een stal waar mest werd opgepot waarbij men na een zekere tijd dit mest op de grond uitstrooide.

De woningen waren ongeveer 8 à 10 meter breed en hadden een lengte van 12, 13,5 en 15 meter. Van die woningen zelf werden alleen nog sporen in de grond aangetroffen.

Houtresten werden niet opgegraven. Volledige houten structuren zijn dan ook niet ontdekt aangezien organisch materiaal vaak niet goed bewaard blijft. Wel werden er in de sporen nog houtskool gevonden.

DSC_0959

De archeologen hebben op de Molenberg in Baasrode de restanten van een uit de tweede eeuw daterende Romeinse woonkern opgegraven. Hier komen in een later stadium een serie woningen en een sporthal voor de dansclub Moving.

De dragende structuren van die gebouwen steunden immers op zware palen wat, zeggen specialisten, klassiek is voor die Romeinse periode. Die palen zijn nu wel alleen nog via verkleuringen in de grond zichtbaar. Wat nog wel toelaat om zo de afmetingen te bepalen van deze gebouwen.

Vermoedelijk betreffen het hier woningen van landbouwers. Naar alle waarschijnlijkheid kan men dus stellen dat hier toen een woonkern was. Daarnaast werden op deze site ook nog een andere potstal gevonden, twee bijgebouwen en enkele lineaire structuren waarbij wellicht slechts een deel van de bijgebouwen bewaard zijn gebleven.

Bovendien werden sporen van 7 spiekertjes aangetroffen. Dat zijn kleine gebouwtjes op palen die dienden om o.m. hooi te bewaren zodat deze droog bleven en om wilde dieren af te houden.

Verder zijn er nog stukken van maalstenen en twee waterputten ontdekt. Gezien de hoge waterstand dienen die eerst door middel van bemaling droog te komen voor men die zal onderzoeken.

Veel aardewerk

Hier hoopt men ook nog andere gebruikswaar terug te vinden en eventueel ook houten structuren. Dit omdat een waterput vaak wel de juiste natte omstandigheden biedt voor de bewaring ervan. Maar hiervoor is het dus nog eventjes wachten op drogere tijden.

Zoals men na het vooronderzoek al kon verwachten werden in de potstal veel fragmenten van aardewerk ontdekt zoals Romeinse dakpannen (tegula en imbrex), stukken van amforen en andere voorraadpotten, grote natuurstenen en terra sigillata en terra negra, zwarte keramiek. Het toen betere aardewerk.

Ook werden in deze zone op de Molenberg fragmenten van zogenaamde dolia gevonden. Dat zijn grote voorraadpotten die vooral dienden om landbouwproducten te bewaren zoals granen, olijfolie en wijn.

Ze werden ook gebruikt bij het transport via onder meer schepen. In die ontdekte stallen zijn er ook beenderresten ontdekt van dieren. Indien deze niet te fragmentair blijken kan eventueel na verder onderzoek de betrokken diersoort nog achterhaald worden.

Er werden ook stukken aardewerk ontdekt waarvan het duidelijk is dat het gaat om geïmporteerde types uit bijvoorbeeld en Maas- en het Rijnland waar de Romeinen toen zeer stevig genesteld waren.

Wel zijn er geen menselijke resten ontdekt. En dat werd ook niet verwacht. Ook is er behoudens wat nagels en een stuk van een mes niets van metaal bovengehaald. Ook geen munten of glaswerk. Mogelijks zullen de waterputten hier meer opleveren.

DSC_0836

Restanten van op de Baasroodse Molenberg ontdekte Romeinse dakpannen. Merk op dat deze twee stukken qua kleur anders zijn en dus een andere afkomst hebben. Romeinse dakpannen (tegula’s) hadden een groot vlak gedeelte en een klein opstekend stuk. De imbrex, een half cilindrische dakpan diende dan om twee tegula’s met elkaar te verbinden. Dit zijn stukken van tegula’s. Ze waren bovendien heel dik en daarom zwaar.

Vraag is natuurlijk in hoeverre er bijvoorbeeld in de omgeving ook een pottenbakkerij was alsmede een smidse. Vlakbij in Lebbeke zijn er wel sporen van een nog meer Romeinse aanwezigheid gevonden en mogelijks zelfs een heiligdom. Want dit laatste is een vast onderdeel van elke vroegere beschaving.

In 1788 werden er volgens historische bronnen in Baasrode sporen van Romeinse brandgraven met munten, sierraden en verbrand aardewerk gevonden. Die zaten blijkbaar op een 7 meter diep en houden mogelijks verband met het turfsteken vlakbij het Broek. Het verhaal die dit situeert aan de Rosstraat wordt door Bart De Bondt als foutief gezien.

Logische vondsten

Al die vondsten moeten nu door specialisten nog verder onderzocht worden. Met onder meer als vraag hoe raakte dat soms zeer zwaar aardewerk in Baasrode? Waarschijnlijk gebeurde dat via de Schelde waar er in de Romeinse periode in Rumst een marinebasis was. Een bewijs hiervoor zal echter vermoedelijk niet gevonden worden.

Zowel voor historicus Bart De Bondt als voor Luc Vermeiren, een Lebbeeks amateurgeschiedkundige die veel werk verrichte rond zijn gemeente alsmede de Romeinse kadasterindeling op Europees vlak, zijn deze vondsten niet echt verrassend. “Onze streek was toen al een landbouwgebied met woonkernen daar waar er nu dorpen, gemeenten en steden zijn”, aldus Luc Vermeiren.

En voor Bart De Bondt was deze plek een later al gerooid stuk bos dat diende voor landbouw met vlakbij een weg op ongeveer 200 meter van de Schelde. Ook voor hem is deze vondst niet echt verrassend. Naar hij stelt werd dit gebied (Gou)roth genoemd waarbij roth staat voor een gerooid stuk bos.

Dolia

Voorbeelden van dolia, zeer grote Romeinse voorraadpotten waarvan er in Baasrode fragmenten werden ontdekt.

Bart De Bondt: “De site is vlak naast een Gallo-Romeinse kouter (1) gelegen, in de onmiddellijke nabijheid van een Romeinse streekbaan, de huidige Driehuizen. Vermoedelijk kunnen we deze nederzetting situeren aan de rand van een uitgestrekt bos. Dit valt te verklaren door de vele middeleeuwse rooi-toponiemen, die zich in beperkte mate rond de site bevinden, en welke naar het zuiden toe zo talrijk aanwezig zijn dat duidelijk een verbinding met Buggenhoutbos werd gemaakt.”

Puzzelstukken

Voor De Bondt had dit gebied zelfs een eigen benaming: “Het bos aan deze archeologische site werd na het rooien het (Gou)roth genoemd. Dat is trouwens de oorsprong van de naam Rosstraat in de gemeente, zijnde de moderne verbastering van de aloude benaming Rotstraat”, zegt historicus Bart De Bondt nog verder. Deze specialiseert zich al jaren in de historiek van de Scheldegemeente.

DSC_0785

Bart De Bondt, als historicus de ongeëvenaarde kenner van het Baasroodse verleden, is niet verwonderd over deze vondsten op de Molenberg.

Voorheen werden er op het industrieterrein Hoogveld en op de site van het Oud Klooster, beiden in Sint-Gillis-Dendermonde, bij opgravingen reeds belangrijke vondsten gedaan uit de Gallo-Romeinse periode en die van de Merovingers. Op het Hoogveld zijn zelfs restanten uit de bronstijd opgegraven. Maar een woning zelf werd tot heden in de stad nergens gevonden.

De vondst van deze kleine woonkern in de Dendermondse deelgemeente Baasrode is een nieuw stukje van de puzzel die ons verleden is. Het is ook de eerste maal dat hier in Dendermonde woningen werden ontdekt. De bewoning in Baasrode is dus veel ouder dan men dacht maar gezien haar ligging hoeft dat niemand te verbazen.

Willy Van Damme

1) Het woord kouter komt uit het Latijnse cultura en slaat op een gebied dat via het rooien van bomen bruikbaar was gemaakt voor de kweek van landbouwgewassen.

Gallo-Romeinse hoeve in Baasrode

Bij het graven van proefsleuven op een terrein in de Dendermondse deelgemeente Baasrode werden recent restanten gevonden van een hoeve uit de Gallo-Romeinse periode daterend van de 2de tot de 3de eeuw.

Ook een er ontdekte kuil met vermoedelijk sporen van menselijke aanwezigheid uit de ijzertijd, mogelijks de Keltische periode dus voor de komst van de Romeinen, zal onderzocht worden.

Geglazuurd aardewerk

Het betreft hier overblijfselen van de aanwezigheid van wat men noemt een potstal met daarbij geglazuurd aardewerk afkomstig uit het Maas- of Rijngebied en daterend uit de 2de tot de 3de eeuw. Wat toont dat er in die periode ook hier sprake was van handel t verafgelegen gebieden.

Potstallen zijn stallingen voor dieren waarbij het mest de vloer bedekt en regelmatig wordt aangevuld met daarbij stro. Waarbij dit door de dieren aangestampt mest na verloop van tijd op het land wordt uitgestrooid. Normaal waren potstallen een onderdeel van de woning waarbij dieren er samenleefden met de mensen.

De onderzoeken zijn een gevolg van de plannen van de NV IPON, een bouwfirma uit Temse, voor de bouw in Baasrode van een zestien woningen en een vrij omvangrijke hal

Deze opgravingen komen er omwille van het EU-verdrag van Malta van 1992 dat verplicht dat telkenmale de grond bij geplande bouwwerken dreigt verstoord te worden men voorafgaand een archeologisch onderzoek moet doen. Dit betreft in essentie bij grote verkavelingen, de aanleg van industrieterreinen, dijkwerken en wegenaanleg.

Dit heeft in België geregeld voor soms spectaculaire vondsten gezorgd en ons meer inzicht verschaft in het verleden van het land. Als gevolg hiervan werden in november vorig jaar in Baasrode op het te bebouwen terrein een ganse serie proefboringen gedaan en sleuven gegraven waarbij dan resten van een hoeve met potstal en geglazuurd aardewerk uit ergens tussen de tweede en de derde eeuw werden ontdekt.

Gouroth

Het gevolg is natuurlijk dat men recent begonnen is met het verder onderzoeken van de ondergrond op deze site. Daarvoor werd vorige week reeds de toplaag verwijderd. Opvallend is dat men vooraf bij het eerste erg oppervlakkig onderzoek en zich alleen baserend op allerlei documenten hier hooguit resten van menselijke aanwezigheid uit de steentijd dacht te vinden.

DSC_0778

De archeologische site maar zonder toplaag zoals ze er vorige week bijlag. Om de komst van allerlei met metaaldetectoren gewapende schattenjagers te vermijden is de bewuste plek zowel in het artikel als op de foto onherkenbaar gemaakt.

Dat bleek dus fout maar geen onlogische inschatting. De site ligt immers op een 300 meter van de Schelde waar voorheen in onder meer het gehucht Vlassenbroek, gelegen pal aan de Schelde, stenen werktuigen uit die periode van kort na de laatste ijstijd werden ontdekt.

Bovendien was er na de achttiende eeuw op dit terrein blijkbaar geen sprake meer geweest van enige bebouwing. Alleen op de Ferrariskaart gemaakt tijdens de Oostenrijkse periode van 1771-1778 werd er een heel beperkte bebouwing opgemerkt. Maar echt verrast door deze vondst is de lokale historicus Bart De Bondt niet.

Bart De Bondt: “Die Ferrariskaart bevat vele fouten en zou men feitelijk niet meer mogen gebruiken. Ook hier klopt het niet en plaatste men een gebouw verkeerdelijk op die plek die men nu onderzoekt. Er bestaan voor dit terrein oudere en betere kaarten en ook documenten uit de zeventiende en zestiendeeeuw en die tonen dat dit toen onbewoond was.”

Lodewijk 1 de Vrome

Bart De Bondt: “De site is vlak naast een Gallo-Romeinse kouter (1) gelegen, in de onmiddellijke nabijheid van een Romeinse streekbaan (de huidige Driehuizen). Vermoedelijk kunnen we deze nederzetting situeren aan de rand van een uitgestrekt bos. Dit valt te verklaren door de vele middeleeuwse rooi-toponiemen, die zich in beperkte mate rond de site bevinden, maar naar het zuiden toe zo talrijk aanwezig zijn dat duidelijk een verbinding met Buggenhoutbos werd gemaakt.”

Voor De Bondt had dit gebied zelfs een eigen benaming: “Het bos aan de archeologische site werd na het rooien het (Gou)roth genoemd. Dat is trouwens de oorsprong van de naam Rosstraat in de gemeente, zijnde de moderne verbastering van de aloude benaming Rotstraat”, zegt historicus Bart De Bondt nog verder. Deze specialiseert zich al jaren in de historiek van de Scheldegemeente.

Voorheen werden er op het industrieterrein Hoogveld en op de site van het Oud Klooster, beiden in Sint-Gillis-Dendermonde, bij opgravingen reeds belangrijke vondsten gedaan uit de Gallo-Romeinse periode en die van de Merovingers en op het Hoogveld zelfs restanten uit de bronstijd opgegraven. Maar een woning zelf werd tot heden in de stad niet gevonden.

Abdij van Elnon

Baasrode werd als Baceroth – Het had in het verleden meerdere namen waaronder ook Bassarode – (2) in 821 voor het eerst genoemd in een oorkonde van Lodewijk I de Vrome, toen keizer van het Heilig Roomse Rijk.

Deze was de zoon van keizer Karel De Grote, die in 821 de eerdere schenking  van het domein aan de abdij van Elnon in Saint-Amand-les-Eaux en gelegen aan de Schelde, in deze oorkonde bevestigde.

Samen dan met het huidige Sint-Amands-aan-de-Schelde, Ouden Briel (nu Buggenhout), Mariekerke en Branst. Nadien werd Baasrode eigendom van de Heren van Dendermonde die ergens in de tiende eeuw de stad hebben gesticht.

DSC_0783

Bart De Bondt kent de site historisch goed en stelt: “Deze plek lag in de vroege middeleeuwen vlak naast een Gallo-Romeinse landbouwzone, op de rand van een uitgestrekt bos dat tot Merchtem reikte. De eigenlijke bewoningskern was vermoedelijk in de buurt van het huidige Baasrode-centrum gelegen.

Baasrode was als Baceroth in de Frankische periode eigendom van de abdij van Elnon in Saint-Amand-les-Eaux aan de Schelde in wat nu Frankrijk is. Het omvatte toen ook Sint-Amands-aan-de-Schelde en Den Briel (Kuitelgem), nu Ouden Briel en een deel van de gemeente Buggenhout. Ook Mariekerke en Branst (een deel van Bornem) behoorden tot dit domein.

Deze benedictijnenabdij was ergens tussen 633 en 639 gesticht door de monnik Amandus en kreeg later de naam van haar stichter. Met hulp van de Merovingische vorsten, vooral Dagobert I, richtte hij op vele plaatsen nieuwe abdijen op en liet kerken bouwen. Hij speelde een sleutelrol in de kerstening van deze regio.

Dendermonde zelf werd ergens in de tiende eeuw gesticht, na de periode dus van de Vikinginvallen en viel oorspronkelijk binnen het Heilig Roomse Rijk van de Frankische keizers maar viel ook onder het gezag van de Sint-Baafsabdij in Gent. De Heer van Dendermonde was namelijk eveneens voogd van deze abdij.

De stad ging bij de aanhechting van dit gebied tussen Schelde en Dender dat dan samen met o.m. Aalst in 1050 over naar de Graaf van Vlaanderen en kreeg de naam Rijks-Vlaanderen.

Het was dat deel van de Graaf van Vlaanderen welke hij in leen had van de Duitse Roomse Keizer. Baasrode werd dan later, los van Mariekerke, Sint-Amands-aan-de-Schelde, Branst en Weert, een deel van het land van Dendermonde.

Wat aan dit dossier wel ergerlijk is is het feit dat het project gekend staat als Baasrode-Kier maar elders in Baasrode ligt. Waarbij men bovendien in een nota Baasrode plaatst in de provincie Antwerpen. Het doet niets af aan het onderzoek ten velde zelf maar is wel zeer storend.

Willy Van Damme

1) Het woord kouter komt uit het Latijnse cultura en slaat opeen gebied dat bruikbaar was gemaakt voor de kweek van landbouwgewassen.

2) Rode slaat op gerooid stuk bos. Over Bassa of Bace bestaan twijfels. Mogelijks slaat het op gerooid bos maar zeker is dat niet.

Wij vragen concentratiekampen–Vlaams-Nationalisten

Dezer dagen is het allemaal Auschwitz dat de klok slaat. Natuurlijk aangevoerd door Israël en haar bondgenoten die van de gelegenheid nog maar eens gebruik maken om in het Midden-Oosten de oorlogstrom nog wat luider te laten klinken. Een meer dan schandelijk schouwspel waar onze regeringen binnen de EU volop aan meewerkten en waarbij zij nadien zelfs geen vragen stelden of opmerkingen maakten.

Er waren echter ooit andere tijden toen men hier opriep om meer concentratiekampen te bouwen zoals dit pamflet uit de tweede wereldoorlog bewijst. Toen riepen Vlaams nationalisten zelfs op tot …. meer concentratiekampen waar men de ‘vijanden’ dan eens zou leren wat honger is.

De helden

Het dateert van 8 maart 1941 en werd in Dendermonde verspreid door de Nationaal-Socialistische Voorlichtingscentrale met adres Dijkstraat 3 en gelegen in het stadscentrum.

In diezelfde straat werden in deze periode enkele verzetsstrijders, Dendermondenaars, Vlamingen en Belgen, opgepakt en nadien doodgeschoten door de Duitsers. Het huidig stadsbestuur van CD&V en N-VA liet er eind vorig jaar ter herinnering struikelstenen plaatsen.

Of die uit de Dijkstraat 3 bij het horen van die moord op hun buren juichten weten we niet. Maar het zal wel zo zijn. Het toont nogmaals de diepten waar het Vlaams nationalisme toen en nog decennia nadien in verkeerde.

Verzetsstrijders werden in bladen als De Standaard en ‘t Pallieterke nog tientallen jaren uitgescholden. Beledigingen waren er schering en inslag.  En diegenen die ooit riepen om nog meer concentratiekampen waren er de dappere Vlamingen, de helden.

20191003_113537

Een pamflet van Vlaams nationalisten uit maart 1941 dat aan duidelijkheid weinig te wensen overlaat. Leve de concentratiekampen! Hun Vlaanderen moest geheel ten diensten staan van Nazi-Duitsland en er desnoods zelfs voor sterven. Het duurde nog bijna 80 jaar voor sommigen binnen de N-VA zich hiervoor in het openbaar verontschuldigden. Bij het Vlaams Belang is het nog steeds wachten. De ‘liefde’ voor Vlaanderen noemt men dat.

Nog recent schreef men op een tentoonstelling over Cyriel Verschaeve als zijnde een voorname Vlaming. Een man die in zijn liefde voor Hitler luidkeels vanop zijn kansel riep om het bloed van al diegenen die het fascisme en Hitler ’s Duitsland bestreden. In Breendonk (!), gekend om zijn concentratiekamp, is er zelfs een straat naar die zware misdadiger genoemd. Met dank aan CD&V.

Wat in dit pamflet ook vooral opvalt is dat men toen in maart 1941 het al volop had over wat moest gebeuren met de Sovjetunie. Zo schrijft men in dit pamflet: “Nemen wij het geval Rusland. Alle mannen, min dan 40 jaar oud, zijn opgeroepen om de kommunistische bloedhonden naar de keel te grijpen.” Duitsland had dus Belgisch kanonnenvlees nodig.

Met andere woorden iedereen die kon lezen wist toen al in maart 1941 dat de oorlog van Duitsland tegen de Sovjetunie nakend was. Operatie Barbarossa, zoals die invasie noemde, begon drie maanden later op 22 juni 1941 maar werd al van in de zomer van 1940 voorbereid en kreeg in december haar concrete vorm.

In het begin leek de Duitse opmars een groot succes en rukte men op tot aan de poorten van Leningrad (nu Sint-Petersburg) en Moskou. Daar stopte in december 1941 de opmars en een jaar later was het voor goede waarnemers duidelijk dat Duitsland ging verliezen.

In hoeverre was de Sovjetunie verrast door de inval en was er daarom in het begin amper weerstand? Of liet men zoals eerder met Napoleon Duitsland oprukken en zo in de val lokken?

Willy Van Damme


Naschrift

Gisterenavond heeft de gemeenteraad van Puurs-Sint-Amands besloten om voor de Cyriel Verschaevestraat een nieuwe naam te zoeken. Dit op voorstel van Groen. De gemeente heeft een absolute meerderheid van CD&V met als burgemeester Koen Van den Heuvel, de minister van o.m. Leefmilieu in de vorige Vlaamse regering. N-VA en het Vlaams Belang stemde tegen. Maar dat laatste wekt niet echt verbazing. Helden blijven helden.

Voor een nieuwe naam is het nog wachten. De straat ligt vlakbij het Fort Van Breendonk een vroeger onderdeel van de fortengordel rond Antwerpen welke tijdens de tweede wereldoorlog werd omgevormd tot een zeer berucht concentratiekamp waar Duitse en Belgische beulen folterden en doden naar believen.

Het Fort van Breendonk is nu een erfgoedsite die herinnert aan die bloedige periode. Een aantal van die kampbeulen kregen na de oorlog effectief de doodstraf. Puurs-Sint-Amands was samen met Lanaken en Kortrijk (Marke) de laatste gemeente waar er een Cyriel Verschaevestraat was. Lanaken en Kortrijk schrapten die naam al eerder.

Dendermonde en Ros Beiaard–Knettergek?

 

Stilaan maar zeker gaat het enthousiasme over de voor 24 mei 2020 geplande Dendermondse Ros Beiaardommegang in de stad steeds meer in crescendo. Ze lijkt merkwaardig genoeg zelfs in deelgemeente Baasrode naar ongekende hoogte te gaan. En daar staat men al eeuwen vijandig tegenover de stad. Het lijkt wel of alle verenigingen, vele lokale bedrijfjes en gewone stadsbewoners in de ban zijn geslagen van die passie voor ‘ons peird’ zoals men het Ros Beiaard lokaal veelal omschrijft.

Al zeker een bijna 600 jaar oude traditie

Het Ros Beiaard slaat op een Frankische sage uit de periode van keizer Karel de Grote (742-814) en het riddergeslacht Aymon met het paard Beiaard (Bayard) waarbij Reynout, de oudste zoon van Aymon, na een geschil met de keizer als zoenoffer zijn paard in de rivier laat verdrinken. Hier in Dendermonde is dat dan de Dender.

DSCN5955

Het Ros Beiaard gaat met zekerheid straks als bijna 600 jaar door Dendermonde en is dan ook onlosmakelijk verbonden met de ziel van de stad haar inwoners.

Zoals trouwens ook in Ath in Henegouwen waar het paard jaarlijks met kermis wordt losgelaten. In Maastricht en Dinant verdrinkt dat paard dan uiteraard in de Maas. De legende is vrij goed gekend en leeft op veel plaatsen in Nederland, England, Frankrijk – vooral in het Franse zuiden met de stad Montauban – en ook België maar nergens is dit zo intens als in Dendermonde waar al eeuwen een Ros Beiaardommegang plaats heeft.

Een eerste in de stedelijke archieven gevonden stadsrekening over die ommegang dateert van 1461 en de huidige kop van het paard is gemaakt in 1540. Vroeger was er normaal alleen een Ros Beiaardommegang bij speciale gelegenheden zoals op 28 augustus 1807 ter gelegenheid van de verjaardag van keizer Napoléon Bonaparte – die niet opdaagde –  (1) maar tegenwoordig is dat om de tien jaar. En het Dendermondse paard mag ook de oude stad, intra muros, niet verlaten.

Immaterieel werelderfgoed

En wanneer op het einde van de ommegang het paard terug naar zijn staanplaats wordt gedragen dan plegen vele stedelingen een flinke traan weg. Zakdoeken zijn er dan heel populair. Typerend is bovendien dat alle stedelingen of die nu magistraat, ondernemer of een werkloze leefloner zijn even enthousiast zijn over het gebeuren. Het overstijgt de klassen. .

Geen toeval dus dat Unesco, de voor cultuur verantwoordelijke organisatie van de VN, het Ros Beiaard in 2005 uitriep tot onderdeel van het Orale en Immaterieel Werelderfgoed. Iets waar men in de stad uiteraard zeer fier over is.

DSCN5956

Vele uren in zo’n houding op het Ros Beiaard blijven zitten is niet simpel en vergt oefening. Hier de gebroeders Van Damme in 2010.

Woensdag werden dan de nieuwe Vier Heemskinderen aan het publiek voorgesteld. En dat gebeurde niet zomaar. Het moeten immers vier jongens zijn die elkaar opvolgen, in Dendermonde geboren zijn, er steeds gewoond hebben met ouders en liefst ook grootouders die bovendien eveneens in de stad geboren zijn. Ze moeten ook tussen de 7 en de 21 jaar oud zijn.

En met zijn nu 45.000 Dendermondenaars lijkt dat voor een buitenstander misschien een onmogelijke zaak maar ook dit jaar waren er weer vijf gezinnen kandidaat. Met een die zelfs vijf elkaar opvolgende jongens heeft. En niet alle gezinnen stelden zich trouwens kandidaat. En nochtans is heemskind zijn geen gemakkelijke opdracht.

Het is urenlang repeteren, kinesitherapie ondergaan, een ijzeren op maat gemaakt kostuum passen en dragen. En op een hoog en erg groot paard plaats nemen is ook geen sinecure. Het paard weegt namelijk 800 kilogram. De Ros Beiaardommegang duurt enkele uren en je moet blijven zitten. En dan zijn er de vele publieke optredens vooraf. Maar in ruil wordt je in de stad dan wel wereldberoemd.

DSC_0798

De gebroeders Cassiman Maarten, Wouter, Stan en Lander zijn de nieuwe vier heemskinderen voor 2020.

De familie die dit jaar het beste aan de serie criteria van het Ros Beiaardcomité voldeed was de familie Cassiman met de kinderen Maarten, Wouter, Stan en Lander. En zij kregen al direct niet alleen de lokale pers over zich heen maar zelfs de nationale media van VRT en VTM. Een persdrukte die wat de kinderen betrof allemaal leek mee te vallen.

Franki Hervent

Wel blijkt Franki Hervent, de regisseur van de twee optochten, vanaf dit jaar niet meer betrokken te zijn bij de Ros Beiaardommegang. Tientalen jaren lang was deze als hoofd van de Toeristische Dienst de kracht achter de Dendermondse stoeten, de jaarlijkse reuzenommegang Katuit en die van het Ros Beiaard. Hij is de man die Katuit groot maakte tot wat het nu is, een professioneel gemaakte klassieke en erg populaire historische stoet.

Een verdienste die in de stad bij sommigen niet altijd op veel erkenning kon rekenen. Zeker toen hij ooit op de lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen van oud-burgemeester Norbert De Batselier (SPA) ging staan. Waarna men vanuit CD&V een weinig fraaie campagne tegen de man op gang trok.

Wat dan in november 2003 voor het Gentse hof van beroep zelfs eindigde met een opschorting en dus geen straf voor wat een futiliteit was. De symbolische stok waarmee men een hond dacht te moeten slaan.

DSC_0554

Franki Hervent, gewezen regisseur, is niet langer betrokken bij de nieuwe Ros Beiaardommegang. Zijn rol bij de Dendermondse ommegangen wordt definitief overgenomen door Patrick Segers.

De reden voor het stopzetten van de samenwerking is volgens leden van het Ros Beiaardcomité en de Pijnders, de dragers van de reuzen en het paard, vooral de slechte samenwerking tussen hem en de Toeristische Dienst en het secretariaat van het Ros Beiaardcomité die elkaar overlappen.

Moeilijke relatie

Een relatie die eerder al bijwijlen problematisch was en deels met botsende karakters te maken had. Het is een breuk die de Pijnders wel betreuren. “Wij konden altijd op de man rekenen als er problemen waren. Het is spijtig”, klinkt het daar.

Elders ziet men ook een generatiekloof. “Het huidige diensthoofd Patrick Segers is onder hem speciaal aangetrokken als medewerker voor die ommegang. Geleidelijk aan is Patrick uitgegroeid tot de man die het ook kan en weet waarheen hij met die stoeten heen wil. Hervent is de man van het verleden en bovendien al meer dan 12 jaar met pensioen. Deze zomer was de toestand onhoudbaar geworden”, stelde een lid van het Ros Beiaardcomité.

Het nieuws kwam woensdagavond dan ook als een grote schok en velen waaronder burgemeester Piet Buyse wilden er niet veel over vertellen. Het is alsof beide ommegangen hun geestelijke vader verloren en nu onder een nieuw bewind het zullen moeten waarmaken.

En gezien de grote belangstelling van de nationale media – waar voorheen amper interesse was – lijkt dit goed te lukken. En het huidige lokale enthousiasme toont dat eveneens. De kans is echter ook dat dit afscheid zal leiden tot een jarenlange juridische conflict tussen de betrokkenen over allerlei rechten.

Velen dragen hun steentje bij

Ondertussen neemt de gekte voor het paard overal toe. Zo is er de brouwerij Vicaris die speciaal voor de gelegenheid een vlasbier, het Ros Beiaard Feestbier produceerde. “We hebben achter onze brouwerij een braakliggend stuk grond en hebben daarop vlas gekweekt en na een serie experimenten is het ons gelukt om een bier met vlas te maken. Geen vlasbier zoals in Kortrijk waar geen vlas bij te pas komt”, zegt Claire Dilewyns van brouwerij Vicaris.

DSC_0777

Vader Vincent en dochter Claire Dilewyns samen met burgemeester Piet Buyse en de Zeelse Vlegeldorsers en Vlasbewerkers proeven samen van het vlasbier. Een uniek product want nooit voorheen gebruikte immers vlas bij de productie van bier.

Het bier is vrij bitter, blond en bezit een alcoholgehalte van 6,5°. Het wordt bovendien deels artisanaal gemaakt. Zo gebeurde het bewerken van het vlas met de hulp van de Zeelse Vlegeldorsers en Vlasbewerkers een vereniging uit het naburige Zele die zich specialiseert in de oude vlasbewerkingsmethodes.  

Ook koekjesproducent Leo Borms heeft met zijn koekjesfabriek la Confiance een speciaal koekje op de markt gebracht. En dan is er verder o.m. nog Carlos Koffie van Carlos Lijnneel – en man die uren en boeiend kan vertellen over de wondere wereld van de koffieboon – en dochter Bo Lijnneel die een speciale mengeling maakten onder de naam ‘Ros Beiaard koffie’.

Rosse buurten

Opmerkelijk zijn echter de plannen rond de de wijken en deelgemeenten en hun paard waarbij de stedelijke Culturele Dienst, vzw Cirq, acteur en stadsbewoner Dominique van Malder en vele buurtcomités om een eigen soort ommegang maken, Rosse Buurten de Stoet der Stoeten.

DSC_0791

De Orde van de Stalhouders met hun paard, het Peird van den Halt genoemd. Gaat tegenwoordig elk jaar mee in de lokale Bloemencorso. Ook zij hebben hun vier ridders en gaan op 26 april mee in die alternatieve stoet van de Rosse Buurten.

Die gaat uit op 26 april, dus vier weken voor de Ros Beiaardstoet, waarbij de buurten en deelgemeenten ieder hun eigen paard van stal halen en ermee in groep door het stadscentrum trekken.

Veel buurten zoals de wijken het Keur en de Donckstraat en de deelgemeenten Grembergen, Appels, Sint-Gillis en Baasrode hebben of hadden ieder al jaren trouwens een eigen paard. Zo heeft Sint-Gillis enkele jaren geleden haar paard terug van stal gehaald en weten op te kalefateren. 

Het idee is die buurten zo nader tot elkaar te brengen en nog nauwer bij het ganse gebeuren te betrekken. Daarbij doen ook enkele scholen, en de twee stedelijke academies mee. Het belooft leuk en prachtig te worden. 

Wel is er hier herrie over waar de stoet zal aankomen. Sommigen bij die buurtcomités wilden die laten eindigen op de Grote Markt, anderen, en dan vooral de Pijnders en Franki Hervent, waren daar tegen.

DSC_0800

Gustaaf Mannaert, deken van de Gilde der Vrije Pijnders. Pijnders waren zoals ook elders in Vlaanderen waaronder Brugge origineel dokwerkers. Dendermonde had vroeger ook drie havens met als voornaamste die aan het sas op de Dender.

Voor Gustaaf Mannaert, deken van de Gilde der Vrije Pijnders, is dit moeilijk te aanvaarden. Zo stelt hij: “Ze noemen zich de Rosse Buurten en dat zijn toch hoerenbuurten en dan noemt men zich ook nog eens de Stoet der Stoeten, een maand voor de Ommegang. Kom zeg, het Ros Beiaard is de stoet der stoeten. Het initiatief is tof maar kan daarom niet op de Grote Markt eindigen.” De zaak is nog niet door de stad beslist maar dit zou eerstdaags bekend gemaakt worden.

Eigen compositie

En dan zijn er rond de Ros Beiaardommegang nog een ganse serie acties gepland van allerlei individuen en verenigingen. Zo is er Dietrich Van Akeleyen en het DSO ensemble die een nieuwe compositie maakte waarbij hij enkele lokale volksliederen rond de oude tradities zoals de Banier, de Knaptand en het Ros Beiaardlied tot iets voor koor en orkest verwerkte. 

Speciaal is ook zeker Ken Callebaut die het middeleeuwse Dendermonde met playmobilonderdelen aan het creëren is en recent al enkele van de oude historische gebouwen aan geïnteresseerden toonde. Een voorsmaakje was recent al te zien.

DSC_0786

Ken Callebaut is bezig om de oude Dendermondse binnenstad geheel aan het doen herleven door middel van playmobilfiguurtjes.

En dan is er verder o.m. de lokale filatelistische kring die recent ‘Ons peirt en zijn familie,’ een boek met veel oude foto’s en documenten, uitgaf. Met natuurlijk een speciale voor de gelegenheid gemaakte postzegel. En ook de poppenspelers van Kalleke Step gaan een eigen nieuwe vertoning van hun poppentheater brengen, deels met koorgezang. De stad is dan ook vol van ideeën rond het Ros Beiaard en wordt zo te zien steeds meer knettergek.

Willy Van Damme

1) De Grote Markt noemde toen Place de la République. Reynout heet in het Frans Renaud en het Italiaans Rinaldo. Het verhaal van het Ros Beiaard komt uit de Chanson de Geste waarvan de oudste gekende versie dateert uit de 12de eeuw. Het is het begin van de Franse literatuur.

Van de legende zijn ook sporen terug te vinden in de Engelse literatuur, o.m. in de 14de eeuwse Canterbury Tales van Geoffrey Chaucer. Er was ooit zelfs een goed gekend Brits ras van renpaarden dat Bayardo noemde en zeer succesvol was.

Tentoonstelling–Wie waren les Etoiles Bleues?

Nu zondag 12 mei organiseert de Baasroodse Heemkring Baceroth een tentoonstelling rond de teloorgegane Baasroodse rock- en popgroep Les Etoiles Bleues, de allereerste gitarenrockband in de regio Dendermonde.

Ze bestond uit vijf tieners, zonen van simpele arbeidersgezinnen, van amper 16 jaar oud met een zelfs maar 14 lentes en gesticht in 1962. Ze wisten als het ware amper hoe een gitaar eruit zag en improviseerden er daarom maar op los. Het was zoeken wat die notenbalken betekenden want in een muziekacademie konden deze jonge rockers zeker niet terecht. Hier eerste nu eenmaal Bach en Mozart en de rest was gewoon barbaars.

Durf en wilskracht

Maar het lukte met veel vallen en opstaan en met steun van de ouders en in Baasrode een schare fans. Tot in het Antwerpse Sportpaleis raakten ze. Daarna ging het met Les Etoiles Bleues geleidelijk aan bergaf en trokken de leden ieder op zoek naar nieuwe muzikale oorden. Enkele leden namen met zanger en gitarist Rudy Richard een singel op maar verder raakte men niet.

Les Etoiles Bleues

Les Etoiles Bleues net van de kapper en met een mooi ogend confectiepak. Zo hoorde dat anno 1964. Basgitarist Emiel Van Damme ontbrak want hij had juist zijn arm gebroken en mocht dus niet op de foto. Het waren andere tijden.

Maar voor hen was het een nooit te vergeten ervaring en het bewijs voor anderen dat men met de nodige wilskracht en durf wel muziek kon maken zoals The Shadows, The Beatles en Elvis Presley dat deden. Zij het op een ander niveau. Het is zoals gitarist Fons Vermorgen het krachtig uitdrukte: “Het trok op niet veel maar we hebben ons goed geamuseerd.” Het was als het ware het stenentijdperk van de Belgische rock.

Dat verleden uit de jaren 1962 tot 1969, de Baasroodse versie van de Golden Sixties, wordt nu zondag 12 mei in beeld gebracht tijdens een tentoonstelling in zaal Ontmoeting, de lokale parochiezaal, aan de Sint-Ursmarusstraat 125 te Baasrode.

Zo zullen de affiches voor hun optredens uit die periode te zien zijn alsmede het tweede drumstel van Jos Verhulst. Ook toont Fons Vermorgen enkele van de door hem later gemaakte elektrische gitaren.

Met daarnaast de persartikels uit die periode, foto’s en een serie documenten zoals contracten en stukken uit wat men toen een boekhouding noemde. Ook zullen de nog levende leden van de groep aanwezig zijn. Met verder nog een verrassing.

De tentoonstelling opent om 14 uur met korte toespraken van de Dendermondse schepen voor Cultuur Els Verwaeren (N-VA), journalist Willy Van Damme en muzikant Jozef De Koning. Deze muzikant had rond diezelfde periode met The Lonely Batchelors een eigen band maar dan ook met blazers. Hij zal vertellen over hoe het toen was om moderne muziek te maken.

Nu zondag 12 mei, 14 tot 17 uur, Zaal Ontmoeting, Sint-Ursmarusstraat 125 te Baasrode. De zaal is gelegen op de parking achter café De Kring. Gratis toegang.

Meer info op: https://willyvandamme.wordpress.com/2018/12/29/les-etoiles-bleues-de-pioniers/

Willy Van Damme

Boek over Dendermondse mijnwerkers

De uit Dendermonde afkomstige amateurgeschiedkundige Jean-Pierre De Donder publiceerde recent een boek over ‘t Vestje, de oude nu feitelijk verdwenen wijk aan de vroegere binnenhaven van de stad, nu Oude Vest. Waar water was ligt nu asfalt. Of de schandvlak.

Het Dendermondse sociale leven

Ooit een vestigingsgracht groeide het later uit tot de binnenhaven van de stad en wat men dan noemde ‘t Vestje, de volkswijk met bij de plaatselijke burgerij een beruchte reputatie. Armoede was er volop troef en alles wat daarmee samenging. Vele Dendermondenaars kijken nu met een soort van heimwee naar die buurt. Ook omdat veel afstammelingen van die bewoners op de sociale ladder omhoog konden klimmen en nu soms zelfs schepen zijn.

Van 't Vestje naar de Oude Vest of de teloorgang van het sociale leven in Dendermonde - Jean-Pierre De Donder - 2017

Het recent verschenen boek van Jean-Pierre De Donder over de Dendermondse wijk ‘t Vestje kreeg, zeker bij de vroegere bewoners van de wijk en hun nazaten, een heel positief onthaal.

Het 310 pagina’s op A4 formaat gedrukte en ingebonden boek is dan ook niet alleen in omvang een stevige klepper maar ook inhoudelijk toont dit werk een hoog niveau. Met naast de vele foto’s echter ook een groot pak informatie met daarbij de afdruk van allerlei documenten. Lokale geschiedschrijving op zijn best.

Het is het eerste tot heden gepubliceerde boek over het sociale en economische leven van de stad en toont dat ook ‘amateurs’ prachtige geschiedenisboeken kunnen schrijven. Het is in wezen dan ook een standaardwerk over dit aspect dat, niet echt verbazend voor zo’n type boek, goed verkocht. Zo gingen er al meer dan 500 exemplaren over de toonbank.

Dit boek ‘Van ‘t Vestje naar de Oude Vest of de teleurgang van het sociale leven in Dendermonde’ (1) verscheen na zijn werk over de historiek van de Dendermondse sportclub KAV Dendermonde, de Koninklijke Atletische Vereniging Dendermonde.

Jean-Pierre De Donder

Jean-Pierre De Donder fier met zijn kanjer over ‘t Vestje. Een aanrader voor wie meer wil weten over de stad.

Deze is tegenwoordig een sukkelende lokaal spelende voetbalclub die ooit op weg leek naar de top. De Oude Vest is nu een heel brede winkelstraat met handelszaken als C&A. Goed voor te winkelen maar als stadszicht een monster, toch in vergelijking met vroeger.

Boek over lokale mijnwerkers

Maar Jean-Pierre De Donder is geen man om op zijn lauweren te gaan rusten en werkt al volop aan een nieuw project, dit over de geschiedenis van de Dendermondse mijnwerkers. En die waren er blijkbaar meer dan men denkt. Daarvoor is hij op zoek naar getuigenissen en allerlei documenten hierover. Wie denkt hem te kunnen helpen kan een mail sturen naar dendermijnwerker@outlook.be

Een zo’n verhaal is dat van de vorig jaar overleden in Lebbeke geboren en in Buggenhout gestorven kunstschilder Tuur De Rijbel. “Toen mijn vader vroegtijdig stierf werd ik als oudste zoon de kostwinnaar en moest naar de mijnen in Charleroi gaan werken. Ik ging dan elke dag per trein naar ginds en passeerde er de stripuitgeverij Dupuis. Ik trok mijn stoute schoenen aan en vroeg hen of ze geen tekenaar konden gebruiken. Met succes want ik mocht direct bij hun Antwerpse vestiging beginnen”, aldus Tuur De Rijbel enkele jaren terug in een gesprek met mij.

Tuur De Rijbel

Tuur De Rijbel, van Lebbeekse mijnwerker via Dupuis in Charleroi tot een gewaardeerde tekenaar en kunstschilder. Een van de vele amper of niet gekende verhalen over armoede en mijnwerkers uit het Dendermondse.

Tuur De Rijbel ontpopte zich nadien tot een volgeling van de Dendermondse School van impressionisten met onder meer Franz Courtens (2). Een stijl die het de voorbije decennia moest afleggen tegen de in de mode zijnde modernisten van tegenwoordig. Zelfs al was zijn werk kwaliteitsvol. Het landschap uit de regio Dendermonde is dan ook tientallen malen door hem op het doek vereeuwigd. Tuur De Rijbel was een uitermate vriendelijke en ook schuchtere man.

Willy Van Damme

1) ‘Van ‘t Vestje naar de Oude Vest of de teleurgang van het sociale leven in Dendermonde’, 2017, Jean-Pierre De Donder, in eigen beheer uitgegeven, kostprijs 20 euro. Er zijn op dit ogenblik alleen nog boeken te verkrijgen bij de Standaard boekhandel op de Dendermondse Oude Vest. Het boek over de KAV Dendermonde is bij hem wel nog te bestellen en kost 60 euro. Zijn mailadres is: : fa510717@skynet.be. Zijn rekeningnummer is BE54363526007697.

2) De Dendermondse kunstschilder Franz baron Courtens is overleden in Brussel in 1943. In 2018 viert men in de stad met allerlei activiteiten, waaronder een tentoonstelling, het feit dat hij 75 jaar terug gestorven is.

Eerder liep rond dit evenement al een expositie met een 120 werken van hem in het cultureel centrum van Moeskroen, het Centre Marius Staquet. Deze is al wel voorbij. Een aantal van zijn werken zijn te bezichtigen in het overdag steeds te bezoeken Dendermondse stadhuis.

Naar oplossing Bende van Nijvel?

Ongelooflijk maar waar, er lijkt nu toch een doorbraak in zicht voor het dossier van de Bende Van Nijvel, de bende aanslagplegers die in een ware golf van terreur van 1982 tot 1985 28 doden maakte en vele zwaar gewonden. Christiaan Bonkoffsky, een reeds lang bij specialisten van het dossier bekende naam, zou nu de beruchte reus van die Bende van Nijvel zijn. Deze overleed in 2015 en zou kort voor zijn overlijden aan zijn broer bekend hebben die reus geweest te zijn.

Gladio

Alle voor zover tot heden bekende gegevens lijken dit ook te bevestigen. Bovendien was de man voorheen lid van de later ontbonden antiterreureenheid van de gendarmerie Diane, later omgedoopt tot Speciaal Interventie Eskadron (SIE). Christiaan Bonkoffsky kende dus hun werkmethodes.

2phDDU8

Christiaan Bonkoffsky is volgens vele getuigenissen de zogenaamde reus uit de Bende van Nijvel. De man eindigde als een marginale dronkenlap in de goot. Uit wroeging over wat hij ooit had gedaan en hoe zijn vermoedelijke opdrachtgevers hem desondanks behandelden? Links de robotfoto en rechts de man in carnavalsplunje.

Voor vele kenners van het dossier rond de Bende van Nijvel was een deel van hun harde kern immers afkomstig uit die groep Diane. Alleen praktisch zij immers kenden de wapentechnieken die door de bende bij hun aanslagen werden toegepast. Ze beheersten ook de knepen van het vak om steeds te ontsnappen aan hun onderzoekers. Zelfs hun vroegere baas en oprichter van de groep Diane was die mening toegedaan.

Bovendien was reeds lang de algemeen theorie dat zij in hogere kringen bescherming genoten. Daarbij werd vooral verwezen naar Gladio, een netwerk van geheime en bewapende figuren die ondergronds moesten werken. Waarbij vooral de Belgische militaire veiligheidsdienst AIVD en de NAVO instonden voor zowel de opleiding, bewapening als de begeleiding. En wie NAVO zegt denkt aan de VS.

Voor velen was dit of de voorbode van een staatsgreep of een poging om een zogenaamd sterke staat te installeren waarbij politie en bepaalde militairen voor of achter de schermen aan zoveel mogelijk touwtjes trokken. Ook in Turkije, Italië en Luxemburg grepen dergelijke veelal dodelijke acties plaats. Waarbij de Turkse generaal Kenan Evren op 12 september 1980 na jaren van terreur een militaire dictatuur kon installeren.

Vielsalm

Bijna zeker is dat in al die gevallen Amerikaanse steun een cruciale rol speelde. Zo was er in die periode de fameuze aanval op de basis van de Ardeense Jagers in Vielsalm waarbij men stelt dat leden van de Amerikaanse Special Forces een bewaker neerschoten en er wapens ontvreemden.

Wapens die nadien in Frankrijk deels bij de ‘linkse’ terreurgroep Action Directe werden teruggevonden. Action Directe was officieel een ultralinkse groep die nauwe banden had met de Belgische Cellules Communistes Combattantes (CCC), ook een zogenaamd ultralinks groepje die in diezelfde periode als de Bende van Nijvel eveneens aanslagen pleegde. Action Directe en de CCC hadden trouwens ongeveer het zelfde logo.

Eerst schreef de Nijvelse procureur des konings Jean De Prêtre de zaak toe aan ordinair banditisme en werkte hij alle onderzoeken in een andere richting brutaal tegen. Tot woede van vele gerechtelijke onderzoekers en bepaalde persmensen. Daar wees men al snel richting kringen bij de rijkswacht.

Bovendien hadden de overvallers amper interesse in een buit en wilden ze duidelijk de bevolking angst aanjagen. Daarom die aanvallen op een vrijdagavond op supermarkten als er veel volk aanwezig was. Gaan winkelen bleek plots een levensgevaarlijke zaak. Verder werd er ondanks de vele aanslagen nooit enig spoor gevonden van de daders. Wat bescherming doet vermoeden en het werk van insiders en specialisten.

De Delhaize in Eigenbrakel die op 27 september 1985 door de bende brutaal werd overvallen. Met als resultaat 8 doden waaronder een kind van 14 jaar en een buit van een schamele 388.000 frank (9.620 euro).

Nu 32 jaar na de laatste feiten komt zo te zien eindelijk het definitieve bewijs boven tafel dat de Bende van Nijvel en de groep Diane elkaar tot op zekere hoogte overlapten. Wat terreur moest bestrijden bleek zo te zien deels zelf terreur te veroorzaken.

Staatsgreep

Daarbij is de getuigenis belangrijk van Marc Van Damme, zoon van Willy Van Damme, toen de uitbater van café Tijl in de periode dat Christiaan Bonkoffsky er regelmatig zat. Die stelde dat Bonkoffsky een staatsgreep nodig achtte. Marc Van Damme gaf zijn informatie in 1998 al anoniem aan het gerecht door maar voelde zich nadien afgeluisterd en gevolgd en werd bang. En het gerecht negeerde zo te zien deze info. Nooit ondervroeg men Bonkoffsky.

De vraag is of er nog meer bewijs boven tafel zal komen en of we de namen van de andere bendeleden zullen leren kennen. Cruciaal is echter te weten wie hun bevelhebbers waren en de opdrachtgevers. Christiaan Bonkoffsky is immers een simpele uitvoerder. Misschien zitten die namen in het archief van de militaire veiligheid, de AIVD. Een dienst die steeds op goede voet leefde met hun Amerikaanse collega’s.

Het ganse verhaal toont hoe machtig de ‘staat binnen de staat’ in België wel is. Ministers, parlement en de Comités P en I en eventueel magistraten en politielui mogen doen wat ze willen. Men zorgt er steeds voor dat ze nergens geraken, minister van Justitie of Binnenlandse Zaken, het doet er niet toe. Men lacht hen achter de schermen desnoods gewoon uit.

Chrtistiaan Bonkoffsky in Café Tijl

Dendermondse carnavalisten gezellig onder elkaar in café Tijl zot te doen niet beseffend wat voor een figuur er zich in hun midden bevond. De schok bij hen is dan ook enorm geweest.

De recente golf van aanslagen door allerlei salafistische groepen kadert praktisch zeker in hetzelfde verhaal, het is de Bende van Nijvel 2. Ook nu weer wil men de Belgen, of Fransen en anderen, bang maken en hen allerlei maatregelen doen aanvaarden die de controle op hun doen en laten enorm doen toenemen.

Met camera’s die een gelaat of nummerplaat herkennen, stofzuigers die doorseinen wat er in de huiskamer van Jan Modaal gebeurt en televisietoestellen die afluisteren en de zenderkeuze en programmavoorkeur doorzenden naar… Wie feitelijk? Big Brother is al gearriveerd en machtiger dan ooit tevoren. Zie Facebook, Google, etc… niet toevallig allen Amerikaans.

Militaire achtergrond

Christiaan Bonkoffsky is een telg van een Poolse voorvader die in het begin van de achttiende eeuw naar Dendermonde kwam als militair in dienst van de Habsburgse vorsten. (1) Dendermonde was immers een garnizoensstad. En die militaire traditie werd ook nadien in eer gehouden.

Zo was François Bonkoffsky, vader van Christiaan, tijdens de Duitse bezetting in WOII lid van het Geheim Leger en nadien beroepsmilitair. En de vroegtijdig overleden oom Luc en broer van François was dan weer bij de Dendermondse politie. Een man met trouwens een goede reputatie in de stad.

Ironisch is het feit dat Christiaan Bonkoffsky afkomstig was uit de Dendermondse Greffelinck. In datzelfde straatje woonde ook de vroeg overleden substituut procureur Willy Acke die tot zijn zelfmoord – Voor velen een verdachte zaak – er woonachtig was en met onderzoeksrechter Freddy Troch het onderzoek leidde. In wezen hoefde hij voor zijn reus dus niet echt ver te zoeken. Bi de buur eens aankloppen.

In Dendermonde was hij erg actief bij eerst de scouts en daarna de carnavalsvereniging de Tijlvrienden waar hij ondervoorzitter was en met als stamkroeg het toen populaire café  Tijl van stads- en naamgenoot Willy Van Damme.

Een na de overval in Aalst zwaar beschadigde Aalsterse politieauto. Christiaan Bonkoffsky eindigde zijn carrière bij die Aalsterse politie.

Geen verbazing dat men er in het milieu van de Dendermondse carnavalisten door het nieuws zwaar geschokt was. “Hij vertelde wel eens dat hij straffe dingen kon doen maar dat leek ons toen eerder een soort van grap”, klinkt het bij een oude carnavalsvriend. “De man kon als het er op aan kwam bij een caféruzie een man zo tegen de muur kletsen”, stelt een vroegere Dendermondse collega.

Ondertussen heerst er bij bepaalde kennissen van de man, waaronder de vroegere carnavalisten, een grote woede over een bepaalde pers en de sociale media die er niet voor terugschrikken, aldus een betrokkene, om mensen woorden in de mond te leggen die men niet eens heeft uitgesproken.

Een vroegere vriend carnavalist promoveerde men op het internet zelfs al bijna tot lid van de bende. Ja want hij was….rijkswachter geweest en condoleerde in 2015 de overleden vroegere gewezen vriend.

Zelfs Dendermondse naamgenoten van Christiaan Bonkoffsky waaronder zelfs kinderen worden zo al in de sociale media met de vinger gewezen en beklad. Grenzen zijn er hier zo te zien niet meer. Roddel en laster lijken wel de regel. De riool is opengetrokken en de ratten lopen vrij rond.

Hilde Geens

Voor Hilde Geens (2) is er blijkbaar weinig echt reden voor optimisme in de zaak. Hilde Geens was een van de weinige journalisten die zich professioneel op de zaak gooiden. Ze schreef er ook veel over in tijdschriften als Humo en in een boek over de manipulaties en flaters in dit dossier.

Hilde Geens

Hilde Geens is zeer sceptisch wat betreft het gerechtelijk onderzoek naar de Bende van Nijvel. Voor haar kunnen historici zoals bij de zaak van de moord op Julien Lahaut eventueel voor een oplossing zorgen.

Hilde Geens: “Er is in dit dossier al van bij de eerste overval in september 1982 bij wapenhandelaar Daniel Dekaise in Waver sprake van manipulaties, en dat is er niet op verbeterd. En als we zien dat men er na 32 jaar nog niet in slaagde zelfs maar een dader te arresteren hoe kan men dan verwachten dat men de regisseurs zou kunnen identificeren? En dan hebben we het nog niet over de mannen die hen inhuurden. Neen, ik ben niet optimistisch. Een goed idee is dat wat de historici Emmanuel Gerard en Rudi Van Doorslaer dit weekend opperden in De Standaard. Zij stelden hier de aanpak te gebruiken zoals bij het dossier van de eveneens nooit opgeloste rakende moord uit 1951 op parlementslid en CP-leider Julien Lahaut. Die historici konden wel de daders identificeren wat het gerecht nooit lukte.” (3)

Ook wist men al jaren van de mogelijke betrokkenheid van Christiaan Bonkoffsky en pas op vrijdag 20 oktober ondervroeg men zijn vroegere echtgenote. Maanden nadat de broer van Christiaan met zijn verhaal naar het gerecht was gestapt. Gerommel in de pers dreef hen blijkbaar in die richting. Echt (sic) kwaliteitsvol politiewerk dus.

De indruk is daarom dat ook deze huidige onderzoekscel er een soep van maakt. Bewust? En wie gaat nu nog een magistraat of politieman in deze zaak geloven? Debielen? Ook voor diegenen in die milieus die het goed menen en hard werken is dit een drama. Men sleurt hen mee het modderbad in.

Willy Van Damme

1) Op het einde van de zeventiende eeuw verzwakt de positie van Polen sterk en komt er zelfs een Saksische vorst aan het bewind. Waarna vrij snel het land als onafhankelijk natie ophoud te bestaan en men het verdeelde tussen Oostenrijk, Rusland en later Duitsland. Dit tot in 1917-1918 wanneer als gevolg van de nederlaag van Oostenrijk-Hongarije en Duitsland en de Russische revolutie Polen met Frans-Britse steun terug onafhankelijk kan worden.

Gelijktijdig heerst er rond 1700 in onze regio toen een oorlog rond de opvolging van de Spaanse troon waar Karel II de bezittingen overlaat aan een kleinzoon van Lodewijk XIV die echter alles voor zichzelf wil hebben. Waarna er tussen Frankrijk en de alliantie van de Nederlandse republiek, het Verenigd Koninkrijk, Oostenrijk en Beieren een langdurige oorlog losbarst. Die oorlog duurt tot de Vrede van Utrecht uit 1713-14.

Waardoor onze regio in handen valt van de Oostenrijkse Habsburgers. De Oostenrijkse Habsburgers hadden hier dus veel militairen nodig. Bij de Vrede van Utrecht creëerde men ook het Barrièreverdrag van 1715 dat tot 1781 duurde en waarbij een aantal steden waaronder Dendermonde een Nederlands en Oostenrijks garnizoen kregen. De eerste Oostenrijkse vorst voor het latere België was Karel VI. In die periode krijgt ook de naam België geleidelijk ingang onder de intelligentsia.

Hilde Geens - Beetgenomen - De Bende Van Nijvel

In beetgenomen geeft Hilde Geens vele voorbeelden van de machinaties van dit dossier met als ultieme bedoeling dat men de daders nooit zou vinden.

2) Op 4 augustus 2013 werd hier het boek van journaliste Hilde Geens besproken. Gelijktijdig verscheen er ook een gesprek hierover met haar. Het boek ‘beetgenomen’ gaat over het falen van het gerecht in de zaak en de blijkbaar bewuste sabotage van het onderzoek. Het verscheen in 2013 bij uitgeverij Manteau.

3) Ook in dit onderzoek van die historici werd verwezen naar allerlei politiek als rechts bestempelde milieus verbonden met mensen uit de VS die Lahaut en zijn CP definitief uit de machtscentra wilden verdrijven. Geheime netwerken met een crimineel karakter. Waarbij allerlei politionele en gerechtelijke manipulaties de enquête naar die moord eveneens saboteerden.

Baasrode en Pieter Bruegel de Oude

Kort vooraf

Kenners weten dat Pieter Bruegel de Oude, een van onze grootste schilders ooit, een tekening van Baasrode had gemaakt. Een aantal Baasrodenaren hebben trouwens kopieën van die rond 1555 gemaakte tekening thuis hangen.

Bart De Bondt, een historicus uit het vlakbij Baasrode gelegen Buggenhout, doet al enkele jaren wetenschappelijk onderzoek naar het verleden van Baasrode en ontdekte massa’s tot heden onbekende gegevens. Ze gaven de geschiedschrijving van de gemeente, de regio en België een extra toets.

IMG_3061

De in volle bloei zijnde Baasroodse School voor Scheepsmodelbouw zet de traditie van scheepsbouw in de gemeente voort, zelfs al is het op schaal. Ze heeft nu al bijna 100 leden en is ook uit buiten onze grenzen in de sector goed gekend. Een succes dat het o.m. te danken heeft aan de kennis van Maurice Kaak, de specialist in de materie. Het heeft de steun van de besturen van de provincie Oost-Vlaanderen en de stad Dendermonde.

Zijn licentiaatsthesis ging over het Baasrode van de negentiende eeuw en de opkomende industrie met vooral dan de scheepsbouw met haar families zoals Van Praet, Van Damme en De Landtsheer, de latere Buggenhoutse brouwers. Een uittreksel uit die thesis met de sociale en politieke rellen eind negentiende eeuw met vooral de bewoners van de proletarische wijk Broekkant verscheen hier eerder en werd veel gelezen.

Die Baasroodse geschiedenis leeft in deze gemeente nu nog voort met de School voor Modelscheepsbouw, het Hof van Peene en het Scheepvaartmuseum. Baasrode koestert gelukkig genoeg zijn verleden.

De Bondt werkt op dit ogenblik aan een boek welke die periode in beeld zal brengen. Daarna komt er normaal ook een boek over het oudere Baasrode met zijn florerende handel, de godsdienstoorlogen en de relatie met Dendermonde. Want Baasrode behoorde binnen Habsburgse staatsbestel tot de Franse definitieve verovering in 1794 en het ermee samengaande revolutionaire elan tot het Land van Dendermonde.

IMG_4098

Het Baasroodse Hof van Peene werd onder impuls van chocolatier Karel Peeters deels heropgebouwd. Een geslaagde restauratie die o.m. de veertiende eeuwse grondvesten toont. Het is deels een woonbouwproject, deels een tentoonstellingsruimte voor de geschiedenis van Baasrode en voor lokale kunstenaars. Nu loopt er een met werk van beeldhouwer Henri De Bruyne, een der uitstekende beeldhouwers uit de regio.

Zeker in Dendermonde en Baasrode was er amper iets over geweten en was er nogal wat foute informatie. Het is de zeer grote verdienste van Bart De Bondt dit uit de nevelen ter tijden te hebben gehaald.

Het toont hoe een nu kleine gemeente van begin dit jaar 6.228 inwoners toen in de zestiende en zeventiende eeuw een toch niet onbelangrijke rol speelde in de economie der Lage Landen, eigendom van de Habsburgse keizers. Het had die welvaart grotendeels te danken aan de ontwikkelingen noordelijker in Antwerpen. Toen een van de voornaamste steden in Europa.

Leuk detail uit dit verhaal is dat Baasrode, ondanks de grote rivaliteit met Dendermonde, een café de Vier Heemskinderen had. De Heemskinderen zijn de berijders van het Ros Beiaard waar de echte Dendermondenaars nu nog steeds smoorverliefd op zijn. Het Ros Beiaard en zijn ommegang zien uitgaan is voor vele stedelingen een hoogtepunt in hun leven. Het gaat tegenwoordig om de tien jaar uit. De volgende ommegang is in 2020.

En dus ook reeds in zestiende eeuw was er in Baasrode een café genaamd de Vier Heemskinderen. Het toont mede de zeer nauwe band ook op dit vlak toen tussen Baasrode en Dendermonde.

Scheepvaartmuseum, Atelier Van Praet, Baasrode

Het merkwaardige Baasroodse Scheepvaartmuseum uitgebouwd rond de vroegere scheepswerven van de families Van Damme en Van Praet toont nog hoe bijna 100 jaar terug men hier schepen bouwde. In de jaren zeventig van de vorige eeuw stopte men met werken en liet men gewoon alles liggen. Wakkere Baasrodenaars met oog voor het erfgoed slaagden er toen in het niet alleen te redden van de sloop maar het ook te laten beschermen. Hier werden ooit zeeschepen gemaakt. Op zeker ogenblik had de gemeente zelfs 9 scheepswerven. Hier het atelier van de familie Van Praet.

In dat café en de vele andere estaminets werd zoals het onderzoek van Bart De Bondt leerde ook veel Dendermonds bier gedronken. Dendermonde had dus ook baat bij een welvarend Baasrode. Voor mensen met wat kennis van economie geen verrassing.

Dit verhaal verscheen gisteren ook in het tijdschrift van Baceroth, de heemkring van Baasrode. Het verschijnt eind januari 2017 ook in het jaarboek van de Oudheidkundige Kring van het Land van Dendermonde.

Willy Van Damme

Pieter Bruegel en Baasrode – Introductie:

Al een lange tijd heeft men in Baasrode weet van het bestaan van een tekening van de Scheldegemeente gemaakt door Pieter Bruegel de Oude[1], ook gekend als de Boerenbruegel omwille van de vele landelijke taferelen die hij afbeeldde en hem ook kenmerken.

Na zijn verblijf in Italië keerde hij vermoedelijk in 1554 terug naar ons land en vestigde zich in Antwerpen waar hij in dienst trad van graveur en uitgever Hieronymus Cock en zijn ‘Aux Quatre Vents’, (De Vier Windstreken) diens uitgeverij van gravures en tekeningen. Deze uitgeverij speelde een belangrijke rol in het verspreiden in de Nederlanden van de Italiaanse schilderkunst uit de periode van de renaissance.

In die periode tot ongeveer 1562 was hij dan ook vooral actief als maker van tekeningen. Pas na zijn verhuis naar Brussel en zijn huwelijk met Mayken Coecke in 1563 zou hij zich ontplooien tot een der ’s werelds grootste schilders.

Diens grote werken dateren dan ook allen van die periode 1562 tot zijn dood in 1569. Zijn tekening van Baasrode dient men dan ook te rekenen tot een werk uit de beginperiode van de man, waarschijnlijk dus gemaakt in afspraak met Aux Quatre Vents, de uitgeverij van kunstschilder en graveur Hieronymus Cock.

In die periode van de zestiende eeuw was de economische relatie tussen Baasrode en Antwerpen zeer intens. Antwerpen was uitgegroeid tot één van Europa’s grootste havens en ook een centrum voor handel en het nieuwe denken dat mede dankzij de boekdrukkunst het levenslicht zag.

Daarbij speelde Baasrode de rol van achterhaven vanwaar men Antwerpse handelswaar met karren naar delen van Brabant, de streek van Aalst en Dendermonde en zelfs tot in Frans-Vlaanderen voerde. Dat Pieter Bruegel Baasrode bezocht en tekende is bijna logisch te noemen.

Dagelijks immers vaarden passagiersschepen tussen beide plaatsen heen en weer; een voorrecht dat slechts enkele andere steden gegeven was. Zelfs de Dendermondenaren waren (met enige tegenzin)[2] verplicht om zich naar Baasrode te begeven vooraleer zich te laten inschepen richting Antwerpen.

Dankzij dit rechtstreekse passagiersveer was het dus vrij simpel voor een Antwerpenaar om een bezoek aan Baasrode te brengen. Zeker vóór de voltooiing van de Brusselse Vaart (1561) was Baasrode van groot belang.

Als achterhaven van Antwerpen had ze in onze streken vooral concurrentie te duchten van de machtige steden Dendermonde, Mechelen en Brussel. Kijken we maar naar de oudste havenalmanak van de Nederlanden (1556), die ons gegevens biedt over dertien belangrijke havens gelegen in onze contreien.

Tussen absolute kleppers als Antwerpen, Amsterdam, Mechelen, Rotterdam, Gouda, Haarlem, Enkhuizen en Dordrecht vinden we er het nietige Baasrode opmerkelijk genoeg weer. In een gelijkaardige almanak uit 1558 vinden we eveneens Baasrode terug tussen negen havens uit de Nederlanden.[3]

Deze studie van historicus Bart De Bondt brengt meer duidelijkheid over die tekening van Bruegel en het Baasrode van toen. Het toont ook hoe dit werk verzeilde in een schilderij die vermoedelijk het werk is van Jan Brueghel de Oude, jongste zoon van Pieter Bruegel. Een schilderij die de intense economische relatie van Antwerpen met Baasrode op Bruegheliaanse wijze belichaamt.

Willy Van Damme

Pieter Bruegel de Oude en Baasrode – Een studie

clip_image002

Pieter Bruegel de Oude, ‘Basrode’. Foto door H. Schneider. (Copyright Staatliche Museen zu Berlin, Kupferstichkabinett, nr. KdZ 5763, Berlijn, Duitsland)

Baasrode heeft het ontzettende geluk zich te kunnen beroepen op een waarheidsgetrouwe tekening van Pieter Bruegel de Oude. Op basis van de stijlkenmerken kan de pentekening vermoedelijk worden gedateerd rond 1555-1556; enkele jaren vóór de verwoestende dorpsbrand van 1558, die met name de scheepswerven, houtzagerijen en handelspanden aan de Schelde in de as legde. Toch kwam de tekening te laat om ons Baasrode op haar hoogtepunt te tonen.

Dendermonde had een aanzienlijk deel van de goederenhandel in 1540 weten te kortwieken,[4] terwijl ook in 1545 een grote dorpsbrand zware schade had aangericht. Hoe dan ook wijst de tekening zonder meer op een welstellend, handeldrijvend dorp.

Aan deze welstand zou pas een einde komen in 1578-1579, wanneer de Tachtigjarige Oorlog het alledaagse leven op gruwelijke wijze wist lam te leggen, de handel als een pudding in elkaar zakte en het platteland grotendeels ontvolkt werd.

De genadeklap werd gegeven bij het krieken van de dag op 15 augustus 1579, wanneer de versterkte dorpskom door een grote Spaansgezinde troepenmacht werd veroverd, in een mislukte maar bijzonder bloedige poging om rebellenleider Willem van Oranje te pakken te krijgen. Honderden soldaten en een onbekend aantal burgers lieten het leven. Wanneer Willem onvindbaar bleek, werd de gehele dorpskom in de as gelegd.

Misschien dachten de soldaten dat de prins van Oranje zich nog ergens in een huis verschool; geen onlogische gedachte aangezien de Spaansgezinde troepen zelfs na hun overwinning nog onder kanonvuur werden genomen door oorlogsschepen die mogelijk deel uitmaakten van de maritieme escorte van de prins was. Hoe dan ook, met den brant van Baserode was het over and out voor alle bouwwerken die we op de pentekening van Bruegel kunnen terugvinden.

Dankzij de tekening krijgen we een blik op de hoge behuizing aan de steenweg vanaf het Hof van Peene tot en met de kerk, alsmede de eerste handelspanden aan de Schelde. De zuidelijkere aanlegkades, de houtzagerijen en scheepswerven, de grote inham van de Vliet en de steenweg met zijn talrijke herbergen en handelspanden zijn minder duidelijk of niet weergegeven.

Verder tellen we maar liefst dertien vaartuigen, waarvan er acht zijn uitgerust met een zeil, alsmede een twintigtal personen op diverse plaatsen. Het dorpscentrum lijkt trouwens net iets te hoog afgebeeld, maar vergeten we niet dat het waterpeil toen een meter lager lag als vandaag, terwijl het tijverschil slechts twee meter betrof tegenover ruim vier meter vandaag.[5]

Een kopie van de originele tekening van Berlijn kan in Londen worden gevonden. Op 25 oktober 1865 werd nog een ‘mooie tekening’ van een zicht op Bastrode door Bruegel openbaar verkocht te Gent, maar het is onduidelijk of deze tekening één van de huidige bekende exemplaren betreft.[6]

clip_image004

Jan Brueghel de Oude, ‘Bassere in Flandre’. (Copyright British Museum, Londen, inventarisnr. RN 1946,0713.148, Verenigd Koninkrijk)

Eerst en vooral hebben we hier een mooie weergave van de gotische kruiskerk met dubbele kruisbeuk en een aanzienlijk hoger koor. Zware steunberen stutten het gebouw. De toren bezit vier kleine hoektorentjes en is bekroond met een zeer lange en slanke gotische naald (hoogte inclusief kruis ruim 45 meter), met bovenaan verschillende ingewerkte dakkapelletjes.

Minder duidelijk is de fraaie afwerking van deze toch vrij nieuwe kerk, welke luxueus was opgevat met een reeks versierde glasramen (o.a. van de schippers), heiligenbeelden, slanke pilaren in witte hardsteen, een horloge, enzovoort.

Geen wonder dat de kerk een tiental jaar later, op 19 februari 1567, een doorn in het oog bleek te zijn van een passerende geuzenvloot, die een raid op het kerkgebouw uitvoerden en het interieur van de gebedsplaats kort en klein sloegen.[7] Een beeldenstorm dus.

Rondom de kerk bevindt zich het kerkhof. Aan de straatzijde is dit niet breed, maar ze strekt zich anderzijds wel uit over een groot gedeelte van het kerkhoofd.[8] De begraafplaats wordt omringd door een dikke muur, voorzien van steunberen.

BPK 45.594

Pieter Bruegel de Oude, ‘Basrode’, detail. (Copyright Staatliche Museen zu Berlin, Kupferstichkabinett, nr. KdZ 5763, Berlijn, Duitsland)

Toegang tot het kerkhof kon men krijgen via openingen aan het koor en aan de ingang. Naast het kerkhof ligt nog een brede strook grond die als weg werd gebruikt. Op de tekening zien we vijf personen op deze weg, terwijl er ook enkele kleine roeibootjes liggen.

Men noemde deze baan in de volksmond ’s Heerenweg, maar het is onduidelijk of deze naamgeving nu verband houdt met de heer van Baasrode of met het kerkhof. De oeverkant werd met aarde en hout verstevigd om zowel de kerk tegen te Schelde te beschermen als te dienen tot kade en transportweg.

Door middel van slagbomen konden tollen worden geheven op de talrijke karren die het kerkhoofd aandeden om goederen te laden en te lossen. Vanaf het midden van de zestiende eeuw moesten periodieke, peperdure herstellingswerken worden uitgevoerd om te vermijden dat ’s Heerenweg – en vervolgens het kerkhof – door de rivier zou worden verzwolgen.

Dat klinkt heel dramatisch, maar we mogen de schurende kracht van de Schelde niet onderschatten. De enorme indijkingswerken die zich eerder op de eeuw voornamelijk in Moerzeke-Kastel hadden voltrokken, wisten de Schelde stroomafwaarts van Baasrode zodanig te vernauwen, dat het wassende water van de Schelde vrij spel kreeg op de oevergebieden tussen grosso modo Baasrode-centrum en Sint-Amands.

De gronden te Sint-Amands werden grotendeels gered dankzij kostelijke indijkingswerken vanaf 1562, maar in het Brielgebied gingen op dramatische wijze vrij plots tientallen hectaren verloren, terwijl dus ook het Baasroodse kerkhoofd zwaar te lijden had.

In een poging de zware onderhoudsuitgaven te recupereren, verleende koning Filips II in 1559 voor de eerste keer de toelating om voor rekening van de kerkfabriek gedurende negen jaar een scheepstol te heffen aan het kerkhoofd.

In tijden van economische voorspoed bracht dit een flinke duit op, maar wegens de relatief korte gunningstermijnen, de langdurige en kostelijke procedures alsmede allerlei beroepsmogelijkheden beschikte Baasrode de komende eeuwen slechts gedurende de helft van de tijd over een dergelijk tolrecht.

Daar komt dan nog bij dat de tolverpachting weinig opbracht in tijden van oorlog en tegenspoed, terwijl het kerkhoofd sowieso gedurig zware investeringen vereiste. In de vroegere geschiedschrijving werden de kerkkaaien met hun tolrechten beschouwd als een bron van welvaart voor de kerk.

Maar wie de cijfers nagaat kan enkel concluderen dat de kerkfabriek over de jaren heen financieel zijn broek scheurde aan de gevolgen van de ongelukkige inplanting van de kerk. Wanneer later op de zestiende eeuw door alle oorlogsperikelen geen tol werd geheven en de nodige middelen ontbraken om het kerkhoofd te onderhouden, werd de grond op vijftien jaar tijd zodanig weggespoeld dat de hele straat rond het kerkhof inclusief een groot deel van de kerkhofmuur reeds in de Schelde was gevallen.

Nog gevaarlijker was dat toen de ruïnes van de kerk ondermijnd geraakten, de steunberen scheuren vertoonden en de hele constructie begon over te hellen naar de Schelde.[9]

clip_image007

Een model van de Sint-Ursmaruskerk van Baasrode rond 1555

Verder zien we op de pentekening de brede monding van het kleine riviertje de Vliet, welke een lange boogvormige kil vormde aan de noordzijde van het dorp en zo een veilige aanleg- en ankerplaats bood aan de schepen.

Het hoeft niet te verwonderen dat de veer naar Moerzeke hier gevestigd was, pal aan het uiteinde van de weg tussen de ingang van de kerk en het Hof van Peene gelegen. Aan de zuidoostkant van het kerkhoofd waren de belangrijkste aanlegplaatsen van het dorp gevestigd. Het betroffen met hout verstevigde kaaien achter de kerk en de hierop volgende herbergen.

Op de tekening zien we dat er een vijftal beurtschepen zijn aangemeerd; drie ervan zijn goed zichtbaar en een beetje verder liggen er nog enkele aan een andere kade. De grote, hoge stenen gebouwen die zich aan de kaaien bevinden, staan volledig in het teken van de handel. Het zijn typevoorbeelden van stapelhuizen-herbergen en hun aanwezigheid duidt zonder meer op handel en welstand.

Op de tekening zijn er zeker twee zichtbaar, namelijk den Ancker en den Witten Leeuw. Deze laatste herberg bezat een groot afzonderlijk stapelhuis dat zich net naast de herberggebouwen bevond, bereikbaar via een steegje dat breed genoeg was om met wagens en karren te passeren. Het is niet al te duidelijk op de pentekening, maar schepen konden ook achter deze laatste

herberg aanmeren en zeker vanaf de volgende eeuw bevond er zich zowel een brede kil naast het stapelhuis alsmede een licht uitspringende houten (later stenen) kade achter de herberggebouwen.

Eveneens niet zichtbaar maar nochtans aanwezig in de haven is minstens één hijskraan, die ongetwijfeld diende om zware stukgoederen te lossen of te laden. Bijgevolg werden de havenarbeiders van Baasrode toen craenders genoemd.

Handelshuizen als deze op de pentekening laten ons een glimp opvangen van de roemrijke zestiende-eeuwse havenbedrijvigheid, wanneer Baasrode van groote commerschap ende negotiatie [was], versterckt met veele schoone herberghen ende winckels, [met] een menichte van inwoonders van alle plaetsen […].[10]

Er is op deze tekeningen trouwens nog geen sprake van een kleine kil aan het einde van het kerkhoofd, tussen de kerk de handelspanden. Deze werd pas naar de eeuwwisseling toe gegraven, wanneer het veer verlegd werd en hier zijn aanlegplaats zou krijgen. Rechts onderaan dit fragment zien we tenslotte nog twee zij aan zij gelegen (vissers)bootjes en een roeibootje.

clip_image009

Pieter Bruegel de Oude, ‘Basrode’, detail. (Copyright Staatliche Museen zu Berlin, Kupferstichkabinett, nr. KdZ 5763, Berlijn, Duitsland)

In het midden van dit fragment zien we het kasteelhof van de heren Baasrode; het Hof van Peene. Dit indrukwekkende gebouw werd in de vijftiende eeuw door de Halewijns uitgebouwd en maakte vervolgens verschillende bouwfases door. Ten tijde van de pentekening bestond ze grosso modo uit twee of drie hoge, haaks op elkaar staande vleugels, bekroond met zowel een kleine als een grote toren.

Beide torens hadden een spitse bekroning, waarbij er in de grote toren zelfs enkele dakkapelletjes ingewerkt waren. Deze laatste toren moet indrukwekkend zijn geweest, zeker als men weet dat de top van de toren met een hoogte van ongeveer 30 meter bijna even hoog kwam als die van de huidige Baasroodse kerk met haar renaissancekop uit 1677.

Wanneer de verdedigingslinie van het havendorp tijdens de Slag om Baasrode (1579) omtrent het Hof door de Spaansgezinde troepen onder de voet werd gelopen, waren deze laatste troepen er als de kippen bij om het grote bouwwerk te bezetten en de stellingen van de overige verdedigers op een verpletterend musketvuur te trakteren vanuit de talrijke ramen van het gebouw.

In een mum van tijd viel toen de gehele flank van het dorp in Spaanse handen. Na deze bloederige slag werd ook het Hof van Peene in de as gelegd. De kleine toren, vooraan aan de straat gelegen, bleef relatief goed bewaard en werd recent herontdekt en gerestaureerd, de grote toren bleef evenwel geruime tijd in ruïne staan om vervolgens geheel verloren te gaan.

Jammer dat de vele bomen op deze tekening het zicht belemmeren, anders hadden we ook een zicht op de tuin en eventuele behuizing achter het Hof van Peene, evenals een deel van de loop van het riviertje de Vliet en de aanmeerplaats van het veer op Kastel.

Tussen het Hof van Peene en de kerk stonden trouwens beukenbomen, maar ook deze zijn niet te ontwaren op de pentekening. We merken trouwens ook drie hoge huizen op, twee links en één rechts van het kasteelhof.

Twee ervan zijn duidelijk in steen opgebouwd, van de laatste is het bouwmateriaal onduidelijk. Deze gebouwen zijn allen herbergen. Het gaat van links naar rechts vermoedelijk om de Swaene, ’t Gulden Hooft en den Inghel (of ’t Schaeck aan de overkant van de straat).

clip_image011

Pieter Bruegel de Oude, ‘Basrode’, detail. (Copyright Staatliche Museen zu Berlin, Kupferstichkabinett, nr. KdZ 5763, Berlijn, Duitsland)

Het volgende fragment toont ons vooral de Schelde en de Kastelse oever. Er was duidelijk een kunstmatig ‘hoofd’ aangelegd, die niet diende als aanlegplaats maar wel om de stroming te breken en zo de rest van de ingedijkte oeverlanden te beschermen.

Te Baasrode vervulde het ganse kerkhoofd deze functie door haar natuurlijke ligging en had men zoals reeds gezegd geen andere keuze dan noodgedwongen (de kerk stond erop) periodieke herstellingswerken uit te voeren.

Over de volledige Kastelse oever heen werden er door de geschiedenis heen verschillende reeksen van deze riviervernauwende hoofden aangelegd om de indijkingen te beschermen en de bolle oevergebieden naar het zuiden toe door middel van verzanding kunstmatig uit te breiden, tot grote ergernis van de bewoners aan de overkant van het water, die hun landerijen aan de holle oevers stelselmatig onder de golven zagen verdwijnen.

De volledige oeverbewoning van de Nieuwen Briel was tegen de eeuwwisseling door het water verzwolgen, terwijl bijvoorbeeld ook de Buggenhoutse scheepswerf (vermoedelijk op de grens van de Ouden en Nieuwen Briel) toen hoogstwaarschijnlijk al onder de golven was verdwenen.

De gedurige uitbreiding van Kastel en de hieraan gekoppelde afspoeling van het Brielgebied nam over de eeuwen heen zo’n proporties aan, dat de archeoloog die de sporen van de historische haven van den Ouden Briel wil terugvinden ondertussen zowat op Kastels grondgebied mag beginnen graven.

Verder wijzen de vele boten en bootjes op de pentekening erop dat de Schelde toen druk bevaren werd, al kan het natuurlijk altijd zijn dat ze aan de fantasie van Bruegel ontsproten. De aanlegplaats van de veerboot te Kastel is jammer genoeg niet zichtbaar op deze foto; die bevond zich net achter de toch wel opvallende vernauwing van de Schelde.

Geen wonder dat het kerkhoofd van Baasrode doorheen de eeuwen vaak werd uitverkoren als eerste locatie stroomopwaarts van Antwerpen om een militaire brug te bouwen, de rivier toe te palen of om er de vernauwde rivier te controleren met behulp van grof geschut.

clip_image013

Jan Brueghel de Oude, ‘Bassere in Flandre’, detail. (Copyright British Museum, inventarisnr. RN 1946,0713.148, Londen, Verenigd Koninkrijk)

Voor dit fragment is de kopie van betere kwaliteit. Het gaat om een typisch boerenhuis naar toenmalige normen. Links ervan staat een persoon afgebeeld. Opmerkelijk is dat er schijnbaar een oeverweg aan de dijk liep, die vanuit de rechterkant met een boog naar het huisje liep.

Strategisch kon men de ligging van de woonst echter niet noemen; vlak naast de zeer lage oever en juist vóór het begin van de dijk aan de Broekkant. In het verleden mocht dat misschien wel doenbaar zijn, maar de Schelde begon juist in deze periode een waar probleem te vormen voor de oeverbewoners. H

et is dus nog maar de vraag hoeveel jaren dit huis bewoond bleef na deze vastlegging op papier. In 1559 of 1568 vond immers net op deze plaats één van de zwaarste dijkbreuken uit de Baasroodse geschiedenis plaats, met als gevolg dat men de hele dijk diende te verleggen en het gedaan was met de oeverbewoning op lage grond.

clip_image015

Een vereenvoudigde weergave van het noordelijke gedeelte van Baasrode-centrum in de zestiende eeuw. In het rood zijn de gebouwen aangeduid die vermoedelijk zichtbaar zijn op de pentekening van Pieter Bruegel de Oude.

In het kader van een boek over de Baasroodse geschiedenis hebben we het geluk gehad een schilderij terug te vinden, gebaseerd op deze pentekening. Het kan vreemd klinken dat niemand tot dusver de link met Baasrode had gemaakt, maar dat komt omdat de gehele rechterzijde van het canvas toegewijd is aan Antwerpen.

Ondanks dat de schilder via lichtwerking aangeeft dat Baasrode zich veel verder bevond, vloeien beide onderwerpen vlot in elkaar over. Buiten Baasrode-centrum zien we nog de Kastelse oever, de Schelde en een deel van het zijriviertje de Vliet, waarna de oever overloopt in een kade en het Antwerpse gedeelte van het schilderij een aanvang neemt.

We hebben een zicht op een kleine vismarkt ter hoogte van de Kronenburgtoren en in de verte zien we de kerk van de Sint-Michielsabdij en de O.L.V.-kathedraal opdoemen. Ook de bootjes van de pentekening zijn overgenomen in het schilderij.

De twee bootjes die zijn aangemeerd aan de Scheldeoever ten noorden van Baasrode bevinden zich hier evenwel aan de kade te Antwerpen, terwijl het klein bootje aan de voorzijde van de pentekening nu aan het palaveren is met een schipper. Links is dan weer een grote kraak (schip) afgebeeld.

clip_image017

Zicht op het havenbedrijf met vismarkt te Antwerpen. Vissers brengen vis, oesters en mosselen naar de vismarkt. Op de voorgrond links wordt een korf mosselen uit een schip gelost en in een boot gestort. Op de voorgrond rechts onderhandelen kopers over de prijs van de aangevoerde vis. (Havenbedrijf en markt te Antwerpen, anonieme meester, rond 1600. Olieverf op paneel. Copyright museum Fritz Mayer Van Den Bergh museum te Antwerpen, inv. nr. MMB.006)

clip_image019

Detail van het schilderij met zicht op de belangrijkste aanlegkaaien van het kerkhoofd en de kerk. Achter de drie schepen zien we nog een vierde aan een verder gelegen kaai, terwijl links daarvan de mast van een vijfde schip zichtbaar is. Op het schilderij zijn ook een aantal personen weergeven, waaronder schijnbaar ook een ruiter. (Havenbedrijf en markt te Antwerpen, anonieme meester, rond 1600. Copyright museum Fritz Mayer Van Den Bergh museum te Antwerpen, inv. nr. MMB.006)

Het lijkt erop dat het schilderij verband houdt met de vishandel tussen Antwerpen en Baasrode. De gemeente stond voor 1561 immers grotendeels in voor de bevoorrading van vis en schelpdieren voor een groot deel van de Denderstreek, Brussel en geheel West-Brabant, dewelke grotendeels vanuit Antwerpen werden ingevoerd.[11] De vraag is nu: wie heeft dit schilderij vervaardigd, waarom en wanneer?

Helaas kunnen we hier geen sluitend antwoord op geven. Qua stijl geeft het werk geen enkele indicatie een Pieter Bruegel de Oude te zijn, maar daarentegen valt het wel perfect te rijmen met de stijl van Jan Brueghel de Oude en anderen vanaf 1590. Maar toen waren de afgebeelde Baasroodse bouwwerken echter stuk voor stuk vernietigd en vervangen door andere, terwijl ook de vishandel sterk aan belang had ingeboet.

Hoe valt dat nu te rijmen? De reden dient vermoedelijk gezocht te worden in het feit dat er vanaf het einde van de zestiende eeuw een grote industrie bestond in het produceren van schilderijen met anachronistische elementen.

Het toenmalige publiek in de Zuidelijke Nederlanden had een grote interesse in afbeeldingen die meerdere lagen hebben, visuele puzzels, in het herkennen en bespreken van beeldelementen, enzovoort. Al blijft de rode draad Baasrode-Antwerpen-vishandel iets te toevallig, toch kunnen er geen zekerheden ontleend worden aan het schilderij.

Een origineel of een kopie naar een origineel van Pieter Bruegel de Oude lijkt immers uitgesloten, terwijl Jan Brueghel de Oude nu net iemand was die zeer bedrijvig was in het ontlenen van beeldelementen uit het werk van zijn vader.

Jan was daarenboven hoogstwaarschijnlijk in het bezit van de originele pentekening, want ook de kopie van Londen is aan hem toegeschreven. Om al deze redenen is het aannemelijk dat ook dit schilderij van zijn hand is.

Wat de ontstaansgeschiedenis van dit kunstwerk ook is, het belichaamt op duidelijke wijze de onderlinge verbondenheid van Baasrode met Antwerpen en vormt opnieuw een interessante toevoeging aan de boeiende geschiedenis van deze Scheldegemeente.

Bart De Bondt

Met medewerking van Prof. Dr. Manfred Sellink

clip_image021

De huidige Baasroodse kerk geprojecteerd op de pentekening van Pieter Bruegel de Oude.


[1] Pieter Breugel de Oude (geboren 1525-30, gestorven 1569) had naast een dochter twee zonen, Pieter Brueghel de Jonge (1564-1638) en Jan Brueghel de Oude (1568-1625). Om onbekende reden schreven beide zonen hun naam als Brueghel en niet als Bruegel.

[2] De overzet naar Antwerpen mocht “alleenlyck maer geschieden met het convoyschip”, en dat passagiersveer had sinds “smenschen gedenckenisse altijt tot Baesrode gelegen”. Zo ontstond in 1626  nog een juridisch geschil tussen Antwerpen en Dendermonde wanneer Dendermondse goederenschepen sinds enige tijd passagiers meenamen “die hun niet en willen transporteeren naer de prochie van Baeserode”.

Uiteindelijk werd een compromis gesloten door toch toestemming te verlenen aan zwangere vrouwen, kreupelen en zieken. In ruil moest men wel het veerloon betalen aan de konvooischippers. In 1636 werd het geschil definitief opgelost door het instellen van een passagiersveer van Dendermonde op Baasrode.  (Bron: Stadsarchief Antwerpen, Archief Schippersambacht, GA.4313)

[3] COEN, I., De eeuwige Schelde? Ontstaan en ontwikkeling van de Schelde, Waterbouwkundig laboratorium, 2008, pp. 62-65.

[4] De handel op de Dendermondse weekmarkt was omstreeks 1540 al jarenlang sterk ingekrompen omdat de Dendermondse poorters en handelaars in grote getale buiten de stad gingen wonen.

De meesten trokken met name naar Baasrode, waar zich ondertussen de hoofdelementen van de handel richting Antwerpen en Mechelen bevonden, waaronder de algemene stapel en de handel in buitenlandse goederen.

met name het uitsluitend recht van opslag, lading en lossing voor een groot aantal koopmanschappen aan de stad werd toegewezen. De zeer strenge privileges werden later gemilderd door akkoorden met Aalst en Antwerpen.

[5] COEN, I., De eeuwige Schelde? Ontstaan en ontwikkeling van de Schelde, Waterbouwkundig laboratorium, 2008, p. 71.

[6] REGNAUT, E., Catalogue d’une très riche collection d’autographes, d’estampes, de dessins, dl. 5, Gent, Van Doosselaere, 1865, p. 20.

[7] VAN VAERNEWYCK, M., VANDERHAEGEN, F.(ed.), ‘Van die beroerlicke tijden in die Nederlanden en voornamelick in Ghendt 1566-1568’, deel 2, Gent, 1872-1881, p. 129.

[8] Een ‘hoofd’ is een uitsprong in het water, waar doorgaans met schepen aangelegd kan worden of dewelke kunstmatig wordt aangelegd om de kracht van het water te breken. Het Baasroodse kerkhoofd vormde een grote, natuurlijke halfronde vernauwing van de Schelde waar zich de voornaamste kades bevonden. Ze werd vaak omschreven als het ‘hoofd van Baasrode’.

[9] Stadsarchief Dendermonde, Oud kerkarchief parochie Baasrode, nr. 15, rekening van 1594.

[10] Latere getuigenissen van inwoners van Sint-Gillis, Denderbelle en Zwijveke, Grembergen, Sint-Amands, Mariekerke, Buggenhout en Antwerpen. (Stadsarchief Dendermonde, Archief schepenbank Baasrode-Vlassenbroek en van de heerlijke griffie van Sint-Ursmarus-Baasrode, nr. 5, 16 en 221. documenten van maart-april 1663 en mei 1670)

[11] Binnen het Brussels vismijnreglement van 1450 hadden Baasroodse vishandelaars zelfs speciale rechten. Bij de vernieuwing van het reglement in 1517 was daar geen sprake meer van, maar wordt wel duidelijk dat de zout- en zoetwatervis vanuit Antwerpen en Steenbergen (Nederland) per schip naar Baasrode (Schelde) of Mechelen (Dijle/Rupel) werd vervoert, om vanaf daar over de weg met wagens, paarden en mitter hant naar de vismijn te getransporteerd te worden. (Bron: LAURENT, Ch., LAMEERE, L., SIMONT, H., Recueil des ordonnances des Pays-Bas. Deuxième sèrie, 1506-1700, 1893, Brussel, pp. 537-8.)

Naschrift:

Er is nog een link tussen Pieter Bruegel de Oude en het Dendermondse. Zo huwt Anna Brueghel (1620 – 1656) in 1636 met David Teniers II (1610-1690), zoon van David Teniers I, alias de Oude. Van deze hangt er in de Onze-Lieve- Vrouwekerk te Dendermonde een van 1617 daterende triptiek gewijd aan de patroonheiligen van Dendermonde Hilduardis en Christiana. Het schilderij heet De Verheerlijking van  Christus. Het middenpaneel verdween echter in 1914 bij de vernieling door het Duitse leger van de stad.

Anne Brueghel was de dochter van Jan Brueghel de Oude, alias de Fluwelen. De mogelijke schilder van het hier besproken schilderij De Vismarkt. Ze was dus een kleindochter van Pieter Bruegel de Oude en Maeyken Coecke, zelf de dochter van de befaamde Aalsterse kunstschilder Pieter Coecke van Aelst.

De zoon van Anne Brueghel en David Teniers II was de in 1638 geboren David Teniers III (1638-1685). Deze huwde op 4 april 1671 met de Grembergse Anna Maria Bonnarens (1652-1727), dochter van Joos Bonnarens, toen hoofdschepen van het Land van Dendermonde. Uiteraard een man met aanzien, macht en welvaart. Ze hadden vijf kinderen. Ze huwden trouwens in de Onze-Lieve- Vrouwekerk te Dendermonde. Ze konden er dus het werk van grootvader David Teniers I bewonderen.

Het verhaal toont nogmaals de nauwe relaties tussen de toenmalige topkunstschilders. Zo was Pieter Breugel de Oude gehuwd met een dochter van kunstschilder en eerste leermeester Pieter Coecke van Aelst. De kleindochter van Pieter Brueghel huwde dan weeral met een zoon van David Teniers I.

Ook hadden al die kunstschilders de best mogelijke relaties met de rijke kooplui, de kerkelijke autoriteiten en vooral de adel uit die periode. Het waren immers hun opdrachtgevers. Ze leefden in de best mogelijke symbiose, en wars van de politiek.

Als men David Teniers III trouwens doopt gebeurt dat met grootvader David Teniers I en Helena Fourment, de tweede echtgenote van Pieter Paulus Rubbens. Ook was de fameuze Antoon Van Dyck de boezemvriend van Jan Brueghel de Oude, grootvader van David Teniers III. Een Anthony Van Dyck die de meest fameuze leerling was van Pieter Paulus Rubbens.

En van Anthony Van Dyck hangen er twee schilderijen in de Dendermondse Onze-Lieve-Vrouwekerk, de Calvarie en de Aanbidding der Herders, ook gekend als de Kerststal. Twee der topwerken uit zijn tweede Antwerpse periode. Maar daarover later meer.

Willy Van  Damme

Met dank aan Michel Van Driessche.

Bronnen:

  • “Het ‘kasteel van Bonnarens’ op een familieportret van David Teniers III”, Aimé Stroobants, Gedenkschriften 2004, Oudheidkundige Kring Land van Dendermonde, pagina’s 313-317.
  • “Antoon van Dyck, 1599-1999: het portret als passie”, Katlijne Van der Stichelen, tijdschrift Vlaanderen, Jaargang 48, nummer 3, mei-juni 1999.
  • De stamboom van Pieter Coecke van Aelst. http://www.coucke.net/aalstnl/ksfam.htm.
  • “De Dendermondse patroonheiligen Hilduardus en Christiana en hun verering in de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Dendermonde”, Aimé Stroobants en Leo Pée, 2004, Vrienden van de Onze-Lieve Vrouwekerk Dendermonde, het Stadsbestuur Dendermonde en de Stedelijke Musea.

 

 

De kepie van generaal Erasme Joseph Warnant

De kepie van de Belgische generaal-majoor Erasme Joseph Warnant is sinds vorige week eindelijk in het bezit geraakt van de Dendermondse musea. Generaal Warnant (Pessoux, Ciney, 9 januari 1855 – Ukkel, 24 augustus 1926) was de man die als generaal in augustus en september 1914 de Dendermondse regio moest verdedigen tegen het Duitse invasieleger.

Ontslag met luide trom

Een strategisch erg belangrijke plaats daar dit de poort is tot het Waasland en zo tot de westelijke flank van de Antwerpse vestigingsgordel. Veroverde men dit dan zat het Belgische leger in Antwerpen gevangen.

Bij het uitbreken van de oorlog was deze ex-kolonel wegens een schrijnend gebrek aan hogere officieren door het leger terug in dienst genomen. Zij het dan als generaal majoor, een graad die men hem voordien weigerde en welke de reden was waarom hij met heel luide trom toen ontslag nam.

Kepi generaal Erasme Joseph Warnant plus Aimé Strobants

In Canada kocht Dendermonde de kepie van generaal-majoor Erasme Warnant. Het voor zover geweten enige aandenken van de man die in augustus en september 1914 het Dendermondse moest verdedigen. Tot een goed half jaar geleden was er zelfs geen foto van de man beschikbaar. Hier de kortelings op pensioen gaande stadsconservator Aimé Stroobants.

Voorzien van slechts een 3.500 slecht bewapende en uitgeputte manschappen en zonder veel zware wapens sloeg zijn legereenheid al na enkele uren op de vlucht voor de goed bewapende 35.000 man sterke Duitse legermacht. Zich daarbij opstellend voorbij Hamme achter de Durme. Strategisch gezien een ramp.

Men rekende het hem zwaar aan en nog tijdens de oorlog werd hij zonder enige eer ontslagen. Waarna hij zich tijdelijk bij zijn in Nederland wonende dochter Marguerite vestigde. Later weigerde men hem zelfs het pensioen van generaal uit te betalen. Na de oorlog trok hij naar Ottignies waar hij kort voor de liberale partij in de politiek actief was. Hij stierf bij zijn andere dochter Gabrielle in Ukkel. 

Zijn hoogtepunt was echter toen hij als majoor in 1904 op vraag van Koning Leopold II het bevel overnam van diens Congolees leger en tijdelijk zelfs enkele maanden gouverneur-generaal was van de Kongo-Vrijstaat, toen nog het privébezit van de koning.

Beroepsfotograaf

Als gevolg van de serie artikelen rond de herdenking van de Grote Oorlog 1914-1918 en de rol van Warnant bij die gebeurtenissen werd vanuit Canada contact opgenomen met deze blog. Bleek dat een ginds al decennia wonende Belgisch beroepsfotograaf de kepie van Warnant in zijn bezit had en vroeg of men er in Dendermonde interesse voor had.

Erasme Joseph Warnant, generaal majoor

Generaal Erasme Warnant moest Dendermonde verdedigen met een 3.500 manschappen zonder zwaar geschut. Zijn manschappen moesten in de stad zelfs om schoeisel bedelen. Toen zijn Duitse tegenhanger generaal Max von Böhn met 35.000 zwaar bewapende soldaten – ze hadden zelfs een luchtballon mee om zo een overzicht te krijgen van het slagveld – de stad op twee uur tijd veroverden (1) moest alleen hij hiervoor de schuld dragen. Bij de generale staf en het ministerie van Oorlog kreeg niemand hiervoor een publieke blaam. Dit is de enige gekende foto van de man.

Deze fotograaf had die kepie veel jaren eerder verkregen van Tony van Renterghem, de Nederlandse en enige kleinzoon van de generaal. Een ontmoeting die een gevolg was van een fotoreportage die hij toen in de omgeving van Hollywood moest maken voor het cosmeticamerk Avon.

De kepie van Warnant kan men nu mogelijks tentoonstellen in het Vleeshuismuseum op de Grote Markt. Dit wordt nu op een professionele wijze geheel heringericht en kan gezien worden als het museum rond de geschiedenis van de stad. Recent werden trouwens bij archeologisch vooronderzoek op de Kroonveldlaan Duitse kogels gevonden die dateren uit die zo vernietigende septemberdagen van 1914. Ze kunnen de kepie vervoegen.

Willy Van Damme

1) Het Laatste Nieuws schreef toen op 6 september 1914, twee dagen na de verovering van de stad:

“Verschillende malen liepen de Duitschers ondanks het geweldige vuur der onzen, storm! Zij moesten het echter duur bekoopen. Vele rangen werden aldus weggemaaid. Toen tegen den namiddag de Duitschers zich rekenschap gaven dat hun aanval op Dendermonde mislukt was, bedekten hopen lijken het veld.”

De befaamde Iraakse Comical Ali, verantwoordelijke van Irak voor persinformatie ten tijde van de Amerikaanse invasie van maart 2003, lijkt hier zijn meester gewonden te hebben. Of er bij de bestorming van het Dendermondse die dag een Duits soldaat sneuvelde is onzeker.

Het Nederlands verzet in Wereldoorlog II–Een erg persoonlijk relaas

Kort voor zijn dood verscheen van de in de VS wonende Nederlander Tonny Van Renterghem het boek ‘De laatste huzaar’ (1). Het is een boeiend werk dat een beeld schept van zowel de familie van Tonny Van Renterghem als van het Nederland in het interbellum tussen de twee wereldoorlogen en van de periode tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Wat het zo interessant maakt is dat het geschreven is door iemand die, zijn einde nabij, open en bloot schrijft over de zaken die hij toen als kind en jonge man meemaakte. Zijn kritiek op de mensen om hem heen en op bepaalde toestanden is dan ook niet mals. Maar het is met zo’n detail geschreven en met een zekere liefde dat het een diepmenselijk document werd.

Tonny van Renterghem - Kaft boek De laatste Huzaar Er zijn spijtig genoeg maar weinig verzetslui uit de Tweede Wereldoorlog die hun verhaal te boek stelden. Op het einde van zijn leven deed Tonny van Renterghem het gelukkig genoeg toch. Het werd een zeer humaan document over het Nederland van 1920 tot 1945. Het is ook een boeiend familierelaas en deels sociale schets van het Amsterdam toen.

Een rijk gezin

Tonny Van Renterghem is de op 28 juni 1919 – de dag dat het verdrag van Versailles het daglicht zag – geboren zoon van Antoine Van Renterghem (2), toen een erg succesvol Amsterdamse tandarts, en Marguerite Warnant.

Antoine van Renterghem was in zijn jeugd een internationaal gekend voetballer en een ook buitenlandse tornooien spelende tennisser. Het was trouwens via de tennissport dat hij de toen in Brussel wonende feministe Marguerite Warnant had leren kennen.

Deze was de dochter van de Belgische generaal Erasme Joseph Warnant, een buitenbeentje in het Belgische officierenkorps die als majoor in 1906 door koning Leopold II naar zijn Congolese Vrijstaat werd gestuurd om er het lokale leger verder uit te bouwen.

Wat vermoedelijk de reden was waarom hij nadien bij de andere en hogere legerofficieren in ongenade was gevallen. Een lagere officier die kreeg daar immers van de koning een topjob aangeboden. Wat logischerwijze jaloezie moet opgewekt hebben.

Bij de start van de oorlog moest hij met amper een 3.000 vermoeide en onderbewapende manschappen – er waren zelfs geen kanonnen – de Dendermondse regio verdedigen. Met als gevolg dat hij op 2 uur tijd de stad moest opgeven en zo een omsingeling van het Belgische leger mogelijk maakte. Een strategische ramp waarvoor hij gestraft werd en niet het opperbevel dat hem op die wijze een onmogelijke opdracht had gegeven.

Tonny Van Renterghem groeide op in een rijk gezin dat financieel niets tekort kwam. Er was een lift, huispersoneel, men maakte dure buitenlandse reizen en men beschikte over een goed beklante tandartspraktijk. Zijn ouders konden zich duidelijk zowat alles veroorloven.

Tony Van Renterghem

Tonny Van Renterghem hier fier met zijn onderscheidingen uit zijn verzets- en oorlogsperiode. Hij was fier over het resultaat van hun verzet tegen de Duitse luchtlandingstroepen begin mei 1940 in Den Haag dankzij wie de Nederlandse koninklijke familie uit Duitse handen kon blijven.

Vernietigend is bijwijlen het portret van zijn moeder die er graag voor koos om met die rijkdom te pronken. Ook de onderhuidse jodenhaat die toen in begoede Nederlandse kringen heerste komt ter sprake.

Nederland was toen even anti-joods als het Duitsland van toen, schrijft hij. Het gezin was lid van een tennisclub waar joden echter niet welkom waren. Men verhuisde dan maar naar een andere club want jodenhaat was het gezin duidelijk teveel.

Merkwaardig is zijn schets van de tweedeling van Amsterdam met zijn rijkemensenbuurt, met o.m. de Gabriël Metsustraat aan het Museumplein waar hij opgroeide, en de Jordaan waar de proleten woonden. Hij zou er vrienden maken en zo afstand nemen van zijn omgeving, de Nederlandse elite.

Genadeloos beeld

Wel blijkt hij duidelijk veel achting te hebben voor zijn grootvader Erasme Warnant naar wie hij omwille van zijn rol als militair in 1914 enigszins opkijkt. Hetzelfde voor diens familie met zijn overgrootmoeder Marie Joseph de Garcia de la Vega, stokoude ooit naar België uitgeweken Spaanse adel wier stamboom teruggaat tot het Castilië van de dertiende eeuw.

Het verhaal is echter vooral interessant omdat hij ook een beeld schept van de chaos die in Nederland heerste en het verzet erna in de periode 1939 tot mei 1945 toen Nederland al na enkele dagen capituleerde voor Nazi-Duitsland.

Opkijkend naar zijn grootvader de generaal, besloot hij bij de cavalerie te gaan, het paardenvolk – de huzaren en vandaar de titel van het boek – waar men met de sabel en het mooi uitgedoste officierenkostuum kon uitpakken. Maar om toe te treden diende men wel over voorspraak van iemand van adel te beschikken. Voor het gezin van Renterghem-Warnant echter geen probleem.

Het beeld dat hij hier schetst van deze eenheid, haar mentaliteit en zo het hele Nederlandse leger is genadeloos. Nog in 1939 was het rijden met motorvoertuigen voor de huzaren uit den boze. Zijn eenheid was de enige die dan nog stiekem met auto’s en bromfietsen leerde rijden.

Het is een perfecte verklaring waarom het Nederlandse leger in mei 1940 zo slecht presteerde. Het was een grap, een operetteleger, goed om oproer van de proleten en de Javanen neer te slaan. Tot woede trouwens van de Belgen die door de ultrasnelle Nederlandse overgave ook op de noordelijke en zelfs westelijke flank in gevaar kwamen. Wat voor de Belgen eveneens onhoudbaar bleek.

Maar blijkbaar hadden enkele verlichte geesten in het Nederlandse opperbevel de waarde van die eenheid toch correct ingeschat en dienden zij die meidagen van 1940 in te staan voor de beveiliging en ultrasnelle vlucht naar het Verenigd Koninkrijk van de koninklijke familie.

Antoine van Renterghem

Vader Antoine van Renterghem, toen een succesvolle tandarts. Na de oorlog had hij het echter heel moeilijk om zijn vorig leven te hernemen.

Verzet tegen Duitsland

Men wou immers de farce van Denemarken vermijden waar de oorlog al na één dag voorbij was en de koning een Duitse gevangene werd. Drie dagen wist zijn eenheid te weerstaan aan de Duitse parachutisten die overal in Den Haag waren geland.

Voldoende tijd voor de koningin om naar het Verenigd Koninkrijk te vluchten. Hij beschrijft deze episode in groot en boeiend detail. Hij kan dan ook goed schrijven. Vernietigend is hij echter voor de gemaal van de kroonprinses Juliana, de Duitse prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld (3).

Hij haalt hierbij het verhaal boven dat zijn huwelijk met kroonprinses Juliana feitelijk een verstandshuwelijk was mede georganiseerd door Adolf Hitler. Waarbij Bernhard als gewezen SS’er controle moest houden over Nederland en tijdens de bezetting als een soort van Duitse nepvorst Nederland zou moeten besturen. Het plan mislukte echter.

Ook zijn relaas van het verzet – Hij trad toe tot de uit het leger komende Ordedienst – is zeer meeslepend geschreven en toont de gevaren, de moeilijkheden en de soms noodzakelijke compromissen die nodig waren, niet alleen om het verzet te organiseren maar voor hem ook om te overleven. De Duitsers veroordeelden hem wegens zijn verzetsdaden immers ter dood.

Mogelijks helpt dit boek mee om een nog betere kennis te krijgen over de werkelijke aard van de Ordedienst. Een figuur als Tonny Van Renterghem, die tot het middenkader behoorde, was zeker niet gediend met de plannen van onder andere leden van de Ordedienst om na het verdrijven van de Duitsers in Nederland een autoritaire staat te stichten. Ook hier lijken nuances op zijn plaats.

Maar hij overleeft met valse paspoorten en met daarbij eveneens de nodige durf en geluk. Ook toont het boek, in tegenstelling tot wat sommigen beweren, dat de CPN reeds van bij het begin van de bezetting actief verzet pleegde.

Sommigen, zonder veel kennis van zaken of om kwaadwillige reden, beweren immers dat communistische partijen in het bezette Europa pas in juni 1941, toen Adolf Hitler de Sovjetunie aanviel, in het verzet gingen.

Boeiend is ook zijn ervaring met de Joodse Raad die namens de joden de gesprekken voerde met de Duitse bezetter en zo gewoon zonder enige weerstand te bieden meehielp aan de Endlösung, de massamoord op joden. Zijn beschrijving van de diamantair Abraham Asscher, co-voorzitter van de Joodse Raad, als profiteur is vernietigend.

Erasme Joseph Warnant, generaal majoor

Erasme Joseph Warnant die toen de oorlog uitbrak als generaal-majoor terug in dienst trad en daarbij de verdediging van Dendermonde, poort tot het Waasland en dus de sleutel voor de omsingeling van Antwerpen, op zich moest nemen. Met een 3.000 amper bewapende, uitgeputte en slecht georganiseerde soldaten moest hij het opnemen tegen een in het Dendermondse sterke Duitse invasiemacht van 35.000 zwaar bewapende en sterk georganiseerde soldaten. Op twee uur tijd viel Dendermonde, waarvoor hij nadien alle schuld kreeg.

Teleurstelling

Eveneens interessant is het relaas van zijn gesprek met de voornaamste Amsterdamse woekeraar toen, een man zonder enige moraal en een oorlogsprofiteur van de eerste orde. Er moest echter in die fameuze Oorlogswinter van 1945 hoe dan ook voedsel zijn en dus kon hij hem niet negeren laat staan uitschakelen. Nood breekt wet heet dat.

Eens de oorlog voorbij komt echter snel de ontnuchtering. Met de zogenaamd politionele operatie in Indonesië die nadien begon kon hij zich niet verzoenen – Voor hem hadden Indonesiërs evenveel rechten als de Nederlanders – en de plannen voor het nieuwe Nederland zag hij evenmin zitten. Hij had nochtans vlot toen carrière kunnen maken.

Hij had tijdens de oorlog echter leren filmen en dat boeide hem danig. Maar zoals vermoedelijk de grote meerderheid der verzetslui uit die periode was hij zwaar teleurgesteld in wat de nieuwe orde werd. De meesten wilden trouwens nadien over hun verzetsrol niet meer spreken, zo gedegouteerd waren ze. Tonny van Renterghem sprak gelukkig wel.

Niet verbazend is dan ook dat hij met zijn nieuwe liefde, het camerawerk, naar de VS en Hollywood trekt, toen het nieuwe mekka voor velen. Hij zal er werken en ook huwen en een zoon krijgen. Wel is hij soms langdurig terug in Nederland en heeft hij regelmatig in Brussel contact met zijn tantes, de zussen van Marguerite.

Maar het boek eindigt niet met het verhaal van zijn leven maar met een scherpe aanval op de beide grootvaders en hun rol  in de koloniale oorlogen die België en Nederland ooit voerden. Zijn grootvader langs vaderszijde was Albert Willem van Renterghem die nauw samenwerkte met Frederik van Eeden en die een der grondleggers was van de moderne Nederlandse psychiatrie.

Marguerite Warnant en Tony van Renterghem

De piepjonge Tonny van Renterghem met zijn moeder Marguerite Warnant. Het beeld dat hij van haar schetst is niet altijd fraai.

Hij citeert hierbij uitvoerig uit een op erg beperkte schaal voor intimi verschenen boek over zijn grootvader. Het uitroeien van Nederland onwillige Oost-Indische dorpen was ook voor hem geen enkel probleem. Zoals Congolezen voor Warnant tweede- of derderangsburgers waren, zo waren de Javanen dat voor grootvader van Renterghem, de beroemde psychiater waar iedereen naar opkeek.

Zo schrijft hij afsluitend:

“Ik vind ’t moeilijk te begrijpen hoe mijn grootvader, de humanistische, beroemde psychiater op jonge leeftijd zo totaal onbewust en onverschillig kon zijn over een kanonnade van een kleine kampong, waarbij vrouwen en kinderen gedood werden.”

Het is mede dit soort beschouwingen dat het boek zo’n diepmenselijk document maakt dat bovendien over een belangrijke periode van de Nederlandse geschiedenis gaat.

Willy Van Damme

1) Tonny van Renterghem, ‘De laatste huzaar – Verzet zonder kogels – Herinneringen aan de tweede wereldoorlog’, Uitgeverij Conserve, Schoorl, 2010, 24,95 euro, 300 bladzijden.

2) Antoine Van Renterghem was topvoetballer in de periode 1902-1911 en speelde onder meer voor HBS, Haagse Burgerschool, het Nederlands elftal in 1902 tegen het Deense Bolderklubben 1893, het Olympisch voetbalteam in Londen in 1908 en de Hilversumse HC & FC, de Hilversumse Cricket & Football Club. Hij was een aanvaller en maakte voor HBS 20 doelpunten. Hij werd geboren in Goes op 17 april 1885 en stierf in de VS op 1 maart 1967. In 1953 week hij uit naar de VS.

3) Over de figuur van Prins Bernhard verscheen in 1979 het boek ‘Prins Bernhard, een politieke biografie’ van de hand van de journalist Wim Klinkenberg. Uitgeverij Onze Tijd. Het bevat 558 pagina’s en is een zeer stevig gedocumenteerd werk met ook foto’s en de afdruk van bepaalde documenten.

Met dank aan Susanne Severeid, de weduwe Tonny van Renterghem en Gerrit Herder.