Baasrode en Pieter Bruegel de Oude

Kort vooraf

Kenners weten dat Pieter Bruegel de Oude, een van onze grootste schilders ooit, een tekening van Baasrode had gemaakt. Een aantal Baasrodenaren hebben trouwens kopieën van die rond 1555 gemaakte tekening thuis hangen.

Bart De Bondt, een historicus uit het vlakbij Baasrode gelegen Buggenhout, doet al enkele jaren wetenschappelijk onderzoek naar het verleden van Baasrode en ontdekte massa’s tot heden onbekende gegevens. Ze gaven de geschiedschrijving van de gemeente, de regio en België een extra toets.

IMG_3061

De in volle bloei zijnde Baasroodse School voor Scheepsmodelbouw zet de traditie van scheepsbouw in de gemeente voort, zelfs al is het op schaal. Ze heeft nu al bijna 100 leden en is ook uit buiten onze grenzen in de sector goed gekend. Een succes dat het o.m. te danken heeft aan de kennis van Maurice Kaak, de specialist in de materie. Het heeft de steun van de besturen van de provincie Oost-Vlaanderen en de stad Dendermonde.

Zijn licentiaatsthesis ging over het Baasrode van de negentiende eeuw en de opkomende industrie met vooral dan de scheepsbouw met haar families zoals Van Praet, Van Damme en De Landtsheer, de latere Buggenhoutse brouwers. Een uittreksel uit die thesis met de sociale en politieke rellen eind negentiende eeuw met vooral de bewoners van de proletarische wijk Broekkant verscheen hier eerder en werd veel gelezen.

Die Baasroodse geschiedenis leeft in deze gemeente nu nog voort met de School voor Modelscheepsbouw, het Hof van Peene en het Scheepvaartmuseum. Baasrode koestert gelukkig genoeg zijn verleden.

De Bondt werkt op dit ogenblik aan een boek welke die periode in beeld zal brengen. Daarna komt er normaal ook een boek over het oudere Baasrode met zijn florerende handel, de godsdienstoorlogen en de relatie met Dendermonde. Want Baasrode behoorde binnen Habsburgse staatsbestel tot de Franse definitieve verovering in 1794 en het ermee samengaande revolutionaire elan tot het Land van Dendermonde.

IMG_4098

Het Baasroodse Hof van Peene werd onder impuls van chocolatier Karel Peeters deels heropgebouwd. Een geslaagde restauratie die o.m. de veertiende eeuwse grondvesten toont. Het is deels een woonbouwproject, deels een tentoonstellingsruimte voor de geschiedenis van Baasrode en voor lokale kunstenaars. Nu loopt er een met werk van beeldhouwer Henri De Bruyne, een der uitstekende beeldhouwers uit de regio.

Zeker in Dendermonde en Baasrode was er amper iets over geweten en was er nogal wat foute informatie. Het is de zeer grote verdienste van Bart De Bondt dit uit de nevelen ter tijden te hebben gehaald.

Het toont hoe een nu kleine gemeente van begin dit jaar 6.228 inwoners toen in de zestiende en zeventiende eeuw een toch niet onbelangrijke rol speelde in de economie der Lage Landen, eigendom van de Habsburgse keizers. Het had die welvaart grotendeels te danken aan de ontwikkelingen noordelijker in Antwerpen. Toen een van de voornaamste steden in Europa.

Leuk detail uit dit verhaal is dat Baasrode, ondanks de grote rivaliteit met Dendermonde, een café de Vier Heemskinderen had. De Heemskinderen zijn de berijders van het Ros Beiaard waar de echte Dendermondenaars nu nog steeds smoorverliefd op zijn. Het Ros Beiaard en zijn ommegang zien uitgaan is voor vele stedelingen een hoogtepunt in hun leven. Het gaat tegenwoordig om de tien jaar uit. De volgende ommegang is in 2020.

En dus ook reeds in zestiende eeuw was er in Baasrode een café genaamd de Vier Heemskinderen. Het toont mede de zeer nauwe band ook op dit vlak toen tussen Baasrode en Dendermonde.

Scheepvaartmuseum, Atelier Van Praet, Baasrode

Het merkwaardige Baasroodse Scheepvaartmuseum uitgebouwd rond de vroegere scheepswerven van de families Van Damme en Van Praet toont nog hoe bijna 100 jaar terug men hier schepen bouwde. In de jaren zeventig van de vorige eeuw stopte men met werken en liet men gewoon alles liggen. Wakkere Baasrodenaars met oog voor het erfgoed slaagden er toen in het niet alleen te redden van de sloop maar het ook te laten beschermen. Hier werden ooit zeeschepen gemaakt. Op zeker ogenblik had de gemeente zelfs 9 scheepswerven. Hier het atelier van de familie Van Praet.

In dat café en de vele andere estaminets werd zoals het onderzoek van Bart De Bondt leerde ook veel Dendermonds bier gedronken. Dendermonde had dus ook baat bij een welvarend Baasrode. Voor mensen met wat kennis van economie geen verrassing.

Dit verhaal verscheen gisteren ook in het tijdschrift van Baceroth, de heemkring van Baasrode. Het verschijnt eind januari 2017 ook in het jaarboek van de Oudheidkundige Kring van het Land van Dendermonde.

Willy Van Damme

Pieter Bruegel en Baasrode – Introductie:

Al een lange tijd heeft men in Baasrode weet van het bestaan van een tekening van de Scheldegemeente gemaakt door Pieter Bruegel de Oude[1], ook gekend als de Boerenbruegel omwille van de vele landelijke taferelen die hij afbeeldde en hem ook kenmerken.

Na zijn verblijf in Italië keerde hij vermoedelijk in 1554 terug naar ons land en vestigde zich in Antwerpen waar hij in dienst trad van graveur en uitgever Hieronymus Cock en zijn ‘Aux Quatre Vents’, (De Vier Windstreken) diens uitgeverij van gravures en tekeningen. Deze uitgeverij speelde een belangrijke rol in het verspreiden in de Nederlanden van de Italiaanse schilderkunst uit de periode van de renaissance.

In die periode tot ongeveer 1562 was hij dan ook vooral actief als maker van tekeningen. Pas na zijn verhuis naar Brussel en zijn huwelijk met Mayken Coecke in 1563 zou hij zich ontplooien tot een der ’s werelds grootste schilders.

Diens grote werken dateren dan ook allen van die periode 1562 tot zijn dood in 1569. Zijn tekening van Baasrode dient men dan ook te rekenen tot een werk uit de beginperiode van de man, waarschijnlijk dus gemaakt in afspraak met Aux Quatre Vents, de uitgeverij van kunstschilder en graveur Hieronymus Cock.

In die periode van de zestiende eeuw was de economische relatie tussen Baasrode en Antwerpen zeer intens. Antwerpen was uitgegroeid tot één van Europa’s grootste havens en ook een centrum voor handel en het nieuwe denken dat mede dankzij de boekdrukkunst het levenslicht zag.

Daarbij speelde Baasrode de rol van achterhaven vanwaar men Antwerpse handelswaar met karren naar delen van Brabant, de streek van Aalst en Dendermonde en zelfs tot in Frans-Vlaanderen voerde. Dat Pieter Bruegel Baasrode bezocht en tekende is bijna logisch te noemen.

Dagelijks immers vaarden passagiersschepen tussen beide plaatsen heen en weer; een voorrecht dat slechts enkele andere steden gegeven was. Zelfs de Dendermondenaren waren (met enige tegenzin)[2] verplicht om zich naar Baasrode te begeven vooraleer zich te laten inschepen richting Antwerpen.

Dankzij dit rechtstreekse passagiersveer was het dus vrij simpel voor een Antwerpenaar om een bezoek aan Baasrode te brengen. Zeker vóór de voltooiing van de Brusselse Vaart (1561) was Baasrode van groot belang.

Als achterhaven van Antwerpen had ze in onze streken vooral concurrentie te duchten van de machtige steden Dendermonde, Mechelen en Brussel. Kijken we maar naar de oudste havenalmanak van de Nederlanden (1556), die ons gegevens biedt over dertien belangrijke havens gelegen in onze contreien.

Tussen absolute kleppers als Antwerpen, Amsterdam, Mechelen, Rotterdam, Gouda, Haarlem, Enkhuizen en Dordrecht vinden we er het nietige Baasrode opmerkelijk genoeg weer. In een gelijkaardige almanak uit 1558 vinden we eveneens Baasrode terug tussen negen havens uit de Nederlanden.[3]

Deze studie van historicus Bart De Bondt brengt meer duidelijkheid over die tekening van Bruegel en het Baasrode van toen. Het toont ook hoe dit werk verzeilde in een schilderij die vermoedelijk het werk is van Jan Brueghel de Oude, jongste zoon van Pieter Bruegel. Een schilderij die de intense economische relatie van Antwerpen met Baasrode op Bruegheliaanse wijze belichaamt.

Willy Van Damme

Pieter Bruegel de Oude en Baasrode – Een studie

clip_image002

Pieter Bruegel de Oude, ‘Basrode’. Foto door H. Schneider. (Copyright Staatliche Museen zu Berlin, Kupferstichkabinett, nr. KdZ 5763, Berlijn, Duitsland)

Baasrode heeft het ontzettende geluk zich te kunnen beroepen op een waarheidsgetrouwe tekening van Pieter Bruegel de Oude. Op basis van de stijlkenmerken kan de pentekening vermoedelijk worden gedateerd rond 1555-1556; enkele jaren vóór de verwoestende dorpsbrand van 1558, die met name de scheepswerven, houtzagerijen en handelspanden aan de Schelde in de as legde. Toch kwam de tekening te laat om ons Baasrode op haar hoogtepunt te tonen.

Dendermonde had een aanzienlijk deel van de goederenhandel in 1540 weten te kortwieken,[4] terwijl ook in 1545 een grote dorpsbrand zware schade had aangericht. Hoe dan ook wijst de tekening zonder meer op een welstellend, handeldrijvend dorp.

Aan deze welstand zou pas een einde komen in 1578-1579, wanneer de Tachtigjarige Oorlog het alledaagse leven op gruwelijke wijze wist lam te leggen, de handel als een pudding in elkaar zakte en het platteland grotendeels ontvolkt werd.

De genadeklap werd gegeven bij het krieken van de dag op 15 augustus 1579, wanneer de versterkte dorpskom door een grote Spaansgezinde troepenmacht werd veroverd, in een mislukte maar bijzonder bloedige poging om rebellenleider Willem van Oranje te pakken te krijgen. Honderden soldaten en een onbekend aantal burgers lieten het leven. Wanneer Willem onvindbaar bleek, werd de gehele dorpskom in de as gelegd.

Misschien dachten de soldaten dat de prins van Oranje zich nog ergens in een huis verschool; geen onlogische gedachte aangezien de Spaansgezinde troepen zelfs na hun overwinning nog onder kanonvuur werden genomen door oorlogsschepen die mogelijk deel uitmaakten van de maritieme escorte van de prins was. Hoe dan ook, met den brant van Baserode was het over and out voor alle bouwwerken die we op de pentekening van Bruegel kunnen terugvinden.

Dankzij de tekening krijgen we een blik op de hoge behuizing aan de steenweg vanaf het Hof van Peene tot en met de kerk, alsmede de eerste handelspanden aan de Schelde. De zuidelijkere aanlegkades, de houtzagerijen en scheepswerven, de grote inham van de Vliet en de steenweg met zijn talrijke herbergen en handelspanden zijn minder duidelijk of niet weergegeven.

Verder tellen we maar liefst dertien vaartuigen, waarvan er acht zijn uitgerust met een zeil, alsmede een twintigtal personen op diverse plaatsen. Het dorpscentrum lijkt trouwens net iets te hoog afgebeeld, maar vergeten we niet dat het waterpeil toen een meter lager lag als vandaag, terwijl het tijverschil slechts twee meter betrof tegenover ruim vier meter vandaag.[5]

Een kopie van de originele tekening van Berlijn kan in Londen worden gevonden. Op 25 oktober 1865 werd nog een ‘mooie tekening’ van een zicht op Bastrode door Bruegel openbaar verkocht te Gent, maar het is onduidelijk of deze tekening één van de huidige bekende exemplaren betreft.[6]

clip_image004

Jan Brueghel de Oude, ‘Bassere in Flandre’. (Copyright British Museum, Londen, inventarisnr. RN 1946,0713.148, Verenigd Koninkrijk)

Eerst en vooral hebben we hier een mooie weergave van de gotische kruiskerk met dubbele kruisbeuk en een aanzienlijk hoger koor. Zware steunberen stutten het gebouw. De toren bezit vier kleine hoektorentjes en is bekroond met een zeer lange en slanke gotische naald (hoogte inclusief kruis ruim 45 meter), met bovenaan verschillende ingewerkte dakkapelletjes.

Minder duidelijk is de fraaie afwerking van deze toch vrij nieuwe kerk, welke luxueus was opgevat met een reeks versierde glasramen (o.a. van de schippers), heiligenbeelden, slanke pilaren in witte hardsteen, een horloge, enzovoort.

Geen wonder dat de kerk een tiental jaar later, op 19 februari 1567, een doorn in het oog bleek te zijn van een passerende geuzenvloot, die een raid op het kerkgebouw uitvoerden en het interieur van de gebedsplaats kort en klein sloegen.[7] Een beeldenstorm dus.

Rondom de kerk bevindt zich het kerkhof. Aan de straatzijde is dit niet breed, maar ze strekt zich anderzijds wel uit over een groot gedeelte van het kerkhoofd.[8] De begraafplaats wordt omringd door een dikke muur, voorzien van steunberen.

BPK 45.594

Pieter Bruegel de Oude, ‘Basrode’, detail. (Copyright Staatliche Museen zu Berlin, Kupferstichkabinett, nr. KdZ 5763, Berlijn, Duitsland)

Toegang tot het kerkhof kon men krijgen via openingen aan het koor en aan de ingang. Naast het kerkhof ligt nog een brede strook grond die als weg werd gebruikt. Op de tekening zien we vijf personen op deze weg, terwijl er ook enkele kleine roeibootjes liggen.

Men noemde deze baan in de volksmond ’s Heerenweg, maar het is onduidelijk of deze naamgeving nu verband houdt met de heer van Baasrode of met het kerkhof. De oeverkant werd met aarde en hout verstevigd om zowel de kerk tegen te Schelde te beschermen als te dienen tot kade en transportweg.

Door middel van slagbomen konden tollen worden geheven op de talrijke karren die het kerkhoofd aandeden om goederen te laden en te lossen. Vanaf het midden van de zestiende eeuw moesten periodieke, peperdure herstellingswerken worden uitgevoerd om te vermijden dat ’s Heerenweg – en vervolgens het kerkhof – door de rivier zou worden verzwolgen.

Dat klinkt heel dramatisch, maar we mogen de schurende kracht van de Schelde niet onderschatten. De enorme indijkingswerken die zich eerder op de eeuw voornamelijk in Moerzeke-Kastel hadden voltrokken, wisten de Schelde stroomafwaarts van Baasrode zodanig te vernauwen, dat het wassende water van de Schelde vrij spel kreeg op de oevergebieden tussen grosso modo Baasrode-centrum en Sint-Amands.

De gronden te Sint-Amands werden grotendeels gered dankzij kostelijke indijkingswerken vanaf 1562, maar in het Brielgebied gingen op dramatische wijze vrij plots tientallen hectaren verloren, terwijl dus ook het Baasroodse kerkhoofd zwaar te lijden had.

In een poging de zware onderhoudsuitgaven te recupereren, verleende koning Filips II in 1559 voor de eerste keer de toelating om voor rekening van de kerkfabriek gedurende negen jaar een scheepstol te heffen aan het kerkhoofd.

In tijden van economische voorspoed bracht dit een flinke duit op, maar wegens de relatief korte gunningstermijnen, de langdurige en kostelijke procedures alsmede allerlei beroepsmogelijkheden beschikte Baasrode de komende eeuwen slechts gedurende de helft van de tijd over een dergelijk tolrecht.

Daar komt dan nog bij dat de tolverpachting weinig opbracht in tijden van oorlog en tegenspoed, terwijl het kerkhoofd sowieso gedurig zware investeringen vereiste. In de vroegere geschiedschrijving werden de kerkkaaien met hun tolrechten beschouwd als een bron van welvaart voor de kerk.

Maar wie de cijfers nagaat kan enkel concluderen dat de kerkfabriek over de jaren heen financieel zijn broek scheurde aan de gevolgen van de ongelukkige inplanting van de kerk. Wanneer later op de zestiende eeuw door alle oorlogsperikelen geen tol werd geheven en de nodige middelen ontbraken om het kerkhoofd te onderhouden, werd de grond op vijftien jaar tijd zodanig weggespoeld dat de hele straat rond het kerkhof inclusief een groot deel van de kerkhofmuur reeds in de Schelde was gevallen.

Nog gevaarlijker was dat toen de ruïnes van de kerk ondermijnd geraakten, de steunberen scheuren vertoonden en de hele constructie begon over te hellen naar de Schelde.[9]

clip_image007

Een model van de Sint-Ursmaruskerk van Baasrode rond 1555

Verder zien we op de pentekening de brede monding van het kleine riviertje de Vliet, welke een lange boogvormige kil vormde aan de noordzijde van het dorp en zo een veilige aanleg- en ankerplaats bood aan de schepen.

Het hoeft niet te verwonderen dat de veer naar Moerzeke hier gevestigd was, pal aan het uiteinde van de weg tussen de ingang van de kerk en het Hof van Peene gelegen. Aan de zuidoostkant van het kerkhoofd waren de belangrijkste aanlegplaatsen van het dorp gevestigd. Het betroffen met hout verstevigde kaaien achter de kerk en de hierop volgende herbergen.

Op de tekening zien we dat er een vijftal beurtschepen zijn aangemeerd; drie ervan zijn goed zichtbaar en een beetje verder liggen er nog enkele aan een andere kade. De grote, hoge stenen gebouwen die zich aan de kaaien bevinden, staan volledig in het teken van de handel. Het zijn typevoorbeelden van stapelhuizen-herbergen en hun aanwezigheid duidt zonder meer op handel en welstand.

Op de tekening zijn er zeker twee zichtbaar, namelijk den Ancker en den Witten Leeuw. Deze laatste herberg bezat een groot afzonderlijk stapelhuis dat zich net naast de herberggebouwen bevond, bereikbaar via een steegje dat breed genoeg was om met wagens en karren te passeren. Het is niet al te duidelijk op de pentekening, maar schepen konden ook achter deze laatste

herberg aanmeren en zeker vanaf de volgende eeuw bevond er zich zowel een brede kil naast het stapelhuis alsmede een licht uitspringende houten (later stenen) kade achter de herberggebouwen.

Eveneens niet zichtbaar maar nochtans aanwezig in de haven is minstens één hijskraan, die ongetwijfeld diende om zware stukgoederen te lossen of te laden. Bijgevolg werden de havenarbeiders van Baasrode toen craenders genoemd.

Handelshuizen als deze op de pentekening laten ons een glimp opvangen van de roemrijke zestiende-eeuwse havenbedrijvigheid, wanneer Baasrode van groote commerschap ende negotiatie [was], versterckt met veele schoone herberghen ende winckels, [met] een menichte van inwoonders van alle plaetsen […].[10]

Er is op deze tekeningen trouwens nog geen sprake van een kleine kil aan het einde van het kerkhoofd, tussen de kerk de handelspanden. Deze werd pas naar de eeuwwisseling toe gegraven, wanneer het veer verlegd werd en hier zijn aanlegplaats zou krijgen. Rechts onderaan dit fragment zien we tenslotte nog twee zij aan zij gelegen (vissers)bootjes en een roeibootje.

clip_image009

Pieter Bruegel de Oude, ‘Basrode’, detail. (Copyright Staatliche Museen zu Berlin, Kupferstichkabinett, nr. KdZ 5763, Berlijn, Duitsland)

In het midden van dit fragment zien we het kasteelhof van de heren Baasrode; het Hof van Peene. Dit indrukwekkende gebouw werd in de vijftiende eeuw door de Halewijns uitgebouwd en maakte vervolgens verschillende bouwfases door. Ten tijde van de pentekening bestond ze grosso modo uit twee of drie hoge, haaks op elkaar staande vleugels, bekroond met zowel een kleine als een grote toren.

Beide torens hadden een spitse bekroning, waarbij er in de grote toren zelfs enkele dakkapelletjes ingewerkt waren. Deze laatste toren moet indrukwekkend zijn geweest, zeker als men weet dat de top van de toren met een hoogte van ongeveer 30 meter bijna even hoog kwam als die van de huidige Baasroodse kerk met haar renaissancekop uit 1677.

Wanneer de verdedigingslinie van het havendorp tijdens de Slag om Baasrode (1579) omtrent het Hof door de Spaansgezinde troepen onder de voet werd gelopen, waren deze laatste troepen er als de kippen bij om het grote bouwwerk te bezetten en de stellingen van de overige verdedigers op een verpletterend musketvuur te trakteren vanuit de talrijke ramen van het gebouw.

In een mum van tijd viel toen de gehele flank van het dorp in Spaanse handen. Na deze bloederige slag werd ook het Hof van Peene in de as gelegd. De kleine toren, vooraan aan de straat gelegen, bleef relatief goed bewaard en werd recent herontdekt en gerestaureerd, de grote toren bleef evenwel geruime tijd in ruïne staan om vervolgens geheel verloren te gaan.

Jammer dat de vele bomen op deze tekening het zicht belemmeren, anders hadden we ook een zicht op de tuin en eventuele behuizing achter het Hof van Peene, evenals een deel van de loop van het riviertje de Vliet en de aanmeerplaats van het veer op Kastel.

Tussen het Hof van Peene en de kerk stonden trouwens beukenbomen, maar ook deze zijn niet te ontwaren op de pentekening. We merken trouwens ook drie hoge huizen op, twee links en één rechts van het kasteelhof.

Twee ervan zijn duidelijk in steen opgebouwd, van de laatste is het bouwmateriaal onduidelijk. Deze gebouwen zijn allen herbergen. Het gaat van links naar rechts vermoedelijk om de Swaene, ’t Gulden Hooft en den Inghel (of ’t Schaeck aan de overkant van de straat).

clip_image011

Pieter Bruegel de Oude, ‘Basrode’, detail. (Copyright Staatliche Museen zu Berlin, Kupferstichkabinett, nr. KdZ 5763, Berlijn, Duitsland)

Het volgende fragment toont ons vooral de Schelde en de Kastelse oever. Er was duidelijk een kunstmatig ‘hoofd’ aangelegd, die niet diende als aanlegplaats maar wel om de stroming te breken en zo de rest van de ingedijkte oeverlanden te beschermen.

Te Baasrode vervulde het ganse kerkhoofd deze functie door haar natuurlijke ligging en had men zoals reeds gezegd geen andere keuze dan noodgedwongen (de kerk stond erop) periodieke herstellingswerken uit te voeren.

Over de volledige Kastelse oever heen werden er door de geschiedenis heen verschillende reeksen van deze riviervernauwende hoofden aangelegd om de indijkingen te beschermen en de bolle oevergebieden naar het zuiden toe door middel van verzanding kunstmatig uit te breiden, tot grote ergernis van de bewoners aan de overkant van het water, die hun landerijen aan de holle oevers stelselmatig onder de golven zagen verdwijnen.

De volledige oeverbewoning van de Nieuwen Briel was tegen de eeuwwisseling door het water verzwolgen, terwijl bijvoorbeeld ook de Buggenhoutse scheepswerf (vermoedelijk op de grens van de Ouden en Nieuwen Briel) toen hoogstwaarschijnlijk al onder de golven was verdwenen.

De gedurige uitbreiding van Kastel en de hieraan gekoppelde afspoeling van het Brielgebied nam over de eeuwen heen zo’n proporties aan, dat de archeoloog die de sporen van de historische haven van den Ouden Briel wil terugvinden ondertussen zowat op Kastels grondgebied mag beginnen graven.

Verder wijzen de vele boten en bootjes op de pentekening erop dat de Schelde toen druk bevaren werd, al kan het natuurlijk altijd zijn dat ze aan de fantasie van Bruegel ontsproten. De aanlegplaats van de veerboot te Kastel is jammer genoeg niet zichtbaar op deze foto; die bevond zich net achter de toch wel opvallende vernauwing van de Schelde.

Geen wonder dat het kerkhoofd van Baasrode doorheen de eeuwen vaak werd uitverkoren als eerste locatie stroomopwaarts van Antwerpen om een militaire brug te bouwen, de rivier toe te palen of om er de vernauwde rivier te controleren met behulp van grof geschut.

clip_image013

Jan Brueghel de Oude, ‘Bassere in Flandre’, detail. (Copyright British Museum, inventarisnr. RN 1946,0713.148, Londen, Verenigd Koninkrijk)

Voor dit fragment is de kopie van betere kwaliteit. Het gaat om een typisch boerenhuis naar toenmalige normen. Links ervan staat een persoon afgebeeld. Opmerkelijk is dat er schijnbaar een oeverweg aan de dijk liep, die vanuit de rechterkant met een boog naar het huisje liep.

Strategisch kon men de ligging van de woonst echter niet noemen; vlak naast de zeer lage oever en juist vóór het begin van de dijk aan de Broekkant. In het verleden mocht dat misschien wel doenbaar zijn, maar de Schelde begon juist in deze periode een waar probleem te vormen voor de oeverbewoners. H

et is dus nog maar de vraag hoeveel jaren dit huis bewoond bleef na deze vastlegging op papier. In 1559 of 1568 vond immers net op deze plaats één van de zwaarste dijkbreuken uit de Baasroodse geschiedenis plaats, met als gevolg dat men de hele dijk diende te verleggen en het gedaan was met de oeverbewoning op lage grond.

clip_image015

Een vereenvoudigde weergave van het noordelijke gedeelte van Baasrode-centrum in de zestiende eeuw. In het rood zijn de gebouwen aangeduid die vermoedelijk zichtbaar zijn op de pentekening van Pieter Bruegel de Oude.

In het kader van een boek over de Baasroodse geschiedenis hebben we het geluk gehad een schilderij terug te vinden, gebaseerd op deze pentekening. Het kan vreemd klinken dat niemand tot dusver de link met Baasrode had gemaakt, maar dat komt omdat de gehele rechterzijde van het canvas toegewijd is aan Antwerpen.

Ondanks dat de schilder via lichtwerking aangeeft dat Baasrode zich veel verder bevond, vloeien beide onderwerpen vlot in elkaar over. Buiten Baasrode-centrum zien we nog de Kastelse oever, de Schelde en een deel van het zijriviertje de Vliet, waarna de oever overloopt in een kade en het Antwerpse gedeelte van het schilderij een aanvang neemt.

We hebben een zicht op een kleine vismarkt ter hoogte van de Kronenburgtoren en in de verte zien we de kerk van de Sint-Michielsabdij en de O.L.V.-kathedraal opdoemen. Ook de bootjes van de pentekening zijn overgenomen in het schilderij.

De twee bootjes die zijn aangemeerd aan de Scheldeoever ten noorden van Baasrode bevinden zich hier evenwel aan de kade te Antwerpen, terwijl het klein bootje aan de voorzijde van de pentekening nu aan het palaveren is met een schipper. Links is dan weer een grote kraak (schip) afgebeeld.

clip_image017

Zicht op het havenbedrijf met vismarkt te Antwerpen. Vissers brengen vis, oesters en mosselen naar de vismarkt. Op de voorgrond links wordt een korf mosselen uit een schip gelost en in een boot gestort. Op de voorgrond rechts onderhandelen kopers over de prijs van de aangevoerde vis. (Havenbedrijf en markt te Antwerpen, anonieme meester, rond 1600. Olieverf op paneel. Copyright museum Fritz Mayer Van Den Bergh museum te Antwerpen, inv. nr. MMB.006)

clip_image019

Detail van het schilderij met zicht op de belangrijkste aanlegkaaien van het kerkhoofd en de kerk. Achter de drie schepen zien we nog een vierde aan een verder gelegen kaai, terwijl links daarvan de mast van een vijfde schip zichtbaar is. Op het schilderij zijn ook een aantal personen weergeven, waaronder schijnbaar ook een ruiter. (Havenbedrijf en markt te Antwerpen, anonieme meester, rond 1600. Copyright museum Fritz Mayer Van Den Bergh museum te Antwerpen, inv. nr. MMB.006)

Het lijkt erop dat het schilderij verband houdt met de vishandel tussen Antwerpen en Baasrode. De gemeente stond voor 1561 immers grotendeels in voor de bevoorrading van vis en schelpdieren voor een groot deel van de Denderstreek, Brussel en geheel West-Brabant, dewelke grotendeels vanuit Antwerpen werden ingevoerd.[11] De vraag is nu: wie heeft dit schilderij vervaardigd, waarom en wanneer?

Helaas kunnen we hier geen sluitend antwoord op geven. Qua stijl geeft het werk geen enkele indicatie een Pieter Bruegel de Oude te zijn, maar daarentegen valt het wel perfect te rijmen met de stijl van Jan Brueghel de Oude en anderen vanaf 1590. Maar toen waren de afgebeelde Baasroodse bouwwerken echter stuk voor stuk vernietigd en vervangen door andere, terwijl ook de vishandel sterk aan belang had ingeboet.

Hoe valt dat nu te rijmen? De reden dient vermoedelijk gezocht te worden in het feit dat er vanaf het einde van de zestiende eeuw een grote industrie bestond in het produceren van schilderijen met anachronistische elementen.

Het toenmalige publiek in de Zuidelijke Nederlanden had een grote interesse in afbeeldingen die meerdere lagen hebben, visuele puzzels, in het herkennen en bespreken van beeldelementen, enzovoort. Al blijft de rode draad Baasrode-Antwerpen-vishandel iets te toevallig, toch kunnen er geen zekerheden ontleend worden aan het schilderij.

Een origineel of een kopie naar een origineel van Pieter Bruegel de Oude lijkt immers uitgesloten, terwijl Jan Brueghel de Oude nu net iemand was die zeer bedrijvig was in het ontlenen van beeldelementen uit het werk van zijn vader.

Jan was daarenboven hoogstwaarschijnlijk in het bezit van de originele pentekening, want ook de kopie van Londen is aan hem toegeschreven. Om al deze redenen is het aannemelijk dat ook dit schilderij van zijn hand is.

Wat de ontstaansgeschiedenis van dit kunstwerk ook is, het belichaamt op duidelijke wijze de onderlinge verbondenheid van Baasrode met Antwerpen en vormt opnieuw een interessante toevoeging aan de boeiende geschiedenis van deze Scheldegemeente.

Bart De Bondt

Met medewerking van Prof. Dr. Manfred Sellink

clip_image021

De huidige Baasroodse kerk geprojecteerd op de pentekening van Pieter Bruegel de Oude.


[1] Pieter Breugel de Oude (geboren 1525-30, gestorven 1569) had naast een dochter twee zonen, Pieter Brueghel de Jonge (1564-1638) en Jan Brueghel de Oude (1568-1625). Om onbekende reden schreven beide zonen hun naam als Brueghel en niet als Bruegel.

[2] De overzet naar Antwerpen mocht “alleenlyck maer geschieden met het convoyschip”, en dat passagiersveer had sinds “smenschen gedenckenisse altijt tot Baesrode gelegen”. Zo ontstond in 1626  nog een juridisch geschil tussen Antwerpen en Dendermonde wanneer Dendermondse goederenschepen sinds enige tijd passagiers meenamen “die hun niet en willen transporteeren naer de prochie van Baeserode”.

Uiteindelijk werd een compromis gesloten door toch toestemming te verlenen aan zwangere vrouwen, kreupelen en zieken. In ruil moest men wel het veerloon betalen aan de konvooischippers. In 1636 werd het geschil definitief opgelost door het instellen van een passagiersveer van Dendermonde op Baasrode.  (Bron: Stadsarchief Antwerpen, Archief Schippersambacht, GA.4313)

[3] COEN, I., De eeuwige Schelde? Ontstaan en ontwikkeling van de Schelde, Waterbouwkundig laboratorium, 2008, pp. 62-65.

[4] De handel op de Dendermondse weekmarkt was omstreeks 1540 al jarenlang sterk ingekrompen omdat de Dendermondse poorters en handelaars in grote getale buiten de stad gingen wonen.

De meesten trokken met name naar Baasrode, waar zich ondertussen de hoofdelementen van de handel richting Antwerpen en Mechelen bevonden, waaronder de algemene stapel en de handel in buitenlandse goederen.

met name het uitsluitend recht van opslag, lading en lossing voor een groot aantal koopmanschappen aan de stad werd toegewezen. De zeer strenge privileges werden later gemilderd door akkoorden met Aalst en Antwerpen.

[5] COEN, I., De eeuwige Schelde? Ontstaan en ontwikkeling van de Schelde, Waterbouwkundig laboratorium, 2008, p. 71.

[6] REGNAUT, E., Catalogue d’une très riche collection d’autographes, d’estampes, de dessins, dl. 5, Gent, Van Doosselaere, 1865, p. 20.

[7] VAN VAERNEWYCK, M., VANDERHAEGEN, F.(ed.), ‘Van die beroerlicke tijden in die Nederlanden en voornamelick in Ghendt 1566-1568’, deel 2, Gent, 1872-1881, p. 129.

[8] Een ‘hoofd’ is een uitsprong in het water, waar doorgaans met schepen aangelegd kan worden of dewelke kunstmatig wordt aangelegd om de kracht van het water te breken. Het Baasroodse kerkhoofd vormde een grote, natuurlijke halfronde vernauwing van de Schelde waar zich de voornaamste kades bevonden. Ze werd vaak omschreven als het ‘hoofd van Baasrode’.

[9] Stadsarchief Dendermonde, Oud kerkarchief parochie Baasrode, nr. 15, rekening van 1594.

[10] Latere getuigenissen van inwoners van Sint-Gillis, Denderbelle en Zwijveke, Grembergen, Sint-Amands, Mariekerke, Buggenhout en Antwerpen. (Stadsarchief Dendermonde, Archief schepenbank Baasrode-Vlassenbroek en van de heerlijke griffie van Sint-Ursmarus-Baasrode, nr. 5, 16 en 221. documenten van maart-april 1663 en mei 1670)

[11] Binnen het Brussels vismijnreglement van 1450 hadden Baasroodse vishandelaars zelfs speciale rechten. Bij de vernieuwing van het reglement in 1517 was daar geen sprake meer van, maar wordt wel duidelijk dat de zout- en zoetwatervis vanuit Antwerpen en Steenbergen (Nederland) per schip naar Baasrode (Schelde) of Mechelen (Dijle/Rupel) werd vervoert, om vanaf daar over de weg met wagens, paarden en mitter hant naar de vismijn te getransporteerd te worden. (Bron: LAURENT, Ch., LAMEERE, L., SIMONT, H., Recueil des ordonnances des Pays-Bas. Deuxième sèrie, 1506-1700, 1893, Brussel, pp. 537-8.)

Naschrift:

Er is nog een link tussen Pieter Bruegel de Oude en het Dendermondse. Zo huwt Anna Brueghel (1620 – 1656) in 1636 met David Teniers II (1610-1690), zoon van David Teniers I, alias de Oude. Van deze hangt er in de Onze-Lieve- Vrouwekerk te Dendermonde een van 1617 daterende triptiek gewijd aan de patroonheiligen van Dendermonde Hilduardis en Christiana. Het schilderij heet De Verheerlijking van  Christus. Het middenpaneel verdween echter in 1914 bij de vernieling door het Duitse leger van de stad.

Anne Brueghel was de dochter van Jan Brueghel de Oude, alias de Fluwelen. De mogelijke schilder van het hier besproken schilderij De Vismarkt. Ze was dus een kleindochter van Pieter Bruegel de Oude en Maeyken Coecke, zelf de dochter van de befaamde Aalsterse kunstschilder Pieter Coecke van Aelst.

De zoon van Anne Brueghel en David Teniers II was de in 1638 geboren David Teniers III (1638-1685). Deze huwde op 4 april 1671 met de Grembergse Anna Maria Bonnarens (1652-1727), dochter van Joos Bonnarens, toen hoofdschepen van het Land van Dendermonde. Uiteraard een man met aanzien, macht en welvaart. Ze hadden vijf kinderen. Ze huwden trouwens in de Onze-Lieve- Vrouwekerk te Dendermonde. Ze konden er dus het werk van grootvader David Teniers I bewonderen.

Het verhaal toont nogmaals de nauwe relaties tussen de toenmalige topkunstschilders. Zo was Pieter Breugel de Oude gehuwd met een dochter van kunstschilder en eerste leermeester Pieter Coecke van Aelst. De kleindochter van Pieter Brueghel huwde dan weeral met een zoon van David Teniers I.

Ook hadden al die kunstschilders de best mogelijke relaties met de rijke kooplui, de kerkelijke autoriteiten en vooral de adel uit die periode. Het waren immers hun opdrachtgevers. Ze leefden in de best mogelijke symbiose, en wars van de politiek.

Als men David Teniers III trouwens doopt gebeurt dat met grootvader David Teniers I en Helena Fourment, de tweede echtgenote van Pieter Paulus Rubbens. Ook was de fameuze Antoon Van Dyck de boezemvriend van Jan Brueghel de Oude, grootvader van David Teniers III. Een Anthony Van Dyck die de meest fameuze leerling was van Pieter Paulus Rubbens.

En van Anthony Van Dyck hangen er twee schilderijen in de Dendermondse Onze-Lieve-Vrouwekerk, de Calvarie en de Aanbidding der Herders, ook gekend als de Kerststal. Twee der topwerken uit zijn tweede Antwerpse periode. Maar daarover later meer.

Willy Van  Damme

Met dank aan Michel Van Driessche.

Bronnen:

  • “Het ‘kasteel van Bonnarens’ op een familieportret van David Teniers III”, Aimé Stroobants, Gedenkschriften 2004, Oudheidkundige Kring Land van Dendermonde, pagina’s 313-317.
  • “Antoon van Dyck, 1599-1999: het portret als passie”, Katlijne Van der Stichelen, tijdschrift Vlaanderen, Jaargang 48, nummer 3, mei-juni 1999.
  • De stamboom van Pieter Coecke van Aelst. http://www.coucke.net/aalstnl/ksfam.htm.
  • “De Dendermondse patroonheiligen Hilduardus en Christiana en hun verering in de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Dendermonde”, Aimé Stroobants en Leo Pée, 2004, Vrienden van de Onze-Lieve Vrouwekerk Dendermonde, het Stadsbestuur Dendermonde en de Stedelijke Musea.

 

 

Advertenties

De kepie van generaal Erasme Joseph Warnant

De kepie van de Belgische generaal-majoor Erasme Joseph Warnant is sinds vorige week eindelijk in het bezit geraakt van de Dendermondse musea. Generaal Warnant (Pessoux, Ciney, 9 januari 1855 – Ukkel, 24 augustus 1926) was de man die als generaal in augustus en september 1914 de Dendermondse regio moest verdedigen tegen het Duitse invasieleger.

Ontslag met luide trom

Een strategisch erg belangrijke plaats daar dit de poort is tot het Waasland en zo tot de westelijke flank van de Antwerpse vestigingsgordel. Veroverde men dit dan zat het Belgische leger in Antwerpen gevangen.

Bij het uitbreken van de oorlog was deze ex-kolonel wegens een schrijnend gebrek aan hogere officieren door het leger terug in dienst genomen. Zij het dan als generaal majoor, een graad die men hem voordien weigerde en welke de reden was waarom hij met heel luide trom toen ontslag nam.

Kepi generaal Erasme Joseph Warnant plus Aimé Strobants

In Canada kocht Dendermonde de kepie van generaal-majoor Erasme Warnant. Het voor zover geweten enige aandenken van de man die in augustus en september 1914 het Dendermondse moest verdedigen. Tot een goed half jaar geleden was er zelfs geen foto van de man beschikbaar. Hier de kortelings op pensioen gaande stadsconservator Aimé Stroobants.

Voorzien van slechts een 3.500 slecht bewapende en uitgeputte manschappen en zonder veel zware wapens sloeg zijn legereenheid al na enkele uren op de vlucht voor de goed bewapende 35.000 man sterke Duitse legermacht. Zich daarbij opstellend voorbij Hamme achter de Durme. Strategisch gezien een ramp.

Men rekende het hem zwaar aan en nog tijdens de oorlog werd hij zonder enige eer ontslagen. Waarna hij zich tijdelijk bij zijn in Nederland wonende dochter Marguerite vestigde. Later weigerde men hem zelfs het pensioen van generaal uit te betalen. Na de oorlog trok hij naar Ottignies waar hij kort voor de liberale partij in de politiek actief was. Hij stierf bij zijn andere dochter Gabrielle in Ukkel. 

Zijn hoogtepunt was echter toen hij als majoor in 1904 op vraag van Koning Leopold II het bevel overnam van diens Congolees leger en tijdelijk zelfs enkele maanden gouverneur-generaal was van de Kongo-Vrijstaat, toen nog het privébezit van de koning.

Beroepsfotograaf

Als gevolg van de serie artikelen rond de herdenking van de Grote Oorlog 1914-1918 en de rol van Warnant bij die gebeurtenissen werd vanuit Canada contact opgenomen met deze blog. Bleek dat een ginds al decennia wonende Belgisch beroepsfotograaf de kepie van Warnant in zijn bezit had en vroeg of men er in Dendermonde interesse voor had.

Erasme Joseph Warnant, generaal majoor

Generaal Erasme Warnant moest Dendermonde verdedigen met een 3.500 manschappen zonder zwaar geschut. Zijn manschappen moesten in de stad zelfs om schoeisel bedelen. Toen zijn Duitse tegenhanger generaal Max von Böhn met 35.000 zwaar bewapende soldaten – ze hadden zelfs een luchtballon mee om zo een overzicht te krijgen van het slagveld – de stad op twee uur tijd veroverden (1) moest alleen hij hiervoor de schuld dragen. Bij de generale staf en het ministerie van Oorlog kreeg niemand hiervoor een publieke blaam. Dit is de enige gekende foto van de man.

Deze fotograaf had die kepie veel jaren eerder verkregen van Tony van Renterghem, de Nederlandse en enige kleinzoon van de generaal. Een ontmoeting die een gevolg was van een fotoreportage die hij toen in de omgeving van Hollywood moest maken voor het cosmeticamerk Avon.

De kepie van Warnant kan men nu mogelijks tentoonstellen in het Vleeshuismuseum op de Grote Markt. Dit wordt nu op een professionele wijze geheel heringericht en kan gezien worden als het museum rond de geschiedenis van de stad. Recent werden trouwens bij archeologisch vooronderzoek op de Kroonveldlaan Duitse kogels gevonden die dateren uit die zo vernietigende septemberdagen van 1914. Ze kunnen de kepie vervoegen.

Willy Van Damme

1) Het Laatste Nieuws schreef toen op 6 september 1914, twee dagen na de verovering van de stad:

“Verschillende malen liepen de Duitschers ondanks het geweldige vuur der onzen, storm! Zij moesten het echter duur bekoopen. Vele rangen werden aldus weggemaaid. Toen tegen den namiddag de Duitschers zich rekenschap gaven dat hun aanval op Dendermonde mislukt was, bedekten hopen lijken het veld.”

De befaamde Iraakse Comical Ali, verantwoordelijke van Irak voor persinformatie ten tijde van de Amerikaanse invasie van maart 2003, lijkt hier zijn meester gewonden te hebben. Of er bij de bestorming van het Dendermondse die dag een Duits soldaat sneuvelde is onzeker.

Het Nederlands verzet in Wereldoorlog II–Een erg persoonlijk relaas

Kort voor zijn dood verscheen van de in de VS wonende Nederlander Tonny Van Renterghem het boek ‘De laatste huzaar’ (1). Het is een boeiend werk dat een beeld schept van zowel de familie van Tonny Van Renterghem als van het Nederland in het interbellum tussen de twee wereldoorlogen en van de periode tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Wat het zo interessant maakt is dat het geschreven is door iemand die, zijn einde nabij, open en bloot schrijft over de zaken die hij toen als kind en jonge man meemaakte. Zijn kritiek op de mensen om hem heen en op bepaalde toestanden is dan ook niet mals. Maar het is met zo’n detail geschreven en met een zekere liefde dat het een diepmenselijk document werd.

Tonny van Renterghem - Kaft boek De laatste Huzaar Er zijn spijtig genoeg maar weinig verzetslui uit de Tweede Wereldoorlog die hun verhaal te boek stelden. Op het einde van zijn leven deed Tonny van Renterghem het gelukkig genoeg toch. Het werd een zeer humaan document over het Nederland van 1920 tot 1945. Het is ook een boeiend familierelaas en deels sociale schets van het Amsterdam toen.

Een rijk gezin

Tonny Van Renterghem is de op 28 juni 1919 – de dag dat het verdrag van Versailles het daglicht zag – geboren zoon van Antoine Van Renterghem (2), toen een erg succesvol Amsterdamse tandarts, en Marguerite Warnant.

Antoine van Renterghem was in zijn jeugd een internationaal gekend voetballer en een ook buitenlandse tornooien spelende tennisser. Het was trouwens via de tennissport dat hij de toen in Brussel wonende feministe Marguerite Warnant had leren kennen.

Deze was de dochter van de Belgische generaal Erasme Joseph Warnant, een buitenbeentje in het Belgische officierenkorps die als majoor in 1906 door koning Leopold II naar zijn Congolese Vrijstaat werd gestuurd om er het lokale leger verder uit te bouwen.

Wat vermoedelijk de reden was waarom hij nadien bij de andere en hogere legerofficieren in ongenade was gevallen. Een lagere officier die kreeg daar immers van de koning een topjob aangeboden. Wat logischerwijze jaloezie moet opgewekt hebben.

Bij de start van de oorlog moest hij met amper een 3.000 vermoeide en onderbewapende manschappen – er waren zelfs geen kanonnen – de Dendermondse regio verdedigen. Met als gevolg dat hij op 2 uur tijd de stad moest opgeven en zo een omsingeling van het Belgische leger mogelijk maakte. Een strategische ramp waarvoor hij gestraft werd en niet het opperbevel dat hem op die wijze een onmogelijke opdracht had gegeven.

Tonny Van Renterghem groeide op in een rijk gezin dat financieel niets tekort kwam. Er was een lift, huispersoneel, men maakte dure buitenlandse reizen en men beschikte over een goed beklante tandartspraktijk. Zijn ouders konden zich duidelijk zowat alles veroorloven.

Tony Van Renterghem

Tonny Van Renterghem hier fier met zijn onderscheidingen uit zijn verzets- en oorlogsperiode. Hij was fier over het resultaat van hun verzet tegen de Duitse luchtlandingstroepen begin mei 1940 in Den Haag dankzij wie de Nederlandse koninklijke familie uit Duitse handen kon blijven.

Vernietigend is bijwijlen het portret van zijn moeder die er graag voor koos om met die rijkdom te pronken. Ook de onderhuidse jodenhaat die toen in begoede Nederlandse kringen heerste komt ter sprake.

Nederland was toen even anti-joods als het Duitsland van toen, schrijft hij. Het gezin was lid van een tennisclub waar joden echter niet welkom waren. Men verhuisde dan maar naar een andere club want jodenhaat was het gezin duidelijk teveel.

Merkwaardig is zijn schets van de tweedeling van Amsterdam met zijn rijkemensenbuurt, met o.m. de Gabriël Metsustraat aan het Museumplein waar hij opgroeide, en de Jordaan waar de proleten woonden. Hij zou er vrienden maken en zo afstand nemen van zijn omgeving, de Nederlandse elite.

Genadeloos beeld

Wel blijkt hij duidelijk veel achting te hebben voor zijn grootvader Erasme Warnant naar wie hij omwille van zijn rol als militair in 1914 enigszins opkijkt. Hetzelfde voor diens familie met zijn overgrootmoeder Marie Joseph de Garcia de la Vega, stokoude ooit naar België uitgeweken Spaanse adel wier stamboom teruggaat tot het Castilië van de dertiende eeuw.

Het verhaal is echter vooral interessant omdat hij ook een beeld schept van de chaos die in Nederland heerste en het verzet erna in de periode 1939 tot mei 1945 toen Nederland al na enkele dagen capituleerde voor Nazi-Duitsland.

Opkijkend naar zijn grootvader de generaal, besloot hij bij de cavalerie te gaan, het paardenvolk – de huzaren en vandaar de titel van het boek – waar men met de sabel en het mooi uitgedoste officierenkostuum kon uitpakken. Maar om toe te treden diende men wel over voorspraak van iemand van adel te beschikken. Voor het gezin van Renterghem-Warnant echter geen probleem.

Het beeld dat hij hier schetst van deze eenheid, haar mentaliteit en zo het hele Nederlandse leger is genadeloos. Nog in 1939 was het rijden met motorvoertuigen voor de huzaren uit den boze. Zijn eenheid was de enige die dan nog stiekem met auto’s en bromfietsen leerde rijden.

Het is een perfecte verklaring waarom het Nederlandse leger in mei 1940 zo slecht presteerde. Het was een grap, een operetteleger, goed om oproer van de proleten en de Javanen neer te slaan. Tot woede trouwens van de Belgen die door de ultrasnelle Nederlandse overgave ook op de noordelijke en zelfs westelijke flank in gevaar kwamen. Wat voor de Belgen eveneens onhoudbaar bleek.

Maar blijkbaar hadden enkele verlichte geesten in het Nederlandse opperbevel de waarde van die eenheid toch correct ingeschat en dienden zij die meidagen van 1940 in te staan voor de beveiliging en ultrasnelle vlucht naar het Verenigd Koninkrijk van de koninklijke familie.

Antoine van Renterghem

Vader Antoine van Renterghem, toen een succesvolle tandarts. Na de oorlog had hij het echter heel moeilijk om zijn vorig leven te hernemen.

Verzet tegen Duitsland

Men wou immers de farce van Denemarken vermijden waar de oorlog al na één dag voorbij was en de koning een Duitse gevangene werd. Drie dagen wist zijn eenheid te weerstaan aan de Duitse parachutisten die overal in Den Haag waren geland.

Voldoende tijd voor de koningin om naar het Verenigd Koninkrijk te vluchten. Hij beschrijft deze episode in groot en boeiend detail. Hij kan dan ook goed schrijven. Vernietigend is hij echter voor de gemaal van de kroonprinses Juliana, de Duitse prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld (3).

Hij haalt hierbij het verhaal boven dat zijn huwelijk met kroonprinses Juliana feitelijk een verstandshuwelijk was mede georganiseerd door Adolf Hitler. Waarbij Bernhard als gewezen SS’er controle moest houden over Nederland en tijdens de bezetting als een soort van Duitse nepvorst Nederland zou moeten besturen. Het plan mislukte echter.

Ook zijn relaas van het verzet – Hij trad toe tot de uit het leger komende Ordedienst – is zeer meeslepend geschreven en toont de gevaren, de moeilijkheden en de soms noodzakelijke compromissen die nodig waren, niet alleen om het verzet te organiseren maar voor hem ook om te overleven. De Duitsers veroordeelden hem wegens zijn verzetsdaden immers ter dood.

Mogelijks helpt dit boek mee om een nog betere kennis te krijgen over de werkelijke aard van de Ordedienst. Een figuur als Tonny Van Renterghem, die tot het middenkader behoorde, was zeker niet gediend met de plannen van onder andere leden van de Ordedienst om na het verdrijven van de Duitsers in Nederland een autoritaire staat te stichten. Ook hier lijken nuances op zijn plaats.

Maar hij overleeft met valse paspoorten en met daarbij eveneens de nodige durf en geluk. Ook toont het boek, in tegenstelling tot wat sommigen beweren, dat de CPN reeds van bij het begin van de bezetting actief verzet pleegde.

Sommigen, zonder veel kennis van zaken of om kwaadwillige reden, beweren immers dat communistische partijen in het bezette Europa pas in juni 1941, toen Adolf Hitler de Sovjetunie aanviel, in het verzet gingen.

Boeiend is ook zijn ervaring met de Joodse Raad die namens de joden de gesprekken voerde met de Duitse bezetter en zo gewoon zonder enige weerstand te bieden meehielp aan de Endlösung, de massamoord op joden. Zijn beschrijving van de diamantair Abraham Asscher, co-voorzitter van de Joodse Raad, als profiteur is vernietigend.

Erasme Joseph Warnant, generaal majoor

Erasme Joseph Warnant die toen de oorlog uitbrak als generaal-majoor terug in dienst trad en daarbij de verdediging van Dendermonde, poort tot het Waasland en dus de sleutel voor de omsingeling van Antwerpen, op zich moest nemen. Met een 3.000 amper bewapende, uitgeputte en slecht georganiseerde soldaten moest hij het opnemen tegen een in het Dendermondse sterke Duitse invasiemacht van 35.000 zwaar bewapende en sterk georganiseerde soldaten. Op twee uur tijd viel Dendermonde, waarvoor hij nadien alle schuld kreeg.

Teleurstelling

Eveneens interessant is het relaas van zijn gesprek met de voornaamste Amsterdamse woekeraar toen, een man zonder enige moraal en een oorlogsprofiteur van de eerste orde. Er moest echter in die fameuze Oorlogswinter van 1945 hoe dan ook voedsel zijn en dus kon hij hem niet negeren laat staan uitschakelen. Nood breekt wet heet dat.

Eens de oorlog voorbij komt echter snel de ontnuchtering. Met de zogenaamd politionele operatie in Indonesië die nadien begon kon hij zich niet verzoenen – Voor hem hadden Indonesiërs evenveel rechten als de Nederlanders – en de plannen voor het nieuwe Nederland zag hij evenmin zitten. Hij had nochtans vlot toen carrière kunnen maken.

Hij had tijdens de oorlog echter leren filmen en dat boeide hem danig. Maar zoals vermoedelijk de grote meerderheid der verzetslui uit die periode was hij zwaar teleurgesteld in wat de nieuwe orde werd. De meesten wilden trouwens nadien over hun verzetsrol niet meer spreken, zo gedegouteerd waren ze. Tonny van Renterghem sprak gelukkig wel.

Niet verbazend is dan ook dat hij met zijn nieuwe liefde, het camerawerk, naar de VS en Hollywood trekt, toen het nieuwe mekka voor velen. Hij zal er werken en ook huwen en een zoon krijgen. Wel is hij soms langdurig terug in Nederland en heeft hij regelmatig in Brussel contact met zijn tantes, de zussen van Marguerite.

Maar het boek eindigt niet met het verhaal van zijn leven maar met een scherpe aanval op de beide grootvaders en hun rol  in de koloniale oorlogen die België en Nederland ooit voerden. Zijn grootvader langs vaderszijde was Albert Willem van Renterghem die nauw samenwerkte met Frederik van Eeden en die een der grondleggers was van de moderne Nederlandse psychiatrie.

Marguerite Warnant en Tony van Renterghem

De piepjonge Tonny van Renterghem met zijn moeder Marguerite Warnant. Het beeld dat hij van haar schetst is niet altijd fraai.

Hij citeert hierbij uitvoerig uit een op erg beperkte schaal voor intimi verschenen boek over zijn grootvader. Het uitroeien van Nederland onwillige Oost-Indische dorpen was ook voor hem geen enkel probleem. Zoals Congolezen voor Warnant tweede- of derderangsburgers waren, zo waren de Javanen dat voor grootvader van Renterghem, de beroemde psychiater waar iedereen naar opkeek.

Zo schrijft hij afsluitend:

“Ik vind ’t moeilijk te begrijpen hoe mijn grootvader, de humanistische, beroemde psychiater op jonge leeftijd zo totaal onbewust en onverschillig kon zijn over een kanonnade van een kleine kampong, waarbij vrouwen en kinderen gedood werden.”

Het is mede dit soort beschouwingen dat het boek zo’n diepmenselijk document maakt dat bovendien over een belangrijke periode van de Nederlandse geschiedenis gaat.

Willy Van Damme

1) Tonny van Renterghem, ‘De laatste huzaar – Verzet zonder kogels – Herinneringen aan de tweede wereldoorlog’, Uitgeverij Conserve, Schoorl, 2010, 24,95 euro, 300 bladzijden.

2) Antoine Van Renterghem was topvoetballer in de periode 1902-1911 en speelde onder meer voor HBS, Haagse Burgerschool, het Nederlands elftal in 1902 tegen het Deense Bolderklubben 1893, het Olympisch voetbalteam in Londen in 1908 en de Hilversumse HC & FC, de Hilversumse Cricket & Football Club. Hij was een aanvaller en maakte voor HBS 20 doelpunten. Hij werd geboren in Goes op 17 april 1885 en stierf in de VS op 1 maart 1967. In 1953 week hij uit naar de VS.

3) Over de figuur van Prins Bernhard verscheen in 1979 het boek ‘Prins Bernhard, een politieke biografie’ van de hand van de journalist Wim Klinkenberg. Uitgeverij Onze Tijd. Het bevat 558 pagina’s en is een zeer stevig gedocumenteerd werk met ook foto’s en de afdruk van bepaalde documenten.

Met dank aan Susanne Severeid, de weduwe Tonny van Renterghem en Gerrit Herder.

Boek over tsaar Peter de Grote en Baasrode

In april verschijnt een boek waarin gezocht wordt naar sporen van het mogelijks verblijf van de Russische tsaar Peter de Grote in Baasrode. Een bezoek dat in de achttiende eeuw zou hebben plaats gehad. Het is een verhaal dat onderhuids in Baasrode af en toe boven water komt maar waarover amper iets geweten is.

Gekend is dat Peter de Grote naast de Nederlandse Republiek in die periode ook de Oostenrijkse Nederlanden bezocht. Zijn grote interesse was om zo meer kennis op te doen over de toen in deze landen hoge toppen scherende scheepsbouw. Met als bedoeling die technieken ook in zijn Rusland toe te passen.

Dat tsaar Peter daarbij het nu amper op een kaart te vinden Baasrode zou hebben aangedaan is zeker niet onmogelijk, integendeel. Het klinkt inderdaad bizar daar het dorp zelfs op zijn hoogtepunt niet eens 7.000 inwoners telde. Wat door de lokale economische crisis startend in de zestiger jaren van de vorige eeuw scherp daalde. Het lijkt daarom zo te zien amper interessant.

En toch, het was een bezoek zeker waard. Baasrode was vanaf de zestiende eeuw door zijn ligging op de Schelde namelijk een economisch niet onbelangrijke haven geworden. Met vele schepen die er losten en laden en dus met ook scheepsbouw en scheepsherstelling.

Het dorp aan de Schelde groeide vooral in de zestiende en zeventiende eeuw uit tot een voornaam handelscentrum op de Schelde en was zelfs na Antwerpen lang de belangrijkste passagiershaven in de Oostenrijkse Nederlanden.

Een positie die het te danken had aan de groei tot wereldhaven van Antwerpen en de specifieke ligging aan de Schelde. In een tij was men immers vanuit Antwerpen in Baasrode of omgekeerd terug in Antwerpen. En dus kon men in een dag heen en weer van Antwerpen naar Baasrode. 

Peter De Grote in Baasrode - boekkaft

Daarbij fungeerde Baasrode als tussenschakel voor de uitvoer van Antwerpen naar het Aalsterse, Dendermonde en Brabant met onder meer Asse en vooral Brussel. Het graven van het Rupelkanaal naar Brussel, de godsdienstoorlogen, waarbij Baasrode tot met de grond werd gelijkgemaakt, en de latere Franse invasies van de koningen Lodewijk XIV en Lodewijk XVI nekten uiteindelijk het dorp aan de Schelde.

Ook was gans die handel in wezen illegaal want Baasrode beschikte hiervoor over geen rechten. Alleen in Dendermonde mocht men op de Schelde lossen en laden en taksen heffen en Baasrode was onder de feodaliteit nu eenmaal een deel van het Land van Dendermonde.

De door Dendermonde om die reden tegen Baasrode aangespannen rechtszaak betekende een extra strop voor de Baasroodse welvaart. Veel handel werd er door het rechtbankvonnis immers verboden, zelfs al kreeg Baasrode alles bij elkaar nog een voor haar vrij gunstige gerechtelijke uitspraak.

Zo mocht men bepaalde goederen blijven lossen en laden en kon de passagiersvaart doorgaan. Gezien die specifieke ligging en de macht van Antwerpen, die Baasrode broodnodig had, kon men Baasrode nu eenmaal niet geheel uitschakelen. Hoezeer Dendermonde de wet ook aan haar kant had.

Bovendien waren steden als Aalst en Gent traditioneel tegen Dendermonde gekant. En dus moest Dendermonde – vermoedelijk erg tegen haar zin – deels inbinden. Rechtspraak was toen als vandaag soms rekening houden met allerlei tijdens de rechtszittingen onuitgesproken belangen.

Baasrode heeft daarom eeuwenlang een bloeiende havennijverheid gehad, ook in de negentiende en de twintigste eeuw, en verder scheepswerven waar men zelfs zeeschepen bouwde. Dat Peter de Grote hier dan op bezoek kwam klinkt dus erg logisch. Zeker is dat hij vlakbij in het Willebroekse is geweest. Maar hier kunnen beide wetenschappers mogelijks meer duidelijkheid geven.

Emmanuel Waegemans

Zullen professor Emmanuel Waegemans (foto) en zijn collega historicus Dmitri Gouzévitch meer duidelijkheid geven over het eventuele bezoek aan Baasrode van tsaar Peter de Grote?

De historicus Dmitri Gouzévitch, verbonden aan de Parijse Ecole des hautes études en sciences sociales (EHESS) en Emmanuel Waegemans, hoogleraar en slavist, verbonden aan de KUL, hebben nu alle historische documenten en ander materiaal onderzocht om de waarheid achter deze Baasroodse legende te achterhalen.

Beide heren hebben al wat boeken over het verblijf van deze belangrijke tsaar in de Nederlanden op hun palmares staan. Zo schreef professor Waegemans ‘Peter de Grote in de Oostenrijkse Nederlanden’ en ‘De Tsaar van Groot Rusland in de Republiek. De tweede reis van Peter de Grote naar Nederland (1716-1717)’. boeken die men ook in het Russisch publiceerde.

Van Gouzévitch verscheen hierover al ‘Het Grote Gezantschap 1697-1698’, alsmede de in 2008 verschenen bibliografie over dit Grote Gezantschap. Heren die dus zeer goed geschikt zijn om ook over dit detail van deze reizen een boek te publiceren.

Daarbij reproduceren zij ook opnieuw het in 1937 in Baasrode verschenen verhaal van Abraham Hans over de zaak. Een man die toen in Baasrode werkte en goed gedocumenteerd neerpende wat men er toen in Baasrode nog over vertelde. Een boekje dat bijna onvindbaar is en nu terug in het openbaar beschikbaar zal zijn.

Voorinschrijven kan nog tot 1 maart door storting van 17 euro op rekeningnummer BE04 4310 6169 8131 van de uitgeverij Benerus. Het 210 pagina’s tellende en geïllustreerde boek wordt op 19 april aan het publiek voorgesteld in het Hof Van Peene in Baasrode. Het werk kwam tot stand met steun van het Museum Hof van Peene, de Erfgoedcel van het Land van Dendermonde en de Vlaamse Gemeenschap.

Willy Van Damme

Met dank aan historicus Bart De Bondt.

Subsidies voor Erfgoedcel Land van Dendermonde

Goed nieuws voor wie in het Dendermondse begaan is met het erfgoed van de regio. De een drie jaar geleden opgerichte Erfgoedcel van het Land van Dendermonde heeft van het Vlaams Gewest op advies van Vlaams minister voor Cultuur Sven Gatz (Open VLD) voor de komende vijf jaar terug subsidies gekregen. In totaal gaat het hier over een jaarbedrag van 246.900 euro waarmee men dan een paar werkkrachten kan betalen alsmede de werkingskosten.

De Erfgoedcel van het Land van Dendermonde

De mensen van de Erfgoedcel van het Land van Dendermonde kunnen zeker 5 jaar lang verder werken. Hopelijk is er daarna dan meer geld beschikbaar.

Digitalisering

In de paar jaar dat de Erfgoedcel hier reeds actief was heeft ze al wonderwel prachtig en heel veel werk verricht rond het lokale immateriële erfgoed. Zo werkte zij onder meer rond de herdenking van 100 jaar Groote Oorlog, het enorme patrimonium aan lokale reuzen, het archiveren van massa’s documenten en foto’s alsmede ook het digitaliseren van de meer dan 15 hier ooit uitgegeven lokale kranten, goed voor een 93.000 pagina’s.

Wie dit wil kan nu thuis via de computer en met zoekfunctie zo allerlei gegevens opzoeken in die soms stokoude kranten. Een gigantische bron aan informatie die het de vele tientallen historici in de regio bij hun opzoekingswerk sterk moet vergemakkelijken.

Ook was de Erfgoedcel een grote hulp voor verenigingen die rond de lokale geschiedenis werkten en voor kleine gemeenten bij het archiveren van allerlei documenten rond het huidige en voorbije leven in hun gemeente. Zo konden o.m. de Heemkring Baceroth en de Werkgroep Geschiedenis Grembergen rekenen op financiële steun van de Erfgoedcel voor hun uitstekend werk rond de Groote Oorlog en hun gemeente.

Dirk De Cock

De gewezen Lebbeekse schepen voor Cultuur Dirk De Cock verdedigde in Brussel mee het dossier van de Erfgoedcel. Met succes.

Het dossier voor de vernieuwing van de overeenkomst met het gewest werd een paar maanden geleden in Brussel voor een naar verluidt strenge jury aan een serie vragen onderworpen in aanwezigheid van Dirk De Cock (De Ploeg/sp.a), de vroegere schepen van Cultuur van Lebbeke.

Lien Verwaeren (CD&V), de Dendermondse schepen voor Cultuur werkte tot onlangs op het kabinet van de toenmalige minister voor Cultuur Joke Schauvliege (CD&V) en kon dus moeilijk mee aan tafel gaan zitten. En blijkbaar konden de andere betrokken schepenen van Cultuur zich hiervoor niet vrijmaken.

Lien Verwaeren: “Dat verlengen van die overeenkomst met het gewest was zeker geen vooraf gewonnen zaak. Maar we hadden echt een stevig dossier en hier is door het team van die cel prachtig werk verricht. Andere erfgoedcellen zoals die van Hasselt krijgen zelfs geen verlenging van hun convenant.”

Minder geld

De ongeveer 246.900 euro is wel een stuk minder dan de 298.000 euro die men voorheen kreeg. “Gezien het bezuinigingsbeleid was dit natuurlijk wel te verwachten, maar doordat wij hier een jong team hebben met daarom relatief lagere lonen vormt dit nog geen echt onoverkomelijk probleem. We zullen hier en daar wat bijsturen maar het lukt wel, “aldus nog Lien Verwaeren.

Lien Verwaeren

De Dendermondse schepen voor Cultuur Schepen Lien Verwaeren was uiteraard tevreden dat men de overeenkomst van de Erfgoedcel met het Vlaams gewest kon hernieuwen.

De Erfgoedcel werkt onder de Projectvereniging Cultuurdijk dat een overkoepelend orgaan is van een aantal gemeenten uit de streek. Die lokale besturen geven naast de gewestelijke subsidie per inwoner ongeveer 20 eurocent als extra steun aan de Erfgoedcel.

Het Land van Dendermonde was de benaming van de streek onder de feodaliteit maar valt niet geheel samen met de huidige samenstelling van de beheerraad der Erfgoedcel van het Land Van Dendermonde. Zo is de gemeente Buggenhout lid van de Erfgoedcel maar behoorde het in de feodale tijden onder het hertogdom Brabant en de Abdij van Grimbergen.

De gemeente Opwijk viel dan wel voor een groot stuk, vooral het centrum, onder het land Van Dendermonde maar ligt nu in de provincie Vlaams Brabant. Lid van Cultuurdijk zijn Wetteren, Berlare, Dendermonde, Lebbeke en Buggenhout. Daarbij sloten zich dan specifiek voor de Erfgoedcel nog Hamme, Zele, Laarne en Wichelen aan.

Reuzen Lies en Stien uit Kalken

De Erfgoedcel van het Land van Dendermonde organiseerde eerder dit jaar bij de Wichelse distilleerderij Rubbens een druk bijgewoonde ontmoetingsdag rond de reuzen in de regio. Hier Lies en Stien uit Kalken, een deelgemeente van Laarne.

Historiek

Het Land van Dendermonde ontstond uit de chaos veroorzaakt door de instorting van het Romeinse rijk en de invallen van de Noormannen. Dendermonde werd gesticht ergens in het begin van de tiende eeuw, dus kort na de historische nederlaag van de Noormannen op 1 september 891 tijdens de slag bij Leuven die gewonnen werd door de Oost-Frankische koning Arnulf van Karinthië. De Noormannen verdwenen hierdoor voorgoed uit de regio.

Het gebied was na de splitsing van het rijk van Karel de Grote een onderdeel van Midden-Francië van Lotharius, kwam dan onder het Oost-Frankische rijk van de Ottoonse Duits-Roomse keizers en viel rond 1046 als Rijks-Vlaanderen in handen van de toen expansionistische graaf van Vlaanderen Boudewijn V, leenheer van West-Francië, het latere Frankrijk. De regio had daarbij ook een zeer nauwe relatie met de Sint-Baafsabdij in Gent.

Het Dendermondse kwam rond 900 in onduidelijke omstandigheden in het bezit van het riddergeslacht gekend als de heren van Dendermonde die onder Otto II aan de monding van de Dender in de Schelde een burcht stichten. Uit de voorburcht hiervan ontstond dan geleidelijk aan de stad. De burcht situeerde zich op een vroeger eiland in de Dender waar nu het gerechtsgebouw staat. De voorburcht van toen is nu de Grote Markt.

Graafschap Vlaanderen

Rond 950 was de Schelde de grenslijn tussen Oost- en West-Francië, Duitsland en Frankrijk. Later slaagden de graven van Vlaanderen erin om zowel het Land van Aalst als dat van Dendermonde in te lijven. Men spreekt van Rijks-Vlaanderen, het deel van het graafschap dat tot de Duitse Roomse rijk behoorde. De kaart is hier deels fout daar Oudenaarde toen op de linkeroever van de Schelde lag. Op de rechteroever lag de burcht en abdij van Ename.

De stichting gebeurde in een periode dat als gevolg van de invallen der Noormannen de Gentse Sint-Baafsabdij zeer verzwakt was. Zo sloegen de Noormannen in 880 er hun winterkamp op en vluchten de monniken naar het Franse Laon. Het duurde decennia voor de abdij zich kon herstellen van die schade.

Nadien was de abdij een tijd een twistpunt tussen de Vlaamse graaf Arnulf I en de Duits-Roomse keizer Otto II. Ook de rivaliteit met de eveneens Gentse Sint-Pietersabdij was lang nefast voor Sint-Baafs.

De eerste bewoners in Dendermonde woonden langsheen de toen nog meanderende Schelde in o.m. Vlassenbroek. Tijdens de metaaltijden verhuisde die bewoning hogerop naar wat nu de site van het oud-Klooster aan de Dender in Sint-Gillis-Dendermonde is evenals naar de buurt van de Wolvenstraat aan de industriezone Hoogveld J. Op die laatste plek was er bewoning vanaf de bronstijd tot de Gallo-Romeinse periode.

Graaf van Vlaanderen

Het Land van Dendermonde ging via het huwelijk van Mathilde (Machteld) van Dendermonde en Béthune met de Vlaamse graaf Gwijde (Guido) van Dampierre in 1246 als bruidsschat over in het bezit van de graven Van Vlaanderen.

Béthune is een Franse stad iets ten zuidwesten van Rijsel. Mathilde was een achterkleindochter van Wouter (Walter) II, de laatste en zonder een mannelijke erfgenaam in 1189 gestorven heer van Dendermonde.

Dendermonde - Versterkte vestiging

Van bij haar stichting tot 1914 was Dendermonde wegens haar ligging een militaire vestigingsstad. De stad werd herhaaldelijk met succes aangevallen, o.a. door de Gentenaars. Alleen de Franse koning Lodewijk XIV slaagde er in 1667 niet in ze te veroveren. Ze werd zowel door de Britten tijdens de Spaanse successieoorlog op 22 augustus 1706 als door de Duitsers op 4 september 1914 veroverd en geheel vernield. Merk rechts bovenaan dat ook Baasrode toen een versterkte omwalling had. Dit is een uit 1730 daterende Britse kaart.

Haar grootmoeder was Machteld van Dendermonde die in het begin van de dertiende eeuw huwde met Willem II van Béthune. De eerste heer van Dendermonde zou een zekere Wenemar geweest zijn die rond 950 heerste. Wegens een gebrek aan archieven is hier echter amper iets over geweten.

Hierna ging het via verdere huwelijken en successieoorlogen uiteindelijk over in het bezit van de Oostenrijkse Habsburgers tot de Franse revolutionairen na hun overwinning op de Oostenrijkers op 26 juni 1794 in Fleurus komaf maakten met de feodaliteit in België.

Willy Van Damme

Dendermonde en de Duitse militaire strategie in september 1914

Een van de eigenaardigheden van de operaties van het Duitse leger anno september 1914 is het feit dat het Duitse leger geen echte pogingen ondernam om het Belgische leger in het nationaal réduit van Antwerpen te omsingelen. Het had dan immers een vijand kunnen uitschalen maar liet dit merkwaardig genoeg links liggen. 

Zwakke schakel

Dankzij het recent door Paul Putteman, Dendermonds politiezonechef en amateurhistoricus, ontdekte dagboek van luitenant-kolonel Erich von Tschischwitz, stafofficier bij de armeegruppe Beseler, de invasiemacht in België van generaloberst Karl van Beseler, weten wij nu hoe het Duitse hoofdkwartier in België toen dacht over die militaire operaties in België en welke problemen ze ondervonden. (1)

Belgische en Duitse posities op 22 augustus 1914

Op deze situatieschets van de stellingen op 22 augustus 1914 is duidelijk de fundamentele zwakte van de Belgische posities in Dendermonde te zien. Een flater van het Duitse oppercommando zorgde ervoor dat men die gouden kans niet greep.

Paul Putteman is auteur van ‘Bange Septemberdagen’, het begin dit jaar verschenen basiswerk over de krijgsverrichtingen en het brutale optreden van het Duitse leger in het Dendermondse in september en oktober 1914. Het is nog steeds bij de auteur, de Oudheidkundige Kring van Dendermonde en de Dendermondse stedelijke musea te verkrijgen voor 22,5 euro. (2)

Het Belgische leger had zich achter een impressionante fortengordel in Antwerpen ingegraven, waarbij het Duitse legerkorps van von Beseler dit vanuit het zuiden en oosten belegerde. In het noorden lag echter het neutrale Nederland en dus was de enige uitweg voor de Belgen westwaarts doorheen het Land van Waas en over de Schelde.

En hier nam het amper versterkte Dendermonde een sleutelpositie in. Het was al eeuwenlang de toegangspoort tot het Waasland en daarom steeds een begeerde oorlogsbuit. Wat het Belgische leger ook al in de negentiende eeuw besefte en daarom vroeg voor verdere versterkingen rond die stad. Wat door de regering echter steevast werd geweigerd.

De drie extra rond 1886 gebouwde batterijen op de oostelijke en zuidelijke invalswegen van de stad waren totaal onvoldoende om welke invasiemacht dan ook tegen te houden. Ze kregen zelfs nooit de bij de planning voorziene kanonnen.

En dus bleef de omgeving van Dendermonde en de Schelde de zwakke schakel in de verdediging van Antwerpen. Het idee van de Belgische generale staf was om in Antwerpen voldoende lang stand te houden zodat Britse troepen de tijd kregen om hen te kunnen ontzetten. Dat men eind negentiende eeuw terdege rekening hield met een Duitse en geen Franse invasie mag aan de structuur van de Antwerpse fortengordel hierbij wel duidelijk zijn.

Slag aan de Marne

Voor de Duitse generale staf was het Belgisch leger in augustus 1914 echter bijkomstig. Men ging de spoorwegen rond Brussel veroveren en de vestigingen langsheen de Maas, meer niet. Het kwam er immers op aan het Duitse leger zo snel en zo massaal mogelijk naar Parijs te brengen om Frankrijk vlug tot overgave te dwingen. Het moest een blitzkrieg worden.

Generaloberst Karl von Beseler

Generaloberst Karl von Beseler wou na de Duitse nederlaag aan de Marne in september via een beweging op de westelijke flank door Dendermonde en Sint-Niklaas het Belgische leger in Antwerpen omsingelen. Hij kreeg echter van de legerleiding niet de nodige gevraagde extra troepen en munitie om die operatie door te voeren. Waardoor de Belgen alsnog naar de IJzer konden ontsnappen.

Maar toen op 5 september de slag om Parijs aan de Marne begon bleek het Duitse leger onvoldoende sterk. Hiervoor waren drie reden, de algemene relatieve zwakte van de Duitse invasiemacht, het sterker dan verwachte Belgische verzet en de verhoudingsgewijze vlugge mobilisatie van het Russisch leger. Beide laatste twee verplichten de Duitse generaals om in Frankrijk broodnodige troepen elders in te zetten.

Zeker toen de Belgen vanuit Antwerpen dan nog allerlei aanvallen deden en daarbij zelfs dichtbij het Brusselse spoorwegennet kwamen. De logistieke achilleshiel van de Duitsers. Waardoor troepen vanuit Frankrijk naar hier moesten worden overgebracht. En dus verloren de Duitsers op 12 september 1914 de slag aan de Marne en ontglipte hen zo niet alleen de controle over Parijs maar uiteindelijk ook de overwinning van de oorlog.

Het is hierna vanaf midden september 1914 dat de Duitsers een nieuwe strategie bedachten met betrekking tot België, Antwerpen en ook Dendermonde. Antwerpen zou immers eens versterkt door de Britten kunnen dienen voor een aanval in de rug van de Duitsers. En dit moest men gezien de nieuwe militaire situatie kost wat kost verhinderen.

Generaal von Beseler wou volgens dat dagboek dan inderdaad Antwerpen via een westwaartse beweging door Dendermonde het Belgisch leger alsnog omsingelen. Het is een erg logische en overal toegepaste militaire strategie waarvoor de Belgen met recht en rede bevreesd waren. Trouwens origineel wilden de Duitsers via een gelijkaardige westwaartse flankbeweging Parijs omsingelen. Wat dus mislukte.

Belgisch leger ontsnapte

Volgens dit dagboek vroeg hij zelfs versterkingen aan de Duitse legerleiding om het Belgisch leger definitief uit te schakelen. “Hij kreeg deze gevraagde divisie echter niet en stond dus voor een dilemma. De legerleiding stelde dat men onvoldoende munitie en troepen had voor zo’n actie”, stelt Paul Putteman.

De Duitse invasiemacht en het Belgische leger waren qua getalsterkte met ieder een 100.000 man ongeveer gelijk. “Voor een aanval op Antwerpen via Dendermonde moest men echter de legermacht in twee splitsen en dan vreesde men niet opgewassen te zijn tegen de Belgen. De optie voor een klassieke omsingelingsbeweging via Dendermonde werd daarom niet uitgevoerd”, stelt Putteman verder.

Paul Putteman

Paul Putteman op de plek waar in 1914 de Scheldebrug in Dendermonde lag. De harde en succesvolle Belgische weerstand zorgde ervoor dat de Duitsers hier niet over de Schelde raakten. Pas in de nacht van 7 oktober lukte het hen wat verder stroomopwaarts in Schoonaarde en Berlare om de rivier over te steken. Maar dan was het Belgisch leger tot verbazing der Duitsers uit Antwerpen al verdwenen. 

En dus viel de keuze op een frontale aanval tussen Lier en Sint-Katelijne-Waver waar de Duitsers met hun nieuwe zware kanonnen de forten een voor een kapot schoten. In het Dendermondse zette von Beseler dan een legermacht van een 25.000 manschappen in die vanaf 27 september in het offensief ging.

De verdediging van de Belgen op de linkeroever van de Schelde in Dendermonde was echter voldoende effectief zodat het Duitse leger pas na meer dan een week vechten en bombarderen er op 7 oktober in slaagde om de Schelde in Berlare en Schoonaarde over te steken. Wat zo de Belgische hoofdmacht voldoende tijd gaf om alsnog uit Antwerpen te ontsnappen naar de nieuwe stellingen aan de IJzer.

Paul Putteman: “Uit dit dagboek blijkt dat de Duitsers verrast waren door de zwakte van de Belgische verdediging in het Waasland. Von Tschischwitz vermoedde dat ze te vermoeid waren. De Duitsers daar een nederlaag bezorgen had volgens hem nochtans gekund. Maar de reactie der Belgische troepen was logisch want dat leger was aan een terugtocht bezig en dus niet echt in staat of geïnteresseerd om te vechten.”

De Belgen waren trouwens ook gelukt in hun operatie. Putteman: “De Britten en Belgen die in Antwerpen nog overbleven waren sterk gedesorganiseerde eenheden. Verder dachten de Duitsers niet dat de Belgen naar de IJzer zouden trekken maar dat ze in Antwerpen gingen blijven. Hun troepen trokken in het Waasland dan ook eerst oostwaarts en niet naar het westen. Nadien beseften ze dat zij hier een zware flater hadden begaan.”

Willy Van Damme

1) Hij schreef een bijdrage over die gebeurtenissen met als titel ‘Antwerpen 1914’ in het boek ‘Schlachten der Weltkrieges 1914-1918′ unter Mitwirkung des Reichsarchivs – band 3’, Oldenburg/Berlin, 1924. Een heruitgave van het boek is via internet te koop voor 41,99 euro.

2) Paul Putteman geeft op 7 december om 20 uur in het cultureel centrum Belgica in de Kerkstraat 26 te Dendermonde een nieuwe lezing over dit onderwerp. Met daarbij zoals voorheen toepasselijke muziek uit die periode, poëzie en een virtuele wandeling door de toen geheel vernielde stad.

Tickets kosten 5 euro en zijn te verkrijgen bij de stedelijke Toeristische Dienst en aan de kassa van CC Belgica. Het boek ‘Bange Septemberdagen’ is nog te verkrijgen maar raakt wel stilaan uitgeput. Er zijn nu nog een honderdtal exemplaren voorradig.

Warnant en de val van Dendermonde–Barbertje moest hangen

Toen de Duitse troepen op iets minder dan twee uur niet alleen Dendermonde hadden bezet en zelfs over de Schelde tot aan de grens van Hamme waren geraakt, werd generaal-majoor Erasme Warnant, verantwoordelijk voor de verdediging van de stad, van zijn taak ontheven. Het opperbevel van het leger en de minister van Oorlog achten hem de schuldige voor deze zware nederlaag. Maar was dat zo? Het lijkt eerder het klassieke Barbertje dat moest hangen.

Kanonnen

Waarom viel Dendermonde zo snel? Was dat te wijten aan grote strategische fouten van de generaal, lafheid of incompetentie? Wie het dossier bekijkt kan alleen tot de conclusie komen dat hij inderdaad wel fouten maakte (1) maar dat hij op het vlak van de strategie grotendeels correct was. En lafheid kan hem ook niet kwalijk genomen worden.

Een van zijn fouten was waarschijnlijk dat hij het houten spoorwegstation niet liet afbreken zodat zijn schutsveld daarvan hinder had. Men mocht in 1837 toen de ijzerenweg in Dendermonde arriveerde het station om militaire reden alleen in hout bouwen. Het station lag immers in de fortengordel van de stad en Dendermonde was van oudsher een vestigingsstad en dat moest blijven.

Maar die klacht is wel relatief. De man had immers alleen een paar kanonnen die hij om veiligheidsreden opstelde in Grembergen vlakbij waar nu café De Verloren Zoon is. Typerend is dat Warnant wel extra kanonnen kreeg maar… die kwamen pas toe op 4 september om 5 uur in de ochtend toen de aanval op Lebbeke al volop bezig was. Die was immers gestart om 4u30.

Erasme Joseph Warnant, generaal majoor

Barbertje van dienst generaal-majoor Erasme Warnant, hier in het uniform van kapitein. (foto Tony van Renterghem)

Verder had hij inderdaad niet al zijn troepen in de frontlijn in Lebbeke, Sint-Gillis en ook Dendermonde gestopt. Maar was dat strategisch een fout? Discutabel. Hij wist dat er in Asse ongeveer 40.000 troepen klaar stonden om noordwaarts naar Dendermonde en de zeer strategische Scheldebrug op te rukken.

Vestigingsstad

Van het opperbevel in Antwerpen had hij ongeveer 3500 man gekregen die voorheen in Luik en aan de Gete hadden gevochten en die terugtocht te voet hadden moeten doen. Dit waren geen verse geheel fitte eenheden maar vermoeide soldaten die bovendien amper materiaal hadden.

Zo had Dendermonde sinds 1886 wel drie vooruitgeschoven forten zoals Fort Rozenbroek die dienst moesten doen voor de artillerie. Het probleem was echter dat er geen kanonnen voorhanden waren, niet die 4de september en ook nooit voorheen.

Gezien die situatie was het niet onverstandig om reeds over een min of meer uitgebouwde terugvalpositie te beschikken voor als de aanval er zou komen. Bovendien kreeg hij pas op 28 augustus de opdracht om de stad te verdedigen en er terug een vestigingsstad van te maken. Met andere woorden: Hij kreeg zeven dagen om zijn verdediging van de stad voor te bereiden.

Militair compleet onzinnig. Als na een week Luik en zijn onneembaar geachte forten al in Duitse handen vielen, wat moeite zou het dan kosten om Dendermonde in te nemen? Zero! Eens op tafel kloppen en goed blazen en het was zo in Duitse handen. En dat bleek. De hier bevelvoerende Duitse Generaal Max von Böhn joeg het Belgische leger op de vlucht zoals een mes door boter gaat.

Dries Romanus en Veronique De Moor aan Fort Rozenbroek

Het echtpaar Dries Romanus en Veronique De Moor in 2012 voor het uit 1886 daterende Dendermondse fort Rozenbroek. Het is sindsdien al deels gerestaureerd en door het echtpaar bewoond. Het is een uniek en zeer mooi restauratieproject. Prijzenswaardig.

En wat kon Warnant doen, vechten tot hij al zijn soldaten had verloren en zijn materiaal kapot was? Natuurlijk niet. Een strateeg weet wanneer hij zich moet terugtrekken om zijn gevechtskracht en kansen op succes zoveel mogelijk te behouden.

Zwakke verdediging

Neen, de schuld in dit verhaal van de val van de stad ligt op vele plaatsen, minst nog bij Warnant. Grootste schuld is natuurlijk Duitsland dat België en ook Dendermonde aanviel. Het had sinds de Duitse eenmaking onder de Pruisen en Otto von Bismarck een agressieve politiek gevoerd door het leger gestaag uit te bouwen tot het sterkste van Europa.

De Duitse invasieplannen zoals dat genoemd naar generaal Alfred von Schlieffen waren bovendien amper een geheim. En dat Duitsland actief in België de taalkwestie gebruikte om het land te destabiliseren had onze elite wakker moeten schudden. Ze bleef echter slapen en zat daardoor met een totaal onvoorbereid leger en forten die totaal verouderd waren.

De befaamde Luikse forten bestonden zelfs niet uit gewapend beton. Het Belgisch leger ontbrak het in 1914 gewoon aan professionaliteit. En dat is niet alleen zomaar de schuld van de legertop maar vooral van de opeenvolgende regeringen die geheel naïef geloofden dat het plechtig door o.a. Pruisen in 1839 ondertekende neutraliteitsverdrag het land zou beschermen.

Ze waren gewoon blind en doof voor al die voortekenen die een Duitse inval voorspelden. Een natie bouwt geen gigantisch leger op om de landsgrenzen te bewaken maar om aan te vallen en andere landen te veroveren. Simpele logica. Zo heeft de VS niet zomaar een gigantisch leger. Het dient om niet om haar grenzen te bewaken maar om de wereld onder de knoet te houden. Logisch.

Groot-Brittannië en Frankrijk hadden ook wel een groot leger – maar minder sterk dan het Duitse – maar die hun doel was in essentie de verovering van koloniën, ver weg van België. Duitsland had ook wel koloniën en een vloot maar die koloniale expansie was erg beperkt.

Dendermonde - Plattegrond met vermelding vernielde woningen - 8

De plattegrond van Dendermonde anno 1914. De militaire structuur van de stadsgrenzen is duidelijk te zien. En dat is ook nu nog goed merkbaar met dit verschil dat hier nu in veel gevallen prachtige natuurgebieden liggen. De op de kaart gearceerde gebouwen zijn die welke door het Duitse leger tussen 4 en 7 september 1914 in brand waren gestoken.

Duitslands ambitie was de heerser over Europa te zijn. Men moest maar de Duitse pers en literatuur uit die periode lezen om dat te beseffen. Het falen van het Belgisch leger – dat wel heel dapper en hard het land verdedigde – was dus essentieel een gevolg van de verwaarlozing van het leger door de politici.

Strategische ligging

Vragen om de forten te voorzien van gewapend beton werden niet gehonoreerd. En dat men nog vlak voor de oorlog in Duitsland grote nieuwe kanonnen bestelde typeert de naïviteit van diegenen die deze beslissing namen. Uiteraard bleef de Duitse producent maar excuses vinden om ze niet te leveren en de vertraging te rechtvaardigen.

En dat liet zich voelen in de specifieke toestand in Dendermonde. Sinds de stichting rond 900 van de stad door een ridderfamilie onder de Duitse keizers Otto I en II was Dendermonde een vestigingsstad. Ze ligt immers strategisch aan de Schelde en de Dendermonding.

Toen was dat nog tegen de invallen van de Noormannen en de agressieve expansiepolitiek van de Graaf Van Vlaanderen. De Schelde was toen immers een grensrivier tussen het Graafschap Vlaanderen en dus Frankrijk en het rijk van de Duitse Ottoonse keizers. Dendermonde volgde de oprichting van andere vestigingen zoals Valenciennes en Ename bij Oudenaarde.

Dendermonde - Belgisch leger in actie - 2

De legereenheid die Dendermonde moest verdedigen was totaal niet opgewassen tegen de Duitse militaire pletwals. Zo beschikte generaal von Böhn zelfs over een luchtballon die hij installeerde aan de hoofdkerk van Sint-Gillis. Waarmee hij dan de Belgische troepenbewegingen in het Waasland in de gaten kon houden.

En dat bleef zo. De Scheldebrug was heel lang de laatste droge overgang voor de Scheldemonding. De brug in Temse bestond toen nog niet. En dus trokken Spaanse, Franse, Britse en Nederlandse troepen regelmatig door de stad een spoor van vernieling aanrichtend.

Pas in 1782 zou de Oostenrijkse Habsburgse keizer Jozef II de stad haar vestigingsstatuut ontnemen en ontmantelde en verkocht men al die forten, wallen en kazernes. Wat in 1815 na de slag bij Waterloo zou veranderen. De Britten en hun Nederlandse vrienden maakten van Dendermonde opnieuw  een vestigingsstad met alles erop en eraan. Getuige de uit 1827 daterende infanteriekazerne.

Maar dankzij de vrede na 1815 en het economisch succes van de Belgische staat met o.m. haar impressionant spoorwegenstelsel explodeerde na 1830 de Belgische economie als het ware. Ook de verovering van Congo was een belangrijke factor. De Dendermondse familie De Bruyn had immers in de stad grote erg winstgevende fabrieken die o.m. Congolese olie verwerkte.

En dus begon de druk in de stad toe te nemen om haar statuut van vestigingsstad op te heffen. Dendermonde intra muros wou groeien maar voelde die militaire aanwezigheid als een grote rem. Begrijpelijk. Zo waren er in 1890 in totaal eventjes 62 gebouwen eigendom van het leger.

En omdat men de verdediging van de stad zelf niet kon versterken bouwde men in 1886 buiten de stad dan maar die gordel met haar drie forten, ten zuiden en ten oosten van de stad, richting Lebbeke en Baasrode. Twee ervan zijn nog deels intact.

Omsingeling dreigde

Maar in 1906 werd dan tegen de zin van het leger maar onder druk van de Dendermondse elite dit statuut van van vestigingsstad opgeheven. Een heel begrijpelijke houding van die Dendermondse politici en nijveraars.

De aanval op Dendermonde van 4 september 1914

Hier is het verloop van de aanval op Dendermonde goed te bemerken. Op minder dan twee uur tijd zat men van de grens van Sint-Gillis-Dendermonde en Lebbeke over de Schelde. Het Belgisch leger kon alleen maar symbolisch weerstand bieden. De uit drie forten bestaande verdedigingsgordel is aangeduid met de nummers 1, 2 en 3. 3 is het huidige fort Rozenbroeck.

Met de verkoop was men, gelukkig voor het leger, in 1914 echter nog niet echt begonnen. Maar Warnant kreeg dus het bevel over een stad wiens fortengordel al deels in verval was en ook niet aangepast aan de technologische evolutie.

En dan was er het bevel dat Warnant op 28 augustus van de luitenant-generaal gouverneur van Antwerpen kreeg. Iedereen die wat nuchter nadenkend de militaire kaart na de val van Brussel bekeek zag de strategische positie van de stad. Ten oosten en ten zuiden was Antwerpen voorzien van een ganse serie goed uitgebouwde forten.

Alleen wie verder op die kaart westwaarts keek zag Dendermonde liggen. Men moest dan wel kijken. De stad was amper te verdedigen en in het land van Waas waren de forten die Antwerpen daar moesten verdedigen evenmin sterk te noemen. Bovendien zou een doorbraak in het Land van Waas de omsingeling betekenen van het Belgische leger dat nadien wel zou moeten capituleren.

En dergelijke omsingelingsbewegingen langsheen de flanken zijn klassiek bij oorlogen. De echte reden waarom Duitsland het risico nam om België aan te vallen was immers om zo een  omsingelingsbeweging langs diezelfde westelijke kant te kunnen doen om zuidwaarts Parijs te veroveren en de Fransen tot overgave te dwingen.

Duitse flater

Het sturen van Warnant met dat ‘zootje’ van 3500 soldaten getuigt in hoofde van het Belgische opperbevel dan ook van een zware strategische fout. Het is alleen om reden dat het Duitse opperbevel hier ook een al even grote gelijkaardige blunder maakte dat het Belgische leger een maand later kon ontsnappen naar de IJzer.

Had generaal Max von Böhn zijn 40.000 man die 4de september naar Stekene, Moerbeke en Koewacht gestuurd dan was het gedaan geweest met het Belgische leger. En Warnant met zijn 3500 man had hem aan de Durme in Hamme en Waasmunster zeker niet kunnen stoppen. En bovendien waren de mogelijke versterkingen vanuit Antwerpen of Gent zeker te laat gekomen.

Gelukkig voor het Belgisch leger had het Duitse opperbevel begin september geen echte aandacht voor de Belgische vijand. Hun grootste zorgen waren de cruciale slag aan de Marne die op dat ogenblik ging beginnen en het veel sneller dan verwachte gevechtsklare Russische leger.

Duitsland verloor de oorlog feitelijke de eerste twee maanden van dit conflict toen het vast raakte op het taaie Belgische verzet en het toch sterker dan gedacht zijnde Franse, Britse en Russische leger. Men dacht geen Belgische weerstand te ondervinden en het draaide totaal anders uit.

Dendermonde - Scheldebrug - Vernieling - Gezien vanuit Veerstra

De Scheldebrug waar het allemaal om te doen was. Pas eind september bij de derde Duitse aanval op de stad en slechts op het allerlaatste ogenblik vloog de brug in de lucht. Het eerste ontstekingsmechanisme wou niet werken, het tweede gelukkig voor de Belgen wel. Maar toen stormden al massa’s Duitsers de brug op. Hun lichaamsdelen vlogen tot in de Belgische gevechtslinies.

Het eerst door de generaal Helmuth von Moltke en later door generaal Alfred von Schlieffen aangepaste oorlogsplan was duidelijk niet realistisch en hoogmoedig. In hun  arrogantie hadden zij de anderen zwaar onderschat.  En hoogmoed komt steeds voor de val.

Dat Warnant zich zo snel terugtrok en de stad uit handen moest geven was langs Belgische zijde eerst en vooral de schuld van de legerleiding die hem een 3de klasse eenheid meegaf om een eerste klasse verdediging te voeren. Een minuutje nadenken had voldoende geweest om dit probleem te zien. Het was een onmogelijke opdracht, een zelfmoordmissie.

Politieke beslissingen

Verder was de slechte staat van de Belgische landsverdediging en specifiek die van Dendermonde een gevolg van politieke beslissingen die opeenvolgende regeringen de jaren voordien hadden genomen. Dat luitenant-generaal Antonin de Selliers de Moranville en minister van Oorlog graaf Charles de Broqueville Warnant de schuld voor het falen in Dendermonde gaven is zonder twijfel fout.

Bovendien had de Broqueville als minister van oorlog en dus lid van de regering hier een dubbele verantwoordelijkheid. Politiek was hij verantwoordelijk voor de slechte staat van de landsverdediging anno 1914 zoals bijvoorbeeld de late mobilisatie.

Militair droeg hij de medeverantwoordelijkheid toen men Warnant de taak gaf om een strategisch zo belangrijke stad als Dendermonde te laten verdedigen door soldaten die in bepaalde gevallen niet eens een functionerend geweer hadden.

Belgische en Duitse posities op 22 augustus 1914

Op deze kaart is duidelijk te zien hoe kwetsbaar de verdediging van Antwerpen feitelijk was. Westwaarts was er immers amper sprake van een verdediging en Dendermonde met zijn Scheldebrug lag zo voor het grijpen. Had de Duitse generaal von Böhn die 4de september naar Moerbeke en Stekene doorgestoten dan was het Belgische leger al die dag uitgeschakeld geweest.

Maar zoals in alle dergelijke organisaties moet er in geval van falen een schuldige worden gevonden en die weet men via het paraplusysteem steevast te vinden op de zo laagst mogelijke trap en dat was ditmaal generaal-majoor Erasme Warnant. Barbertje moest en zal hangen.

Het feit dat hij voorheen in 1904 tegen het advies van het leger in de job van opperbevelhebber van de Force Publique, het Congolese privélegertje van koning Leopold II, op zich nam werd hem dan vermoedelijk kwalijk genomen. Ook het feit dat hij in 1912 tot in het parlement protesteerde tegen zijn niet-benoeming tot generaal speelde bijna zeker eveneens een rol.

En vermoedelijk kwam daar ook het feit bij dat hij, nochtans komende uit een katholiek nest met adellijke connecties, een vrijzinnige was. België was in het begin van de twintigste eeuw een katholiek land waar men alleen in de marge wat vrijzinnigen, liberaal en socialistisch, tolereerde.

Opperbevelhebber de Selliers de Moranville en de Broqueville hadden de schuldige dan ook ultrasnel gevonden. Eventjes in de spiegel kijken was daar zeker niet bij.

Het Schlieffen-Moltkeplan voor de aanval op Frankrijk 1914

Het door opperbevelhebber von Schlieffen aangepaste aanvalsplan van zijn voorganger von Moltke. In de oorspronkelijke versie zou men ook Nederlands Limburg aanvallen. Het ontbrak het plan aan elke realiteitszin en sommige Duitse generaals beseften dat ook wel. Normaal ging men dus Antwerpen links laten liggen. Maar omdat het Belgisch leger te gevaarlijk was moest men het wel aanvallen.

Willy Van Damme

1) Zo had hij de munitie en andere voorraad voor zijn troepen allemaal opgesteld onder de Grembergse kerktoren. Een flater van jewelste want bij een oorlog als dit zijn hoge gebouwen zoals kerktorens het eerste doelwit van elke kanonnier.

Het zijn immers uitkijktorens voor de troepen en die worden steevast kapot geschoten of vooraf vernield zoals het Belgisch leger deed met de aan de Schelde gelegen kerken van Baasrode en Sint-Amands aan de Schelde. Gelukkig voor Warnant en zijn manschappen hebben de Duitsers nooit gemikt op de kerk in Grembergen. Nog een Duitse flater.

Het Laatste Nieuws in 1914–Aanval op Dendermonde met zware Duitse verliezen afgeslagen

Het Laatste Nieuws stopt al enkele weken een kopie van haar krant van 100 jaar voordien bij de krant van de dag. Een leuk en ook wel interessant initiatief. En vorig weekend was het dan de krant van 6 september die men kon lezen. Het waren duidelijk andere krantentijden.

Maar wat 100 jaar later nog steeds hetzelfde is gebleken zijn de vette sensationele titels en de kwaliteit van haar berichtgeving die even belabberd is als wat ze nu aan haar lezers dagelijks serveert over andere conflicten in de wereld zoals Syrië, Iran of Oekraïne. Liegen is toen en ook nu nog steeds de hoofdbekommernis.

Zo wist de krant van 6 september 1914 te melden dat het Belgische leger de dag voordien met succes de aanval op Dendermonde had afgeslagen en de Duitse aanvaller daarbij zware verliezen had toegebracht.

Het Laatste Nieuws - 6 september 1914 - Verovering van Dendermo

Het Belgische leger behaalde volgens Het Laatste Nieuws van 6 september 1914 de dag voordien in Dendermonde een klinkende overwinning op het Duitse leger.

Een mens vraagt zich dan af wat de lezers van toen uit de omgeving zoals in Wichelen of Wetteren waar de krant nog vermoedelijk te krijgen was of wat de soldaten toen moeten gedacht hebben bij het lezen van zoveel onzin.

De aanval op Lebbeke begon vanuit de richting Asse en Mazenzele op 4u30 en tegen ongeveer 10u30, dus zes uur later, zaten ze aan het spoorwegstation van Moerzeke in Grembergen aan de grens met Hamme en over de Schelde. Een 20 kilometer verder, ongeveer vijf uur stevig wandelen.

Veel gevochten was er daar niet en vermoedelijk vielen de meeste Duitse gewonden bij het vernielen van de woningen onderweg van Lebbeke naar Dendermonde en het zich lazarus drinken van de door hen gestolen wijn uit de Dendermondse burgerhuizen. Een gevolg dan van snijwonden veroorzaakt door de vele gebroken wijnflessen.

Aan beide kanten vielen er voor zover geweten bij de slag om Dendermonde relatief weinig doden door het oorlogsgeweld. Maar voor Het Laatste Nieuws was er sprake van zware Duitse verliezen. Het is maar wat je ‘zware’ noemt natuurlijk.

Er is duidelijk qua kwaliteit in die 100 jaar op journalistiek vlak geen echte verandering merkbaar. Nu heeft men het over vrijheidsstrijders in Syrië en democraten in Oekraïne. Zelfde onzin, zelfde krant.

Willy Van Damme

De Groote Oorlog–Herleef de bange Dendermondse septemberdagen

Paul Putteman is een politieman in hart en ziel maar ontdekte de voorbije paar jaar een nieuwe passie, geschiedschrijving. Hier verscheen al een interview met de man rond zijn boek ‘Bange septemberdagen’, uitgegeven door de Oudheidkundige Kring van het Land van Dendermonde als haar jaarboek. Het is nog steeds bij de Dendermondse musea te verkrijgen.

Het werk is een aanrader voor wie meer wil weten over wat zich hier in de wijde regio die periode van september tot midden oktober juist afspeelde. Het is een schokkend relaas over wat oorlog veelal betekent.

Komende zondag om 20 uur in het Dendermondse cultuurcentrum Belgica vertelt hij over deze krijgsgebeurtenissen en doet dat ook aan de hand van verhalen uit die periode met getuigenissen van rechtsreeks betrokkenen.

Paul Putteman

Paul Putteman bij de plaats waar in 1914 de strategische Scheldebrug lag. De Duitsers wilden het Belgische leger dat in Antwerpen lag omsingelen en moest om die reden de Scheldebrug innemen. Het lukte niet. Pas op 8 oktober 1914 slaagde het Duitse leger erin om stroomopwaarts in Schoonaarde de Schelde over te steken en Berlare en zo het Waasland en Antwerpen te veroveren. Maar dan was het Belgische leger al grotendeels weg richting de IJzervlakte.

Daarnaast wordt er ook via beelden een overzicht gegeven van straat tot straat van de vernielingen die het Duitse leger van 4 tot 6 september aanrichte in de stad. Behoudens de huizen die dienden voor de Duitse officieren en enkele belangrijke historische gebouwen staken zij alles heel methodisch in brand. Ook andere oorlogsmisdaden komen aan bod.

En nadien kwam dan een maand lang de slag tussen het Belgische en Duitse leger om de stad en haar strategische Scheldebrug. Met zware artilleriebombardementen en een front dat heen en weer golfde door de stad. Alles lag in puin en zelfs 50 jaar later leefden mensen nog in houten noodwoningen opgericht na 1918.

De ooit welvarende en zelfs rijke stad bereikte pas in de jaren zeventig een deel van haar vroegere glorie. Lang was het een van de meest verpauperde regio’s in Vlaanderen. Een in België amper gekend drama.

Paul Putteman brengt dit op zondag 15 juni in beeld onder begeleiding ook van de groep Caesars Nose van het duo Hans Quaghebuer en Mieke Laureys die volksliederen en verhalen brengt uit deze periode. Ook worden er aan dit leed gewijde gedichten voorgedragen. Entree is 5 euro.

CC Belgica, Kerkstraat 24, Dendermonde te 20 uur.

Foto gezocht – Was tsaar Peter ooit in Baasrode?

PERSBERICHT

Was de Russische tsaar Peter I ‘de Grote’ ooit in Baasrode?

Beloning voor foto van optocht die herinnert aan dat vermeende bezoek

Al een tijd zijn Baasroodse historici op zoek naar het verleden van hun dorp en recent ontdekte men daarbij het verhaal over het vermeende bezoek van de legendarische Russische tsaar Peter I ‘de Grote’ aan Baasrode. Dit voorval bleek totaal uit het geheugen van de gemeente verdwenen te zijn.

Baasrode - Inhuldiging burgemeester Achiel De Kinder - Voorblad

Daarbij werd recent in het Dendermondse stadsarchief een document gevonden betreffende een optocht ter gelegenheid van de inhuldiging van de toenmalige burgemeester Achiel De Kinder op 22 mei 1927. Daarbij bleek een deel van die optocht gewijd te zijn geweest aan dit bezoek.

Een groep Baasrodenaren samen met professor Emmanuel Waegemans, die werkt aan een boek hierover (1), zijn nu op zoek naar een foto van dit deel van de optocht van die 22ste mei 1927.

Baasrode - Inhuldiging burgemeester Achiel De Kinder - Verdelin

Het betrof hier praalwagen vier die te paard het hof van de toenmalige tsaar uitbeeldde met daarbij zowel de tsaar als zijn echtgenote alsmede hun beider gevolg.

Men is hierbij bereid 100 euro als beloning te geven aan eenieder die een foto van dit deel van die stoet bezit en ter beschikking wil stellen voor onder meer dit historisch werk.

Dit dient wel voor 31 maart van dit jaar te gebeuren.

Tsaar Peter I ‘de Grote’ leefde van 1672 tot 1725 en was tsaar van Rusland van 1682 tot 1725. Hij is verder de stichter van Sint-Petersburg dat hij ook tot hoofdstad maakte. Hij wordt gezien als een vernieuwer die bovendien drie reizen doorheen Europa maakte op zoek naar onder andere nieuwe technologieën voor zijn land. Vooral de scheepsbouw droeg daarbij zijn grote belangstelling.

Peter 1 De Grote - Standbeeld, Kloosterstraat in Antwerpen - Manu Waegemans

Het standbeeld voor Peter I De Grote op het plein aan de Kloosterstraat in Antwerpen.

Daarbij bezocht hij van augustus 1697 tot 25 mei 1698 en van december 1716 tot augustus 1717 ook onder meer Nederland en de toenmalige Oostenrijkse Nederlanden. Hier bezocht hij voor zover bekend Antwerpen, Brussel, Luik, Spa, Namen en Nieuwpoort.

Baasrode was in die periode in de Oostenrijkse Nederlanden een belangrijk centrum voor de scheepsbouw en scheepsvaart geworden. Een bezoek van de tsaar en zijn gevolg aan Baasrode lijkt dan ook niet onlogisch. Zeker daar er toen tweemaal per dag een bootverbinding heen en weer was tussen Antwerpen en Baasrode.

De Baasroodse scheepsbouw moet zeker zijn belangstelling hebben genoten en mogelijks gezien als een interessante tussenstop voor het gevolg.

2 maart 2014

Verdere informatie:

Prof. Emmanuel Waegemans (KUL), Ballaarstraat 106, 2018 Antwerpen, 03 /237.80.10, emmanuel.waegemans@telenet.be

Willy Van Damme: Rootjensweg 3, 9200 Grembergen-Dendermonde – 052/22.59.09 of 0478/90.11.07, willy.vandamme@scarlet.be

1) Professor Waegemans is een autoriteit op dit vlak en publiceerde er al meerdere werken over.