Miserie en winsthonger in de VS

Wie oppervlakkig via de televisie of de kranten naar de Verenigde Staten kijkt krijgt de indruk te maken  te hebben met een zeer welvarende, gelukkige en machtige natie waar van armoede amper iets te merken valt. Kijk je wat dieper en dan ziet men de problemen een voor een opduiken. Plots blijkt dit rijke Amerika er ook een te zijn van schrijnende armoede, van vele gezondheidsproblemen, torenhoge schulden en een in elkaar stortende infrastructuur. Ook de wijdverspreide corruptie komt dan in beeld.

Michael Parenti, de Amerikaanse historicus en politiek wetenschapper, brengt in zijn boek ‘winsthonger’, dit ander beeld aan de oppervlakte. Hij beschrijft hoe de winsthonger van grote ondernemingen in de VS verantwoordelijk is voor de miserie van massa’s mensen wier lot ondergeschikt is aan de almaar groter wordende hebzucht van die bedrijven. Met een overheid die bijna in regel gewoon laat betijen.

Het verleden

Eerst gaat hij delven in het verleden van zijn land en het Amerikaanse continent dat sinds de ontdekking ervan door Europa het slachtoffer werd van een der ergste genocides uit de menselijke geschiedenis. Van de oorspronkelijke bevolking bleven er eind negentiende eeuw in de VS alleen nog wat resten over, netjes weggestopt in amper leefbare reservaten en geduwd richting de alcohol- en drugsverslaving.

En dan was er de slavenhandel. Met in de klassieke geschiedenisboeken hooggeprezen presidenten als George Washington of James Madison die er zwarte slaven op nahielden. Met om nooit te vergeten de Klu Klux Klan die ervoor moest zorgen dat de zwarten bleven waar ze volgens hen hoorden, helemaal onderaan de maatschappelijke ladder. Alleen goed om te werken en te gehoorzamen.

Michael Parenti - Winsthonger - EPO

Michael Parenti schetste in ‘Winsthonger’ een schokkend beeld van o.m. de gezondheidstoestand en de almaar groeiende kloof tussen rijk en arm.

Met als de machtsfactor de WASP, de Witte Angelsaksische Protestanten. Wie tot de heersende klasse wou behoren diende blank, Engelsprekend en protestant te zijn. En dus waren joden en katholieke Ieren of Italianen per definitie uitgesloten.

Hij geeft het voorbeeld van de beheerraad van J.P. Morgan, decennia lang de leidende bank in de VS, wier beheerraad alleen bestond uit mannelijke leden behorende tot die groep van Engelsprekende blanke protestanten.

En die onderverdeling in afkomst was er ook een van klasse en dus van inkomen en onderwijs. Een hiërarchische piramide waar men zich wel moest aan houden. Een klassenverdeling waaraan men ook nu nog amper kan ontkomen.

Zodat de fameuze ‘American Dream’ er slechts een is voorbestemd voor enkelingen, de uitzonderingen. Het is dus inderdaad een droom, een illusie. Het dient gewoon om de indruk te geven dat als men maar hard werkt er aan de top kan geraken.

De almacht in vraag

Hierbij stelt Parenti ook de vraag of er grenzen zijn aan die overheersing door de VS van de wereld. Daarbij noteert hij (pagina 49) dat er nooit meer buitenlandse militaire basissen van de VS zijn dan nu. Dat klopt, evenals het door hem geconstateerde feit dat de VS andere hen onvriendelijke landen blijft destabiliseren om er uiteindelijk hun marionetten te plaatsen en de macht over te nemen.

Maar de macht van de VS is gelijktijdig aan het afbrokkelen. Zo is er natuurlijk China, een land dat volgens bepaalde berekeningen, o.a. van het IMF, nu economisch groter is dan de VS. Wat de belangrijkste gebeurtenis is van de voorbije honderd jaar.

Landen als Indië, Rusland, Zuid-Afrika en China voeren hun eigen beleid en laten zich door Washington niet de wet voorschrijven. Tot woede van de VS. Zie maar naar de soms waanzinnige perscampagnes in onze media tegen die landen.

Hier in die imperialistische politiek van de VS ligt echter ook haar achilleshiel. Dat veroverings- en bezettingsapparaat kost, zoals de auteur schrijft, gigantische fortuinen die de VS feitelijk niet heeft. Dat wordt dan deels via belastingen bij de krimpende middenklasse gehaald en gaat ten koste van de sociale voorzieningen die vooral de armen nodig hebben.

China

Een groot deel van de rest haalt men dan vooral noodgedwongen in het buitenland, in China, Japan en zelfs Rusland. Bij landen die dus in wezen vijanden zijn. En wiens brood men eet, diens woord men spreekt.

Het betekent ook dat Washington het financieel beleid deels moet laten bepalen door dat gehate buitenland. Want wil men geld naar de Amerikaanse schatkist laten vloeien dan moet men die schatkist wel voor die buitenlandse geldschieters aantrekkelijk maken.

Belangrijk is ook zijn constatering dat West-Europa en de VS zich pas konden ontwikkelen tot grote economische mogendheden dankzij de gigantische uitbuiting van wat toen de derde wereld heette maar dat in het geval van o.m. Indië, Vietnam of China niet was. Neen, London ruïneerde de textielbarons in Indië om Manchester rijk te maken. Hierbij heeft hij het nog niet over de opium die de Britten met de bajonet aan China en Indië opdrongen.

William Jardine - Jardine & Matheson

Voor de CIA met Vang Pao in Laos en de Taliban in Afghanistan was de Schotse zakenman William Jardine de grootste opium en heroïnehandelaar ter wereld. Zijn met streekgenoot James Matheson opgericht imperium Jardine & Matheson was tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw in Hong Kong oppermachtig.

Een gruwelijk verhaal welke fortuinen opleverde voor Britse trusts als Jardine & Matheson en welke China sociaal en economisch de dieperik induwde. Miljoenen Chinezen raakten zo verslaafd. Het was de periode van de zogenaamde Opiumoorlogen die zorgden voor de stichting van de Britse kroonkolonie Hong Kong en de vrijhavens in o.m. Shanghai en Tianjin waar zelfs België tot 1935 een eigen enclave had

Die schuldpositie verklaart mede waarom Washington zo terugschrikt om te agressief tegen Beijing op te treden. Men heeft China om financiële en economische reden broodnodig. En het via destabiliseringsacties te sterk aanvallen zou ook voor de VS erg zware consequenties hebben. En dus laveert zowel de vorige als de nieuwe regering in het Witte Huis hier als tussen een spel van vriend en vijand. Zullen we? Zullen we niet?

De manke gezondheidszorg

Het sterkste hoofdstuk in het boek zonder twijfel is dat over de toestand van de gezondheidszorg dat deels is gebaseerd op zijn eigen ervaringen. Op pagina 80 noteert hij dat:

“Excessief vertrouwen in voorgeschreven medicatie doodt meer Amerikanen – zo’n 100.000 per jaar – dan alle illegale drugs bij elkaar.

Vooral het excessieve gebruik van pijnstillers speelt hier een grote rol. Men herinnert zich hier de dood van popsterren Prince en Michael Jackson. Er lijken hier wel geen grenzen te zijn. In die zin was de Affordable Care Act, ofte Obamacare, wel een grote verbetering maar verre van voldoende.

Het systeem van de Amerikaanse gezondheidszorg is echter te ziek en is ook voor overheid en burger amper betaalbaar gebleken. Ja, want de overheid geeft haar geld liever uit aan haar streven naar steeds meer militaire macht en dan komt de zorg voor de eigen mensen op de tweede plaats.

Een recente wetenschappelijke studie van het echtpaar Anne Case en Angus Deaton, in 2015 de winnaar van de Nobelprijs voor de economie, toonde aan dat onder blanke Amerikanen in de leeftijdscategorie van 45 tot 54 jaar die middelbaar onderwijs of minder genoten het aantal doden door drugs, alcohol en zelfmoord per 100.000 inwoners tussen 2000 en 2015 verdubbelde. Dit terwijl het min of meer stabiel bleef voor Amerikanen met hoger onderwijs.

Wat merkwaardig is want in de periode 1990 tot 2015 halveerde het in bijvoorbeeld Frankrijk en Duitsland. Die toenemende armoede en gebrek aan degelijke sociale voorzieningen verklaart dat veel blanke Amerikanen liever stemden voor een figuur als Donald Trump dan voor een Clinton. Clinton vertegenwoordigde immers het establishment van Washington die hen al decennia in de kou laat staan. Trump was de outsider.

Donald Trump - 3

Massa’s Amerikanen spuwen de elite in Washington met o.m. een Hillary Clinton uit. Zij immers zorgen bij de meeste Amerikanen voor een steeds toenemende armoede. Het is der voornaamste reden waarom outsider en televisiefiguur Donald Trump tot president verkozen raakte.

En dat de elite in Washington door de doorsnee Amerikaan gehaat wordt hoeft natuurlijk niet te verbazen. Men praat wel veel over ‘verandering’ en maakt de mooist mogelijke beloften maar de armoede en tegenstellingen arm versus rijk nemen steeds maar toe. Zo is men in de Amerikaanse politiek radicaal tegen gratis gezondheidszorg voor de burger maar de parlementsleden in Washington hebben die dan wel. Dat mag dan. (pagina 90)

Pedofilie

Een ander hoofdstuk betreft pedofilie in de VS, vooral binnen de christelijke gemeenschappen. Zo maakt hij melding van de verklaring van Bernard Law, de kardinaal en vroegere aartsbisschop van Boston, die de door geestelijken misbruikte kinderen en hun ouders nalatigheid verweet en zo hadden bijgedragen tot dit misbruik. (pagina 121)

En om verder schandaal te vermijden riep paus Johannes Paulus II, de Poolse heilig verklaarde paus, hem in 2002 dan maar naar Rome zodat hij diplomatieke onschendbaarheid kreeg en verder kon genieten van zijn leven in luxe. Hij was er lang een der invloedrijkste kardinalen.

Ook andere religieuze gemeenschappen passeren de revue. Met verhalen over dergelijke wantoestanden bij de mormonen, de getuigen van Jehova, Tibetaanse boeddhistische kloosters en joden. Bij die laatste categorie is er als ontsnappingsmiddel dan niet de vlucht naar Vaticaanstad maar naar Israël.

Zo schrijft hij:

De chassidische voorschriften bevatten een richtlijn (de mesirah) die joden verbiedt andere joden te verklikken aan burgerlijke autoriteiten, zelfs als ze criminele feiten hebben gepleegd. Dankzij deze richtlijn gaan rabbi’s die kinderen aanranden vaak vrijuit.” (pagina 127)

Bernard Law - 1

Voor Bernard Law, katholiek aartsbisschop van Boston, waren de kinderen en hun ouders de ware schuldigen voor de vele pedofilieschandalen in zijn kerk. Toen het voor hem te gevaarlijk werd riep paus Johannes Paulus II hem als kardinaal naar Rome. Weg uit de klauwen van het Amerikaanse gerecht. Hij was in Rome lang een der meest invloedrijke kardinalen. Dankzij de heilige Johannes Paulus II, beschermer van pedofielen.

Ook vergeet hij niet de top van het zakenleven, Hollywood en de wereld der entertainment waar aanrandingen en seks met kinderen aan ware plaag lijkt. J.D. Salinger, Woody Allen en Roman Polanski en Robert H. Richards van het chemieconcern Dupont worden hier genoemd. Maar er is heel veel maar natuurlijk. De Brit Jimmy Saville, Chuck Berry en Jerry Lee Lewis zijn gekende voorbeelden. Men kan er een heel dik boek mee vullen.

De 0,01 percent

Uiteraard heeft hij het eveneens over de schrijnende ongelijkheid in de VS waarbij een paar honderdduizend individuen evenveel bezitten als de meer dan driehonderd miljoen Amerikanen. Het verhaal van de 1% versus de rest is naar hij schrijft dan ook fout. Het gaat hem hier over feitelijk over slechts 0,01% (pagina 146).

Het is hier dat de verklaring ligt voor een merkwaardig Amerikaans fenomeen dat het recente World Happiness Report van de VN constateerde. Terwijl de algemene welvaart in de VS doorgaans met 2 à 3% per jaar stijgt daalt, rekening houdend met de inflatie, het mediane inkomen van voltijds werkende mannen sinds 1979. Het rapport van het echtpaar Angus Deaton en Anne Case toont de gevolgen en dat zijn stijgende sterftecijfers.

Interessant is zeker de opmerking die hij op pagina 156 maakt waar hij schrijft dat bedrijven om reden van winstmaximalisatie de lonen zo laag mogelijk willen houden terwijl de lonen die de arbeiders meenemen juist nodig zijn om de producten die zij in loondienst maken te kunnen kopen.

Het is het dilemma waar bepaalde asociale partijen, zoals de N-VA hier, wereldwijd mee zitten. Ze willen de bedrijfswinsten zo hoog mogelijk houden maar botsen op de voor hen harde werkelijkheid dat de lonen niet te sterk kunnen dalen want dan klapt de koopkracht in elkaar.

Waardoor de producten van die bedrijven minder kopers vinden en de bedrijfswinst daalt. En dus grijpt men naar belastingmaatregelen door steeds lagere bedrijfstaksen. Maar die ontregelen dan de werking van de overheid en ook zo de economie. Het is een dilemma waaruit men in wezen niet kan ontsnappen.

Angus Deaton - 3

Economist Angus Deaton schetste samen met zijn echtgenote Anne Case recent een schokkend beeld van de gevolgen van de armoede in de VS.

Het hier door Parenti beschreven beeld is geen diepgravende analyse of zeer uitvoerige weergave der feiten maar het geeft vrij correct de realiteit weer waarmee de VS nu te maken heeft. Het is dan wel een andere blik dan dat welke Hollywood ons geeft, zijnde dat van een welvarend, democratisch en zorgzaam land.

En dat door Parenti geschetst beeld ziet er niet fraai uit. Terwijl China en andere gelijkaardige landen hun niveau steeds meer opkrikken ziet men de VS in veel opzichten afdalen richting die derde wereld. Donald Trump gaat dat uiteraard niet oplossen maar – zo lijkt het toch – alleen maar nog erger maken.

Milieu en grote bedrijven

Wel zijn er op dit boek toch wel enkele aanmerkingen te maken. Zo stelt hij: ‘De grote bedrijven worden rijk door het milieu te verpesten.’ (pagina 46). Dat is uiteraard voor een belangrijk deel waar, maar zeer eenzijdig en er zijn omgekeerd ook bedrijven die rijk worden door actief te zijn in de omgekeerde richting. Producenten van zonnepanelen en windmolens bijvoorbeeld of die welke actief zijn in de recuperatie van allerlei afval en hergebruik.

Ook stelt hij dat:

‘Bijna de hele wereld wordt gedomineerd door het kapitalisme en bijna de hele wereld is arm. Neem het kapitalistische Indonesië: Het is erbarmelijk arm en wordt steeds armer.” (pagina 171)

Een recente studie van het IMF echter stelde dat als men niet de dollar als maatstaf neemt maar de koopkracht dat Indonesië economisch dan sterker is dan het Verenigd Koninkrijk. Blijkbaar heeft hij de onvoorstelbare welvaart die de voorbije decennia in Azië is ontstaan niet gezien.

Bovendien bestaat er in de wereld niet zoiets als een niet-kapitalistische economie. Er bestaan hoogstens verschillen tussen landen met een grote staatseconomie en landen met een kleine overheid. Die relatie tussen private ondernemers en de overheid verschilt overal waarbij er steeds een spanningsveld tussen beiden is. Neem ook China waar het parlement tegenwoordig vol met dollarmiljardairs zit.

Neen, het kapitalisme is nog steeds haar rol van meerwaardemaker, en dus rijkdom, aan het vervullen. Natuurlijk staat het kapitalisme ook gelijk met o.m. grove vorming van uitbuiting, milieuoverlast, grote ongelijkheid qua rijkdom en, zeker niet te vergeten, oorlog.

Maar dat is er maar een facet van. Men hoeft er maar de gezondheidsstatistieken en de levensverwachting, zelfs ook in Afrika, maar te bekijken om die positieve rol van het kapitalisme te beseffen.

Ook toont hij een serieus gebrek aan kennis van de werking van het West-Europees sociaal zekerheidsstelsel. Zo schrijft hij:

‘In alle geïndustrialiseerde West-Europese sociaaldemocratiën is er een gratis gezondheidszorg, onderwijs en sociale dienstverlening voor wie het niet kan betalen’ (pagina 190)

Dat is echter de theorie en niet de praktijk. Nog veel teveel mensen in West-Europa vallen immers uit de boot en moeten rekenen op private initiatieven als de voedselbanken of kunnen – zelfs voor de lagere school – de schoolrekeningen van hun kinderen niet betalen. Zeker, het is stukken beter dan in de VS, maar ook hier is er zeer veel ruimte voor verbetering merkbaar.

Arabische Lente

Zwaar echter gaat hij in de fout als hij tweemaal kort verwijst naar het oproer van de voorbij 7 jaar in het Midden-Oosten. Het boek is geschreven in 2015 en op dat ogenblik had hij zeker beter moeten weten. Zo stelt hij bij de aanvang:

‘Niemand voorspelde de Tunesische en Egyptische opstanden van januari 2011. Niet de Midden-Oostenexperts van het ministerie van Buitenlandse Zaken van de VS. Niet de bollebozen van de CIA’ (pagina 9 en 197)’

Onderzoek heeft ondertussen voldoende aangetoond dat al die opstanden ondergronds maar vanuit de VS werden aangestuurd met als bedoeling overal salafistische groepen zoals de Moslimbroeders aan de macht te brengen. Maar – en moet men toegeven – dit was wel zeer goed verborgen en kwam pas na verloop van tijd boven water.

George Soros

Via de vele door hem gefinancierde ngo’s was speculant George Soros achter de schermen een van de belangrijkste poppenspelers in het lugubere spel genaamd Arabische Lente.

De strategie was voor wie de VS kent klassiek. Men steunde en financierde jongerengroepen om rond bepaalde thema actie te voeren zoals armoede, corruptie, mensenrechten en ongelijkheid.

Die leiders ervan werden deels zelfs in de VS opgeleid en kregen alle mogelijke materiële steun vanuit de VS. Men richtte in die landen zoals Egypte zelfs lokale antennes op van instellingen als Open Society van George Soros en The National Endownment for Democracy. Dit om alles in goede Amerikaanse banen te leiden.

Deze jongeren kregen ook een luide weerklank in de Westerse pers en vanuit Washington alle nodige diplomatieke steun. Het gevolg was dat die regeringen zodanig verzwakt raakten dat ze vielen. Zeker toen het leger – omgekocht? – hen steun weigerde. Ondertussen deed men bij de PR-bureaus in Londen en de VS overuren om alles zo mooi en idealistisch als mogelijk voor te stellen. Vandaar de term ‘Arabische Lente’. Klonk dat mooi zeg.

Salafisten

Het probleem was echter dat die groepen onder de bevolking amper of geen sociale basis hadden. En daarover beschikten de Moslimbroeders wel zodat bij vrije verkiezingen zij wel en niet de jongerengroepen succesrijk waren.

Het is geen toeval dat de Moslimbroeders in Egypte en Tunesië in het openbaar praktisch geheel afzijdig bleven van de vele protestacties. Hadden zij zich hier publiek getoond dan had dat bij de vele naar moderniteit vragende jongeren argwaan veroorzaakt.

Er is op dit ogenblik een massa aan gegevens beschikbaar om die strategie te doorzien. Zeker in 2015. Maar, het dient dus toegegeven te worden, het was bijna perfect verborgen. Zelfs in Damascus en Teheran klonk men eerst enthousiast. Maar de pr-bureaus die feitelijk de praktische leiding hadden van die Arabische Lente weten dan ook zeer goed hoe ze dit soort zaken moeten verkopen.

Parenti is echter zeker niet de enige dit dat zelfs in 2015 nog niet doorhad. Maar het toont wel een gebrek aan kritische zin en professioneel analysevermogen. De CIA was dus niet verrast zoals hij hier schrijft maar was zelfs de dirigent. Had hij goed gekeken naar de entourage toen van Hillary Clinton of de massa’s documenten van Wikileaks grondig had doorzocht dan had hij dat vermoedelijk wel beseft.

ISIS - Met gevangenen executie - 2 - 15-06-2014

ISIS in 2014 aan het werk in Irak, pionnen van de VS, Israël, de EU, Qatar, Turkije en Saoedi Arabië. Het ware gezicht van de Arabische Lente lang netjes verstopt achter opgehitste jongeren snakkend naar een beter leven. En dit kregen ze dan.

Het is toch de Nederlands-Syrische Iba Abdo, nu een medewerkster van Clingendael, het Nederlandse overheidsinstituut voor buitenlandse politiek, die op 28 februari 2011 op haar nu van het internet gehaalde blog stelde dat men ‘de revolutie’ in Syrië om praktische reden had moeten uitstellen tot 15 maart.

En inderdaad op 15 maart was er de eerste ‘spontane’ betoging in de Syrische stad Daraa. Dit rond het gefingeerde verhaal – bijna zeker in de VS in elkaar gestoken – over door de regering gefolterde en vermoorde schoolkinderen. Het startschot voor de oorlog.

Neen, de Arabische Lente was gewoon een kopie van de eerder door de CIA en andere Amerikaanse overheidsinstellingen georkestreerde opstanden als die in Iran (1953), Guatemala (1954), Servië (1991), Oekraïne (2003 & 2014), Georgië (2004), enzovoort. Of de geschiedenis die zich steeds herhaalt. Straf dat Parenti dat niet zag. 

Willy Van Damme

Winsthonger, Michael Parenti, 219 pagina’s, EPO, 2016, 20 euro. In het Engels ‘Profit pathology and other indecencies’. 

 

Chris Kaspar de Ploeg–een ander beeld van Oekraïne

De nog erg jonge Chris Kaspar de Ploeg is een auteur die ondanks die leeftijd er niet voor terugschrok om een boek te schrijven over de complexe toestand rond Oekraïne. Dit werk ‘Oekraïne in het kruisvuur – Beeld en werkelijkheid achter de informatieoorlog’ brengt een ander portret dan wat de traditionele media en vele boeken brengen. Het is met 192 pagina’s een relatief dun boekje geworden maar wel een waaraan hij gezien de 661 voetnoten hard aan werkte. En dit met een te waarderen kritische instelling.

Dit belooft dus voor de toekomst. Er staat ook geen onzin in zoals bijvoorbeeld bij Joanie de Rijke in Knack die de Krim-Tataren de oorspronkelijke bewoners van de Krim noemde. Dit terwijl dit afstammelingen zijn van de Mongolen die in de dertiende eeuw Rusland bijna geheel veroverden. Of die van een Corry Hancké in De Standaard die bij de salafistische terreurgroep Hizb ut Tahrir de ‘waarheid’ over de problematiek van die Tataren ging halen.

Chris Kaspar de Ploeg - Oekraïne in het kruisvuur - Papieren Tijger

Chris Kaspar de Ploeg fileerde op een degelijke wijze het drama rond Oekraïne.

Het boek is zowat het enige origineel eerst in het Nederlands verschenen boek over de zaak welke enig niveau heeft. Immers wat er tot heden over die zaak werd uitgegeven is waardeloos en zijn klonen van wat Amerikaanse studiediensten als Brookings, het Project for a New American Century of de Atlantic Council schreven. Hun verhaal over een democratische opstand in Kiev wordt hier professioneel doorprikt.

Een menselijk drama

Wat er sinds de onafhankelijkheid met Oekraïne gebeurde is een van de grootste misdaden die Europe na de tweede wereldoorlog meemaakte. Na de georkestreerde oorlog tegen Joegoslavië dan.

Een simpel gegeven zegt alles. In 1988 had het land 51,377 miljoen inwoners en in 1991 waren er dat 52,052. En dan kwam de zogenaamde onafhankelijkheid met de VS, het IMF en de EU waarna er in 1997 nog maar 50,668 miljoen inwoners (-1,4 miljoen) overbleven. Dat is in 2015 al gezakt tot 45,224 miljoen (-6,828 miljoen of -13,1 %) en voor 2020 zou dat volgens voorspellingen nog maar 42,626 bedragen om in 2030 te zakken tot amper 40,286 miljoen (-11,739 miljoen of -22,5%).

Een drama. Wat ooit een geïndustrialiseerde natie was met een redelijk inkomen is nu een land zo geplukt uit de arme derde wereld. Voor een geboorte staan er 1,5 overlijdens. De levensverwachting voor mannen is nog maar 66 jaar en voor vrouwen 76. Ook klapte de industriële productie sinds de onafhankelijkheid in elkaar met 50% en het bruto binnenlands product met een schokkende 60%.

Een gelijkaardig beeld bij de evolutie van de hryvnia, de nationale munt. Kreeg je op 22 maart 2007 voor 5,045 hryvnia nog een dollar dan moet je er tien jaar later zelfs 26,94 voor betalen (X5). Hetzelfde voor de euro versus de hryvnia die ging van 6,76 hryvnia voor een euro op 22 maart 2007 tot 28,41 tien jaar later in 2017 (X4). En al sinds 1991 beloven de EU, VS en IMF het wanbeheer en de corruptie er te zullen bestrijden.

Het gevolg is dat massa’s mensen sterven door een gebrek aan gezondheidszorg, slechte voeding, kou en te voorkomen ongelukken. Het is de menselijke tragedie achter een beleid dat men hier naar de bevolking toe verkoopt als een van diepe moraliteit en zorg voor de bevolking. Het kan niet cynischer zijn.

Plunder naar believen

En ondertussen wordt het land al meer dan dertig jaar leeggezogen door criminelen die zich meester maakten van het ganse industriële arsenaal waar het land over beschikte. Met de banken idem dito.

Ihor Kolomoisky

Igor Kolomoiski, de Israëlisch-Oekraïense zakenman, beschikt zelfs over knokploegen om zijn economische belangen kracht bij te zetten.

Zogenaamde oligarchen, niet zelden zoals elders in de vroegere Sovjetunie figuren met een Israëlisch paspoort, met als typevoorbeeld Igor Kolomoiski, een man die knoploegen gebruikt om bedrijven over te nemen, heersen en stelen wat ze maar wensen. Alleen grijpgrage andere oligarchen staan in de weg. In het land heerst er een totale wetteloosheid.

Blijkens het boek doet Nederland hier trouwens flink aan mee. Zo schrijft hij:

“In 2012 betrof ruim 95 procent van de Nederlandse directe buitenlandse investeringen in Oekraïne ‘Speciale Financiële Instellingen’. Met andere woorden: Brievenbusmaatschappijen om de belastingen te ontduiken.’’ (p 60)

De auteur is dan ook vlijmscherp voor wat er daar gebeurde, vooral sinds de staatsgreep van februari 2014. Nog steeds beschouwen velen in het westen Barack Obama als een zeer goed president die terecht de Nobelprijs voor de Vrede verdiende. Maar het is diezelfde Obama die naast het steunen van de salafistische moslimbroeders en al Qaeda ook een fascistische knokploeg als Pravy Sektor financierde om in Kiev een staatsgreep te plegen.

Amerikaanse strategie

Oekraïne is gewoon een Amerikaanse kolonie geworden waar de plaatselijke Amerikaanse ambassadeur Geoffrey Pyatt als een soort onderkoning de bevelen geeft en alleen de details overlaat aan zijn lokale ondergeschikten.

“Een parlementslid voor de partij van de Oekraïense president Porosjenko bevestigde dat, in vergelijking met normale lobbyisten, “Pyatt een ander verhaal is. Je kunt tegen hem geen neen zeggen…. Geoffrey Pyatt ontmoet de baas (Porosjenko) ongeveer eenmaal per twee weken. Ik was bij een van die bijeenkomsten aanwezig. Die duurden een kwartier. De ambassadeur haalde onmiddellijk zijn aantekeningen tevoorschijn en stipte op ferme wijze welke stappen er moesten worden gezet. Daarna somde de baas kort op wat er al was gedaan.’ (p 56)

En terwijl de Duitse en Franse overheden samen met Rusland en de regering van Porosjenko in de Wit-Russische hoofdstad Minsk en in Normandië onderhandelden over een diplomatieke oplossing ging de VS echter een andere weg op, die van meer conflict. Het zegt alles over de relatie van de EU met de VS. Zo schrijft de Ploeg:

Daarnaast berichtte Der Spiegel:

Berlijnse functionarissen hebben opgemerkt dat Oekraïense functionarissen, na bezoeken van Amerikaanse politici of militaire leiders aan Kiev, veel strijdlustiger en optimistischer zijn over de kansen van het Oekraïense leger om het conflict op het slagveld te beslechten. “We moeten dan iedere keer weer veel moeite doen om de Oekraïners terug te brengen op het onderhandelingspad’’, aldus een Berlijnse official. (p 109)

Geen verrassing natuurlijk. Terwijl Barack Obama en de democraten in de VS bij het begin van zijn presidentschap het voorstelden dat zij gingen breken met het buitenlands beleid van George Bush Jr. bleef Obama gewoon diezelfde koers varen. Waarbij zaken als de folteringen die verdwenen en het terugtrekken der troepen uit Irak werden verkocht als een substantiële wijziging. Onzin zoals de auteur aantoont:

Zo wijst hij naar onderminister voor Europese Zaken Victoria Nuland die de koers in Oekraïne uitstippelde en gehuwd is met Robert Kagan, een centraal figuur binnen het neoconservatisme, de politieke beweging die tekende voor de invasie in 2003 van Irak.

Kagan is medestichter van het Project for a New American Century, het centrum van deze extreme imperialisten waartoe ook iemand als de vroegere minister van Defensie Donald Rumsfeld behoorde. Nuland was trouwens een topadviseur van gewezen vicepresident Dick Cheney, de grote architect van de invasie van Irak. (p 110)

Victoria-Nuland-in-Independence-Square-in-Kiev-Ukraine

Onderminister voor Europese Zaken van de VS Victoria Nuland is de dame die in een gesprek met Geofrey Pyatt, haar ambassadeur in Kiev, de fameuze woorden ‘fuck Europe’ uitsprak als het ging over het beleid van de EU in Oekraïne. Het gesprek lekte echter uit en toont de reële attitude van de VS tegenover de EU. De ijzige relatie die we nu zien van de EU met Trump en de VS is dus niets nieuws. Het is gewoon een bevestiging die wel veel duidelijker is. Trumpiaans dus.

De staatsgreep van 2014 is dan ook een ramp op een ramp want sindsdien zit het land met een nog groter drama met miljoenen vluchtelingen, vele duizenden doden, een verdeeld land en een industriële productie die nog meer dan voorheen in elkaar stuikte. Allemaal dankzij Obama die hoogstnodig een zoveelste Amerikaanse staatsgreep moest organiseren.

Verniel Rusland

Waarom? Erg simpel. De VS had zich in 1990 voorgenomen om Rusland klein te krijgen en het nog verder in stukken te hakken zoals ze dat met de Sovjetunie en Joegoslavië had gedaan en nu nog plant voor Syrië en Irak.

En dus moest Rusland omgeven worden door zoveel mogelijk vijandige staten. De ultieme bedoeling is Rusland op te splitsen in zoveel mogelijke stukjes, een soort vorstendommen, zodat het nooit nog een bedreiging kan vormen voor de Amerikaanse alleenheerschappij.

Zo citeert de auteur Zbigniev Brzezinski, de vroegere Nationale Veiligheidsadviseur onder president Jimmy Carter en de grote geostrateeg van de Amerikaanse democratische partij. De man die in 1979 het startschot gaf voor de vernieling van Afghanistan door de Taliban en het jihadisme in het leven te roepen. Naast dan de handel in opium en heroïne. Dit gewoon om de Sovjetunie te pesten wegens de Amerikaanse nederlaag in Vietnam.

Brzezinski is er ook van overtuigd dat “Eurazië het … schaakbord is waarop de strijd om mondiale suprematie gespeeld blijft worden.” Rusland wordt vervolgens beschreven als een ‘zwart gat’, dat ondergeschikt zou zijn aan het veiligheidsbeleid van de NAVO en economische instellingen als de Wereldbank en het IMF. Op een bepaald punt oppert hij zelfs dat Rusland in drieën moet worden opgedeeld, waardoor een “losse Russische confederatie ontstaat, bestaande uit Europees Rusland, een Siberische republiek en een republiek in het Verre Oosten.” (p 121)

Daarom dat men in 1990 bij hun onafhankelijkheid in de Baltische staten nationalistische ultra’s aan de macht bracht en de Russischtaligen er hun stemrecht ontnam. Daarom dat men via een zoveelste staatsgreep hun poppetje Micheil Saakasjvili in Georgië president maakte. Ook steunde men achter de schermen in sterke mate de opstanden in de Kaukasus van die salafistische groepen.

Het extra en zeer belangrijk voordeel van deze politiek is dat men op die wijze ook Europa destabiliseert. Dat is trouwens een der reden waarom de VS in Bosnië en Kosovo islamisten aan de macht bracht die met Saoedisch geld van hun land een ideaal rekruteringsoord maken voor salafistische bendes. Het zijn de landen in Europa met procentueel het hoogst aantal jihadisten. De kanker aan de grenzen van de EU!

En de EU laat gewoon begaan en doet zelfs mee. Zo voor zichzelf zware economische en politieke problemen veroorzakend en zelfs haar eigen toekomst in gevaar brengen. Het is de ultieme dwaasheid van het beleid van de EU dat ze hierin al sinds 1990 zijn meegegaan.

Joe Biden - 1

Typisch de Amerikaanse diplomatie. Terwijl Joe Biden, de nu gewezen Amerikaanse vicepresident, het publiek in Kiev toespreekt over de nood aan het bestrijden van de corruptie speelt zoon Hunter er het spel gewoon mee.

Chris Kaspar de Ploeg citeert de Amerikaanse diplomaat George Kennan – in de VS gezien als de meest invloedrijke geostrateeg na 1945 – die na de tweede wereldoorlog de Amerikaanse diplomatie vorm gaf. Hij schreef in 1948:

“We bezitten ongeveer 50% van de welvaart op aarde, maar vertegenwoordigen slechts 6,3% van de wereldbevolking … Onze werkelijke opdracht de komende periode is het ontwerpen van een patroon van betrekkingen, dat ons in staat zal stellen deze ongelijkwaardige positie in stand te houden, zonder nadelige gevolgen voor onze nationale veiligheid. Om dat te doen zullen we moeten afrekenen met alle sentimentaliteit en dagdromerij. (p 47)

Hij brengt ook het verhaal (p 55) van de vorige Amerikaanse vicepresident Joe Biden ter sprake wiens zoon Hunter Biden mee aan de bestuurstafel zit bij Burisma holdings, de grootste gasproducent van het land. Samen dan met Christopher Heinz, de schoonzoon John Kerry, de nu gewezen minister van Buitenlandse Zaken van de VS. Met als grootste eigenaar de van een Israëlisch paspoort voorziene Igor Kolomoiski;

En intussen hield Joe Biden in Kiev maar toespraken over het bestrijden van de corruptie en eisten het IMF en de EU maatregelen ertegen. Wat wil je, ze zouden in het publiek eens het omgekeerd moeten gaan eisen. En met media die dit soort woordenkramerij dan nog allemaal slikken.

Racisme

Schokkend is natuurlijk ook het virulente racisme welke herinneringen oproept aan de zwartste dagen in Europa met Adolf Hitler, zijn NSDAP en SS. Geen verbazing natuurlijk want de SS divisie Galicië, een Duitse legerafdeling die bestond uit Oekraïense fascisten verklaarde men in Kiev sinds 2014 zelfs heilig. Kritiek hierop is zelfs strafbaar.

Het gevolg is dat fascistische knokploegen zoals Pravy Sektor of het Azov-Bataljon amper onder controle gehouden worden. Zo brengt hij (p 77) het schokkend verhaal van 2 mei 2014 in Odessa toen leden van Pravy Sektor tientallen mensen (officieel 40) die opgesloten zaten in het vakbondsgebouw levend verbranden. Alles onder het toeziend oog van de politie. Met Pravy Sektor die nadien op haar website sprak van een ‘stralende pagina in onze nationale geschiedenis’.

Fascistische betoging

De vrijheidsstrijders van Barack Obama, Guy Verhofstadt en Herman Van Rompuy in actie in Kiev in februari 2014. Deze fascistische groepen hebben nu vrij spel en al wie hen niet aanstaat riskeert in het beste geval een ferm pak slaag. Allemaal ongestraft. Met fascistenleiders uit de tweede wereldoorlog die straten en pleinen naar zich genoemd zien. Het verheerlijken van de Holocaust en de massamoord. Gesteund door Israël!

Het is nu bijna drie jaar later nog steeds wachten op een gerechtelijke actie tegen die barbarij. Arseni Jatsenjoek, de door Nuland in 2014 aangestelde premier noemde Russen in het openbaar zelfs ‘sub-humane types’. (p 86) Een taaltje als het ware rechtstreeks komende uit de mond van Adolf Hitler. Een van de vele in het boek gegeven voorbeelden toont het politiek niveau in dit land:

“Het televisiestation van president Porosjenko heeft een commercial uitgezonden die belooft de kevers (een scheldwoord voor Russischtaligen, nvdr.) ‘ter plekke’ te doden.” (p 86)

Mensen, en dat zijn er nogal wat in de EU en de VS, die dit blijven verdedigen ontbreekt het dan ook aan een elementair respect voor hun medemens. Men zit in onze media continu bezig over het gevaar van een Wilders, Dewinter en Le Pen maar bracht in Kiev ware monsters aan de macht. Mensen die het ergst mogelijk kwaad in de praktijk brengen. En onze regeringen en media die hier zwijgen en laten begaan. Schandelijk.

Maar geen verrassing want in het Midden-Oosten bewapende men zelfs tienduizenden koppensnellers resulterend in een gigantische orgie van geweld. Waarbij de praatjesmakers in onze hoofdsteden steeds maar diezelfde argumenten als mensenrechten, vrijheid, democratie blijft gebruiken.

Opmerkingen

Toch ook enkele opmerkingen. Zo schijft hij dat splinterbommen, brandbommen zoals napalm en fosfor en bommen met verrijkt uranium verboden zijn (p 117) zoals dat het geval is met chemische en biologische wapens. Dat klopt echter niet. Er zijn officieus wel enkele regels over het gebruik ervan maar waar bijvoorbeeld Israël en de VS zich niet aan houden. Waarom zouden ze als er geen regels zijn en ze toch al alles mogen doen?

Ook noemt hij de Britse Jane’s Information Group ‘prestigieus’ (p 124) Nou, het is een in wezen commerciële uitgeverij van informatie rond militaire veiligheid en daarom in de marge opereert van de Britse veiligheidsdiensten en hen ook naar de mond praat. Zij zijn immers de bron van hun informatie.

Ooit hadden zij het verhaal over Servië dat tijdens de oorlog in Joegoslavië chemische wapens gebruikte. Deze bewering kwam exclusief van Gentenaar Aubin Heyndrickx die op dat ogenblik al enkele veroordelingen achter de rug had en daarbij zelfs zijn tittel van professor in de toxicologie was afgenomen. Hierover gecontacteerd hoorde je aan de telefoon alleen een stotterende hoofdredacteur. Er is dan ook niets ‘prestigieus aan Jane’s. Integendeel, het zijn bedriegers.

Ook noemt hij het Amerikaanse onderzoeksbureau Pew Research ‘een vermaarde Amerikaanse opiniepeiler’ (p 69). Nou, het wordt geleid door Madeleine Albright, gewezen Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken en dient vooral om de trends qua opinie in de wereldbevolking te kunnen inschatten. Deze data zijn essentieel voor de VS om via haar agitatie en propaganda overal waar nodig en kan opstanden te organiseren. Vermaard? Er is een andere term voor.

Madeleine Albright en Zbigniev Brzezinski

Zbigniev Brzezinski en Madeleine Albright, de twee voornaamste geostrategen van de Amerikaanse democratische partij. Tot boven hun knieën in het bloed.

Ook heeft hij het over de problematiek van de Krim-Tateren. Wat hij vergeet bij zijn bespreking zijn echter de wonden ontstaan door de Duitse bezetting van de Krim tijdens de tweede wereldoorlog. Ook hier speelde de Duitse bezetter de mensen tegen elkaar uit en begingen bepaalde Tartaarse groepen zware misdaden tegen hun buren op de Krim. Een feit dat men hier in het Westen niet wil zien maar een verklaring geeft voor de latere deportaties.

Tsjetsjenië

Helemaal mis slaat hij echter de bal bij het bespreken van de toestand in Tsjetsenië. Het hoort in wezen niet thuis in dit boek over Oekraïne en hij blijkt er ook niet veel van te bakken. In essentie schrijft hij hier gewoon de westerse propaganda over. Een misser van jewelste die schade berokkent aan het anders uitstekende boek.

Tsjetsjenië had zich na de implosie van de Sovjetunie in een door de VS en Londen gesteunde opstand afgescheurd en dat ontaarde in een zoveelste salafistische republiek waar zelfs het vieren van Kerstdag verboden was. Na Afghanistan, Bosnië en Kosovo was dit een nieuwe prooi voor Saoedi-Arabië en Bin Laden & Company.

Zo schrijft hij op pagina 130:

“In september 1999 werden flats opgeblazen in Moskou, waarbij meer dan tweehonderd mensen het leven lieten. De aanslag werd nooit opgeëist en er zijn sterke aanwijzingen voor betrokkenheid van de Russische geheime diensten, waar we in het kader van dit onderzoek niet verder over kunnen uitweiden.”

Het is het klassieke verhaal uit onze pers en de bron (584 tot 589) voor dit verhaal is een rapport van de in Londen gevestigde Islamic Human Rights Commission. En deze is in feite een zoveelste mantelorganisatie van de Moslimbroeders. Een organisatie die voluit achter al die salafistische opstanden, ook in Tsjetsjenië, zit. Dit is zijn enige bron voor dit verhaal en dat is natuurlijk zeer zwak. Het ruikt zelfs naar laster.

Geweten is dat vele van dit soort verhalen afkomstig zijn van de gewezen Russische mediamagnaat Boris Berezovski die onder de zatte president Boris Jeltsin mogelijks de machtigste man van het land was.

Hij hielp in 2000 Poetin aan de macht maar toen Poetin zeer vlug nadien optrad tegen de Britse en Amerikaanse invloed nam Berezovski pijlsnel de biezen naar zijn nieuw vaderland, het Verenigd Koninkrijk. Op 23 maart 2013 pleegde hij er volgens de Britse politie zelfmoord.

Boris Berezovski - 4

Boris Berezovski, ooit de vermoedelijk machtigste man in Rusland. Toen men hem wou vervolgen wegens wapenhandel met die Tsjetsjeense salafistische bendes begonnen zijn kranten met een ware hetze tegen Evgeny Primakov, ex-premier en de verantwoordelijke voor de campagne tegen Berezovski’s link met die salafisten. Die man haalde bakzeil en trok zijn kandidatuur voor het presidentschap in. Waarna Berezovski koos voor Vladimir Poetin. Het bekwam hem echter zeer slecht. De rechterhand van Berezovski, Alexander Litvinenko, had zich op het einde van zijn leven trouwens bekeerd tot het salafisme. Hij werd in Londen in november 2006 in duistere omstandigheden vermoord met polonium 210, een radioactief gif. Wat twee jaar voordien in de Palestijnse stad Nablus ook Yasser Arafat was overkomen. Litvinenko werkte eveneens voor de Britse veiligheidsdiensten en was de bron van vele verhalen over Tsjetsjenië die in onze pers raakten.

Zelfs de Britse massamedia schreven dat de man voor de Britse veiligheidsdiensten werkte en in Rusland was het geweten dat hij de wapenleverancier was van die salafistische groepen die Tsjetsjenië in hun greep hadden. Bovendien was Poetin als president staatsrechtelijk verantwoordelijk voor wet en orde in Tsjetsjenië en was hij alleen al daarom verplicht om de orde in dat deel van de Russische federatie te herstellen.

En dat het er daarbij hondsbrutaal aan toeging zal wel. Niemand die dat betwist. Maar als iemand een andere methode kent om die salafistische terreurbendes aan te pakken mag hij het altijd komen vertellen. De veiligheidsdiensten, zowel in België als in Spanje, Egypte en Thailand of China zullen het advies met veel genoegen aanvaarden.

Chris Kaspar de Ploeg maakte een uitstekend boek. Alleen het niets ter zake doende deel over Tsjetsenië is een misser en werpt een negatieve schaduw over het geheel. Spijtig want hij toont zich een degelijk researcher, toch in het deel over Oekraïne zelf. Zelfs al laat hij de kwestie van het neerhalen van het Maleisische vliegtuig MH17 bewust links liggen. Spijtig ook dat er in het boek geen namenregister werd opgenomen.

Willy Van Damme

Chris Kaspar de Ploeg, ‘Oekraïne in het kruisvuur – beeld en werkelijkheid achter de informatieoorlog’, 2016, Uitgeverij Papieren Tijger, 192 pagina’s, 15 euro.

Arnold Karskens over koopbare journalisten

Een bekend gezicht in de Nederlandse media is ongetwijfeld de in Brussel wonende Nederlandse journalist Arnold Karskens, een man die zich vooral specialiseert in oorlogsverslaggeving. Een aspect waarin hij in het verleden trouwens zijn kwaliteiten bewees.

Terwijl praktisch het ganse journaille van de VS tot Frankrijk en Nederland nog als een kip zonder kop achter de opstandelingen in Syrië liepen was hij een van de enigen die al in het prille begin wezen op de grote invloed van salafistische terreurgroepen waaronder al Qaeda.

Verscheidenheid

Vorig jaar verscheen er van zijn hand nu een boek met als titel ‘Journalist te koop – Hoe corrupt zijn onze media?’ Het is geen analyse en relaas van allerlei feiten maar gewoon een verzameling gesprekken met journalisten van heel divers pluimage die hun visie hierop geven en vooral klagen over de staat der Nederlandse journalistiek. Wat natuurlijk ergens logisch is.

En daar zijn gerespecteerde figuren bij als Joris Luyendijk en Henk Hofland, de vorig jaar overleden buitenlandverslaggever. Wat maakt dat dit mogelijks zijn laatste interview was. Daarnaast komen er echter ook figuren aan het woord die men best als malcontente randfenomenen kan zien als een Gertjan van Beijnum en Jan Roos. Mannen met vooral en soms alleen een grote bek.

Arnold Karskens - - Journalist te koop

En dan is er een Derek Jan Eppink die komt klagen over wanpraktijken in de relatie politiek en journalistiek. Een man die echter in hetzelfde bedje ziek bleek. Opvallend is ook de aanwezigheid bij de geïnterviewden van de Duitse onlangs overleden journalist Udo Ulfkotte die zeer negatief is over de journalistiek, vooral dan de Duitse natuurlijk.

Het geeft door zijn verscheidenheid natuurlijk een heel erg divers beeld maar het wordt er niet minder scherp op. Het gevolg is dat de journalistiek er hier erg slecht uitkomt als een beroepsgroep waarin luiheid, domheid, censuur, vooringenomenheid ten voordele van de VS en de ‘gevestigde machten’ en corruptie schering en inslag zijn.

In loondienst

Het hoeft uiteraard niet te verwonderen. Iedere degelijke waarnemer van de pers weet dat het vertrouwen van de bevolking in de media erg laag is. Samen dan met politici en leurders aan de deur dan.

Natuurlijk is de titel ‘Journalist te koop’ ietwat misleidend en enigszins dom te noemen. Elke journalist die via zijn schrijven geld wil verdienen verkoopt zich nu eenmaal. Journalisten in vaste dienst doen dat zelfs via een arbeidscontract. En dan doen ze wat de baas, de hoofdredacteur, zegt. Zo niet….

En die hoofdredacteur wordt gekozen door de eigenaar. En die eigenaar wil dat zijn mannetje het doet zoals hij of zij dat wil. Pure logica feitelijk die echter een wat ander licht werpt op de persvrijheid zoals velen dit nog altijd erg theoretisch en met een heel roze bril zien.

Henk Hofland - 2

Henk Hofland, tot zijn dood door velen gezien als het lichtend voorbeeld voor de journalistiek, is vlijmscherp voor het beroep. Corruptie en manipulatie door de politiek, het bedrijfsleven en de veiligheidsdiensten zijn er volgens hem alomtegenwoordig.

Zeker als die eigenaar goede vriendjes is met bepaalde politici of politieke voorkeuren heeft. En die eigenaars moeten ook al eens mooie woorden doen bij bepaalde politici om zaken gedaan te krijgen. Neem Christian Van Thillo, eigenaar van o.m. Trouw, De Volkskrant, De Morgen en Het Laatste Nieuws. Geweten is dat hij nogal eens fietst met Guy Verhofstadt, de vroegere liberale premier en Europarlementslid.

Wat is corruptie?

Een ander probleem is er ook met de ondertitel van het boek: ‘Hoe corrupt zijn onze media’. Dat klinkt mooi maar wat is ‘corruptie’ feitelijk? Het is een term uit het strafrecht die nogal gemakkelijk gebruikt wordt, niet zelden ook te onpas.

Is bijvoorbeeld Jorn De Cock die voor De Standaard schrijft over de oorlog van het Westen tegen Syrië corrupt? Zeker als hij zelf toegaf met zijn vrouw een Brits vennootschap te hebben via welke men mediatraining gaf aan die door de VS gesteunde groepen. Waarover hij dan schrijft. Een VS wiens diplomaten volgens zijn boek (1) in Damascus kind aan huis waren bij het echtpaar De Cock. Het is een vraag.

En toen de Nederlands Veiligheidsdienst AIVD in 2008 aan journalisten die de Olympische Spelen gingen verslaan vroeg of zij ginds voor hen spionagewerk zouden willen doen waren er onmiddellijk 8 bereid om dat ook te doen. Was dat dan corruptie? Dat het journalistiek niet door de beugel kan is zeker. Maar veel ethiek moet je in de media niet zoeken. Het is er zeldzaam en het opofferen van principes blijkt een courante praktijk.

Bronnen

Bovendien is er ook de aard van het beroep. Journalisten zijn afhankelijk voor hun nieuwsgaring van de bronnen. Persmensen zijn jagers en zonder bronnen is een journalist niets, waardeloos bijna. Bij de meeste journalisten is er daarom de logische vrees dat als ze te onvriendelijk voor hun bronnen zijn dat men ze dan zal droogleggen. Een ramp.

Een gekend onderzoeksjournalist stelde het in een gesprek ooit zo: ‘Als je een bepaald dossier onderzoekt ga je toch zeker je bronnen beschermen, zelfs al zijn die bronnen malafide.” Of hoe men moeiteloos een dossier manipuleert en de weg effent voor leugens, halve waarheden en verdraaiingen.

Christian Van Thillo

Van mediamagnaat Christian Van Thillo, eigenaar van de helft van de Vlaamse en Nederlandse kranten, is het geweten dat hij persoonlijke goede contacten heeft met bijvoorbeeld een Guy Verhofstadt. In hoeverre speelt dit een rol in de berichtgeving van door hem gecontroleerde media als Het Parool, De Volkskrant, VTM en De Morgen?

Het verklaart waarom sportjournalisten in regel nog nooit een dopingschandaal onthulden. Er is immers de schrik dat als ze gevallen van doping in een specifieke sporttak gaan onthullen en kritisch berichten dat ze dan in bijvoorbeeld het wielermilieu buiten gepest gaan worden. En dus zwijgt men en als er een schandaal is dan zal men grossieren in algemeenheden en op de vlakte blijven. Je weet nooit en de broodwinning hangt er vanaf.

Want een journalist is ook maar een mens en de meesten buigen gewoon. En de klokkenluider gaan spelen is voor weinige gegeven. Zie maar naar journalisten die wegens een te kritische stem veelal geruisloos op straat worden gezet. Kijk naar wat er bij De Morgen en De Standaard gebeurde. En wie de interviews van Arnold Kerskens leest ziet dat het in Nederland niets beter is.

Veiligheidsdiensten

Zo citeert Karskens in een gesprek met Henk Hofland Carl Bernstein, de man van Watergate en The Washington Post die nadien zelf serieus in opspraak kwam wegens diens relatie met de regering van George Bush Jr., als die: ‘zegt dat er in Amerika vierhonderd journalisten werken voor de CIA’. Waarop Hofland reageert stellende; ‘…dat zou mij niet verbazen.’

Natuurlijk komen er hier figuren aan het woord als Jan Roos en Derek Jan Eppink die de media partijdigheid verwijten maar dat doen vanuit het standpunt omdat de media hun visie niet delen en bijvoorbeeld hun islamofobie niet of onvoldoende aan het woord laten komen.

Maar dat professionele journalisten zelf in deze serie gesprekken zo ongenadig zijn voor hun beroep zou een roep om actie moeten zijn vanuit de journalistiek. Maar neen, het boek kreeg erg weinig aandacht in de media. Dit terwijl men hier naar het hart gaat van de grote problemen waarmee kranten, radio, televisie en weekbladen zitten.

Zo is er Jan Dijkgraaf die stelt ‘Zonder subtiele corruptie zouden kranten niet meer bestaan’ of Xandra Schutte van De Groene Amsterdammer die oppert dat: ‘De journalistiek een grote hoer is geworden.’. Waarbij men zich naar het verleden kijkend kan afvragen of het dan ooit anders of beter was.

Zo stelt zij in het boek nog: ‘Ik heb verhalen gehoord over een journalist in vaste dienst bij een kwaliteitsmedium waar speeches werden geschreven voor politici.’ Een realiteit ook in België natuurlijk waar het bij de VRT vroeger onder politieke redacteuren schering en inslag was om mediatraining te geven aan politici die ze daarna dan moesten interviewen.

Patrick Dewael & Greet Op de Beeck

Greet Op de Beeck en haar toenmalige minnaar Patrick Dewael van Open VLD. Met als vraag waar men het interview voor de VRT toen opnam. In bed? Ze werkt sinds september 2015 op het kabinet van Vlaams minister voor Energie Bart Tommelein (Open VLD). Jobs for de boys en girls.

Of het schokkend verhaal van Greet Op de Beeck die haar minnaar politicus Patrick Dewael voor de VRT interviewde. Deze relatie was in de Wetstraat een publiek geheim maar men liet haar begaan. Pas jaren later verliet ze de VRT-Nieuwsredactie.

En dan was er wetstraatjournalist Johny Vansevenant die voor de VRT-redactie het schandaal volgde rond de helikopters van Augusta voor de VRT waarin de SPA/PS zwaar in opspraak kwamen. Hij schreef er zelfs een boekje over. Ondertussen kluste hij wel wat extra’s bij elkaar bij CD&V als hun mediatrainer. Hij doet nog steeds de Wetstraat.

Sommigen blijken ook hun carrière plots te verwisselen met die van de politiek. Zo was er Philippe Beinaerts van de VTM-nieuwsdienst die de kiesstrijd in Antwerpen versloeg en bijna onmiddellijk na die verkiezingen de woordvoerder werd van Antwerps burgemeester en N-VA-voorzitter Bart De Wever. Alles is mogelijk in de wereld van de journalistiek. En men laat gewoon begaan.

Elio Di Rupo

Absoluut dieptepunt zowel op het vlak der Belgische journalistiek en de politiek is zeker het schandaal in 1996 rond de vermeende pedofiliezaak van toenmalig vice-premier Elio Di Rupo (PS). Op basis van een dubieus gemanipuleerd dossier brachten het Nieuwsblad en zusterkrant De Standaard vrijdagochtend het verhaal van een minister uit de regering Jean-Luc Dehaene (CD&V) die een pedofiel bleek en tegen wie er een gerechtelijk onderzoek liep.

Waarna die vrijdagavond Herman De Croo (Open VLD) op de VRT onthulde dat het hier om Di Rupo ging. En dit op een ogenblik dat het land totaal in de ban was van Marc Dutroux en zijn kindermoorden. Het kot was veel te klein.

385241163093922098_178516171

Elio Di Rupo was ooit het slachtoffer van de meest schandelijke episode uit de Belgische pers. En kijk dankzij de politiek kregen de drie grote protagonisten binnen de journalistiek achteraf zicht op een mooi nieuw leventje. Een mooi voorbeeld van journalistiek die bijna letterlijk over lijken gaat. Een van de twee betrokken gerechtelijke inspecteurs pleegde nadien trouwens zelfmoord. De andere viel terecht in ongenade.

Tot maandag de VRT kwam met het verhaal dat alles gebaseerd was op beweringen van een fantast Olivier Trusgnach die bovendien gekend was voor criminele feiten. Het verhaal klapte in elkaar maar ondertussen had Di Rupo, een homoseksueel, wel zelfmoord willen plegen. Ook leek het gewoon een poging te zijn om de regering te doen vallen en de Open VLD/MR in de regering te brengen.

De hoofdredacteur van Het Nieuwsblad was op dat ogenblik Paul Van Den Driessche, nu senator voor de N-VA en een man berucht om zijn handtastelijkheden tegenover vrouwen, de hoofdredacteur van De Standaard was toen Dirk Achten. Hij is nu zonder ooit diplomaat geweest te zijn de grote baas op Buitenlandse Zaken. Het was een der laatste benoemingen gedaan door toenmalig minister Karel De Gucht (Open-VLD).

En de journalist die op maandag het hachje van de regering en Di Rupo redde was…. Siegfried Bracke, toen de Wetstraatman van de VRT die in die periode ook bij de SPA wat bijverdiende met zijn bijdragen voor het partijblad van de SPA.

Hij is nu parlementslid voor de N-VA en voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en zo de best betaalde politicus van het land. Dat is de staat van onze journalistiek en ook die elders trouwens. Arnold Karskens toont het aan voor zijn Nederland. .

Dat deze media dagelijks dan ook tonnen propaganda over zaken als Rusland, Libië of Syrië produceren kan dan ook geen enkele verbazing wekken. Iets anders verwachten zou oerdom en totaal naïef zijn. Wie wil weten hoe het er in bijvoorbeeld Syrië werkelijk aan toe gaat zoekt dat daarom niet in De Standaard, The New York Times of de NRC. Leugens, dat kan je over die zaken er wel in overschot vinden.

Het boeiend boek van Arnold Karskens toont dit zeer goed aan. Het is in wezen de begrafenis van onze journalistiek. En geen heelmeester die langs komt en raad geeft. Geen verbazing dat de collega’s er bijna geen aandacht aan besteden. Die hebben het immers te druk met het te vriend houden van hun bronnen in het Haagse Binnenhof of in de Brusselse Wetstraat.

Willy Van Damme

Arnold Karskens, ‘Journalist te koop – Hoe corrupt zijn onze media?’, Uitgeverij Em. Querido, 261 pagina’s, 2016, 18.99 euro.

  1. Jorn De Cock, ‘Arabische lente – een reis tussen revolutie en fatwa’, De Bezige Bij, Antwerpen, 336 pagina’s, 2011.

De onschuld van Marc De Schutter

Vorig jaar publiceerde de van moord verdachte en op 23 mei 2003 – 11 jaar na de feiten – voor massale fraude veroordeelde Marc De Schutter het boek ‘De Schutter heeft het altijd gedaan’, zijn relaas van zijn leven en vooral van de feiten waarvoor men hem al tot meer dan 3 jaar celstraf met uitstel veroordeelde. Dit boek is dus een soort van memoires.

En uiteraard komt dan ook het verhaal aan bod van Vera Van Laer, ooit zijn vriendin die op 5 juli 1996 plots verdween. Dit nadat hij ze volgens De Schutter had aan het Antwerpse Centraal-Station had afgezet om er de trein naar Nice te nemen om er haar ex en haar kinderen te zien. Maar dat bleek o.a. na controle van zijn GSM een leugen. Hij zat op dat ogenblik immers op de Antwerpse ring richting Mechelen. Het was niet zijn eerste leugen.

Partners

Het boek is uitgegeven door Mediageuzen, een bedrijfje van Maurice De Velder. Een ook al niet onbesproken zakenman met een gerechtelijk verleden en wat falingen die vanuit het niets vanuit Merchtem en Buggenhout opklom tot een topman in de ondernemerswereld. Om dan na allerlei problemen terug te keren naar de marges van het zakenleven. (1) Een beetje dus als Marc De Schutter.

Het boek van De Schutter is een groot pleidooi van de man waarin hij luidkeels zijn onschuld zit uit te schreeuwen. De titel ‘De Schutter heeft het altijd gedaan’ waarbij het woord ‘altijd’ in andere letters is gezet wil al duiden dat men in zijn optie hem zoekt, dat het gerecht hier geheel fout bezig is en hij gewoon als de zondebok fungeert omdat men er nu eenmaal een nodig heeft.

Marc De Schutter - kaft boek

Marc De Schutter speelt in zijn boek de grote onschuld en noemt zich de zondebok. Zijn eigen boek schetst echter een totaal ander en weinig fraai beeld.

Het roept bij mij herinneringen op aan mijn allereerste toen telefonisch contact met de man nu begin september 1992. Enkele toenmalige vrienden hadden mij namelijk verteld over nieuwe problemen rond de aan Superclub gelieerde zakenlui zoals Marc De Schutter, Jan Maes, Guido Van Belle en Maurice De Prins.

Of er dan soms een faling dreigde vroeg ik aan Marc De Schutter die toen nog baas was bij het Mechelse videobedrijf Lavithas. Zijn antwoord kwam als bij hem nog steeds het geval is erg vlot. ‘Ja we hebben het wat moeilijk gehad maar de problemen zijn praktisch opgelost. We maken ons geen zorgen’, was ongeveer zijn antwoord.

Een twee weken later op 28 september ‘92 ontplofte het bedrijvencomplex rond Lavithas, een put van bijna 2 miljard frank (50 miljoen euro) nalatend. Samen met een gigantische berg valse facturatie waarbij men ook Luc Thibaut & Co Financiers NV, een Antwerpse spaarkas voor veelal kleine lieden, had zitten plunderen.

Wat duidelijk al lang vooraf was gepland. Doordat het Mechelse gerecht er echter niet in slaagde het tijdig voor de rechtbank te brengen kregen de heren slechts een drie jaar voorwaardelijke celstraf. Het schandaal in het schandaal.

OPZOEKINGSBERICHT/AVIS RECHERCHE

Vera Van Laer verdween op 5 juli 1996. Van haar is sindsdien geen enkel spoor meer terug te vinden, ook geen lijk. Een trauma voor haar kinderen.

Ook na Lavithas bleef De Schutter brokken maken. Van de verkoop van jeans tot verlichting en petroleumproducten, allemaal liep het verkeerd af. Daarna trok hij naar het Franse Port Saint-Louis waar hij voor de Nederbelgen, pornokoning Gerard Cok en Jan Hamelink hun jachthaven Port Napoleon bestuurde. Branden, gerechtelijke onderzoeken en processen volgden hem. Er viel zelfs een dode. Tot Cok en Hamelink hem voor de eer bedankten en buiten gooide.

Leven in luxe

En alhoewel De Schutter als een gevolg van een serie veroordelingen nog fortuinen moet aan allerlei schuldeisers lijkt het hem sindsdien aan niets te ontbreken. Zijn gezeur in het boek over een ‘gouden Samsonite-koffertje’, een ‘bermuda van Desigual’ en Cohiba-sigaren, volgens een kenner bij ‘s werelds duurste maar ook de meest nagemaakte, is typerend.

Over de soms door zijn optreden totaal geruïneerde slachtoffers geen woord. Het lijkt wel of hij hen vanuit zijn boek gewoon zit uit te lachen. Hij woonde dan ook in Thailand, een ook al niet onbesproken land. Als hij al niet in een vliegtuig of in een buitenlands hotel en bar zat. 

Merkwaardig in het boek is dat hij continu bijna naar iedereen uithaalt die hem niet zint. Waarbij eigenaardig Jan Maes, hier Jan Primus genoemd, zijn kompaan bij Lavithas en Superclub, er flink van langs krijgt. Blijkbaar is hij kwaad omdat hij hem nooit in de gevangenis, noch in Thailand, noch in Antwerpen, is komen bezoeken. Ik ben een van de weinigen die opvallend geen verwensingen of beledigingen krijg.

Het is het bij hem gekende relaas van vriend en zakenpartner de ene dag en aartsvijand de andere. Zo woonden ze vlak bij elkaar in het Thaise Phuket en zaten ze als ruziemakende partners in vastgoed via de Singaporese Incebin Pty Ltd, het nieuwe dolle zakenavontuur van het duo.

Arrogantie in overvloed 

Ook anderen krijgen er van langs, niet zelden een ongebreidelde arrogantie tonend. Zo is er het schelden op Thaise politielui en gevangenisbewakers omdat ze slecht Engels praten. “Hij bekijkt me vragend aan en wijst naar de wasbak. “Water to drink, onnozel manneke”, zeg ik “Not to wash”. (pagina 29)

Het beledigen zit hem duidelijk in het bloed. Zo omschrijft hij de Belgische verbindingsofficier in Thailand als een ‘loser’ (pagina 47) en François Kind, de man die het geklasseerde dossier rond Vera Van Laer terug boven water haalde en uitklaarde, wordt dan eerst François Koter en daarna François Sperma. (pagina 157).

Marc De Schutter in Port Napoleon

Marc De Schutter hier als directeur van de Franse jachthaven Port Napoleon in Port Saint-Louis. Ook hier was het een verhaal met heel veel grootspraak en nog veel meer brokken. Vraag is waarom Gerard Cok en Jan Hamelink een man met een dergelijke kwalijke reputatie de controle over hun 1000 kilometer verder gelegen haven gaven. Toen wilden ze van de man geen enkel kwaad woord horen. En de vraag is nog meer waarom de Schutter beiden in dit boek spaart. Iets te verbergen?

Schuilnamen in zijn boek zijn ook schering en inslag. Zo wordt medeverdachte Marc Hoevenagels, een topman van de nu opgedoekte Antwerpse Opsporingsdienst OD, Marcel Hoefs.

En substituut Eric Coraza, wordt dan Eric Esperanza, de man die de villa van De Schutter in Philippine gebruikte als liefdesnestje met de nadien nog veel besproken rechter Rita Smout, een schuilnaam. Beiden hadden op de rechtbank dezelfde kamer. Het was de zittende, staande en liggende magistratuur. Een verhaal dat mede dankzij De Schutter toen openbaar raakte. Het is typerend voor De Schutter.

En over Superclub (2) klinkt hij vrij simplistisch en wordt Maurice De Prins de goede. En nochtans had hij ten tijde van het grote proces rond Superclub in Hasselt de man als een echte matennaaier erin gelapt.

Zijn verhaal over Superclub is dan ook klassiek dat van de Prins. Zo oppert hij: “… de hele kliek rond de Kredietbank-top, magistratuur en CVP-akolieten… alsof ik verantwoordelijk ben voor hun Super Club verliezen.” (pagina 61) En wat verder: “Tijd trouwens dat ik dat hele Super Club –verhaal – en de smerige rol van lampenfabriek Philips, Kredietbank, de CVP-kliek en de broertjes Delcroix – eens ga doen.” (pagina 120)

De matennaaier

Op bepaalde ogenblikken is hij echter over zichzelf doodeerlijk. Zij schrijft hij over zijn periode als jonge voetballer: “Ik was een matennaaier, dat geef ik grif toe. Maar wel een goeie.” Of wanneer hij zijn leven thuis in de ouderlijke drogisterij in het noorden van het Antwerpse beschrijft en vertelt hoe zijn vader – die nog leeft – hem leerde bij het vullen van de flessen en zakken de klanten te bedriegen.

Dat klinkt bij hem aldus: “Het leukste vond ik het herwegen. Alle zakken van vijftig kilogram kalk, plaaster en cement van een of vijf kilogram. En hetzelfde met de vaten ammoniak, benzine en gedistilleerd water, in flessen van één en vijf liter. Elke liter of kilogram die ik extra genereerde, kreeg ik uitbetaald door vader.” (pagina 73) Hij werd luidens zijn eigen verklaringen thuis opgevoed om de klanten te bedriegen. Geen wonder dus.

De man bewijst met zijn boek hoe gevaarlijk hij is. Eerst wordt hij de vriend, liefst met politielui of magistraten, lokt die om zaken te doen die in het beste geval dubieus zijn om ze daarna te verraden. En hij misbruikt uiteraard die contacten: “Via, via vernam ik dat er een aanhoudingsmandaat tegen mij was afgevaardigd”, oppert hij. (pagina 272)

Marc De Schutter in Thailand bij aanhouding - 2

Marc De Schutter bij zijn aanhouding in Thailand. De neerbuigende arrogante wijze waarop hij Thailand en de politie omschrijft is best schokkend. Beledigen is een van zijn sterkste kanten.

Hij erkent ook een informant voor drugs van de politie geweest te zijn. Eerst vriend worden en dan de dolk bovenhalen. En als Vera Van Laer verdwijnt zullen het zijn vrienden bij de Antwerpse Opsporingsdienst (OD) zijn die het onderzoek doen. Wat zonder resultaat zal blijven. Wat dacht je? Die vrienden vonden zelfs nog tijdens hun vakantie sporen van een springlevende Vera. Leugens uiteraard.

Tot Marc Hoevenagels tegen de lamp loopt met de sponsoring van zaalvoetbalclub Forcom. Met een in dit dossier zoveelste veroordeling bovenop. Het hoofd van die OD ging trouwens in Port Napoleon hamburgers bakken bij zijn ‘goede  vriend’ De Schutter.

Geen fraai beeld

En dat men zijn woorden met een flink ton zout moet nemen bewijst ook zijn verhaal over de Amerikaanse firma Landlock die een nieuw systeem voor wegverharding poogt te commercialiseren. “In die twee drie jaar heb ik voor de heren de hele wereld rondgereisd. Ik sloot deals af in … Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje en Portugal”, staat er op pagina 350. Alleen blijkt volgens de website van die firma men nog nooit contracten te hebben gehad in Europa.

Het beeld dat De Schutter hier van zichzelf schetst is dan ook het tegenovergestelde van wat hij over zichzelf in het boek beweert. Grootspraak, arrogantie, totale onbetrouwbaarheid en crimineel gedrag zitten er allemaal in. Het is een verre van fraai beeld.

Storend zijn ook de vele fouten. Het is acolieten en niet akolieten, en aanhoudingsbevelen worden niet afgevaardigd maar uitgevaardigd. Bovendien is het Jan Hamelink en niet Hamelinck en was zijn veroordeling in de zaak Lavithas niet bij verstek. Hij was die vele dagen trouwens steeds in de rechtbank aanwezig om er de bekeerling te pleiten.

Ondertussen is het nog steeds wachten op een beslissing van het parket-generaal in Antwerpen waar men speciaal voor de zaak Vera Van Laer een Limburgs magistraat aantrok. De zaak is gezien de betrokkenheid van bepaalde Antwerpse magistraten en politiemensen erg delicaat. Normaal zou deze maand maart er eindelijk een beslissing vallen over wat men gaat doen. Na meer dan een jaar wachten.

Zal men het seponeren of verwijzen naar ofwel de rechtbank van eerste aanleg of assisen? Het probleem is dat er vooreerst nooit een lijk werd gevonden en dat geen van de twee verdachten, Hoevenagels en De Schutter de moord bekenden.

Ze schuiven wel de zwarte piet naar elkaars richting. Het moraliteitsonderzoek is nu al straks twee jaar achter de rug en zal vermoedelijk voor De Schutter weinig fraais hebben opgeleverd. Men leze er maar zijn boek op na. Zal het Antwerpse parket-generaal durven om de zaak voor de rechtbank te brengen zodat eindelijk het doek over dit verhaal kan vallen. De slachtoffers van De Schutter wachten.

Willy Van Damme

Marc De Schutter, ‘De Schutter heeft het altijd gedaan’, Mediageuzen, 2016, 350 pagina’s, 19.95 euro.

1) Maurice De Velder kreeg op 2 april 2009 van het Antwerpse hof van beroep 2 jaar celstraf met uitstel plus ook nog wat boetes. Dit voor allerlei criminele feiten rond het beheer van zijn vennootschappen zoals Think Media en de Vrije Pers (P Magazine). Hij bekende er ook schuld.

2) De videoverhuurketen Superclub NV werd in het Staatsblad soms ook geschreven als Super Club.

De terreur van IS volgens Jef Lambrecht

Er zijn over de problemen in het Midden-Oosten in België al een serie boeken verschenen en massa’s teksten. Veel zaaks is het echter doorgaans niet. Sommigen wekken alleen maar op de lachspieren of ergeren. Zoals een interview van journaliste Ine Roox die vorige donderdag in De Standaard een Syrische-Libanese man aan het woord liet. Die stelde dat het president Bashar Assad zelf was die door zijn grenzen open te stellen verantwoordelijk is voor de komst van die tienduizenden buitenlandse jihadisten.

Detailfoutjes

Men kan het niet zo zot bedenken of het staat over dit onderwerp al ergens in onze kranten, boeken of tijdschriften geschreven. Zo was er ‘terrorisme-expert’ Rudi Vranckx die in 2011 beweerde dat al Qaeda dood was. Ze rijden in Syrië en Irak en elders tegenwoordig zelfs rond met tanks en pantservoertuigen en bezitten langeafstandsraketten. Het is maar wat je als (sic) terrorisme-expert dood noemt natuurlijk. 

Ook de vorig jaar overleden Jef Lambrecht die zich voorheen al met het Midden-Oosten bezig hield schreef er een boek over, genaamd ‘IS – Het nieuwe terrorisme van Daesh en de ondergang van de Moslimbroederschap’. Een heel dikke turf van 544 bladzijden volgeladen met feiten en massa’s bronnenmateriaal.

Mijn hoedje af voor die vracht aan tekst en die grote hoeveelheid aan gegevens. Met bronnen die gaan van The Belfast Telegraph over Le Figaro en Memritv – een zionistische website – over Global Research – die behoort tot de groep van zogenaamde alternatieve media – tot de klassiekers als Reuters, The New York Times, Le Figaro en The Guardian.

Jef Lambrecht - IS,  Het nieuwe terrorisme van Daesh en de ondergang van de Moslimbroederschap

Jef Lambrecht produceerde een dikke turf vol feiten en met massa’s bronnen maar zonder veel analyse van wat er juist aan de hand is. Een misser.

Ook meer gespecialiseerde bronnen zoals al Monitor, Middle East Eye en Yemen Times figureren in de bronnenlijst. Het is zonder meer impressionant te noemen en steekt schril af tegen de prullen die Rudi Vranckx en Jorn De Cock eerder produceerden. Die waren zelfs te slecht voor de ramsj.

Het hoeft gezien de pakken informatie ook niet te verbazen dat er hier en daar in deze dikke turf wat foute gegevens inslopen. Zo is de in de oorlog gesneuvelde Zahran Alloesh, de man van het Leger van Islam dat vooral in de streek van Doema ten oosten van de hoofdstad Damascus actief is, geen Saoedi maar geboren en getogen in het Syrische Doema waar zijn terreurgroep actief is. (pagina 153)

Zahran Alloesh is de zoon van de lokale salafistische predikant Abdoellah Mohammed Alloesh die in ballingschap in Saoedi-Arabië leeft. Het Leger van de Islam heeft altijd wel van grootschalige steun vanuit Saoedi-Arabië kunnen genieten. Het was hij die Damascus voor de Saoedi’s, de VS en Israël moest veroveren. Maar dat bleek dromen bij daglicht. 

Ook is bijvoorbeeld het stadje Madaya niet in handen gevallen van het Syrische leger zoals hij schrijft maar is het ook nu nog steeds een van de paar overgebleven jihadistencentra in de provincie Damascus. Het is door het leger omsingeld en dient als ruil voor de door al Qaeda & Co in de provincie Idlib omsingelde stadjes Foua en Kafarya. Leger en al Qaeda onderhouden hier een precair staakt-het-vuren.

Obama als vredesapostel

Maar dat zijn nu eenmaal de onvermijdelijke fouten van iemand die op korte tijd zo’n kanjer met duizend-en-een details brengt. Men kan er de lezers en hem op wijzen maar het is gewoon te vergeven. Maar veel ernstiger zijn echter de ongerijmdheden die in het boek te vinden zijn en beweringen die een ernstig gebrek aan logisch denken en analysevermogen tonen.

Zo schrijft hij op pagina 9: ‘De oorlog onder leiding van vredesapostel Barack Obama’. Vredesapostel? Men hoeft in de pakken over Syrië en het Midden-Oosten beschikbare informatie niet diep te graven om te zien dat het Barack Obama zelf was die de oorlog in Syrië orkestreerde. Sommige documenten die dat bewijzen – bijvoorbeeld de analyse van de DIA van augustus 2012 – waren bij het schrijven wel niet openbaar maar andere wel.

Seymour Hersh - 1

De Amerikaanse journalist Seymour Hersh schreef reeds in maart 2007 dat de VS de Syrische regering wou omverwerpen door gebruik te maken van de Moslimbroeders. Jef Lambrecht zag het niet. Seymour Hersh is de man die de slachtpartij in het Vietnamese My Lai aan het licht bracht en de gruwel in de door de VS bestuurde gevangenis van het Iraakse Aboe Graib. Hij is nu persona non grata bij de klassieke Amerikaanse media.

Ook de rol van Israël komt feitelijk nooit goed aan bod. Van Jef Lambrecht was het geweten dat hij verhoudingsgewijze lief was voor de zionistische staat en over haar exacte rol liever zoveel mogelijk zweeg. Ook hier in dit boek is dat goed merkbaar.

Dat salafistische terreurgroepen tot heden geen aanslagen pleegden in Israël zelf schrijft hij niet. Evenmin lezen we iets over de materiële hulp die Israël in de vorm van o.a. geneeskundige verzorging geeft aan al Qaeda & Co.

Verzwijgen

Waarom ook geen vermelding van de door de Israëlische diplomaat Odet Yinon ontwikkelde visie op het Midden-Oosten om via het steunen van het sektarisme het Midden-Oosten in brand te steken?

Een visie die men in Israël en de VS al jaren aan het uitwerken is en nu met de Arabische Lente en de destabilisatie van Tunesië, Jemen, Libië, Irak, Syrië en Egypte naar haar climax leek te gaan. Wie die visie kent begrijpt veel zaken die nu bij leken als ongerijmd overkomen. Bijvoorbeeld de vraag waarom de VS na de invasie van Irak pro-Iraanse groepen aan de macht bracht. Een Iran dat officieel de aartsvijand is van Washington.

Dit verzwijgen is als gebrek veel ernstiger dan detailfouten als die over Madaya. Zo schrijft hij op pagina 259 dat Israël, Jordanië en de VS verrast waren door de infiltratie door al Qaeda van die Syrische rebellengroepen. Vele bronnen tonen immers aan dat al Qaeda al vanaf dag een samen met de Moslimbroeders de leiding hadden van die door de VS ook al vanaf de eerste dag gesteunde opstand. Dat was geen verrassing maar vooraf gepland.

2017-02-13

Een deel van pagina 5 van een document van de DIA (Defense intelligence Agency) uit augustus 2012. Zowel de huidige woordvoerder van de DIA als de toenmalige baas, Michael T. Flynn, de huidige Nationale Veiligheidsadviseur van Donald Trump, bevestigden de echtheid van het document. Het toont zwart op wit dat de VS en ook België achter de creatie van de Islamitische Staat stonden. Men wou zoals het document stelt Irak zelfs bewust vernielen. Het was dus geen kwestie van niet weten of naïviteit. Barack Obama heeft trouwens zoals blijkt uit pagina 1 het document gekregen. Jef Lambrecht ontkent het bestaan van die relatie in zijn boek.

De VS beweerde wel dat ze verrast waren, maar om te zien of dat wel waar is dient het onderzoek. Wat hij naliet want elk serieus onderzoek toont aan dat de VS al Qaeda en verwante salafistische terreurgroepen van al het nodige voorzagen, van wapens en communicatiemateriaal tot zelfs bloem om de vele door al Qaeda gerunde bakkerijen te bevoorraden. Een essentieel gegeven om de bevolking aan zich te binden.

Zo is er het in maart 2007 in The New Yorker verschenen artikel ‘The redirection’ van journalist Seymour Hersh. Hierin al voorspelt hij dat de VS zinnens waren om de Syrische Moslimbroeders in te schakelen om eerst de Syrische regering om ver te werpen om nadien dan Hezbollah te vernielen. De eis van Israël.

Chemische wapens

Seymour Hersh citeert hij dan wel op pagina 281 met zijn artikel uit de London Review of Books over de aanval met sarin in de regio rond Douma van Augustus 2013. Hier verwerpt hij wel de beschuldigingen dat de Syrische regering hiervoor verantwoordelijk was. Daarbij gebruik hij gegevens die deels ook voor mij onbekend waren maar die in zijn geheel als bewijs zwakker zijn dan wat elders voorhanden is.

Merkwaardig is bijvoorbeeld dat hij geen melding maakt van de officiële VN-rapporten over de zaak van de missie van de Zweed Ake Sellström? Studie van die twee rapporten tonen mits een grondige lezing aan dat de beschuldigingen nep waren. Ook het onderzoekswerk van de  website Who Attacked Ghouta? en dat van zuster Agnes Mariam van het Kruis tonen eveneens aan dat die beschuldigingen vals waren.

Hij had hier een goede gelegenheid om organisaties als Human Rights Watch, Amnesty International en Artsen Zonder Grenzen te ontmaskeren als oorlogsstokers. Hij vertikte het echter. Het is een van de vele zware gebreken aan dit boek dat sterk is qua feiten, zelfs al maakt hij de occasionele fout, maar in feite zeer zwak is qua analyse. Ze ontbreekt gewoon. Met o.m. als gevolg dat hij zich in het boek regelmatig tegenspreekt.

Qatar en de VS

Waar hij wel gelijk in heeft is het ontmaskeren van de zogenaamde Arabische Lente als een poging om overal in die betrokken landen de Moslimbroeders aan de macht te brengen. Correct is ook de gemaakte constatering dat dit mislukt is. Behoudens voorlopig in Jemen stevenen zij elders af op een grote nederlaag.

Maar de centrale rol van de VS in die zaak ziet hij niet. Een simpele kijk in de Amerikaanse politiek en haar connecties met het salafisme via o.m. de relaties van Hillary Clinton en haar stafchef John Podesta met die religie van de haat komt niet in dit werk voor. En met 544 pagina’s had hij toch voldoende plaats om dat zeer cruciaal element te duiden. 

Ook vertelt hij over de kuiperijen van Qatar die voluit al Qaeda en andere terreurgroepen steunen. Waarna hij schrijft dat Amerikaanse militairen zich daarover ergerden. ‘Daar zag Washington een groter gevaar in dan in Assad’, schrijft hij op pagina 21. Daarbij de Britse krant The Telegraph citerend.

Ake Sellstrom met Ban Ki-moon - Overhandigen rapport Vn-missie gifgasaanvallen Syrië - 2013

De Zweed Ake Sellström met de toenmalige secretaris-generaal van de VN Ban Ki-moon in december 2013 bij het overhandigen van zijn tweede rapport over het gebruik van chemische wapens in Syrië. Jef Lambrecht bespreekt uitvoerig die zaak maar lijkt de twee nochtans zeer belangrijke rapporten van Sellström niet gelezen te hebben.

Het is complete onzin. De VS deed al het mogelijke om Assad te laten vermoorden en zijn regering omver te werpen. Qatar blijft het ook nu nog voluit steunen. Qatar is voor de VS zelfs een cruciaal militair steunpunt in de regio. Men kan The Telegraph hier op dit vlak trouwens toch ook geen betrouwbare bron noemen. Dat beweren is gewoonweg hilarisch.

Bovendien onthulde Wikileaks door de publicatie van officiële Amerikaanse documenten dat de VS via haar lokale ambassade in Qatar en de Amerikaanse militaire veiligheidsdienst DIA de Qatarese televisiezender al Jazeera tot in de kleinste details, incluis zelfs het woordgebruik, stuurden.

Een zender via welke Yusuf al Qaradawi, de topideoloog van de Moslimbroeders, nota bene opriep om alle niet-salafisten te vermoorden. Met steun dus van (sic) vredesapostel Barack Obama. In wezen staat het boek vol van dergelijke onzinnige beweringen. Een gevolg van het ontbreken bij hem van een goed logisch analysevermogen.

‘IS – Het nieuwe terrorisme van Daesh en de ondergang van de Moslimbroeders’, Jef Lambrecht, Van Halewyck, 544 pagina’s. 25 euro. 

Willy Van Damme

The Honky Tonk Jazz Club–Een monument te boek

a

Wie het bij kenners van de New Orleans Jazz, waar ook ter wereld, over België heeft zal in nogal wat gevallen snel de naam horen vallen van de Dendermondse Honky Tonk Jazz Club, in Dendermonde en ook erbuiten eveneens gekend als de Bunker. Een cultureel monument in België welke vorig jaar haar 50-jarig bestaan vierde.

George Lewis en de slavenhandel

Een onderdeel van die vieringen is de uitgave onder eigen beheer van het boek ’Honky Tonk Jazz Club Dendermonde – 50 jaar jazztraditie in Vlaanderen’. Een project dat de steun kreeg van KBC, Soudal, De Erfgoedcel van het Land van Dendermonde, het Dendermondse stadsbestuur en de provincie Oost-Vlaanderen.

Het is een mix van een kijk- en leesboek geworden, luchtig maar ook bloedserieus. Wie meer wil weten over de historiek van New Orleans, de zwarte gemeenschap daar en het ontstaan van de blues- en jazzmuziek komt hier zeker aan zijn trekken.

Het is ook een boek dat men als een ware schat voor het nageslacht kan bewaren. Het is perfect ingebonden, gedrukt op glanzend papier groot formaat, heeft een verfrissende lay-out, bevat mooie soms exclusieve foto’s en vertelt het levensverhaal van onder meer de erg invloedrijke klarinettist George Lewis die in 1966 bij de nog piepjonge club op bezoek was. Een foto bewijst het.

Boek 50 jaar jazztraditie in Vlaanderen - kaft

Het is een mooi opgemaakt en vlot leesbaar boeiend boek geworden over de zwarte cultuur in New Orleans, deze stad, de jazz in België en vooral  natuurlijk over de Honky Tonk Jazz Club, haar mannen en vrouwen die het zoveel kleur gaven.

Het relaas van George Lewis is zowel tragisch, ontroerend als boeiend en mooi geschreven. Hoe het amper 8 jaar oude meisje Zaïre per schip aangevoerd uit het huidige Senegal als slavin in New Orleans raakt, er verkocht wordt en na meer dan honderd jaar onvoorstelbare miserie zal zorgen voor achterkleinzoon George Lewis en zijn geniale en inspirerende klarinetmuziek.

Schokkend is zeker ook het in het boek gepubliceerde uittreksel van de uit 1724 daterende Franse Code Noir die van toepassing was in de Franse kolonie Louisiana. Het bepaalde op wettelijke basis het leven van de slaven en toont uitvoerig de willekeur en gruwel waaraan deze ontvoerde Afrikanen bloot stonden. Dat de nazaten van deze zo mishandelde mensen zo’n mooie en invloedrijke muziek produceerden maakt die behandeling des te schokkender.

Jeggpap New Orleans Jazzband

En natuurlijk komt de Jeggpap New Orleans Jazzband, nu Jeggpap, uitvoerig in beeld. Het is het geesteskind geweest van (Gil)Bert Heuvinck, en zijn broers Jan en Philemon (Mon). Bert had immers op school van leraar Willy Roggeman de smaak te pakken gekregen van de jazz. En al snel viel hij daarbij voor die spontane niet-intellectuele versie eigen aan New Orleans.

BertHeuvinck

Bert Heuvinck, de grote inspirator en drijvende kracht achter het Dendermondse jazzgebeuren rond Honky Tonk en de Jeggpap. De man stierf spijtig genoeg in 1985, veel te vroeg. Een van de zalen van het cultuurcentrum Belgica is als eerbetoon naar hem genoemd.

De Jeggpap werd een jazzband die de tands des tijds meer dan doorstond en voor het eerst in 1963 optrad op de sinkensbraderie in de Dendermondse Dijkstraat. De start van een schitterend bestaan met optredens tot in New Orleans en plaatopnames en optredens met o.m. een Sammy Rimington, Louis Nelson en Kid Sheik.

Volgend jaar stopt dit verhaal. Drummer Miel Leybaert, ooit begonnen als trommelaar bij de toen kleine Dendermondse Reuzenommegang Katuit, is de enige overgeblevene van de Jeggpap en staat dan 54 jaar op het podium. En dat lijkt genoeg om in schoonheid afscheid te nemen. Het was dan ook zeer mooi.

Uiteraard komen ook de massa’s optredens aan bod. Teveel om op te noemen maar ze staan er, chronologisch 20 grote pagina’s lang, allemaal in vermeld. Het toont het belang, ja grootsheid van de bunker. Ze organiseerden er concerten, groot en klein, een serie jazzfestivals, boottochten en een pak kroegentochten.

Zo was er natuurlijk niet alleen de legendarische George Lewis te gast maar ook figuren als Fats Domino, Toots Tielemans, Eddie Boyd, B.B. King, Jerry Lee Lewis, Acker Bilk, Chris Barber, Ray Charles, incognito Rolling Stone Charlie Watts, Memphis Slim, Champion Jack Dupree, Dr. John, Bo Diddley en Chuck Berry. Om de meest bekende figuren te noemen. Met Belgische namen als Norbert Detaeye, Ferre Grignard, Roland Van Campenhout, de Piotto’s en Dani Klein.

Bo Didley at Jazz Festival

De legendarische rock & roll gitarist en zanger Bo Diddley trad op 31 augustus 1984 op tijdens het 14de Internationaal Jazzfestival in Dendermonde.

Ook nu nog blijft de Bunker om de haverklap kwaliteit leveren met optredens zaterdag 7 januari van o.m. de Nederlandse pianist Emile van Pelt en de Franse trompettist Boss Queraud. Topmuzikanten als Lillian Boutté, Davell Crawford, Charmaine Neville, Wendell Brunious, Leroy Jones en Denise Gordon treden er regelmatig met groot plezier op. Sommigen zullen zelfs niet terugschrikken om met het vliegtuig een ommetje te maken naar die vrolijke Dendermondse jazzbunker.

Een unieke sfeer

De wat plezante noot in dit boek zijn ongetwijfeld de cursiefjes met anekdotes van de vroegere journalist en bunkerfan Marc De Backer. Geschreven in de hem o zo typerende wat schalkse stijl, eigen aan zijn periode bij het lokale weekblad De Voorpost. Het is een verrijking voor het mede met zijn steun uitgegeven boek.

Leuk zijn zeker ook de foto’s van de serie ‘rare vogels’ die af en toe in de club verschenen als een kunstschilder Jean Kamiel Steeman, alias de Tsaar (1). De enige man die ooit zonder gerechtelijke vervolging spontaan en met een gewoon mes een schilderij van Rubens uit zijn kader haalde. Het was voor dat schilderij dit of sterven in de brand.

Atmosphere at he Honky Tonk Jazz Club

De club met vooraan drummer Miel Leybaert, ernaast links jazzpianist Ilja De Neve, die onlangs in Honk Tonk zijn nieuwe in het Verenigd Koninkrijk geproduceerde cd Wama Bama Mama presenteerde, daarachter en wat verstopt staat de eerder dit jaar overleden klarinettist Piet Hermans, man van de Crescent City Dreamers, en achteraan glunderend Lut Van den Abbeele met ernaast saxofonist Peter Verhas, telg uit de familie der fameuze kunstschilders Jan en Frans Verhas.

En uiteraard zijn er een serie verhalen in te vinden met foto’s rond de vele medewerkers als een Aimé en Albert Braeckman, de grand marshal, Alajos Van Peteghem, Agnes De Vijlder, Jacky Stassijns en Lut Van den Abbeele. Zonder hen zou er geen bunker en zijn soms onvergetelijke optredens zijn geweest.

Optredens die niet zelden zorgen voor een unieke sfeer. De bunker, een uit de negentiende eeuw daterende militaire vestiging, is nu eenmaal qua vorm erg speciaal en zorgt bijna spontaan voor een pak gezelligheid waar elke muziekfan moet van kunnen houden.

Het boek werd vorige maand in de bunker voorgesteld in aanwezigheid van Oost-Vlaams gouverneur Jan Briers, zelf een groot muziekliefhebber, de provinciaal gedeputeerde voor Cultuur Dendermondenaar Jozef Dauwe, voorzitter Mon Heuvinck, Dendermonds burgemeester Piet Buyse, vriend-des-huizes Remi Vermeiren en Rik Van Cauwelaert, die ook mee een voorwoord schreef.

DSC_0775

Van links naar rechts: Jozef Dauwe, Mon Heuvinck, Jan Briers en Remi Vermeiren.

Het boek is dan ook warm aanbevolen aan al diegenen die wat meer wil weten over niet alleen die Honky Tonk Jazz Club, maar ook over deze muziek in België en het ontstaan van de jazz en blues in de delta van de Mississippi, stijlen die meer dan wat ook onze huidige muziekcultuur wereldwijd smaak geven.

Het geeft ook een zeer interessant beeld van het vroegere leven in de hoofdstad van die muziek, New Orleans. Het is voor 45 euro te koop in de club, het naburige Jazzcentrum Vlaanderen, de Dendermondse Standaard Boekhandel of via overschrijving op BE49 4428 6650 5171 van Honky Tonk Jazz Club vzw. Het boek telt 224 pagina’s, groot formaat. Adres: Honky Tonk Jazz & Blues Club, Leopold II laan 12, Dendermonde.

Willy Van Damme

1) Kort na het schrijven van deze tekst overleed Jean Kamiel Steeman in het Aalsterse Onze-lieve-Vrouweziekenhuis. De man wordt zaterdag om 10 uur in de Baasroodse Sint-Ursmaruskerk begraven. Jean Steeman was een in vele opzichten een merkwaardig man.

Genietend van snuiftabak, met zijn lange grijs geworden baard en vroeger een hoge hoed viel hij in het Dendermondse stadsbeeld op. Hij was in de tweede helft der zestiger jaren een lid van de Antwerpse artiestenkolonie die rond de Academie voor Schone Kunsten, galerie Zwarte Partner, De Muze, Fred Bervoets en Ferre Grignard volwassen werd.

Jean Steeman

De Tsaar bij een van zijn schilderijen tijdens een tentoonstelling van een paar jaar geleden in het Baasroodse Scheepvaartmuseum.

In zekere was hij een opvolger van de negentiende-eeuwse Dendermondse School van impressionisten rond Franz Courtens (1854-1943). Als een rasechte Dendermondse artiest schilderde hij vooral het landschap langs de Schelde, naast dan – hoe kan het als Dendermondenaar anders – vele paarden.

De intussen ook al overleden vroegere schepen Pierre Caudron, een kunstliefhebber, noemde hem een witschilder wegens het veelvuldig gebruik van wit om zijn landschap karakter te geven. Nog vorig jaar was hij te zien in het VRT-televisieprogramma Ieder Beroemd omwille van zijn actie om de mensen op te roepen meer goedendag tegen elkaar te zeggen. Het sociaal zijn was bij hem dan ook een belangrijk kenmerk.

En natuurlijk blijft hij in de kunstwereld voor altijd bekend als de man die op 3 april 1968 in Antwerpen een der werken – de geboorte van Christus – van Pieter Paul Rubens uit de brandende Sint-Pauluskerk wist te redden. Een heldendaad waar hij levenslang terecht mee pronkte.

Het Nederlands verzet in Wereldoorlog II–Een erg persoonlijk relaas

Kort voor zijn dood verscheen van de in de VS wonende Nederlander Tonny Van Renterghem het boek ‘De laatste huzaar’ (1). Het is een boeiend werk dat een beeld schept van zowel de familie van Tonny Van Renterghem als van het Nederland in het interbellum tussen de twee wereldoorlogen en van de periode tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Wat het zo interessant maakt is dat het geschreven is door iemand die, zijn einde nabij, open en bloot schrijft over de zaken die hij toen als kind en jonge man meemaakte. Zijn kritiek op de mensen om hem heen en op bepaalde toestanden is dan ook niet mals. Maar het is met zo’n detail geschreven en met een zekere liefde dat het een diepmenselijk document werd.

Tonny van Renterghem - Kaft boek De laatste Huzaar Er zijn spijtig genoeg maar weinig verzetslui uit de Tweede Wereldoorlog die hun verhaal te boek stelden. Op het einde van zijn leven deed Tonny van Renterghem het gelukkig genoeg toch. Het werd een zeer humaan document over het Nederland van 1920 tot 1945. Het is ook een boeiend familierelaas en deels sociale schets van het Amsterdam toen.

Een rijk gezin

Tonny Van Renterghem is de op 28 juni 1919 – de dag dat het verdrag van Versailles het daglicht zag – geboren zoon van Antoine Van Renterghem (2), toen een erg succesvol Amsterdamse tandarts, en Marguerite Warnant.

Antoine van Renterghem was in zijn jeugd een internationaal gekend voetballer en een ook buitenlandse tornooien spelende tennisser. Het was trouwens via de tennissport dat hij de toen in Brussel wonende feministe Marguerite Warnant had leren kennen.

Deze was de dochter van de Belgische generaal Erasme Joseph Warnant, een buitenbeentje in het Belgische officierenkorps die als majoor in 1906 door koning Leopold II naar zijn Congolese Vrijstaat werd gestuurd om er het lokale leger verder uit te bouwen.

Wat vermoedelijk de reden was waarom hij nadien bij de andere en hogere legerofficieren in ongenade was gevallen. Een lagere officier die kreeg daar immers van de koning een topjob aangeboden. Wat logischerwijze jaloezie moet opgewekt hebben.

Bij de start van de oorlog moest hij met amper een 3.000 vermoeide en onderbewapende manschappen – er waren zelfs geen kanonnen – de Dendermondse regio verdedigen. Met als gevolg dat hij op 2 uur tijd de stad moest opgeven en zo een omsingeling van het Belgische leger mogelijk maakte. Een strategische ramp waarvoor hij gestraft werd en niet het opperbevel dat hem op die wijze een onmogelijke opdracht had gegeven.

Tonny Van Renterghem groeide op in een rijk gezin dat financieel niets tekort kwam. Er was een lift, huispersoneel, men maakte dure buitenlandse reizen en men beschikte over een goed beklante tandartspraktijk. Zijn ouders konden zich duidelijk zowat alles veroorloven.

Tony Van Renterghem

Tonny Van Renterghem hier fier met zijn onderscheidingen uit zijn verzets- en oorlogsperiode. Hij was fier over het resultaat van hun verzet tegen de Duitse luchtlandingstroepen begin mei 1940 in Den Haag dankzij wie de Nederlandse koninklijke familie uit Duitse handen kon blijven.

Vernietigend is bijwijlen het portret van zijn moeder die er graag voor koos om met die rijkdom te pronken. Ook de onderhuidse jodenhaat die toen in begoede Nederlandse kringen heerste komt ter sprake.

Nederland was toen even anti-joods als het Duitsland van toen, schrijft hij. Het gezin was lid van een tennisclub waar joden echter niet welkom waren. Men verhuisde dan maar naar een andere club want jodenhaat was het gezin duidelijk teveel.

Merkwaardig is zijn schets van de tweedeling van Amsterdam met zijn rijkemensenbuurt, met o.m. de Gabriël Metsustraat aan het Museumplein waar hij opgroeide, en de Jordaan waar de proleten woonden. Hij zou er vrienden maken en zo afstand nemen van zijn omgeving, de Nederlandse elite.

Genadeloos beeld

Wel blijkt hij duidelijk veel achting te hebben voor zijn grootvader Erasme Warnant naar wie hij omwille van zijn rol als militair in 1914 enigszins opkijkt. Hetzelfde voor diens familie met zijn overgrootmoeder Marie Joseph de Garcia de la Vega, stokoude ooit naar België uitgeweken Spaanse adel wier stamboom teruggaat tot het Castilië van de dertiende eeuw.

Het verhaal is echter vooral interessant omdat hij ook een beeld schept van de chaos die in Nederland heerste en het verzet erna in de periode 1939 tot mei 1945 toen Nederland al na enkele dagen capituleerde voor Nazi-Duitsland.

Opkijkend naar zijn grootvader de generaal, besloot hij bij de cavalerie te gaan, het paardenvolk – de huzaren en vandaar de titel van het boek – waar men met de sabel en het mooi uitgedoste officierenkostuum kon uitpakken. Maar om toe te treden diende men wel over voorspraak van iemand van adel te beschikken. Voor het gezin van Renterghem-Warnant echter geen probleem.

Het beeld dat hij hier schetst van deze eenheid, haar mentaliteit en zo het hele Nederlandse leger is genadeloos. Nog in 1939 was het rijden met motorvoertuigen voor de huzaren uit den boze. Zijn eenheid was de enige die dan nog stiekem met auto’s en bromfietsen leerde rijden.

Het is een perfecte verklaring waarom het Nederlandse leger in mei 1940 zo slecht presteerde. Het was een grap, een operetteleger, goed om oproer van de proleten en de Javanen neer te slaan. Tot woede trouwens van de Belgen die door de ultrasnelle Nederlandse overgave ook op de noordelijke en zelfs westelijke flank in gevaar kwamen. Wat voor de Belgen eveneens onhoudbaar bleek.

Maar blijkbaar hadden enkele verlichte geesten in het Nederlandse opperbevel de waarde van die eenheid toch correct ingeschat en dienden zij die meidagen van 1940 in te staan voor de beveiliging en ultrasnelle vlucht naar het Verenigd Koninkrijk van de koninklijke familie.

Antoine van Renterghem

Vader Antoine van Renterghem, toen een succesvolle tandarts. Na de oorlog had hij het echter heel moeilijk om zijn vorig leven te hernemen.

Verzet tegen Duitsland

Men wou immers de farce van Denemarken vermijden waar de oorlog al na één dag voorbij was en de koning een Duitse gevangene werd. Drie dagen wist zijn eenheid te weerstaan aan de Duitse parachutisten die overal in Den Haag waren geland.

Voldoende tijd voor de koningin om naar het Verenigd Koninkrijk te vluchten. Hij beschrijft deze episode in groot en boeiend detail. Hij kan dan ook goed schrijven. Vernietigend is hij echter voor de gemaal van de kroonprinses Juliana, de Duitse prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld (3).

Hij haalt hierbij het verhaal boven dat zijn huwelijk met kroonprinses Juliana feitelijk een verstandshuwelijk was mede georganiseerd door Adolf Hitler. Waarbij Bernhard als gewezen SS’er controle moest houden over Nederland en tijdens de bezetting als een soort van Duitse nepvorst Nederland zou moeten besturen. Het plan mislukte echter.

Ook zijn relaas van het verzet – Hij trad toe tot de uit het leger komende Ordedienst – is zeer meeslepend geschreven en toont de gevaren, de moeilijkheden en de soms noodzakelijke compromissen die nodig waren, niet alleen om het verzet te organiseren maar voor hem ook om te overleven. De Duitsers veroordeelden hem wegens zijn verzetsdaden immers ter dood.

Mogelijks helpt dit boek mee om een nog betere kennis te krijgen over de werkelijke aard van de Ordedienst. Een figuur als Tonny Van Renterghem, die tot het middenkader behoorde, was zeker niet gediend met de plannen van onder andere leden van de Ordedienst om na het verdrijven van de Duitsers in Nederland een autoritaire staat te stichten. Ook hier lijken nuances op zijn plaats.

Maar hij overleeft met valse paspoorten en met daarbij eveneens de nodige durf en geluk. Ook toont het boek, in tegenstelling tot wat sommigen beweren, dat de CPN reeds van bij het begin van de bezetting actief verzet pleegde.

Sommigen, zonder veel kennis van zaken of om kwaadwillige reden, beweren immers dat communistische partijen in het bezette Europa pas in juni 1941, toen Adolf Hitler de Sovjetunie aanviel, in het verzet gingen.

Boeiend is ook zijn ervaring met de Joodse Raad die namens de joden de gesprekken voerde met de Duitse bezetter en zo gewoon zonder enige weerstand te bieden meehielp aan de Endlösung, de massamoord op joden. Zijn beschrijving van de diamantair Abraham Asscher, co-voorzitter van de Joodse Raad, als profiteur is vernietigend.

Erasme Joseph Warnant, generaal majoor

Erasme Joseph Warnant die toen de oorlog uitbrak als generaal-majoor terug in dienst trad en daarbij de verdediging van Dendermonde, poort tot het Waasland en dus de sleutel voor de omsingeling van Antwerpen, op zich moest nemen. Met een 3.000 amper bewapende, uitgeputte en slecht georganiseerde soldaten moest hij het opnemen tegen een in het Dendermondse sterke Duitse invasiemacht van 35.000 zwaar bewapende en sterk georganiseerde soldaten. Op twee uur tijd viel Dendermonde, waarvoor hij nadien alle schuld kreeg.

Teleurstelling

Eveneens interessant is het relaas van zijn gesprek met de voornaamste Amsterdamse woekeraar toen, een man zonder enige moraal en een oorlogsprofiteur van de eerste orde. Er moest echter in die fameuze Oorlogswinter van 1945 hoe dan ook voedsel zijn en dus kon hij hem niet negeren laat staan uitschakelen. Nood breekt wet heet dat.

Eens de oorlog voorbij komt echter snel de ontnuchtering. Met de zogenaamd politionele operatie in Indonesië die nadien begon kon hij zich niet verzoenen – Voor hem hadden Indonesiërs evenveel rechten als de Nederlanders – en de plannen voor het nieuwe Nederland zag hij evenmin zitten. Hij had nochtans vlot toen carrière kunnen maken.

Hij had tijdens de oorlog echter leren filmen en dat boeide hem danig. Maar zoals vermoedelijk de grote meerderheid der verzetslui uit die periode was hij zwaar teleurgesteld in wat de nieuwe orde werd. De meesten wilden trouwens nadien over hun verzetsrol niet meer spreken, zo gedegouteerd waren ze. Tonny van Renterghem sprak gelukkig wel.

Niet verbazend is dan ook dat hij met zijn nieuwe liefde, het camerawerk, naar de VS en Hollywood trekt, toen het nieuwe mekka voor velen. Hij zal er werken en ook huwen en een zoon krijgen. Wel is hij soms langdurig terug in Nederland en heeft hij regelmatig in Brussel contact met zijn tantes, de zussen van Marguerite.

Maar het boek eindigt niet met het verhaal van zijn leven maar met een scherpe aanval op de beide grootvaders en hun rol  in de koloniale oorlogen die België en Nederland ooit voerden. Zijn grootvader langs vaderszijde was Albert Willem van Renterghem die nauw samenwerkte met Frederik van Eeden en die een der grondleggers was van de moderne Nederlandse psychiatrie.

Marguerite Warnant en Tony van Renterghem

De piepjonge Tonny van Renterghem met zijn moeder Marguerite Warnant. Het beeld dat hij van haar schetst is niet altijd fraai.

Hij citeert hierbij uitvoerig uit een op erg beperkte schaal voor intimi verschenen boek over zijn grootvader. Het uitroeien van Nederland onwillige Oost-Indische dorpen was ook voor hem geen enkel probleem. Zoals Congolezen voor Warnant tweede- of derderangsburgers waren, zo waren de Javanen dat voor grootvader van Renterghem, de beroemde psychiater waar iedereen naar opkeek.

Zo schrijft hij afsluitend:

“Ik vind ’t moeilijk te begrijpen hoe mijn grootvader, de humanistische, beroemde psychiater op jonge leeftijd zo totaal onbewust en onverschillig kon zijn over een kanonnade van een kleine kampong, waarbij vrouwen en kinderen gedood werden.”

Het is mede dit soort beschouwingen dat het boek zo’n diepmenselijk document maakt dat bovendien over een belangrijke periode van de Nederlandse geschiedenis gaat.

Willy Van Damme

1) Tonny van Renterghem, ‘De laatste huzaar – Verzet zonder kogels – Herinneringen aan de tweede wereldoorlog’, Uitgeverij Conserve, Schoorl, 2010, 24,95 euro, 300 bladzijden.

2) Antoine Van Renterghem was topvoetballer in de periode 1902-1911 en speelde onder meer voor HBS, Haagse Burgerschool, het Nederlands elftal in 1902 tegen het Deense Bolderklubben 1893, het Olympisch voetbalteam in Londen in 1908 en de Hilversumse HC & FC, de Hilversumse Cricket & Football Club. Hij was een aanvaller en maakte voor HBS 20 doelpunten. Hij werd geboren in Goes op 17 april 1885 en stierf in de VS op 1 maart 1967. In 1953 week hij uit naar de VS.

3) Over de figuur van Prins Bernhard verscheen in 1979 het boek ‘Prins Bernhard, een politieke biografie’ van de hand van de journalist Wim Klinkenberg. Uitgeverij Onze Tijd. Het bevat 558 pagina’s en is een zeer stevig gedocumenteerd werk met ook foto’s en de afdruk van bepaalde documenten.

Met dank aan Susanne Severeid, de weduwe Tonny van Renterghem en Gerrit Herder.

Gesprek met auteur en bendeonderzoekster Hilde Geens – Een vriendelijke maar ook taaie dame

Wie haar ontmoet of met haar gewoon praat krijgt de indruk te doen te hebben met een sympathieke wat brave, onschuldig naïeve dame die zo lijkt te zijn weggelopen uit een theekransje met Miss Marple van Agatha Christie.

Niets is echter bedrieglijker want ze is wel goedlachs en vriendelijk maar ook van hard hout gemaakt, ze beschikt over een taai uithoudingsvermogen, een goede analysecapaciteit, een gedegen kritische zin en een zo te zien ijzersterk geheugen.

Een gesprek over haar boek, de Bende van Nijvel en de nieuwste ontwikkelingen in dit gruwelijk moorddossier.

Waarom schreef je dit boek?

Hilde Geens: Het dossier is te oud geworden en de jonge mensen van nu waren toen zelfs niet eens geboren. Om het te brengen zou je dus veel extra inleidende gegevens moeten vermelden. Bovendien is er in de pers amper nog interesse voor de zaak. Hoe zou je dit moeten brengen? Je moet het dan in een serie brengen maar er zijn zoveel namen in dit dossier dat men alles al vergeten is als het volgde artikel in de serie verschijnt. Daarom goot ik dit in boekvorm.

Hilde Geens

Hilde Geens toonde in het boek haar gedrevenheid en maakte brandhout van de wijze waarop gerecht en politie dit dossier aanpakten.

Je boek is wel een zeer grondige filering van het gerechtelijk en politioneel werk in de zaak. Dat lijkt het idee voor je boek geweest te zijn.

Hilde Geens: Toen ik nog met Raf (Sauviller, nvdr.) voor Humo rond de zaak werkte was er al ergernis ontstaan over de vele losse eindjes die in dit dossier bleven liggen, de politiemensen die zaken niet wilden onderzoeken en de knoeiboel waaraan ik mij ergerde. Dat was mijn motief om dit te schrijven. Door familiale omstandigheden is het er ook nu pas van gekomen.

Had je geen schrik om dit aan te pakken? In het begin van je werk som je het aantal zelfmoorden en vermoorde personen op. Een indrukwekkende lijst. En dan heb je het gratuite geweld dat bij die misdaden opvalt.

Hilde Geens: Wat mij het meest schrik aanjaagt is de manier waarop justitie werkt. Op zeker ogenblik vertelde een politieman mij dat zij indien ze dat willen bij mij een huiszoeking doen en daarbij dan ergens een portie cocaïne leggen. “Je zal dan wel je onschuld kunnen bewijzen maar dat zal jaren vergen en daar zal je dus lang zoet mee zijn”, aldus die man. Dit is voor mij meer beangstigend dan zomaar neergeschoten te worden. En als je al die gerechtelijke expertises ziet dan zie je het gebrek aan professionaliteit, het amateurisme en het gebrek aan interesse. Er is gewoon ook geen serieuze opleiding voor dit soort werk.

Wat je boek kenmerkt is je openheid van geest bij het beschrijven van het dossier. Je blijft alle mogelijks pistes openhouden.

Hilde Geens: Kijk het onderzoek hier is zo slecht gevoerd dat je niet anders kan dan op de vlakte blijven. Ik ben wel afgestapt van mijn vroegere hypothese over de geheime diensten. Dat kan natuurlijk wel hun werk geweest zijn. Het ontbreekt echter aan voldoende goed onderzoek om dat nog zomaar te stellen. Het kan dat iemand van de CIA Philippe De Staerke naar Aalst stuurde. Maar we weten uit het onderzoek alleen dat De Staerke toen in die periode in de Delhaize van Aalst geweest is. Meer niet. Dat is het probleem. Zolang je dat meer niet hebt kan je ook niet verder.

Hoe was de reactie op je boek bij de betrokkenen, bij verdachten en gerecht?

Hilde Geens: Van de verdachten als Leopold Van Esbroeck hoorde ik niets. Van enkele mensen die het dossier volgen kreeg ik felicitaties en bepaalde politielui die voorheen niet wilden praten willen dat nu wel. Hetzelfde met bepaalde getuigen. Maar voor mij is het voorbij, afgesloten. Ik help nog collega’s en nabestaanden als dat kan, dat is het het. Een politieman verweet mij wel te vriendelijk te zijn geweest voor Christian De Vroom, de vroegere commissaris-generaal van de gerechtelijke politie. Maar de man heeft in tegenstelling tot zijn voorganger Frans Reyniers nooit een strafrechtelijke veroordeling opgelopen. Misschien heb ik vooral Paul Vanden Boeynants gespaard. Er was een tip dat het bij de overvallen van 1985 ging over die vermeende racket rond vlees en drugs. Je moet zoals de Nederlandse rechtspsycholoog professor Peter van Koppen me ooit zegde echter om iets op te lossen niet vertrekken van een motief maar van het dossier zelf, de feiten. Niet zoals men nogal gemakkelijk in bepaalde journalistieke kringen doet.

Hoe reageer je op de recente aanhouding van Jean-Marie Tinck om reden dat hij lid zou geweest zijn van de bende?

Hilde Geens: De naam was mij onbekend maar hij heeft volgens de Cel Waals-Brabant (die nu het onderzoek verder doet, nvdr.) daderkennis en dan zijn er maar twee mogelijkheden, ofwel was hij mededader ofwel kent hij een van de daders. Vraag is ook wat hij weet. Hij woonde wel op zeker ogenblik zoals ik meen te weten in een straat waar er een café was waar een tijd sommigen van de vermeende bendeleden kwamen. Het was het clublokaal van de groep rond Jean Bultot. Kwam Tink daar ook en dan juist in die periode? Getuigen herkenden hem ook op basis van die robotfoto. Maar die is gemaakt veel jaren na de feiten en onder hypnose en dat geeft alleen maar een slecht resultaat. Het levert niets op en is zelfs schadelijk voor het onderzoek.

Willy Van Damme

De Bende van Nijvel–Het blunderboek van Hilde Geens

Over de beruchte Bende van Nijvel is al veel papier vuil gemaakt, inkt gevloeid. Tussen 1982 en 1985 – het lijkt al oude geschiedenis – liet die in het centrum van het land een spoor van voorheen niet gezien geweld achter. Op de achterflap van het boek staat het nog eens netjes te lezen, 17 raids, 28 doden en ruim 40 gewonden.

Een overzicht

En nooit werd er voor die serie slachtpartijen een man voor het gerecht gebracht. De laatste overval betrof die op het grootwarenhuis Delhaize in Aalst van 9 november 1985 met eventjes 8 doden. Waarbij steevast vooral de onvoorstelbare brutaliteit opviel. Men schoot bewust op onschuldige toeschouwers en zelfs op kleine kinderen.

Hilde Geens heeft samen met een aantal andere journalisten waaronder langs Vlaamse zijde vooral Raf Sauviller en Guy Bouten ook veel werk verricht. Ze was altijd begaan met dit merkwaardig dossier en beet er zich in vast zoals we in onze pers maar zelden zien.

Hilde Geens - Beetgenomen - De Bende Van Nijvel

Hilde Geens toonde de vele politionele en gerechtelijke blunders en manipulaties in haar boek over de Bende van Nijvel. Ook zij voelt zich beetgenomen, bedrogen.

Nu presenteerde zij haar eerste boek over de zaak, een kanjer van jewelste die haar ook grote eer aandoet. Het is 432 pagina’s dik en geeft vooral een overzicht van het gerechtelijk dossier zelf. Ze vertrekt hierbij niet van bepaalde mooi klinkende hypotheses of vermoedens maar van het gerechtelijk bundel zelf.

Of beter bundels want het dossier van het parket telt mogelijks meer dan 5 miljoen pagina’s. Hoger dan een appartementsgebouw van 26 verdiepingen stelt men in het boek. Dat zij er desondanks nog wijs in raakte lijkt dan ook bijna een mirakel. Het is alleszins het bewijs van haar kwaliteiten als journalist en schrijver.

De meeste journalistiek is plak- en knipwerk, de overname van vooringenomen prietpraat, voorgekauwde propaganda, PR en gehele of halve leugens. Waardeloze rommel. Maar mensen als Hilde Geens bewijzen dat er in journalistenland ook nog wat anders te beleven valt. En dat is kwalitatief kritisch onderzoek zonder oogkleppen. Een verademing. 

Droogjesweg

De titel van haar werk zegt al veel over het boek “Beetgenomen – Zestien manieren om de Bende van Nijvel nooit te vinden”. Het is een schokkend relaas over de onvoorstelbare blunders die in dit dossier zijn gemaakt. De incompetentie, dubieus gedrag, kwade wil en criminaliteit van sommigen in het gerechtelijk en politioneel milieu die uit dit boek blijkt is schokkend.

“Ik heb er feitelijk schrik van”, geeft zij in een gesprek toe. Het feit dat zij zich sec over het dossier boog en het ook zo beschrijft maakt het boek nog sterker. Een goede journalist zal niet wild om zich heen slaan, scheldwoorden gebruiken of zelfs beledigen.

Droogjesweg de feiten geven is veel dodelijker dan een incompetente of dubieuze magistraat of flik de huid vol schelden. Het tweede zal van de dader veelal afglijden als water op de veren van een eend, het eerste is veelal dodelijker, figuurlijk dan uiteraard.

Delhaize, Oude Vest, Dendermonde

Het favoriete werkterrein voor hun overvallen leken de grootwarenhuizen van Delhaize te zijn. Was het wegens de toen in verhouding met andere warenhuizen slechte beveiliging of waren er andere redenen? 

Het boek is in bepaalde milieus die beroepshalve met het dossier bezig geweest zijn dan ook goed onthaald, mede omdat ze vertrok van een oprechte analyse van het dossier en gewoon constateerde waar de fouten duidelijk lagen.

Neem pagina 72 waar ze in ‘een spoor van bloed’ het volgende schreef:

De moord (op taxichauffeur Constantin Angelou, nvdr.) was een raadsel en het onderzoek een ramp. Magistraat Marcel Thousse, die het dossier doornam in opdracht van de eerste parlementaire onderzoekscommissie, stelde vast dat het onderzoek in de periode voor 10 maart 1986, toen het bij de bundel van de bende van Nijvel werd gevoegd, net als dat van de moord op José vanden Eynde meer dan twee jaar volledig had stilgelegen.

In een periode van drie jaar en twee maanden waren er zes verschillende onderzoeksrechters mee belast geweest, die er geen van alle iets mee gedaan hadden. Het was tijdens die ‘stille’ tijd terechtgekomen op het kantoor van (onderzoeksrechter, nvdr.) Jean-Michel Schlicker in Nijvel en daar werd het gefotokopieerd. Gelukkig maar, want toen er uiteindelijk op gerechercheerd werd, bleek dat het origineel verdwenen was.

Niet onderzocht alibi

Typerend is ook de geciteerde reactie van een onderzoeker als men vraagt of een bepaalde moordpartij ook niet het werk van de Bende van Nijvel kon zijn. Het antwoord was doodsimpel want er was andere munitie gebruikt en dus was dat hun werk niet. Hoe idioot kan men werkelijk zijn?

Ook alibi’s als dat van de later vermoorde Bruno Vandeuren, heel vermoedelijk een lid van de bende, werden niet onderzocht. En dan waren er de corrupte en criminele flikken zoals Madani Bouhouche, Georges Marnette of Robert Beijer die soms mee belangrijke onderzoeken deden of de vroegere collega’s continu op het verkeerde been zetten.

Gerechtelijk onderzoek moord Daisy Vergote - Zeebrugge - 25-08-2014

Het boek onthult dat het de technische diensten van gerecht en politie ontbreekt aan voldoende technische kennis en gedrevenheid. Sommige politielui bleken ook als gangster zelfs betrokken te zijn. Hier in Zeebrugge bij het lijk van de eind juli vermoorde Daisy Vergote waar al diezelfde dag de vermeende dader werd opgepakt, de ex die al een strafblad had voor geweld tegen haar en andere vrouwen. Het lijkt ditmaal dus erg simpel.

Zo werd de dubbele moord door Westland New Post, een zeer duistere fascistische en gewelddadige groep, in de Brusselse Herdersliedstraat onderzocht door commissaris van de gerechtelijke politie Georges Marnette waarvan men achteraf vermoedde dat hij lid kon zijn. Hij nam als het ware eigenhandig het onderzoek over. Met de gekende gevolgen: een serie gerechtelijke blunders.

Het is diezelfde Georges Marnette die nadien huidig premier Elio Di Rupo ‘ontmaskerde’ als een pedofiel. Wat in wezen een poging was om op criminele wijze de regering te doen vallen en de sociaal-democraten in de regering te laten vervangen door liberalen. Een spelletje waarin De Standaard, Het Nieuwsblad en VLD’er Herman De Croo een meer dan kwalijke rol speelden.

Een vroegere Brusselse rijkswachter stelde het ooit zo: “Als we met het Speciaal Interventie Eskadron (SIE) op interventie gingen dan zorgden we er altijd voor dat we nooit met onze rug naar Marnette stonden. De man was gewoon gevaarlijk”, aldus de vroegere rijkswachter. Een verhaal dat de sfeer bij de Brusselse politiediensten in die jaren typeert.

Albert Raes

Typerend is ook de ‘zelfmoord’ van WNP-leider Paul Latinus die opgehangen werd gevonden. Het lijk wordt verwijderd maar nooit gewogen. Wat nochtans essentieel is om te weten of het wel of geen zelfmoord is. Eerst catalogeerde men het als zelfmoord om het dan veel later als moord te bestempelen. De zaak raakte nergens, evenzeer als de onderzoeken naar de WNP.

Wat zij goed ontrafelt is de zaak van Christian Smets, de commissaris van de Staatsveiligheid, en zijn contacten met de WNP.  Daarover verschenen in de media veel indianenverhalen die het stelden alsof de WNP een creatie was van die geheime dienst.

De meest logische in het boek ontwikkelde thesis is dat Smets gewoon infiltreerde in de WNP en dat die organisatie hiervan gewoon gebruik maakte om Albert Raes, de baas van de Staatsveiligheid, te discrediteren. Mogelijks omdat hij toen een fikse ruzie had met de CIA. Vanuit de WNP en ook Georges Marnette lekte men dan ook naar believen naar hun vrienden in de media.

En dan is er wapendeskundige Claude Dery die expert was in eventjes 1400 gerechtelijke onderzoeken – hij deed die jaren blijkbaar alles in Brussel – maar ondertussen stiekem commandant-kapitein was bij de militaire veiligheid, ADIV, en betrokken was bij haar afdeling PIO, het Public Information Office dat na een serie zware schandalen werd opgedoekt. Een amper te vertrouwen man dus.

Strategie van de spanning

Wat vooral ook opvalt aan het boek is de openheid van geest waarmee zij door het dossier gaat. Ze legt netjes de verschillende hypotheses naast elkaar en laat het verder aan de lezer over. Het probleem is, zoals zij duidelijk laat blijken, dat men het gerechtelijk onderzoek zo slecht voerde dat men heel vermoedelijk nooit de zekerheid zal krijgen welke hypothese de juiste is.

Elio Di Rupo

Georges Marnette, commissaris van de Brusselse gerechtelijke politie verknoeide zo te zien heel bewust het dossier over de dubbele moord door de WNP aan de Brusselse Herdersliedstraat en voerde nadien een gerechtelijk onderzoek naar de ‘pedofiel’ Elio Di Rupo. Wat men gemakshalve naar De Standaard en Het Nieuwsblad lekte. Waarna die avond Herman De Croo, liberaal toppoliticus op TV onthulde dat de betrokken nog anoniem in de kranten opgevoerde politicus Elio Di Rupo betrof. De poging om de regering te doen vallen faalde echter. Dirk Achten, toen hoofdredacteur van De Standaard, weigerde zich te verontschuldigen en werd nadien door die andere topliberaal Karel De Gucht baas van Buitenlandse Zaken gemaakt. Echt journalistiek werk dus.

Van het vermoeden dat dit allemaal kaderde in een grote door de VS en haar CIA georkestreerde destabilisering lijkt zij deels afgestapt. Ze blijft het wel aanhouden als een van de mogelijke pistes, maar het is geen zekerheid meer als voorheen. Wat bij haar collega Guy Bouten nog steeds het centraal motief is.

Zij constateert dat de Bende van Nijvel na Aalst plots stopte ondanks het feit dat men de indruk had dat ze nog verdere bloederige plannen had. Maar, stelt ze, de clan rond Philippe De Staerke was in de gevangenis en zo ook Bouhouche en Beijer. En bovendien was er in 1988 een regering zonder de PS/SP gekomen, een politieke omwenteling dus zoals nu.

Het boek zou feitelijk verplichte lectuur moeten zijn voor de mensen van justitie en politie die met gerechtelijke onderzoeken te maken hebben. Het is ook een  mooi voorbeeld van wat journalistiek zou horen te zijn. Met een open geest het al gigantische dossier bestuderen en beschrijven. 

Wel lijkt zij bij de bespreking van het schandaal rond het Nationaal Drugsbureau (NDB) van commandant Léon François en de Amerikaanse Drugs Enforcement Administration (DEA) de indruk te wekken dat die DEA echt de drugshandel wil bestrijden.

Wat de DEA doet is die handelsstromen en productie onder controle houden en er zo leiding aan geven. Uit een gesprek met de auteur blijkt duidelijk dat zij die rol van de DEA in deze business deels ook wel beseft.

Wie in die handel dwars ligt krijgt de DEA op zijn nek om hem te pakken, wie een vriend is krijgt alle mogelijke steun. De verhalen over ‘generaal’ Vang Pao in Laos voor 1973 en de in 2011 vermoorde Ahmed Wali Karzai, broer van de Afghaanse president Hamid Karzai, spreken boekdelen.

Beiden werden gefinancierd door o.m. de CIA en als Ahmed Karzai op zeker ogenblik problemen had met een lokale rivaal in de drugshandel dan zorgt de DEA ervoor dat die professioneel wordt uitgeschakeld. Die man zit nu in een Amerikaanse cel weg te rotten want de VS bestrijden de drugshandel nietwaar. Vermoedelijk was opium trouwens de ware reden voor de inval in Afghanistan.

Geen interesse bij de kranten

Wat ontbreekt is een vermelding van de in die periode eveneens opererende CCC, de Cellules Communistes Combattantes, een heel vermoedelijk door de VS gemanipuleerde terroristengroep. Maar het zit natuurlijk wel los van het gerechtelijk bundel van de Bende van Nijvel. 

GB-Carrefour - Dendermonde - 19-08-2009 - 3

Madani Bouhouche had een plan ontwikkeld om grootwarenhuizen af te persen. Lag hier de basis voor de latere actie rond o.m. de Delhaize? Reeds voor hij introk bij de BOB, de Bijzonder Opsporingsbrigade, de vroegere onderzoekscel van de Rijkswacht, bleek hij al een kleine crimineel te zijn. Bij de BOB werd het alleen maar erger.

Wat ook ontbreekt is een meer uitgebreide chronologie en namenregister. Maar vermoedelijk vergde dit wel veel extra pagina’s. Het boek is een uitstekend werk dat ook goed geschreven is. Het vergt gezien de vele moordpartijen, diefstallen en andere criminele feiten wel veel aandacht en ook een goed geheugen.

En ja, dit is het grootste misdaadverhaal uit de Belgische geschiedenis maar een bespreking van dit nochtans belangrijk overzichtswerk zal je in de kranten niet vinden. Het typeert ook hier het niveau waarop de kranten zitten. Alleen De Wereld Morgen, het Nederlandse Vrij Nederland en Humo besteden er aandacht aan. Hilde Geens schreef er in Humo dan ook regelmatig over.

Willy Van Damme

Hilde Geens, ‘Beetgenomen, zestien manieren om de Bende van Nijvel nooit te vinden’, Manteau, 2013, 432 pagina’s, 22,5 euro.

Er zijn twee websites exclusief met het dossier van de Bende van Nijvel bezig. De eerste en oudste is Franstalig: http://tueriesdubrabant.winnerbb.com. De tweede is in het Nederlands: http://bendevannijvel.com.

België – Een andere geschiedenis

Eind vorig jaar verscheen bij uitgeverij EPO het boek ‘België, een geschiedenis van onderuit’. Het bevat een verzameling essays over het verleden van ons land samengebracht onder redactie van Jan Dumolyn en Tjen Mampaey. Het blijkt een al wat oud project te zijn dat men nu eindelijk wist te realiseren.

99.999% der bevolking

Het idee hierachter is de Belgische geschiedenis vanuit een ander perspectief te bekijken. Ze hebben daarbij een aantal specialisten bij elkaar gebracht om deelaspecten van ons verleden te belichten. En dat geeft bijwijlen zeer boeiende lectuur.

Ditmaal kijkt men niet vanuit de daden van allerlei koningen, prinsen, generaals, ministers en partijbonzen, maar vanuit het leven van de kleine man in de straat, op het veld of in de fabriek. Niet dus zoals velen nog steeds doen die alleen aandacht hebben voor wat dan de hoofdrolspelers heten te zijn.

Het doet denken aan de recente TV-reeks op VRT “De coulissen van de Wetstraat” waarbij toppolitici het nog eens allemaal komen uitleggen. Wat zoals duidelijk bleek zorgde voor een mis-en-scene waarbij de kijker continu op een verkeerd been werd gezet.

Belkgië - Een geschiedenis van onderuit - Jan Dumolyn & Tjen Ma

Het doet ook denken aan TV-series als die over de Tudors of de Borgia’s waar de actie beperkt wordt tot een samenspel tussen de heren (en dames) aan de macht of bijna aan de macht. Met liefst veel seks. Dat verkoopt beter!

De sociaal-economische toestand die deze macht ondersteunde of kraakte komt dan nooit aan bod. En evenmin trouwens komen de financiers in beeld, de geldmannen die achter de schermen soms echt aan de touwtjes trokken. Volksvermaak en vooral bedrog natuurlijk.

In ‘België, een geschiedenis van onderuit’ wil men dit corrigeren. Onderwerpen die hierbij aan bod komen zijn de levensstandaard en het voedingspatroon, de toestand op het platteland en de landbouw, de evolutie van middeleeuwse ambachtslui naar arbeiders en de strijd voor de sociale en politieke erkenning van de gewone man en zijn organisaties.

Ook de positie van de leerkracht, de volkscultuur en de evolutie van het geloof in onze contreien komen aan bod. Het zijn allemaal korte ongeveer 30 pagina’s lange stukken en dat is natuurlijk al een eerste probleem.

Zo is het eerste hoofdstuk dat over de levensstandaard gaat zeer boeiend, met daarbij een pak mij onbekende gegevens. Maar feitelijk is dit onderwerp alleen al zeker een dik boek waard. En dus blijft men een beetje op zijn honger zitten. Het bespreekt echter zaken die in series als de Tudors & co nooit aan bod komen. En nochtans is juist dit essentieel om te weten hoe het toen exact was.

Vooreerst gaat dit over 99,999% der bevolking en bovendien vormt dit de basis waarop de macht van die elite zich kon vestigen. Het is dankzij de na 1500 geleidelijk aan gestegen voedselproductie en welvaart dat de West-Europese vorstenhuizen die vele oorlogen konden voeren en een koloniaal imperium uitbouwen.

Maar juist zoals Ivan De Vadder in zijn serie geen aandacht had voor de sociaal-economische basis dankzij welke poujadisten als een Jean-Marie Dedecker konden groeien, zo gaat de klassieke geschiedschrijving ook hier voorbij aan de essentie van wat geschiedschrijving hoort te zijn. Leer wat jaartallen en namen uit je hoofd en je bent een ‘kei’ in de geschiedenis. Toch bij sommigen.

Amerikaanse cultuur

Natuurlijk zijn niet alle hoofdstukken even boeiend of goed. Zo is het essay over de positie van de leerkracht gedurende de laatste twee eeuwen zeer boeiend maar minder belangrijk in het geheel van onze vaderlandse geschiedenis.

Het minste lijkt wel dat over volkscultuur en ontspanning. Het gaat voor een belangrijk deel over enkele culturele acties die zich in politiek linkse hoek situeren, dikwijls dan nog in het Waasland en Klein-Brabant, de streek van Tjen Mampaey.

Dit waren wel boeiende en soms hoogstaande initiatieven maar het is niet echt wat men ‘volkscultuur’ kan noemen. Uiteindelijk appelleerden theatergroepen als Vuile Mong en zijn Vieze Gasten, de Internationale Nieuwe Scene en het Trojaanse Paard vooral aan een bepaalde elite en hadden ze veelal weinig voeling met wat dan Jan en Rita modaal zijn.

Die luisterde naar de Beatles, Will Tura of Adamo, keek naar films als die met James Bond, Gone with the Wind, de slapsticks rond Louis de Funès en cowboyfilms met John Wayne of TV-series als Slisse en Cesar, Bonanza en The Men from UNCLE.

En veelal betekende dat ook een veramerikanisering en globalisering van onze cultuur tot een soort eenheidsworst made in the US. Dat is de cruciale evolutie op volkscultureel vlak van de voorbije decennia, niet het leuke maar beperkte succes van een Mong Rosseel of Jan Cap. En die analyse ontbreekt feitelijk.

Voor wie eens een ander geschiedenisboek wil lezen dan een vol verhalen over de dolle avonturen van Lodewijk de 14de en andere koninklijke schuinsmarcheerders is dit een prijzenswaardig boek. Het is de anti-Ivan De Vadder.

Het boek geeft een soms zeer goede introductie van de realiteit achter die pracht en praal van vorsten, kardinalen en toppolitici. Bovendien bevat het boek een stevige literatuurlijst zodat de hongerige naar meer geen problemen zou mogen hebben.

Willy Van Damme

”België, een geschiedenis van onderuit”, redactie Jan Dumolyn, Tjen Mampaey. Epo, 2012, 254 pagina’s. Kostprijs: 20 euro.

Met essays van Frank Caestecker, Hendrik Callewier, Isabelle Devos, Bart De Wilde, Pieter Fannes, Jelle Haemers, Thijs Lambrecht, Yves Segers, Sven Steffens, Anne-Laure Van Bruaene, Eric Vanhaute, Lies Van Rompaey en Bart Vranckx.