Bart De Wever en zijn drugsoorlog

In het interview met Bart De Wever in Humo van 24 september stelt hij “Maar de rechercheur wil weten waar de drugs vandaan komen”. Maar dat is toch simpel. De grootste producent van marihuana is Marokko, van cocaïne is dat Columbia en van opium/heroïne is dat Afghanistan. Niet toevallig alle drie landen die binnen de Amerikaanse invloedsfeer vallen.

Al bijna tweehonderd jaar zijn het de grote koloniale mogendheden (het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en de VS) geweest die op grote schaal bij de drugsproductie betrokken zijn.

Zo dwong de Britse regering gewapenderhand de boeren in de regio Calcutta om opium te verbouwen. Dit voerde man dan uit naar China. En omdat China dat weigerde voerden de Britten dan twee oorlogen (de opiumoorlogen) met succes tegen China. Miljoen Chinezen raakten verslaafd.

Ook de Fransen vanuit hun kolonies in Vietnam en Laos voerden die politiek. Zie het boek Quand l’opium finançait la colonisation en Indochine – Chantal Descours, l’Harmattan.

Vooral na 1945 echter werd dit een wereldhandel onder leiding van de VS. (The politics of heroin – CIA complicity in the global drug trade – Alfred W. McCoy, Lawrence Hill Books) Over de introductie van crack cocaïne in de VS door de CIA (Dark Alliance van Gary Webb, Seven Stories Press, alsmede Whiteout – The CIA, drugs and the Press van Alexander Cockburn en Jeffrey St. Clair, Verso)

Nog meegeven dat volgens een waslijst aan bronnen Ahmed Wali Karzai, de vermoorde broer van de Afghaanse president Hamid Karzai, niet alleen een nauwe medewerker van de CIA was maar ook de sleutelfiguur in de opium- en heroïnehandel.

En wat betreft Mexico weten we dat de wapens van de drugskartels grotendeels uit de VS komen en de drugs vooral naar de VS gaan. Waarbij het witwassen van het geld ook voor een groot deel de zaak is van de VS.

Ik wens Bart De Wever veel succes met zijn ‘oorlog tegen de drugs’ maar buiten wat stoer doen in de pers en het pesten van klein grut zal er vrees ik niets gebeuren. Zeker weten. Zeker als men de VS laat betijen.

Willy Van Damme

Lezersbrief aan Humo naar aanleiding van het interview met Bart De Wever: ‘De drugsoorlog in Antwerpen’ van 24 september, Humo nr. 3812.

Liberalen doen het weer

Je denkt dat het niet mogelijk is maar toch doen ze het weer die liberalen. Het lijken wel geboren ruziemakers. Na de zaak rond het ACW waarbij beide liberale partijen de regering ondermijnden is het vandaag alleen de MR die denkt opnieuw  te moeten stoken. Van collegialiteit gesproken. Het lijkt of Didier Reynders & Co daar nog nooit van gehoord hebben. Hypocrisie daarentegen…

Herrieschoppers

Zo halen de Franstalige liberalen Alain Destexhe en Denis Ducarme, toch geen onbelangrijke figuren binnen de MR, gisteren en vandaag hard uit naar vicepremier en minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet (CDH) omdat ze volgens hen niets doet tegen die radicale moslims die naar Syrië trekken.

Alsof Didier Reynders als minister van Buitenlandse Zaken hier in zijn functie al ooit een vinger heeft uitgestoken om te waarschuwen. Alsof al een lid van de MR in het parlement aan de alarmbel heeft getrokken.

Didier Reynders

Didier Reynders blijkt nog maar eens een ruziemaker te zijn, een man die het woord collegialiteit niet kent en voor wie regeerakkoorden vodjes papier zijn. Na Steve Vanackere nu een aanval op die andere vicepremier Joëlle Milquet. Wat een niveau!

Integendeel, Guy Verhofstadt, toch voorzitter van de liberale fractie in het Europees parlement waartoe ook de MR behoort, roept gestaag op om die jihadisten van wapens te voorzien. Heeft Reynders of iemand anders van die partij daar al vraagtekens bijgezet? Nooit.

Bij drugshandelaars

En het is helemaal te grof als we weten dat Didier Reynders tijdens zijn officieel bezoek op 14 december 2012 aan Saoedi Arabië publiek een onderhoud had met de prinsen Saud en Nayef bin Sultan al Shalaan, tweelingen, over Syrië. Beide heren hadden, zegde Reynders, goede relaties met die rebellen. Met andere woorden: ze financierden deze salafistische bendes. 

Beide prinsen waren echter vooral gekend wegens hun betrokkenheid bij een gigantische cocaïnesmokkel. Nayef investeerde officieel in de Colombiaanse olienijverheid, maar dat bleek op 16 mei 1999 gewoon een middel te zijn om ongezien drugs te smokkelen.

Die dag landde op de Parijse luchthaven van Le Bourget een Boeing 727 van de Saoedische luchtvaartmaatschappij Skyways International, eigendom van het koninklijk hof, komende van Caracas in Venezuela met aan boord 14 Saoedische prinsen en prinsessen en ook Doris Mangeri Salazar, de minnares van Nayef.

2 ton zuivere cocaïne

Daarnaast bevatte het vliegtuig ook pakken zogenaamde diplomatieke vracht met daarbij twee ton zuivere Colombiaanse cocaïne. Daarbij was het duidelijk dat die vlucht de bescherming genoot van Saoedi Arabië zelf.

Nayef bin Sultan al Shalaan en minister Didier Reynders

Didier Reynders op de koffie bij de Saoedische prins Nayef, hypocriet, notoir drugshandelaar, crimineel en financier van die Syrische rebellen, de vrienden van Guy Verhofstadt. Over wat ging het gesprek: drugs of Syrië of beiden?

Het gezelschap vertrok richting Parijs maar de cocaïne werd naar een privéadres gebracht voor verdere distributie in Frankrijk en elders in Europa. Het werd echter later ontdekt door de drugsectie van de Parijse Quai des Orfèvres.

En dan ontstond er een ware oorlog tussen de Parijse politie en de Amerikaanse Drugs Enforcement Administration (DEA). Terwijl men in Parijs in alle stilte wachtte op de terugkeer naar Frankrijk van deze veel reizende Saoedische ‘diplomaat’, liet de DEA het verhaal lekken door hem publiek in staat van beschuldiging te stellen.

Dossier verdween

Doris Mangeri Salazar, die vermoedelijk bemiddelde in de contracten in Colombia, woonde immers officieel in Florida. Waarna echter het dossier bij de DEA van Nayef verdween. De minnares kreeg in de VS een goeie 24 jaar celstraf maar Nayef nog geen dag. Zijn zaak kwam nooit voor de rechtbank.

Ook in Frankrijk gebeurde er feitelijk weinig. Nayef kwam samen met de vorige koning Fahd in 2002 nog naar Europa maar een arrestatie bleef uit. Hij kreeg wel bij verstek op 10 mei 2007 tien jaar celstraf aangemeten. Maar geen probleem want er is geen uitleveringsverdrag tussen Parijs en Riaad. 

En in Saoedi Arabië hebben beide broers groot aanzien. Zo is Nayef een kleinzoon langs moederszijde van koning Abdulaziz, de stichter van Saoedi Arabië. Hij is ook de schoonzoon van de huidige minister van Defensie Salman bin Abdulaziz al Saud die de broer is van kroonprins Sultan bin Aldulaziz al Saud. Veel hoger raak je er dus niet.

Onder hypocrieten

Over de zaak van Nayef is door de vroegere Franse politieman Fabrice Monti een boek geschreven ‘Le coke Saudienne: Au coeur d’une affaire d’état’ (Flammarion, 2004). Daarin schrijft hij hoe de Saoedische overheid op de Franse regering druk uitoefende door een contract van 7 miljard euro van Thales voor de levering van radaruitrusting in vraag te stellen.

Volgens dat boek diende die smokkel om op die wijze de wereldwijde jihad zoals nu in Syrië te financieren. Het toont de onvoorstelbare hypocrisie aan van dit door en door corrupte Saoedische milieu die salafisten steunt die zelfs niet-religieuze muziek verbieden en ondertussen een gigantische drugsmokkel organiseren.

Het verklaart ook dat het bijna ongezien crimineel gedrag van die salafisten in Syrië geen toeval is. Zoals het vermoedelijk ook geen toeval is dat criminele moslims in België ook betrokken zijn bij de rekrutering van zelfs kinderen.

Volgens het boek van Fabrice Monti zou Nayef trouwens gezegd hebben dat ‘god hem dat heeft toegelaten’. Officieel drinkt de man geen druppel alcohol, rookt niet en is hij een zeer devote moslim.

Maar misschien was dat de reden waarom Reynders zich zo te zien bij die broers op zijn gemak voelde. Het zijn beiden hypocrieten.

Willy Van Damme

Een drugsbestrijder

Groot nieuws deze week toen de Luikse Belg Raymond Yans voor een jaar werd aangesteld als hoofd van de International Narcotics Control Board (INCB) van de VN in New York, een drugsbestrijdingsorganisatie waar hij al enkele jaren in de beheerraad van zit.

Van Ecolo naar INCB

Raymond Yans was in een vorig leven eerste schepen voor Ecolo in Luik maar verliet de politiek voor de diplomatie en nadien voor een zitje bij de INCB, een van de twee VN-organisaties die zich bezig houden met het wereldwijde drugsprobleem. De andere is de United Nations Office for Drugs and Crime (UNODC).

Sommige kranten maken daarbij melding van het feit dat Yans in zijn jeugdjaren wat cannabis had gebruikt. Een jeugdzonde die in wezen geen enkel belang heeft voor wat nu aan de hand is. En dat is wat meer dan een jeugdzonde.

De UNODC geeft elk jaar een verslag uit en dat dient dan als basis voor wat onze klassieke media hier zeggen over de situatie rond de internationale drugshandel. Wat er allemaal aan de hand is in bvb Afghanistan weet de krantenlezer dankzij het persbericht van de UNODC.

Die rapporten en de acties van de UNODC zijn dan ook cruciaal in het scheppen bij de gewone burger van een visie over de wereldwijde drugsproductie, zowel in Columbia (cocaïne), Afghanistan (opium/heroïne) als in Marokko (cannabis).

Felicitaties voor Karzai

Nu in 2008 ging de baas van de UNODC, de Italiaan Antonio da Costa, persoonlijk in Kaboel president Hamid Karzai feliciteren daar de teelt van opium, de basis voor heroïne, er sterk gedaald was. Dit nadat ze de voorgaande jaren explosief was gestegen.

Nochtans was bij insiders algemeen geweten dat de familie Karzai tot over haar oren in die heroïne- en opiumhandel zat. Zijn nadien vermoorde halfbroer Ahmad Wali Karzai, die als een krijgsheer over het zuiden van Afghanistan heerste  – de regio waar de opiumproductie zich concentreert – werd toen bij velen gezien als een sleutelfiguur in die handel.

Zelfs de New York Times wees toen in zijn richting. Wali Karzai was ook een nauwe medewerker van de CIA en werd er zelfs rijk door, o.m. door gebouwen die hij voorheen had gestolen aan de CIA te verhuren en hen huurlingen te bezorgen. Een toestand die doet denken aan Laos en hun mannetje ‘generaal’ Vang Pao toen de VS daar baas speelde.

Maar geen probleem voor Antonio da Costa die president Karzai met de daling van de opiumproductie feliciteerde. Dit terwijl die daling vooral een kwestie was van vraag en aanbod. De magazijnen in Afghanistan zaten gewoon propvol en in de exportmarkten waren de prijzen in elkaar geklapt.

Toegeven

Ook Raymond Yans gaf toen in een gesprek per mail die betrokkenheid van president Karzai en zijn omgeving toe. Maar hij zweeg publiek en liet begaan dat de baas van de UNODC Karzai feliciteerde met zijn (sic) drugsbestrijdingsprogramma. Had hij als lid van de beheerraad van de INCB dan niet moeten optreden? Hij deed het zeker publiek niet.

Zoals hij voor zover geweten ook nooit publiek iets ondernam tegen de mensen rond de vroegere Colombiaanse president Alvaro Uribe en de cocaïnehandel. Ook zweeg hij blijkbaar over het feit dat de Laotiaanse oorlogsheer en drugshandelaar Vang Pao rustig in de VS kon verder leven en er sterven. Enzovoort….

Dat is 1000 maal erger dan een jeugdzonde. Men vraagt zich dan ook terecht af welke rol die organisaties bij de drugsbestrijding daadwerkelijk spelen. Bloemetjes sturen naar president Karzai?

Willy Van Damme

Een andere geschiedenis van Kyrgyzstan

Er is in de media de voorbije weken nogal wat aandacht geweest voor het voor velen onbeduidende Centraal-Aziatische Kyrgyzstan, een deel van het vroegere Rusland en de Sovjetunie en sinds 1991 ‘onafhankelijk’. Het kwam een eerste maal in het nieuws met de zogenaamde Tulpenopstand van 2005 waarbij president Askar Akayev werd afgezet en vervangen door Kurmanbek Bakiyev. Een duidelijk door de VS geïnspireerde als volksopstand verkochte staatsgreep zoals voorheen gebeurde in onder meer Georgië en Oekraïne. Dat het land belangrijk is blijkt o.m. uit twee militaire basissen, een Amerikaanse en een Russische.

In een opmerkelijk artikel ‘ Kyrgyzstan, America and the global drug trade: Deep forces, coup’s d’Etat and terror’ op de Canadese website Global Search (1) beschrijft de vroegere Canadese diplomaat Peter Dale Scott de gebeurtenissen van de voorbije jaren in het land. Hij maakt een vergelijking met Laos in de periode van 1954 tot 1975 toen de VS er een puinhoop achterlatend wegvluchten. 

Hij ziet het met geweld installeren van Kurmanbek Bakiyev in maart 2005 als het finale startschot voor het destabiliseren van het land. Na de staatsgrepen in Servië (2002), Georgië (2003) en Oekraïne (2004) was het dan de beurt aan Kyrgyzstan. Alles begon toen de regering van president Askar Akayev in oktober 2003 toeliet dat de Russen de oude militaire basis in Kant terug openden. Voorheen had die na de aanslag op het WTC in New York de oude militaire basis van Manas aan de VS overgedragen (2). Hierbij kwam men overheen dat de brandstofbevoorrading van die basis ging gebeuren via twee Gibralteekse firma’s Red Star en Mina, eigendom van de familie Akayev. Firma’s die vanuit London werden bestuurd door de Amerikaanse regering.

Zodra de Russen terug Kant overnamen begon de VS met het massaal financieren van een oppositie tegen Akayev met zelfs een eigen lokaal TV-station en een uitgeverij. Waarbij de Amerikaanse speculant George Soros en een semi-overheidsinstelling als Freedom House als naar gewoonte mee een sleutelrol speelden. Alleen reeds in 2005 stak men zo minstens 12 miljoen US dollar in het stimuleren van een oppositie. Zelfs vanuit Georgië kwamen enkele specialisten mee de spanning opdrijven.

Uiteraard nam Kurmanbek Bakiyev eens aan de macht het bevoorradingscontract voor Manas over. Contract dat volgens sommige bronnen jaarlijks goed was voor een 70 miljoen US dollar. Ook bezorgde de VS via de CIA hem allerlei steun, onder meer in de vorm van ‘experts’. Volgens een serie in het artikel geciteerde bronnen bleef het daar echter niet bij. 

Zo nam hij samen met zijn broer Zhanybek Bakiyev volgens die bronnen met brutaal geweld ook de controle over de drughandel tussen Afghanistan en Rusland over. Een belangrijk business daar Afghanistan het praktisch monopolie heeft over de wereldwijde opium- en heroïnehandel en ook een topproducer is van marihuana. Producten waarvoor Rusland een zeer grote markt is geworden. Zo schat men dat een 5 miljoen Russen verslaafd zijn aan heroïne. Waardoor het land samen met Iran in de voorbije jaren het grootste slachtoffer is geworden van die drugs. Volgens het artikel steunde de VS dit drugsbeleid van de president.

Alfred W McCoy - The Politics of heroine Alfred McCoy was de eerste om de rol van de VS bij de drugsproductie in een boek te beschrijven. Hij raakte nadien 12 jaar lang in de VS aan geen academische job. Hij doceert nu aan een universiteit in St Paul, Minnesota.

Steeds volgens dit artikel waren alle Amerikaanse ambassadeurs in de hoofdstad Bisjkek regelmatig te gast op het lokale Drug Control Agency en werd er nooit kritiek geuit over dit beleid. Zelfs het Amerikaanse Drugs Enforcement Agency (DEA) kreeg van VS-ambassadeur Tatiana Gfoeller geen toelating om in het land een bureau te openen. Het doet denken aan de situatie in Laos toen de DEA en de CIA  regelmatig met elkaar in conflict kwamen rond die drughandel die er toen zeer welig heerste. De CIA runde immers tot ongeveer 1975 vanuit hun geheim hoofdkwartier in het Laotiaanse Long Tieng ‘s werelds grootste centrum voor heroïneraffinage. Ze hadden zelfs een virtueel monopolie gekregen, overgenomen van de Fransen en de Corsicaanse maffia.

In Rusland verdenkt men er de VS trouwens van hier een bewust beleid te voeren om Rusland (en Iran) te overspoelen met heroïne. Waarbij een corridor in de Noord-Afghaanse provincie Badakhshan bij de penetratie van de Russische markt een sleutelrol speelt. Zowel privé als in publieke verklaringen heeft Rusland trouwens al geprotesteerd tegen het beleid van de VS en de Navo rond Afghaanse drugs. In Moskou spreekt men zelfs van een nieuwe Opiumoorlog (3) en stellen de media dat die drugs deels via Amerikaanse vliegtuigen worden vervoerd. Wat ook het geval was in Laos waar de CIA via Air America en US AID, de Amerikaanse ontwikkelingsorganisatie, met Xieng Khouang Air Transport de opium naar de raffinaderijen in Long Tieng overvlogen. De opbrengst werd nadien deels gebruikt voor een privaat oorlogje tegen opposanten van de Sjah en de VS in Iran. (4)

Volgens in het artikel verder geciteerde bronnen werkte president Bakiyev verder ook samen met de ultra-conservatieve Islamic Movement of Uzbekistan (IMU) een beweging die gekend is voor haar goede contacten met de Taliban en Al Qaeda. Steeds volgens die bronnen zouden zo enkele tientallen gewapende militanten via de Afghaanse provincie Badakhshan en Tadzjikistan in Kyrgyzstan geïnfiltreerd zijn.  En in Rusland weet men welke negatieve rol die krachten spelen in het destabiliseren van de Kaukasus.

De relaties van president Bakiyev met Rusland waren dan ook barslecht geworden. En dat verergerde nog toen Bakiyev in februari 2009 de sluiting aankondigde van de Amerikaanse militaire basis Manas en in ruil hiervoor van Rusland 2 miljard US dollar in de vorm van noodhulp en investeringen kreeg toegeworpen. Waarna Bakiyev enkele maanden later in ruil voor 300 miljoen Amerikaanse $ van de VS die basis toch openhield. Dat Rusland de nieuwe staatsgreep in april 2010 van Roza Otunbayeva tegen Bakiyev steunde en mogelijks zelfs mee organiseerde hoeft dan ook niet te verbazen. Voorlopig blijft Manas wel nog open en is een deel van de familie Bakiyev naar de VS gevlucht. Niet verwonderlijk.

Willy Van Damme

1: Het artikel is te lezen op het volgende internetadres: www.globalresearch.ca/index.php?context=va&aid=20126.

2: Volgens onder meer Iraanse gerechtsdocumenten speelt die Amerikaanse militaire basis ook een belangrijke rol in de steun aan Jundullah, een politiek aan Al Qaeda gelieerde Iraanse gewapende rebellengroep.

3: De eerste Opiumoorlog dateert van het midden van de negentiende eeuw toen de Britten de Chinezen met geweld verplichten om de in Brits Indië gekweekte opium in te voeren. Het probleem van de Britten was dat de Chinezen amper geïnteresseerd waren in Britse goederen en de Britten massaal o.m. porselein en andere luxegoederen in het land kochten. Ook de Indiërs werden met de bajonet en het kanon in de aanslag verplicht om opium te kweken. Uiteindelijk raakten zo vele tientallen miljoenen Chinezen aan de drug verslaafd. De oorlog leidde tot de bezetting van eerst Hong Kong in 1840 en later Kowloon in 1860. Een episode die men in West-Europa zoveel als mogelijk onder het tapijt veegt maar die elders goed gekend is.

4: Het basiswerk hierover is ‘The politics of Heroïne’ van Alfred W. Mc Coy, eerst gepubliceerd in 1972 en nadien meermaals herwerkt met nu ook hoofdstukken rond Afghanistan en Colombia. Uitgegeven bij HarperCollins Publishers, New York. Het boek is best magistraal te noemen. De Laotiaanse drugskoning ‘generaal’ Vang Pao leeft onder bescherming van de VS in de Californische stad Sacramento. Ook de Colombiaanse president Alvaro Uribe wordt in Amerikaanse regeringsrapporten omschreven als een medewerker van het vroegere Medellinkartel van Pablo Escobar, ooit de belangrijkste producent van cocaïne.

Thailand maakt einde aan Laotiaanse vluchtelingenkampen

In Thailand heeft de overheid de voorbije dagen een 4000 Laotiaanse vluchtelingen onder dwang naar hun land teruggestuurd. Onder groot protest van vooral de VS en de Europese Unie. Het betreft hier zogenaamde Hmong, een etnische minderheid in Laos.

Kap eens een hoofd af

Met deze actie moet voor de Thaise autoriteiten een einde komen aan een probleem dat is ontstaan toen de Amerikaanse troepen na hun nederlaag in 1975 Laos ontvluchten. Alhoewel officieel geheim was deze Laotiaanse oorlog een die met de grofste brutaliteiten werd gevoerd. Daarbij werden ganse dorpen uitgeroeid en de meest gruwelijke misdaden begaan door vooral de eenheden van een zekere Vang Pao, een Laotiaanse Hmong die zich ook tot generaal liet benoemen en vocht aan de zijde van de door de CIA geleide oorlog.

Toen de door hem gecontroleerde dorpen hun bevolking door de gruwel zo gedecimeerd zagen stuurde hij op het einde zelfs kinderen in het veld. En wie niet luisterde werd gedood of zijn dorp vernield.

Typerend was dat men als waarschuwing voor een eventueel tegenstribbelend dorp het afgehakte hoofd van een dorpsbewoner vanuit een helikopter naar beneden gooide. Een tactiek die vooral door CIA-agent Tony Poshepny (*) werd toegepast. Hij voerder zelfs de techniek van het oren afhakken in als een bewijs voor succes.

‘s Werelds grootste drugfabriek

De Hmong zijn een etnische groep die vooral leeft in China (waar men hen Miao noemt), Myanmar, Thailand, Laos en Vietnam. In Laos vormden zij een echte clan die volgens aloude clantradities leefde, grotendeels los van de rest van de maatschappij. Aan die clanstructuur kwam echter een einde toen in de vorige eeuw aan de top een gearrangeerd huwelijk totaal mislukte door de zelfmoord van de echtgenote. Het gevolg was dat de Hmong in twee vijandige clans verdeeld raakten.

Dat werd nog verergerd door de gebeurtenissen rond de tweede Wereldoorlog en de komst van de Japanners en daarna de Fransen die na 1945 hun kolonies als Laos poogden te heroveren. De groep rond Touby Lyfoung en zijn latere opvolger Vang Pao kozen de kant van de Fransen die tijdens WO II ook begonnen waren met de commerciële opiumoogst waar de groep rond Touby Lyfoung al flink aan verdiende.

De Hmong verbouwden al eeuwenlang een beetje opium om medicinale reden en onder Franse druk werd dat uitgebreid. Het zo verdiende geld diende om de koloniale bezetting te betalen. Frankrijk zelf was immers onder Duits bestuur en niet in staat de kolonies nog te financieren.

De Amerikanen namen Vang Pao over van de Fransen en dreven de drugsproductie verder op. De opium werd met kleine vliegtuigen van Air America, een CIA-maatschappij gerund door de Amerikaanse oud-luchtmachtgeneraal Claire Lee Chennault, in de dorpen opgehaald en in ruil kreeg men dan onder meer voedsel waaronder rijst want dat mocht men uiteindelijk nog amper verbouwen. De labo’s, ‘s werelds grootste toen, waar men de rauwe opium in heroïne omzette waren trouwens gevestigd in Long Tien waar ook het hoofdkwartier van de CIA was.

Vocht de ene clan aan de kant van de VS dan vocht de andere clan aan de zijde van de nationalistische Pathet Lao en de Vietcong. Na 1975 verdween de grootschalige drugproductie uit Laos om zich nu te concentreren in het door de VS bezette Afghanistan van president Hamid Karzai.

Belastingen voor de ‘vrijheidsstrijd’

Vang Pao vluchtte naar de VS en verblijft sindsdien in Sacramento in de Amerikaanse staat Californië. En ondanks zijn drugsverleden als een vrij man. Met hem trokken er in de periode na 1975 een goede 350.000 Hmong mee uit Laos, vooral naar de VS. Die werden door hem verplicht een belasting te betalen welke volgens hem dan diende om de ‘vrijheidsstrijd’ in Laos te financieren. Zaken waarvoor een aantal van zijn kompanen trouwens werden veroordeeld.

Die ‘vrijheidsstrijd’ is in Laos de voorbije jaren echter gereduceerd tot enkele honderden zeer slecht bewapende aanhangers die zich amper in leven weten te houden. Letterlijk trouw aan hun clanleider blijvend tot de dood.

Essentieel voor Vang Pao waren daarbij de vluchtelingenkampen in Thailand die als een soort relais tussen hem en zijn aanhangers in Laos diende. Het was bijvoorbeeld op die wijze dat journalisten bij die ‘vrijheidsstrijders’ raakten om de buitenwereld nog maar eens kennis te laten maken met een ‘vergeten en onderdrukt volk’ en hun strijd om wat men nu de democratie noemde. Het is dankzij dergelijke verhalen dat het innen van belastingen bij de Hmong in de VS voor Vang Pao vergemakkelijkte.

Reeds in 2004 maakten  de VS, Thailand en Laos een einde aan dit door Vang Pao gerund bizar stukje theater. Begin dat jaar werden de 14.000 Hmong die toen in het vluchtelingenkamp van Wat Tham Krabok verbleven naar de VS gevlogen. Wat toen volgens de VS en Thailand de laatste keer ging zijn. Immers zolang de achtergebleven clanleden van Vang Pao dachten via een Thais vluchtelingenkamp naar de VS naar hun familie te kunnen emigreren bleef het probleem voortduren.

Amerikaanse koerswijziging

De ongeveer 4000 vluchtelingen uit het kamp Huay Nam Khao die nu door het leger naar de Laotiaanse grens werden gevoerd zouden dan ook de laatsten moeten zijn. De protesten van de VS tegen deze repatriëring zijn dan ook merkwaardig te noemen. Ze dreigen immers de vluchtelingstroom levendig te houden. Blijkbaar vaart de VS onder Barack Obama nu een vijandigere koers tegenover Laos dan zijn voorganger Bush.

Van een systematische vervolging van Hmong in Laos zoals Sunai Phasuk van Human Rights Watch in De Morgen van dinsdag 29 december beweerde is trouwens geen sprake. “De Hmong staan in Laos letterlijk buiten de civiele maatschappij. Ze worden door de Laotiaanse autoriteiten als verraders beschouwd”, zegt hij in De Morgen. Onzin natuurlijk daar de Hmong politiek vooreerst niet als een groep kan worden gezien. De Laotiaanse Hmong hebben onder het bewind van de Pathet Lao sinds 1975 steevast ook een maatschappelijk belangrijke rol gespeeld, soms als minister. Van enige vervolging van familieleden gelieerd aan de clan van Vang Pao is evenmin iets geweten. En nochtans werden er in het verleden al dergelijke groepen door Thailand teruggestuurd.

Naar de ware reden voor deze Amerikaanse ommezwaai heeft men het raden. Obama voert echter op dit ogenblik een vrij agressieve koers tegen China en mogelijks wringt daar het schoentje. Het verklaart mogelijks ook de Europese reactie die plots en voor de eerste maal haar ongenoegen over een dergelijke repatriëring moest laten horen.

Het valt trouwens ook op dat er recent in de media en bij de VS en de EU plots aandacht werd besteed aan de veroordeling in Vietnam van dissident Tran Anh Kim. Alhoewel processen als dit in Vietnam zelden zijn is er elk jaar wel eens een dergelijke rechtszaak zonder dat daar iemand in het westen, buiten wat specialisten, de voorbije jaren aandacht aan bestede. Ook hier een koerswijziging dus.

Loert de kwestie China hier om de hoek en willen Laos en Vietnam niet meedraaien in de plannen van de EU en de VS?

Willy Van Damme

(*): Tony Poshepny stelde steeds dat hij de man was die in 1959 de leiding had over de CIA-operatie die de Dalai Lama, de Tibetaanse religieuze en politieke leider, naar India wist te smokkelen. Begin 1970 verliet Poshepny Laos uit woede over de drugshandel en Vang Pao. Hij overleed op 27 juni 2003.

Van cannabis word je dom en ga je dood .

 

 

Het toenemend druggebruik kan niet langer meer worden ontkend. Ook de link met het toenemende zinloze geweld kan de gewone burger niet zijn ontgaan.

Een snelle kentering in deze problematiek dringt zich op.

De drug leidt tot normverlaging en het moeilijk omgaan met frustraties. Tevens zal het alcoholeffect door een jointje worden versterkt met een factor 2, 3 tot 4…

Ondertussen staat het wetenschappelijk vast dat door de invloed van cannabis op het ongeboren kind, men bij deze kinderen een gebrek aan oordeelkundig inzicht vaststelt en al vanaf de leeftijd van zes jaar meer misdadig gedrag ziet.

Cannabis tast dus de hersenen aan. Dat is duidelijk .

Maar cannabis tast eveneens de longen aan. Het schadelijke effect van een jointje wordt vergeleken met 20 sigaretten . Longchirurgen in Vlaanderen zien ondertussen twintigers die, tgv hun cannabisgebruik, lijden aan zwaar longemfyseem en bijgevolg op de wachtlijst staan voor een longtransplantatie.

Ondertussen zijn in Nederland ,vanuit gespecialiseerde centra, campagnes tegen alcohol gestart, met de boodschap dat we onze kinderen alcohol , als het kan , tot de leeftijd van 21 jaar moeten verbieden. Dat “verbieden “ NIET leidt tot meer stiekem drinken . Wel integendeel.

We plukken stilaan de vruchten van de acties tegen tabak, gebaseerd op duidelijke en overtuigende informatie wat de schadelijkheid betreft voor de roker en zijn naasten. Daarna kwam het verbod , ondersteund door de noodzakelijke controles en , indien nodig, de boetes. Deze brede aanpak schept een klimaat waarin roken als a-sociaal wordt ervaren. Dezelfde stappen moeten worden gevolgd tegen het druggebruik.

Wat cannabis betreft zijn we nog niet eens aan een deftige informatiecampagne toe. Media, BV’s en intermediairen moeten op hun verantwoordelijkheid worden gewezen. Deze gaan toch ook het roken en het risicovol rijden niet promoten? Waarom doen een groot aantal van hen dat dan wel wat druggebruik betreft?

Het lijdt immers geen twijfel: jointjes zijn zéér schadelijk.

Van vele pintjes word je dom.

Van vele sigaretten ga je dood .

Welnu: van vele jointjes word je dom, meer misdadig en ga je snel dood .

 

Niet het druggebruik, maar de drugscontroles moeten uit de taboesfeer. Niet met drugs moet verantwoord worden omgegaan, wél met drugscontrole. Zonder controle werkt immers geen enkele wet.

Wie had 5 jaar geleden gedacht dat de sigaret in gans Europa uit restaurant en café zou worden verbannen ?

Wie had 5 jaar geleden gedacht dat zones van 30 km per uur zouden worden ingevoerd?

Dezelfde ommekeer moet dus ook mogelijk zijn voor het angstaanjagend toenemende druggebruik.

Rookvrije scholen zijn een feit. En drugsvrije scholen niet?

Niet aan Nederland, maar aan Zweden moeten we een voorbeeld nemen, waar naast een goede primaire preventie, een restrictief drugsbeleid wordt gevoerd, ingebed in de welzijnszorg. Vanuit een gevoel voor maatschappelijke verantwoordelijkheid, wordt in Zweden het druggebruik als a-sociaal ervaren en is de prevalentie van het druggebruik tot 5 maal lager dan in Nederland met zijn gedoogbeleid.

In Denemarken wordt elk bezit van cannabis sinds 2004 beboet en is het voorstel voor gratis heroïne snel en radicaal in het parlement weggestemd .

Gedaan dus met het hypocriete gedoogbeleid. Schep duidelijkheid en beboet het gebruik en het bezit van cannabis. De samenleving heeft dringend nood aan een duidelijk signaal en het zal vele gezinnen véél leed besparen.

Mireille Vergucht – Lezersbrief Gazet Van Antwerpen – 8 januari 2009

Zij is een dermatoloog met een praktijk in Haacht en Dendermonde. Mede als een gevolg van persoonlijke ervaringen met druggebruik voert zij al jaren in het land een intense campagne tegen elke vorm van drugsgebruik, ook zogenaamde softdrugs als cannabis.

Leterme en De Crem op bezoek bij notoir drugshandelaar

Eerste minister Yves Leterme en minister van Defensie Pieter De Crem (beiden CD&V) waren vandaag zondag op bezoek in Afghanistan. Zij bezochten er onder meer een deel van de Belgische troepen die al praktisch van in het begin van de Amerikaanse invasie in 2001 de luchthaven van de hoofdstad Kaboel bewaken.

Zij brachten er ook een bezoek aan de pas herkozen president Hamid Karzai en vroegen, zoals hun collega’s uit de andere Navo-landen dat bijna als een ritueel doen, om de corruptie te bestrijden en beter bestuur te leveren. Alsof dit iets zal verhelpen. Het bewind van Karzai  was en is een synoniem voor totale onbekwaamheid, corruptie, folteren, moord, plunder en drugshandel. En het grootste deel van de schuld hiervoor ligt bij Washington dat hem hiervoor ook koos. En, vergeten, hij spreekt ook goed Engels en is dus ‘beschaafd’.

Na lang gezwegen te hebben geeft nu zowat iedereen binnen Navo en de VN toe dat die regering totaal onbekwaam is en deels steunt op de drugshandel. Ahmed Wali Karzai, de 48-jarige broer van president Hamid Karzai wordt gezien als een sleutelfiguur in deze belangrijke Afghaanse handel en productie van opium en heroïne. Goed voor een 95% van de wereldproductie.

Algemeen wordt de luchthaven van Kaboel ook beschouwd als een draaischijf voor deze handel die wereldwijd dagelijks zeer veel slachtoffers maakt. Zouden Leterme en De Crem het daarover gehad hebben bij hun onderhoud met de president? Heroïne, al of niet verstuurd via de door Belgische soldaten verdedigde luchthaven, zorgt voor massa’s ellende in zowat het hele land. Afgaande op de persberichten was dit geen zorg voor beide christen-democraten. Goed om weten.

Willy Van Damme

Karzai Opnieuw president: Een farce genaamd Afghanistan (1)

De afgelasting van de tweede ronde voor de presidentsverkiezingen in Afghanistan toont nog maar eens aan hoezeer het beleid van de NAVO geleid door de VS hier in een algehele chaos is ontaard.

Zelden hebben westerse diplomaten, politici en militairen elkaar zoveel uitgescholden als in de kwestie Afghanistan. Met als voorlopig dieptepunt de annulering van de tweede ronde voor de presidentsverkiezingen.

De door iedereen in de Westerse kanselarijen nu publiek als corrupt en onbekwaam omschreven president Hamid Karzai blijft president. En dat belooft.

De corruptie bestrijden

Maar geen zorg. Onmiddellijk na de aankondiging dat Karzai nog president bleef beloofde die Karzai dat hij de corruptie ging bestrijden en de president van alle Afghanen zou zijn. En de ‘broeders’ bij de Taliban riep hij op zijn strijd voor de verdediging van het land te vervoegen.

Ook de westerse leiders hielden min of meer dezelfde teneur aan. “Karzai moet nu een degelijke regering vormen met bekwame mensen. Verder moet men de corruptie bestrijden en de drughandel oprollen”, klonk het bij Barack Obama, Gordon Brown en de andere leiders van de Navo.

Of iemand dat soort verklaringen echt gelooft dient echter betwijfeld. In de pers werd geopperd dat het toch wel mooi zou zijn als de regering Karzai enkele corrupte figuren of drughandelaars zou arresteren. “Het zou het geloofwaardiger maken”, klonk het uit Westerse diplomatieke mond in de New York Times. Zelfs de schijn ophouden is er niet eens meer bij.

Drugkoningen

Het is het soort verklaringen die men reeds sinds de Amerikaanse invasie van Afghanistan in 2001 in kringen van de VS en de Navo hoort. Uitlatingen die best als hallucinant kunnen beschouwd worden.

Zo geeft men zelfs in kringen van de International Narcotics Control Board, een door de VS gesponsorde VN-organisatie die instaat voor de drugsbestrijding, publiek toe dat Ahmed Wali Karzai, broer van Hamid, een grote rol speelt bij de drughandel. Verhalen die dankzij lekken uit de regering Obama ook regelmatig te lezen zijn in vooral de New York Times.

Karzai is dan ook een mannetje geweest die door Bush Jr. aan de macht werd gebracht en die op geen sympathie kan rekenen bij de huidige regering. Alhoewel ook de relatie met de clan Bush/Cheney naar verluid op haar dieptepunt staat.

Een ander aan de heroïne gelinkt figuur is Muhammad Fahim, de oude baas van de veiligheidsdienst en toekomstig vicepresident. Dat er in Afghanistan van de bestrijding van de corruptie en drugbestrijding niets in huis zal komen is dan ook nogal wiedes.

De vraag stelt zich hier trouwens of die Westerse beschuldigingen aan het adres van Karzai alleen maar bedoeld zijn om hem straks de schuld voor het Afghaanse falen in de schoenen te schuiven.

De schuld ligt bij de VS

De schuld voor deze chaos, wanbeheer, corruptie en grootschalige drughandel dient echter gelegd bij de Verenigde Staten. Zo werd Muhammad Fahim officieel ontvangen bij Donald Rumsfeld, de minister van Defensie onder George Bush Jr. toen men al lang wist dat de man nauw betrokken was bij de drugshandel.

Het is blijkbaar zelfs nog erger. Volgens een getuigenis van een informant van de Drugs Enforcement Agency (DEA) werd de Afghaanse drughandelaar Hajji Bazshir Noorzai in 2005 bewust naar de VS gelokt en daar tot levenslang veroordeeld zodat Wali Karzai daarna diens uit de tijd van de Taliban daterende drughandel kon overnemen.

Een verhaal dat doet denken aan de periode van de drooglegging, en het Chicago van Al Capone en Lucky Luciano toen corrupte politici en flikken maffiabazen arresteerden zodat de rivalen hun territorium konden overnemen. Er is blijkbaar weinig veranderd in de VS.

Het is uiteindelijk de VS geweest die de gebroeders Karzai naar Afghanistan stuurden voorzien van vele miljoenen dollars Amerikaanse centen om Afghanistan voor rekening van de VS te besturen. Men corrumpeerde hen dus voor het avontuur echt goed begon.

McChrystal is een dromer die fabeltjes verkoopt

Hoezeer men in de VS voluit zit te dromen blijkt uit het doelstellingen voorgesteld door generaal McChrystal Amerikaans opperbevelhebber in Afghanistan en de man naar ginds gestuurd om de boel recht te trekken.

Die stelde dat het essentieel is om tienduizenden extra Afghaanse soldaten en politielui op te leiden. Het was de kern van zijn plan. Dit terwijl er gemiddeld 19 tot 25% van de numerieke sterkte van politie en leger na hun opleiding ook weer wegvlucht. Richting de opstandelingen? In wezen is het aantal Afghaanse soldaten en politielui recent zelfs gedaald.

Bovendien bleek recent nog uit een incident met Britse soldaten wat de realiteit is. Zo knalden Afghaanse soldaten tijdens een rustpauze 5 van hun Britse mentors neer. Wat dan maar gemakshalve op een verwarde extremist werd gestoken. Men kan al raden hoe de relatie ten velde is tussen de Westerse troepen en het leger van Karzai.

Wishful thinking

En dat men daarbij liefst zwakke corrupte figuren gebruikt is klassiek. Bezettende mogendheden hebben er geen belang bij om het door hen bezette land te laten besturen door niet-corrupte, bekwame en sterke figuren. Het zou ten koste van hun invloed gaan.

Ook toen Duitsland in 1940 het bestuur in België overnam gebruikte men corrupte randfiguren als een Jef ‘cognac’ Van de Wiele en geen Leopold III om het land onder controle te houden.

Het verklaart waarom de VS bij hun oorlogen gebruik maken van schertsfiguren zoals de katholieke Vietnamese dictator Ngo Dinh Diem die – figuurlijk – spuwde op niet katholieke Vietnamezen.

De schuld voor de huidige toestand en de corruptie in Afghanistan ligt dan ook grotendeels bij de Amerikaanse regering van George Bush Jr. en diens vicepresident Dick Cheney.

Onzer jongens in Afghanistan

Hoe rampzalig de toestand in realiteit wel is blijkt ook uit het ontslag na een fikse publieke rel van de zelf niet onbesproken Peter Galbraith (2), de nummer twee van de VN in Afghanistan en een vertrouweling van Richard Holbrook, de speciaal Amerikaans gezant voor Afghanistan en Pakistan.

In wezen blinken de verklaringen van de westerse politici en de pers uit in wishful thinking, mijlenver verwijderd van enig realiteitsbesef. Zo kregen we het voorbije jaar in de Nederlandse media mooie verhalen te lezen en te horen over hoe ‘onze jongens’ vanuit Camp Holland de drughandel bestrijden, de Taliban vernietigende slagen toebrengen en de streek heropbouwen.

En dan was er onze eigen Pieter De Crem (CD&V), onze minister van Defensie die onlangs in Humo beweerde dat de Navo 80% van het grondgebied controleerde. Om van Yves Leterme (CD&V), minister van Buitenlandse Zaken, maar te zwijgen. Die zag onze aanwezigheid daar als een strijd tegen de drugshandel.

Eenzelfde toon trouwens bij de Italiaan Antonio Maria Costa, hoofd van de UNODC, het United Nations Office on Drugs and Crime, die vorig jaar Hamid Karzai in Kaboel persoonlijk ging feliciteren omdat de opiumproductie was gedaald. In feite een gevolg van de enorme overproductie de voorbije jaren die de prijzen deed instorten. Waarvan hij ook wel op de hoogte was. Dit terwijl iedere insider toen al perfect wist hoe de vork hier aan de steel zat. De eerste verhalen over Karzai en drugs waren toen al trouwens in de New York Times gepubliceerd en bij insiders al wijdverspreid.

Saladin

Het strafste misschien was achter de verklaring van de nieuwe Navo-Baas de Deen Anders Fogh Rasmussen die tijdens een Brusselse persconferentie recent de Russen opriep om soldaten te sturen om het Afghaanse leger helpen te reconstrueren. Het toont hoezeer men bij de Navo ten einde raad is.

De eerste echte poging van de EU en de VS om gezamenlijk onder de vlag van de Navo met militaire middelen hun wil op te leggen eindigt in een nooit geziene ramp. Een ramp die bovendien geheel hun eigen schuld is. Niemand anders. Met als vraag of men hieruit lessen gaat trekken en de militaire plannen definitief zal opbergen.

In feite gaat deze ramp terug tot de tweede helft van de jaren zeventig toen de Amerikaanse president Jimmy Carter en zijn Poolse adviseur en Ruslandhater Zbigniew Brzezinski plots besloten om samen met Pakistan de decennialange Russische invloed in Afghanistan te ondermijnen. Pakistan om India, toen bondgenoot van Rusland, een hak te zetten en Brzezinski om Rusland te pesten.

Volgens sommige bronnen heeft men de Russen zelfs bewust in Afghanistan gelokt. Een beleid die leidde tot steun aan de meeste conservatieve elementen uit de islam, van Bosnië over Tsjetsjenië tot Afghanistan. Waarbij schooldirecteurs die gemengd onderwijs gaven vermoord werden door wat hier toen overal als ‘vrijheidsstrijders’ werden omschreven.

Het gevolg is uiteindelijk dat Bin Laden en zijn volgelingen als de nieuwe Saladin uit de strijd zal komen, de ‘dappere strijders van de islam’ die de nieuwe kruisvaarders uit het Midden-Oosten verjoegen.

Het prestige van iemand als Bin Laden zal in de ganse derde wereld dan ook verder toenemen. Niet dat de sociale en economische doelstellingen die hij voorstelt echt geliefd zijn bij vele moslims of elders. Die willen in meerderheid leven in de 21ste eeuw, niet in het jaar 800 of in een arm achterlijk land als Afghanistan. Abu Dhabi of Doha is de toekomst, niet Kaboel of Kandahar.

Zolang echter de VS en Israël hun vlag niet strijken zal Bin Laden succesrijk zijn. Daarna pas komt zijn neergang. Ondertussen is de nederlaag vooral een erg slechte zaak voor Israël. Maar daar lijkt men dit niet in te zien en leeft men nog in de illusie de Arabische wereld te kunnen blijven domineren.

Daar zitten de zeloten op hun heilig Massada te wachten op Gods redding.

Willy Van Damme

(1) Een versie van deze analyse verscheen eerder ook op de nieuwe website www.dewerktitel.be, een initiatief van enkele van de onlangs bij De Morgen ontslagen journalisten.

(2) Peter Galbraith werd onlangs in de Financial Times omschreven als een beschermer van minderheden. Hij was VS-ambassadeur in Kroatië en zag persoonlijk aan de frontlijn toe toen Kroatische soldaten de eeuwenlang door Serviërs bewoonde gebieden in de Krajina plunderend en moordend van Serviërs zuiverden. Wat later een oorlogsmisdaad genoemd werd.

In Iraaks Koerdistan adviseerde hij de lokale regering om zoveel mogelijk gebieden te annexeren van de centrale regering. Waaronder de olierijke regio rond Kirkoek. Waarna hij via dubieuze contracten poogde zich die olierijkdom toe te eigenen. Hij schreef toen ook een boek ‘Het einde van Irak”. Na Joegoslavië wou hij ook Irak in stukken slaan. Wat faalde.

Is oplossing voor Laotiaanse Hmongvluchtelingen nabij?

 

Er lijkt een oplossing nabij voor het probleem van het vluchtelingenkamp van Ban Huay Nam Khao bij Petchabun in Thailand. Hier zitten op dit ogenblik nog officieel 4652 Hmongvluchtelingen uit het naburige Laos die de voorbije 5 jaar hun land verlieten. Waarmee vermoedelijk een definitief einde komt aan deze kwestie die een laat overblijfsel is van de Amerikaanse oorlog tegen Laos, Vietnam en Cambodja uit de jaren zestig en zeventig van vorige eeuw.

De Hmong is een vooral in de bergen wonende minderheid die leeft China, Vietnam, Myanmar, Laos en Thailand. In China noemt men hen Miao en vroeger in het Westen ook wel de Meo. Midden vorige eeuw raakte die erg clanmatig georganiseerde groep in Laos verdeeld in twee groepen. Het gevolg van een misgelopen huwelijk aan de top dat eindigde in de zelfmoord van een van de partners. Door de oorlog en de poging van de Fransen om na 1945 hun koloniale bezittingen in Azië te heroveren splitsten de Hmong nog verder uit elkaar. Een clan kiest de kant van de Fransen, de anderen die van de nationalisten, in Laos de Pathet Lao.

Het gevolg is dat de Hmong ingeschakeld raken in de bloedige oorlog. Waarbij vooral Vang Pao, leider van de pro-Franse en later pro-Amerikaanse groep zich laat onderscheiden door zijn brutaliteiten. Vele duizenden Hmong zullen dankzij hem sterven in deze geheime CIA-oorlog en uiteindelijk zal hij zelfs verplicht worden kindsoldaten in te schakelen. De volwassen Hmong binnen zijn clan waren immers te zwaar gedecimeerd. De definitieve nederlaag van de VS in 1975 zorgt ook voor het verdwijnen naar Californië van Vang Pao, toen de grootste opium- en heroïnemaker van de wereld. En met hem verdwijnen tienduizenden Hmong, leden van zijn clan mee naar de VS en in mindere mate Frankrijk en Australië. Vang Pao laat echter bewust een deel van zijn volgelingen in het land achter en begint met steun van de VS en Thailand aan een guerrillaoorlog op een laag niveau.

Het zorgt voor wat problemen en vooral stelt het Laos af en toe in een slecht daglicht. Vooral de korte arrestatie in 2003 van de Belgisch en in Bangkok verblijvende journalist Thierry Falise en zijn Franse confrater Vincent Reynaud betekent een pak publiciteit voor Vang Pao. Deze werden gearresteerd wegens hun betrokkenheid bij de moord op een Laotiaans politieman. Ze maakten immers deel uit van de groep die de moord had gepleegd en verzwegen dat aan de politie. “Brutaal Laos discrimineert Hmong” en “Communistisch showproces in Laos tegen perslui” klonk het in onze media daarbij gesteund door mensenrechtenorganisaties als Human Rights Watch, Reporters sans Frontière en Amnesty International. Allen de realiteit ter plekke negerend. (*)

Vorig jaar echter werd Vang Pao samen met een aantal van zijn acolieten in de VS gearresteerd (*) wegens nota bene het pogen gewelddadig omverwerpen van de Laotiaanse regering. Poging waarvoor hij zelfs Stingerraketten aankocht. De zaak moet normaal dit jaar voorkomen. Zijn invloed bij de jongere Hmong in de VS is ook erg verzwakt en dus daalt zijn invloed.

Sinds 1979 heeft Thailand met Laos een Immigration Act gesloten waarbij Laotiaanse vluchtelingen mits voorwaarden naar huis dienen teruggestuurd. Iets waaraan Thailand steeds zijn laars lapte. Die vluchtelingenkampen waren immers in wezen transitkampen voor de overblijfselen van de clan van Vang Pao in Laos en dus best bruikbaar. Geleidelijk aan wijzigde de VS zijn houding en, in zijn poging om een front tegen China op te bouwen kan Laos, dat aan China grenst, een belangrijke rol spelen als infiltratiegebied naar eventueel opstandige minderheden daar. Ook Thailand draaide bij. Na de opkuis van het grote vluchtelingenkamp Wat Tham Krabok in 2004 is het nu duidelijk de beurt aan dat van Ban Huay Nam Khao. In 2004 werden de 15.000 Hmong uit Wat Tham Krabok allen overgebracht naar hun familie en clangenoten in de VS.

Belangrijk hierbij is dat bij de recente senaatverkiezingen in de VS de Republikeinse senator Norman Coleman uit Minnesota niet herkozen raakte. Minnesota is de deelstaat waar de meeste Hmong verblijven. Hij was in Washington zowat de contactman van de Hmong en Vang Pao en zijn verdwijnen betekent dan ook het verdwijnen van een belangrijk lobbyman voor Vang Pao.

Voor de 4652 Hmong in Ban Huay Nam Khao zal een verhuis naar de VS niet meer het geval zijn. Samuel Witten, binnen de Amerikaanse regering verantwoordelijk voor immigratie heeft onlangs het kamp bezocht en er duidelijk laten verstaan dat immigratie naar de VS voor hen geen optie is. En tegen eind dit jaar moet het kamp volgens een nieuw akkoord tussen Laos en Thailand opgedoekt zijn. Ook bezocht de Laotiaanse Brigade Generaal Buaxieng Champaphan, medevoorzitter van het Thai-Lao General Border sub-Committee, het kamp samen met enkele Hmong die voorheen in het kamp verbleven en naar hun land waren teruggekeerd. Dit in de hoop de Hmong in het kamp gerust te stellen. Door hun vlucht immers toonden zij hun oppositie tegen de Laotiaanse regering en hun voorkeur voor Vang Pao, aartsvijand nummer 1. Een probleem dus.

Ondertussen hebben ook de Thais laten verstaan tegen eind dit jaar het kamp op te doeken als afgesproken. De bal ligt nu dan ook in het kamp van de Thaise eerste minister Abhisit Vejjajiva. Opvallends in heel die kwestie is dat de vluchtelingenorganisatie van de VN uit de zaak wordt gehouden, ook door de VS die al de rekeningen van het kamp betalen. Wat in wezen werkt als een magneet op het erg arme, geïsoleerde en zeer dunbevolkte Laos. En met een afwezige VN is uiteraard veel mogelijk. Ook het gebruik van geweld om hen terug over de grens te duwen.

Willy Van Damme

* : Zie het verhaal hierover elders op deze blog.

Tim Weiners’ CIA: Verdraaiingen, halve waarheden en de occasionele leugen

Toen in Groot Brittannië Claire Short, minister voor Ontwikkelingshulp onder Eerste-Minister Tony Blair wegens de oorlog tegen Irak in 2003 met luide trom ontslag nam, had zij het over Blairs communicatie als een van ‘verdraaiingen, halve waarden en de occasionele leugen’. Zo zou men best ook het boek omschrijven van Tim Weiner over de geschiedenis van de CIA dat onder de titel ‘een spoor van vernieling’ in vertaling uitkwam bij de Bezige Bij in Amsterdam. Tim Weiner is een journalist bij de New York Times en specialiseert zich al jaren in Amerikaanse inlichtingendiensten als de CIA.

Met dank

Het boek dat origineel ‘Legacy of Ashes’ heet is een dikke turf van 717 bladzijden met veel voetnoten en ook een handig personenregister. Wel ontbreken hier de plaatsnamen of begrippen die tijdens die periode berucht zijn geworden als de Golf van Tonkin, gekend door het zogenaamde ‘incident in de Golf van Tonkin’ dat onlosmakelijk verbonden is aan het massaal bombarderen door de VS van Vietnam, of Guantanamo, de Amerikaanse militaire basis en foltercentrum op het eiland Cuba. Waardoor het gebruik als naslagwerk wordt bemoeilijkt.

‘Een spoor van vernieling’ is het resultaat van zijn onderzoek van de publieke archieven van de CIA en de Amerikaanse overheid en van gesprekken met een serie toplui van de CIA waaronder praktisch alle voorgaande nog in leven zijnde directeurs. En dat zijn er nogal wat. Wat daarbij opvalt, is dat ze allen hartelijk worden bedankt voor hun medewerking maar dat er gelijktijdig in de dankbetuiging achteraf of bij de inleiding geen woordje van medeleven af kan voor de massa’s slachtoffers die de CIA en de VS in die periode maakten. Enige sympathie voor diegenen die zich verzetten tegen de CIA of er gewoon het onschuldige slachtoffer van werden moet men dan ook niet zoeken in het boek.

Dieptepunt hierbij is zeker wanneer hij op pagina 425 de toestand in Libanon vlak na de moord op de door de CIA in 1982 geïnstalleerde president Bashir Gemayel beschrijft en het heeft over Hezbollah die rond deze periode het levenslicht ziet: ‘Een pleger van moordaanslagen, Imad Mughniyah (*), een hoofdman van de gewelddadige terroristische groepering Hezbollah, de Partij van God, was geld en explosieven aan het verzamelen en zijn bandieten aan het trainen…’ Als wat later de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Chatillah worden vernield en honderden vluchtelingen waaronder vrouwen en kinderen, worden afgeslacht blijft hij neutraler: “Uit wraak (voor de moord op Gemayel, nvdr.) slachten de maronitische bondgenoten van de CIA, met hulp van Israëlische troepen, naar schatting zevenhonderd vluchtelingen af..’ Hier geen zwaar beladen woorden als ‘bandieten’ of ‘gewelddadige terroristen’.

Oorlogsmisdadigers

Een fundamentele kritiek op het optreden van de CIA of de Amerikaanse regering wordt door Tim Weiner feitelijk nooit geuit. Dat een land (de VS) zich niet mag moeien met de interne aangelegenheden van een ander land is iets wat hij nooit opmerkt. En nochtans is dat een van de hoekstenen van wat het internationaal recht hoort te zijn. In essentie komt zijn kritiek er op neer dat de CIA gerund wordt door een aantal incompetente figuren voor wie het bedriegen van hun eigen president of het Amerikaanse publiek geen probleem is. Mensen die in zijn visie het imperialistische beleid van de VS dus slecht dienen.

Dat de CIA in wezen een criminele organisatie is voor wie moord, fraude en omkoperij de essentie van het bestaan is, komt bij hem niet echt op. Dat de verantwoordelijken voor dit beleid simpelweg oorlogsmisdadigers en plunderaars zijn en in de gevangenis horen is geen conclusie van Tim Weiner. Zeker als men weet dat men voor het stelen van een reep chocolade in de VS zelfs levenslang kan krijgen.

Zo beschrijft hij een ruzie tussen president Bill Clinton en de CIA over Haïti waar de CIA voorheen de gekozen president Bertrand Aristide had afgezet en vervangen door wat in het boek omschreven wordt als een stelletje boeven. Tegen de zin van Clinton. Waarbij CIA en Clinton discussiëren of Aristide wel voldoende kwaliteiten heeft om terug te keren. Aristide komt dan terug maar wordt later onder George W. Bush door minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell vrij onceremonieel feitelijk gekidnapt. Dat Haïti er ondertussen totaal onstabiel en in puin blijft bij liggen is geen probleem voor de VS.

Geen achtergronden

En hoewel het boek zich presenteert als de geschiedenis van de CIA sinds haar oprichting in 1947 bevat het zeer merkwaardige hiaten. Natuurlijk kan zelfs een boek van 717 pagina’s geen totaal overzicht geven van alle activiteiten van de CIA maar verwacht kan worden dat men hier een omschrijving geeft waarbij de voornaamste operaties in beeld komen. En dit ook op een correcte, goed geanalyseerde en voldoend volledige wijze. En dat is bij Tim Weiner zelden of nooit het geval.

Vooreerst ontbreekt het verhaal over de in 1959 door de CIA georganiseerde vlucht naar Indië van de huidige Dalai Lama uit Chinese gevangenschap in Tibet. De hoofdverantwoordelijke voor dit huzarenstukje, Anthony Poshpenny (een der meest beruchte CIA-agenten ooit en vooral gekend onder het alias Tony Poe) wordt in het boek wel vermeld, evenals het feit dat ook de Dalai Lama en zijn beweging geld kregen van de CIA. Deze historisch toch erg belangrijke en zelfs succesvolle episode wordt niet eens vermeld.

Essentiëler is echter dat Tim Weiner op geen enkel ogenblik de achtergronden en ware reden voor het optreden van de CIA geeft. Neem de invasie van Guatemala in 1954 met de afzetting van de regering van president Jacobo Arbenz Guzman, een der vele Latijns Amerikaanse nationalisten die dankzij de CIA werden vermoord. Het geklungel van de CIA wordt wel in beeld gebracht maar waarom de regering van president Dwight Eisenhower plots interesse had voor dat kleine land met amper 5000 soldaten komt niet aan bod.

Dat Arbenz de almacht van de Amerikaanse United Fruit Company en haar bananenplantages een klein beetje aan banden wou leggen vertelt Weiner niet. Evenmin als de banden tussen het Witte huis, de CIA en die maatschappij. En nochtans was dat juist de reden voor het desastreuze Amerikaanse optreden dat zich ook nu nog in het land laat voelen. Alleen bij de actie in 1954 in Iran tegen eerste minister Mohammad Mossadeq wordt die achtergrond gegeven. Het gaat dan ook over Britse en niet zozeer Amerikaanse financiële belangen. Leuk is hier wel dat volgens het boek een zekere Ayatollah Khomeini actief meedeed aan de door de CIA georganiseerde straatrellen.

Drughandel onder tapijt

Ook rond Laos wordt er mist gespoten. Zo verschijnt ‘generaal’ Vang Pao, clanleider van een deel der Hmongs, een bergstam, in Laos in het boek ten tonele alsof die man geen achtergrond heeft en plots door de CIA werd ontdekt. Dat hij voorheen een der voornaamste medewerkers was van de Fransen wordt niet vermeld. Vang Pao verkocht zich gewoon als een hoer aan de meest biedende. Nog erger is dat in gans het verhaal over die regio de rol van opium en heroïne niet wordt vermeld. En nochtans stond het mogelijks grootste heroïne producerende labo uit de wereldgeschiedenis zich in Long Tien, het hoofdkwartier van de CIA in Laos. Dat de in Taiwan geregistreerde luchtvaartmaatschappij Air America van de vroegere Amerikaanse generaal Claire L. Chenault (gekend uit WWII van de Flying Tigers) met vliegtuigen wapens en voedsel naar de bergdorpen voerde en er met de opium naar Long Tien vloog vernemen we niets. Nochtans zorgde de overvloed van die CIA heroïne ervoor dat het Amerikaanse leger op grote schaal aan hieraan verslaafd raakte en mede zo haar slagkracht verloor. Tony Poshpenny, nochtans een doorwinterde moordenaar en toen erg actief in Laos zal trouwens om reden van die drughandel woedend ontslag nemen uit de CIA.

Hetzelfde doet zich trouwens voor bij het verhaal over Afghanistan in 1990 toen de CIA er een oorlog uitvocht tegen de Sovjet Unie. Hun man was daar vooral Gulbuddin Hekmatyar, als Vang Pao een ‘vrijheidsstrijder’ die zich vooral concentreerde op de opiumhandel en de productie van heroïne, en ook de man die er de grootschalige opiumkweek hielp introduceren en zo de Gouden Driehoek in Zuidoost-Azië als productiegebied verving. Waarbij de CIA ditmaal met vrachtwagens de wapens naar de Afghaanse grens in Pakistan bracht en met opium terugkeerde. Allen feiten die reeds elders werden gepubliceerd maar door Tim Weiner blijkbaar als niet vermeldenswaardig wordt beschouwd.

De nochtans innige en bij insiders goed gekende relatie tussen de CIA en de drughandel komt op enkele eerder terloops vermelde details na bij Tim Weiner dan ook niet aan bod. Alleen wanneer hij het heeft over de acties tegen Haïti, Grenada en de Panamese dictator Manuel Noriega valt kort het woord drugs. Vooral dan bij CIA-man Noriega. Wat nu eenmaal moeilijk kon verzwegen worden daar dit aspect bij de invasie van Panama en daaropvolgende gevangenzetting van Noriega uitvoering in de media aan bod kwam. Maar over de rol van drugs in de oorlog tegen Nicaragua geen woord. Evenmin als wij iets lezen over de Columbiaanse president Alvaro Uribe of de Peruaanse generaal Vladimiro Montesinos, hoofd van de Peruaanse inlichtingendienst onder president Alberto Fujimoro, de lokale topman van de CIA en de voornaamste lokale contactpersoon voor de Columbiaanse cocaïnehandelaars.

Wat verzwegen wordt

De strategie van Tim Weiner bij het beschrijven van wat hij de geschiedenis van de CIA noemt, lijkt er dan ook op gericht alleen dat te publiceren wat oude geschiedenis is en al overvloedig in de media kwam en voor de rest zwijgen.

Zelfs de episode rond CIA-agente Valerie Plame, wiens man in de weg liep van het Witte Huis en die daarom haar naam en functie in de pers gepubliceerd zag, komt niet aan bod. Evenals het recente grootschalige ontvoeringprogramma van de CIA. Wie dacht hier de plaatsnamen te lezen waar de CIA in Polen, Roemenië en elders haar gevangen folterde en mogelijks ombracht zit fout. De hierover in Europa gepubliceerde rapporten komen niet eens ter sprake. Evenmin vernemen wij welke topfiguren op dit ogenblik in Europa dankzij de CIA wat bijverdienen. De namen van de Duitse kanselier Willy Brandt, de Italiaanse premier Guilio Andreotti, de Franse socialistische premier Guy Mollet en de vroegere Duitse uitgever Axel Springer vallen wel maar die zijn op Andreotti allen dood. De vraag welke toppolitici, journalisten of andere toplui hier in België en de EU nog op de loonlijst van de CIA staan blijft geheim. Tim Weiner hengelt er zelfs niet naar. Wel vermeld hij de betrokkenheid van de CIA bij de mislukte neofascistische staatsgreep in Italië van 1970 en de rol bij het Griekse kolonelsbewind uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw.

Meer recente verhalen over CIA acties rond Venezuela als de mislukte staatsgreep tegen president Hugo Chavez, Joegoslavië, Rusland, Georgië, Oekraïne of elders in Oost-Europa zoek je hier tevergeefs. Zoals ook het hedendaagse Iran niet ter sprake komt. Nochtans is het voor alle serieuze waarnemers van die regio overduidelijk dat de CIA hier steevast een cruciale rol speelde en als naar gewoonte de miljoenen dollars gul liet en laat vloeien. Hetzelfde voor de verhalen over Afrika waar Tim Weiner zonder schroom stelt dat de VS en de CIA amper contact hadden met de gebeurtenissen in de jaren negentig van de vorige eeuw rond Rwanda en Congo toen Paul Kagame en Yuweri Museveni vanuit Oeganda eerst Rwanda en later Congo binnenvielen. (**) Dit terwijl de beslissing om Rwanda te veroveren deels in 1989 tijdens een door de VS in Washington georganiseerde vergadering van Tutsi’s viel. Waarbij er massa’s fondsen vanuit de VS naar Paul Kagame vloeiden en men er in Rwanda op topposities vloeiend Amerikaans sprekend pionnen had. Wat ook het geval was met de Georgische president Mikhail Saakashvili in Georgië, de minister van Buitenlandse Zaken Radoslaw Sikorski in Polen en de eerste minister voor Buitenlandse Zaken van het onafhankelijke Bosnië, Mohammed Sacirbey. Figuren uit allerlei Amerikaanse advocatenbureaus en studiediensten geplukt en door de VS ginds geplaats om er hun belangen te verdedigen.

Officieuze geschiedschrijving

Het boek ‘een spoor van vernieling’ vertelt dan ook niet de echte geschiedenis van de CIA maar in wezen dat wat al elders in de media breed werd uitgesmeerd. Boeken als de roman ‘The quiet American’ van Graham Green of dat van Alfred McCoy ‘The politics of heroin in Southeast Asia’ waren bij publicatie daarentegen wel baanbrekende werken. Tim Weiners werk niet. De CIA verzette in 1972 trouwens hemel en aarde toen Alfred McCoy zijn meesterwerk wou publiceren. De CIA mislukte in haar opzet maar de man moest wel 12 jaar lang uitwijken naar Australië. Werken als docent in de VS was er voor hem niet bij. Ik denk niet dat Tim Weiner na deze publicatie de toegang tot de CIA en haar ingewijden zal worden ontzegd, laat staan de redactielokalen van de grote Amerikaanse media. Het feit dat al die toplui met hem wilden spreken zegt veel. (***)

De reden voor die houding lijkt voor de hand te liggen. Neem Bob Woodward, sinds Watergate een icoon voor de Amerikaanse media, die twee boeken vol lof over president George W. Bush publiceerde en hem daarna tot op het bot afkraakte in ‘State of denial’. “Via die boeken hoopte ik op goodwill bij de mensen daar en rekende zo op primeurs uit het Witte Huis,” stelde Bob Woodward toen het allemaal uitlekte. De man is nog steeds aan de slag in een topfunctie bij de Washington Post. Corruptie en bedrog die feitelijk karakteristiek zijn aan de media. In ruil voor wat leuk nieuws gaan vele journalisten mijlen ver over de schreef en worden zo propagandisten voor diegenen die hen ‘hun’ nieuws bezorgen. Een kwaal die ook in België welig tiert. Tim Weiner sukkelt met hetzelfde probleem en produceert wat in wezen ‘halve waarheden, verdraaiingen en de occasionele leugen’ zijn. In een gesprek met Knack roemde hij de openheid van de Amerikaanse samenleving als reden waarom zoveel over de CIA is geweten. Hij bewijst feitelijk het tegendeel. Het zijn de massa’s floppen en schandalen en niet die transparante VS die zorgden dat wij wat over de CIA te weten kwamen.

Tim Weiners werk is niet verbazend als we weten dat zijn krant de New York Times in het verleden praktisch alle oorlogen van de VS steunde. Het boek van Tim Weiner dient daarom beschouwd te worden als de officieuze geschiedenis van de CIA. Wie de echte waarheid rond de CIA wil kennen dient verder te zoeken.

Willy Van Damme

Geschreven op 6 januari 2008

*: Imad Mughniyah kwam vorig jaar om het leven in een bloedige terreuraanslag in de Syrische hoofdstad Damascus waar hij om reden van zijn veiligheid ondergedoken was. Tevergeefs. De daders van dezen aanslag werden uiteraard nooit gesnapt.

**: Misschien kan Tim Weiner om meer te weten te komen over de Amerikaanse sleutelrol in de genocide in Rwanda het bij Manteau uitgegeven boek van Filip Reyntjens “De Grote Amerikaanse oorlog” lezen. Een meesterwerk dat ook in het Engels verscheen.

***: Nadien verscheen van hem in de New York Times een groot pleidooi voor Vang pao geschreven aan de hand van interviews met toplui van de CIA die betrokken waren bij de heel bloedige en geheime oorlog van de VS in Laos. De bespreking hiervan is ook op deze blog te lezen.