Humo en de windmolens in zee en Johan Vande Lanotte

In het gesprek met Johan Vande Lanotte (Humo 10 januari) heeft men het ook nog maar eens over de verre afstand in zee van onze windmolenparken. Dat wordt hem aangewreven waarbij men natuurlijk (obligaat) Vande Lanotte hierover allerlei verwijten naar het hoofd gooit.

Een aantal mensen waaronder de interviewer Raf Liekens en voorheen de journalisten Luc Pauwels en Wim van den Eynde (De Keizer van Oostende) zijn daarbij echter een cruciaal element in dit dossier vergeten.

Toen men die plannen voor het eerst ontwierp is er een dame uit Knokke hiertegen naar de Raad van State getrokken (1) omdat die windmolens in de eerste plannen voor haar te dicht bij de kust stonden en haar uitzicht dus geschonden werd. De Raad van State gaf de dame gelijk en nadien moest men wel een stuk verder in zee gaan.

Windmolenpark, Thornton Bank

Onze windmolenparken moesten ver in zee gebouwd worden, niet omwille van een ministeriële gril maar na een beslissing van de Raad van State. Dat opzoeken duurde een paar minuten.

Kan men misschien voor men mensen begint te beschuldigen de zaak eerst eens goed onderzoeken. Het zou helpen.

Willy Van Damme

1) Het Nieuwsblad, 28 maart 2003, Marc Carlier, ‘Raad van State geeft tachtigjarige bewoonster Zeedijk gelijk – Geen windmolens voor Knokke’. ‘http://www.nieuwsblad.be/cnt/nbra28032003_024

De dame (Yvette Soete) deed die klacht op vraag van het gemeentebestuur van Knokke-Heist die schrik had voor de schade aan het toerisme in de gemeente. Luc Pauwels en Wim Van den Eynde, dikwijls omschreven als gelauwerde onderzoeksjournalisten, waren voor zover geweten de eersten die deze verre afstand als argument gebruikten tegen Johan Vande Lanotte. Onderzoeksjournalisten dus. De verantwoordelijke minister (Leefmilieu) was toen Jef Tavernier (Agalev). Ze gingen eerst op 12 km van de kustlijn gebouwd worden.

Fouad Belkacem in Humo–De sukkel

Het gesprek met Fouad Belkacem in Humo van 3 januari gelezen en nogmaals blijkt hij misschien wel een gevaarlijk man te zijn maar vooral ook een sukkel. Blijkbaar beseft hij niet dat hij en zijn geloofsgenoten maar goedkoop kanonnenvoer zijn voor Israël en haar westerse bondgenoten. Dit in de hoop het Midden-Oosten in het kader van een verdeel-en-heers politiek kapot te slaan via het bevorderen van het sektarisme.

Voorzien door de CIA van wapens, communicatiemateriaal, geneesmiddelen en voedsel, een pr-campagne in handen van Britse en Amerikaanse specialisten, verzorgd in Israëlische militaire hospitalen en, zoals recent nog met Aleppo, door onze grote westerse media geprezen als helden, zou hij dat toch al lang hebben moeten inzien.

Fouad Belkacem - 3

Speelt Fouad Belkacem als een professioneel toneelspeler de naïeve sukkel die kanonnenvlees voor Israël rekruteerde of is hij zo? Terwijl al zijn vrienden het westen opriepen om Libië aan te vallen zodat ze aan de macht konden komen en die massa wapens stelen, stelt hij nu tegen die interventie te zijn geweest. Ongeloofwaardig is een hiervoor te zachte uitdrukking.

Bovendien heeft nog geen enkele van die tientallen salafistische groepen ooit een aanslag in Israël gepleegd maar wel al honderdduizenden Arabieren en moslims vermoord. Ook heeft zijn interpretatie van de islam niets vandoen met orthodoxie. Integendeel, het salafisme van hem en zijn vrienden is een ultramoderne versie van de islam komende uit het negentiende eeuwse Saoedische Wahabisme.

Verder nog een opmerking aan het adres van de auteur. De Levant is geen synoniem voor het Midden-Oosten maar vormt er een deel van. De Levant bevat volgens de ene interpretatie Libanon en Syrië, volgens anderen een soort pre-islamitische Syrië dat ook delen van o.a. Turkije, Jordanië, Irak en Palestina (Israël) bevat. Het Midden-Oosten omvat ook de Sinaï, Iran en het Arabisch schiereiland.

Willy Van Damme

Brief aan Humo van 3 januari naar aanleiding van het gesprek van Humo met Fouad Belkacem. In wezen is de propaganda die onze media al straks zes jaar voeren voor het jihadisme in Syrië even gevaarlijk of nog gevaarlijker dan het prediken van een Belkacem. Maar die doen ongehinderd door enige ethiek of kennis gewoon voort.

The New York Times en Russische sportdoping

Merkwaardig hoe een krant als The New York Times zich in de Russische dopingkwestie in de kijker werkte. In zeker geval was het die krant die de zaak tegen Rusland definitief op gang trok. Ditmaal echter lijkt ze zich met een verhaal van Rebecca R. Ruiz (1), haar correspondent in Moskou, verbrand te hebben met beweringen die zij zo te zien niet kan hard maken. Zwijgen lijkt voor de krant het alternatief te zijn.

Rebecca R. Ruiz citeert

In een interview dat Rebecca R. Ruiz over meerdere dagen deed met verantwoordelijken van het Russische antidopingprogramma voerde stelde de krant op 28 december dat Rusland voor het eerst toegaf dat het actief betrokken was bij een dopingprogramma voor haar atleten bij de Olympische Spelen. ‘Russians No Longer Dispute Olympic Doping Operation’, kopte de krant (Russen betwisten niet langer een operatie voor het dopinggebruik bij de Olympische Spelen).

Rebecca Ruiz - A

Rebecca R. Ruiz dacht een primeur te hebben toen ze kopte dat Rusland institutioneel dopinggebruik toegaf. Maar die ontkenden en daartegen had zij amper verweer. Vals spel?

Een verhaal dat gezien de straffe titel wereldwijd werd overgenomen. In onze kranten zonder veel serieus wederwoord. Maar wie het verhaal kritisch leest wordt echter achterdochtig. Blijkt dat die tittel feitelijk nergens door de inhoud van het artikel bewezen wordt.

Al de hier ter zaken doende citaten uit het verhaal van Rebecca R. Ruiz in The New York Times:

Russia is for the first time conceding that its officials carried out one of the biggest conspiracies in sports history: a far-reaching doping operation that implicated scores of Russian athletes, tainting not just the 2014 Winter Olympics in Sochi but also the entire Olympic movement.

Rusland heeft voor de eerste maal toegegeven dat zijn ambtenaren betrokken waren bij een van de grootste samenzweringen uit de geschiedenis van de sport. Een verreikende dopingoperatie die zeer veel Russische atleten en niet alleen de Olympische Winterspelen in Sotsji (een Russische badplaats, nvdr.) maar de ganse Olympische beweging in een slecht daglicht plaatste.

Over several days of interviews here with The New York Times, Russian officials said they no longer disputed a damning set of facts that detailed a doping program with few, if any, historical precedents.

Gedurende een over verscheidene dagen lopende serie interviews met The New York Times stelden Russische ambtenaren dat ze niet langer de zware feiten betwisten betreffende een dopingprogramma dat in de geschiedenis zijn weerga niet heeft.

“It was an institutional conspiracy,” Anna Antseliovich, the acting director general of Russia’s national antidoping agency, said of years’ worth of cheating schemes, while emphasizing that the government’s top officials were not involved…..

“Het was een institutionele samenzwering”, aldus Anna Antseliovich, de waarnemende directeur-generaal van het Russische antidopingagentschap, over het jarenlange bedrog. Daarbij wel stellende dat de regering niet betrokken was….

The officials, however, continue to reject the accusation that the doping program was state-sponsored. They define the Russian state as President Vladimir V. Putin and his closest associates.

Deze ambtenaren blijven echter ontkennen dat het dopingprogramma georganiseerd was door de overheid. Waarbij zij de overheid definiëren als president Vladimir Poetin en zijn nauwste medewerkers.

Ms. Antseliovich, who has not been directly implicated in the investigations, said she was shocked by the revelations….

Anna Antseliovich

Anna Antseliovich, waarnemend directeur-generaal van RUSADA, stelde dat Rebecca R. Ruiz haar woorden had verdraaid en totaal uit de context gehaald.

Mevrouw Antseliovich, die niet direct betrokken was bij deze onderzoeken, stelde dat zij geschokt was door de onthullingen.

Vitaly Smirnov, 81, a top sports official whose career dates to the Soviet era and who was appointed this year by Mr. Putin to reform the nation’s antidoping system, said he did not want “to speak for the people responsible.” Mr. Smirnov said he had not met most of the individuals implicated in a report by Mr. McLaren — emphasizing that they had been dismissed as a result — nor did he know where they were.

Vitaly Smirnov, 81 jaar oud, een topman voor sport wiens carrière teruggaat tot de periode van de Sovjetunie en die door Poetin benoemd werd om het antidopingsysteem te hervormen, stelde dat hij: “niet wil spreken namens de verantwoordelijken”. Smirnov stelde dat hij diegenen die in het rapport van McLaren genoemd werden niet had ontmoet – waarbij hij nog stelde dat diegenen die genoemd werden ook ontslagen zijn – en dat hij ook niet wist waar ze verbleven.

“From my point of view, as a former minister of sport, president of Olympic Committee — we made a lot of mistakes,” he said, echoing Mr. Putin’s broad denials…..

“Vanuit mijn standpunt als een gewezen minister voor Sport en voorzitter van het Olympisch Comité gezien is het zeker dat wij veel fouten maakten”, stelde hij (Smirnov, nvdr.). Daarbij de ontkenningen van Poetin herhalend.

“We have to find those reasons why young sportsmen are taking doping, why they agree to be doped,” Mr. Smirnov said,….

“We moeten de reden zoeken waarom jonge sportlui doping nemen en waarom zij akkoord gingen om zich te laten doperen”, aldus nog Smirnov….

RUSADA reageert

De journaliste interviewde dus gedurende meerdere dagen die Russische specialisten en haalde er amper citaten uit. Een ZEER pover resultaat. En bovendien kan de titel van haar verhaal alleen gebaseerd zijn op de vijf woorden toegeschreven aan Anna Antseliovich, de dienstdoende directeur-generaal van RUSADA. Zijnde:’It was an institutional conspiracy”.

Rusada

RUSADA, het Russische antidopingagentschap, werd geleid door Grigory Rodchenkov die speciale cocktails ontwikkelde die dopinggebruik konden maskeren. En met die gegevens perste hij volgens de beschuldigingen dan atleten af.

Maar iedereen die dit nauwgezet leest ziet dat die vijf woorden komen uit een grotere zin en bijna zeker ook uit een nog grotere analyse van de feiten. Het uit de context rukken van die vijf woorden lijkt dan ook goed mogelijk en zelfs heel waarschijnlijk.

Het is bovendien een in de journalistiek veelvuldig gebruikte techniek. Men laat beide partijen onder het mom van objectiviteit wel aan het woord maar zorgt ervoor dat de citaten van de ene partij gemakkelijk foutief te interpreteren zijn, zeker in het geheel van het gebrachte verhaal. Een klassieke truc van als journalisten vermomde moddergooiers.

Reeds de volgende dag reageert men onder meer bij RUSADA, het Russische antidopingagentschap, stellende dat men de woorden van hun baas Anna Antseliovich bewust had gemanipuleerd.

Typerend is dan de wijze waarop Reuters (2), het Brits-Canadees persbureau, dit verhaal brengt. Reuters geeft wel de reactie van RUSADA maar brengt helemaal geen duidelijkheid over wat er volgens het Russische agentschap dan fout was aan het verhaal van Rebecca R. Ruiz.

Men liet het (bewust?) vaag. Het stuk verscheen bij de krant bovendien alleen op de website maar niet in de krant.  Een ontkenning van een voor de krant topverhaal wordt niet afgedrukt! Merkwaardig toch en minstens zeer onprofessioneel. De krantenlezers zouden eens het wederwoord kunnen opmerken en wat dan?

Reuters:

Russia’s anti-doping agency RUSADA said on Wednesday it had not admitted to mass doping in the country’s sports system and that a report in the New York Times which suggested it had was a distortion of its position.

Ruslands antidopingagentschap RUSADA stelde woensdag dat het niet had toegegeven betrokken te zijn bij het dopingsysteem in het land en dat een verslag in The New York Times dat dit had geïnsinueerd een verdraaiing was van hun standpunt.

The U.S. newspaper reported earlier on Wednesday that RUSADA officials had for the first time admitted there had been an organized conspiracy to dope in Russia.

De Amerikaanse krant had eerder op woensdag geschreven dat topfiguren van RUSADA voor het eerst hadden toegegeven dat er sprake was geweest van een georganiseerde dopingsamenzwering in Rusland.

It cited Anna Antseliovich, the acting director general of RUSADA, as making the admission in an interview. “It was an institutional conspiracy,” it cited her as saying. She said top officials had not been involved.

Het citeerde Anna Antseliovich, waarnemend directeur-generaal van RUSADA, als zou zij dit tijdens een interview hebben toegegeven. “Het was een institutionele samenzwering” aldus het citaat in de krant. Zij stelde daarbij dat topfunctionarissen hierbij niet betrokken waren

Uit zijn contextGrigory Rodchenkov - 4

Grigory Rodchenkov, volgens het eerste rapport van het WADA van eind 2015 een zware crimineel die dopingsystemen ontwikkelde die men niet kon ontdekken. Nadien de kroongetuige voor het WADA en The New York Times.

Maar waar was de manipulatie volgens Rusland dan juist? Dat zegt Reuters ons echter dus niet. Daarvoor moeten we naar RT (3) gaan, de Russische Engelstalige nieuwszender. En hier klinkt het zo:

“The words of the acting Director General, Anna Antseliovich, have been distorted and taken out of context,” the statement issued by RUSADA says.

“De woorden van waarnemend directeur-generaal Anna Antseliovich werden verdraaid en uit hun context gehaald”, aldus een verklaring van RUSADA.

No The agency went on to explain that Antseliovich was actually just drawing attention to the fact that Richard McLaren, the Canadian lawyer who compiled a report detailing the results of an investigation into doping allegations against Russia, used the words “institutional conspiracy” instead of “state doping system” in his latest December 9 report.

Neen, het agentschap stelde dat Antseliovich feitelijk aandacht trok op het feit dat Richard McLaren, de Canadese jurist die een rapport opmaakte met de details over zijn onderzoek naar de beschuldigingen over doping in Rusland, in zijn laatste rapport van 9 december de woorden ‘institutionele samenzwering’ had gebruikt en niet had gesproken over een ‘staatsdopingsysteem’.

At that time, McLaren said at a news conference that “it was a cover-up that evolved from uncontrolled chaos to an institutionalized and disciplined medal-winning conspiracy.”

Toen (9 december nvdr.) stelde McLaren tijdens een persconferentie dat: “het een bedrog was dat evolueerde van een ongecontroleerde chaos tot een geïnstitutionaliseerd strak gecontroleerde samenzwering om medailles te winnen.”

Antseliovich stressed that McLaren ruled out the possibility of the involvement of the Russian leadership in the alleged doping program but she never confirmed the existence of any “institutional conspiracy,” the RUSADA statement emphasizes.

Antseliovich stelde daarbij dat McLaren de mogelijkheid van betrokkenheid van de Russische overheid bij de zaak uitsloot. Nooit bevestigde zij echter het bestaan van een ‘institutionele samenzwering’, aldus nogmaals RUSADA .

Het zou voor Rebecca R. Ruiz en The New York Times erg gemakkelijk zijn om fors hierop te reageren en aan de hand van de bandopname van dat gesprek zwart op wit te bewijzen dat men in Rusland liegt. En dat op hun website zetten is poepsimpel. Wat kan een krant als The New York Times nog meer wensen om haar campagne tegen Moskou en Poetin extra schwung te geven?

Crimineel wordt betrouwbaar

In navolging van de Amerikaanse regering voert zij immers al jaren een harde pershetze tegen het land. Het was uiteindelijk deze krant die Grigory Rodchenkov, de naar de VS gevluchte in opspraak geraakte vroegere baas van RUSADA, interviewde. Wat de aanleiding was voor het WADA, het in Canada gevestigde antidopingagentschap, om er McLaren op af te sturen. Met voor Rusland op sportgebied zware gevolgen.

Maar noch de krant noch de journaliste maken die bandopnames echter bekend. Merkwaardig toch. Het enige wat Rebecca Ruiz doet is via Twitter drie berichten rondsturen waarin zij zegt dat ze bij haar verhaal blijft. Een uitermate zwakke verdediging.

Rebecca R. Ruiz - New York Times - Verhaal over Rusland en doping

Het povere antwoord van Rebecca R. Ruiz op de ontkenningen van RUSADA.

Terwijl De Tijd en De Standaard de ontkenningen van RUSADA wel brachten was dit voor De Morgen niet eens nodig. Alleen het verhaal van Rebecca R. Ruiz raakte in de krant. Het wederwoord niet. De krant is dan ook haantje de voorste om RT de propagandazender van Poetin te noemen.

Niet dat De Standaard, De Tijd en Het Laatste Nieuws de ontkenning door RUSADA op een degelijke manier brachten zodat de lezer enige duidelijkheid kreeg over de beschuldigingen heen en weer. Alleen De Standaard deed het hier wat beter en legde deels de door Rusada gebrachte context uit.

Wederwoord niet nodig

De vraag is ook wat de waarde is van de beschuldigingen die het Canadese WADA, het Wereld Antidoping Agentschap, uitte tegen Rusland. De website The Durand onderzocht de zaak. (4 & 5)

Zo werd Grigory Rodchenkov, de vroegere directeur van het Russische antidopinglaboratorium, in het eerste van november 2015 daterende rapport van WADA over de zaak omschreven als een groot misdadiger. Waarna die man in Rusland op staande voet werd ontslagen en men tegen hem een gerechtelijk onderzoek start.

Rodchenkov ontvlucht echter onmiddellijk Rusland en loopt over naar de VS waar hij met zijn verhaal naar de pers stapt – waarbij deze trouwens zijn crimineel handelen toegeeft – en zo naar WADA en de Canadese rechtsprofessor Richard McLaren. Die maakt in juli 2016 een voorlopig rapport dat in essentie gebaseerd is op diens beweringen en waar Rodchenkov plots wordt omschreven als een betrouwbaar persoon.

Waarbij McLaren in dat rapport zelf toegeeft dat zijn onderzoek wegens een gebrek aan tijd onvolledig is en hij een onderzoek in Rusland zelf of een Russisch wederwoord niet nodig vond. Voor een rechtsspecialist een zeer bizarre en onaanvaardbare stelling.

Het verhaal van Rodchenkov over de betrokkenheid van de Russische overheid is essentieel ook gebaseerd op de bewering dat de flesjes met urinestalen afkomstig van de Zwitserse firma Berlinger opengebroken waren en de stalen zo vervangen. Waarop Berlinger in een persbericht stelt dat die flesjes nooit ongezien kunnen opengebroken worden. (6)

Richard McLaren - 5

Alleen als Rusland zijn versie van de feiten aanvaard wil Richard McLaren met hen praten.

Nationaal prestige en geld

Dat sport soms meer met nationaal prestige en geld te maken heeft dan met het pure sportieve zou voor iedereen duidelijk moeten zijn. Ook dit verhaal toont dat perfect aan. De altijd zeer mooie woorden die sportbazen groot en klein bij elke gelegenheid vertellen zijn gewoon holle woorden. Leugens waarachter de hebzucht – niet zelden hun eigen – schuil gaat.

Sportlui willen via hun soms bijna bovenmenselijke prestaties centen verdienen en dat kan men hen niet kwalijk nemen. Het is hun beroep en veelal ook hun passie waarbij men soms op een paar jaar tijd voldoende moet verdienen om er voor de rest van hun leven te kunnen van genieten.

Wat wel duidelijk is is het feit dat het bij topsport in bepaalde gevallen om zo’n enorme bedragen gaat dat het voor de gewone buitenwereld schandelijk wordt. Bovendien gebruiken de grote landen sport ook om zich te profileren als DE natie. Dit is zo voor China, Japan, de VS, Rusland en het Verenigd Koninkrijk maar niet exclusief. Nationaal prestige heet dat.

En dat er hier continu sprake is van vals spel is daarom onvermijdelijk. Gokken op de eigen voetbalwedstrijden, pure omkoperij, wonderdokters met ‘speciale’ preparaten en zwartgeldcircuits, het vormt er allemaal een onderdeel van. Dat Russische atleten dus soms bedriegen is een zekerheid en ook bewezen.

Evenmin mag het verbazen dat Rusland dit, al of niet oogluikend, tolereerde. De Russische president Vladimir Poetin is zelf een sportman en ziet sport als belangrijk voor ‘s lands prestige. Maar om dat echt vast te stellen is er een echt onderzoek nodig en dat ontbreekt. We houden na de rapporten van WADA in wezen alleen veel roddel over. De sport, hun beoefenaars, de entourage en de fans verdienen meer.

Maar dit gaat ook op voor de andere grote landen voor wie aanzien eveneens erg belangrijk is. En dat men het daarbij niet altijd netjes speelt is ook zeker. Teveel topsporters blijken immers van hun nationale sportorganisaties om ‘gezondheidsreden’ de toelating te hebben om prestatieversterkende middelen te gebruiken.(7)

Vladimir Poetin - Sotsji - 3Vladimir Poetin bij het aansteken van de Olympische vlam bij de winterspelen van Sotsji. Ook voor hem is sport een methode om het nationaal prestige, en dus ook dat van hem, te verbeteren. Het dossier tegen hem is echter voor zover geweten praktisch onbestaande.

Dit stinkt misschien nog meer dan het verhaal van Richard McLaren, WADA en RUSADA. Maar hier verbood men dan wel atleten deel te nemen aan een voor hen cruciaal sportgebeuren zonder dat ze ooit – ondanks de in bepaalde gevallen tientallen dopingcontroles – betrapt werden. Dit in essentie gebaseerd op de beweringen van een gezochte crimineel. Van discriminatie en broodroof gesproken.

Willy Van Damme

1) The New York Times, 27 december 2016, Rebecca R. Ruiz, ‘Russians No Longer Dispute Olympic Doping Operation’. http://www.nytimes.com/2016/12/27/sports/olympics/russia-doping.html?rref=collection%2Fsectioncollection%2Fsports&action=click&contentCollection=sports&region=rank&module=package&version=highlights&contentPlacement=7&pgtype=sectionfront&_r=1

2) The New York Times, 28 december 2016, Reuters, ‘Russia’s Anti-Doping Body Says Did Not Admit to Sports Dope Conspiracy’. http://www.nytimes.com/reuters/2016/12/28/sports/olympics/28reuters-doping-russia.html?_r=0

3) RT, 28 december, geen auteur, ‘NYT ‘distorted & took out of context’ words of Russian anti-doping agency head – RUSADA’. https://www.rt.com/sport/372081-nyt-russia-doping-distorted/

4) The Duran, 2 augustus 2016, Rick Sterling, ‘Here’s how Russian athletes were unfairly banned from the Olympics’. http://theduran.com/heres-russian-athletes-unfairly-banned-olympics/

Rick Sterling, de auteur van dit artikel, doet een grondige analyse van de eerste twee rapporten van het WADA, waaronder het eerste rapport van McLaren, en komt tot de conclusie dat ze feitelijk als onderzoeksrapport waardeloos zijn.

Volgens een ganse serie verhalen in allerlei media was Rodchenkov een meester op het vlak van dopinggebruik die ook nieuwe cocktails had ontwikkeld. Daarbij gebruikte hij zijn positie bovendien om atleten af te persen. Een bron waar men als onderzoeker dus erg mee moet oppassen.

5) The Duran, 10 december 2016, Alexander Mercouris, ‘Professor McLaren again attacks Russian sport’. http://theduran.com/professor-mclaren-attacks-russian-sport/.

Hier bespreekt hij het van 9 december 2016 daterende tweede en definitieve rapport van McLaren over de zaak. Ook nu weer achtte McLaren het niet nodig de Russische autoriteiten hierover te ondervragen. Zolang ze hun fouten niet toegeven was het voor hem nutteloos met hen te spreken, opperde hij. De man is professor aan de rechtsfaculteit van de universiteit in de Canadese stad Ontario.

6) http://www.berlinger.com/drug-and-doping-control/media/media-release-detail/sochi-2014-doping-allegations/

In zijn tweede rapport geeft Richard McLaren toe dat er geen enkele getuige is die zo’n flesje met urinestalen van Berlinger ooit illegaal heeft zien openen. Het is dus gewoon allemaal van ‘horen zeggen’ door Rodchenkov. Maar dat verhaal vormde juist de basis van het WADA voor de beschuldiging over de betrokkenheid van de Russische overheid bij dit schandaal. Met andere woorden: WADA heeft dus geen dossier tegen de Russische overheid.

NASCHRIFT

7) Een persoon met ervaring op het vlak van het internationaal sportgebeuren stelt het zo: “Men vraagt aan zijn huisarts om een doktersbriefje dat je medicijn zus of zo moet nemen en stuurt dat via een internationaal standaardformulier op naar de desbetreffende nationale sportfederatie en dat is voldoende.”

Zo simpel dus als een gewoon ziektebriefje dus. “Je moet al een idioot zijn om nog op dopinggebruik betrapt te worden”, aldus zijn uitleg. Een wanttoestand die natuurlijk in het milieu perfect gekend moet zijn maar waarover men in de media nooit schrijft.

Syrië–Een staakt-het-vuren dat er geen is

Tussen Rusland, Turkije en Iran en met het akkoord van de Syrische regering en een serie terreurgroepen werd vorige week een nieuw akkoord gesloten voor een staakt-het-vuren. Dit kwam er na de bevrijding van de stad Aleppo van deze terreurgroepen die steeds meer en meer in het defensief zitten.

Merkwaardig is dat het werd ondertekend door vertegenwoordigers van het Leger van de Islam en Ahrar al Sham, twee van de grootste salafistische groepen. De eerste staat sterk onder invloed van Turkije, de tweede wordt gezien als een creatie van Saoedi-Arabië.

Vrees voor al Qaeda

Voor Ahrar al Sham zou dit de eerste maal zijn dat ze zo’n akkoord aanvaarden. Maar dat bleek dra ijdele hoop want kort nadien liet die groep al weten dat dit akkoord wat haar betreft onaanvaardbaar is. Ook lieten de andere ondertekende groepen al weten dat ook al Qaeda (alias Jabhat Fatah al Sham/Jabhat al Nusra) onder dit akkoord valt en dus niet mag aangevallen worden.

Al Qaeda en Ahrar al Sham - Gezamenlijke doorreisvergunning

Een ingevuld voorgedrukt reisdocument voor de provincie Idlib uitgegeven door Jabhat Fatah al Sham (al Qaeda) en Ahrar al Sham. Bemerk de stempel met het logo van Ahrar al Sham, bovenaan staat dat van Jabhat Fatah al Sham.

Het akkoord hangt dan ook met ogen en haken aan elkaar, juist zoals al de voorgaande. Bovendien blijven die groepen eisen dat de Syrische president Bashar al Assad hoe dan ook opstapt. Met andere woorden: Zelfs met hun rug tegen de muur blijven die de overwinning opeisen. Te zot voor woorden.

Bovendien maken de Koerden geen deel uit van het akkoord, evenmin als de door de VS geleide alliantie met o.m. Nederland en België, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Saoedi Arabië en Qatar. En dat zijn toch belangrijke partijen in dit conflict. Gaan zij dit akkoord saboteren? Daar lijkt toch veel kans voor te zijn.

Maar doordat daarenboven naast ISIS ook al Qaeda en men hen samenwerkende groepen van dit staakt-het-vuren worden uitgesloten kan men nu al stellen dat dit akkoord nergens zal geraken. Zo is dit wel ondertekend door twee van de drie grootste groepen maar niet bijvoorbeeld door eveneens belangrijke terreurgroepen als Nour Din al Zinki en Fastaqim die beiden bij de strijd om Aleppo een grote rol speelden.

En dan is er de kwestie dat we in Syrië te maken hebben met een totaal ondoorzichtig kluwen van vele tientallen kleine en grote terreurgroepen en dievenbendes die dan eens met elkaar samenwerken en dan elkaar opnieuw omwille van de poen bestrijden. Met niet te vergeten het ontelbaar aantal fusies, splitsingen, overnames en naamsveranderingen.

En in dit kluwen van groepen en groepjes speelt al Qaeda, welke dankzij de steun vanuit het westen de grootste terreurgroep werd, een centrale rol. Wie niet naar haar pijpen danst kan het in het rebellengebied wel vergeten.

Legio zijn de leiders van terreurgroepen die zo al aan hun einde kwamen. Het is deze vrees voor al Qaeda die trouwens mede verklaart waarom de ondertekenaars van dit akkoord verklaarden dat het staakt-het-vuren ook telt voor al Qaeda.

Wadi Barada

Een typisch voorbeeld is de strijd voor Wadi Barada, een riviervallei tegen de grens met Libanon en niet ver van de autostrade tussen Damascus en de Libanese grens. Ze ligt dus strategisch. Bovendien ligt hier de bron van Ain Fijeh wiens waterinstallaties instaan voor ongeveer 70% der waterbevoorrading van de 5 miljoen inwoners van de regio rond Damascus.

Damascus - Regio - 20-11-2016

De militaire toestand in de streek rond de hoofdstad Damascus op 20 november 2016. 1 = bovenaan links, Wadi Barada. Wordt nu bestormd en kan elk uur vallen. 2 = erboven, Madaya. Hier is een staakt het vuren. 3 = midden bovenaan, al Tall. Hier was een staakt-het-vuren maar jihadisten vertrokken en de bevolking kon weerkeren. 4 = rechts midden, de streek van Oost-Ghouta is sinds vorige zomer al voor bijna 50% bevrijd. 4A = uiterst rechts, gebied ten noorden en oosten van Hazrama werd de voorbije weken bevrijd. 5 = midden, Yarmoek. deels in handen van ISIS, deels al Qaeda. Rechts en links daarvan (groen) is er een staakt-het-vuren. 6  = links centrum, Moadamyat en Quadsiya. Tussen 5 en 19 oktober 2016 bevrijd van de jihadisten. 7 en 8 =  midden onderaan, Khan ash Sheik en Zakiya. Werd bevrijd in november 2016. 9 = links onderaan aan grens met Israël (blauw), Kafr Hawar en Beit Jinn. Grootste deel vandaag zonder geweld bevrijd. Alleen in het uiterste westen rond Beit Jinn is er nog verzet. 10 = helemaal onderaan, Kanakir. Hier was een staakt-het-vuren. Het werd vandaag geweldloos bevrijd. 11=Damascus. Er blijven in deze regio als verzetsaarden alleen nog Oost-Ghouta en Yarmouk over. Met dank aan Agathocle de Syracuse.

Al 4 jaar lang is die vallei in handen van die salafistische groepen die deze bronnen beheren en mits betaling Damascus, op enkele ogenblikken na, bleven bevoorraden. Na Aleppo wil de Syrische regering nu alle verzetsaarden rond Damascus liquideren, en dus ook zeker het strategische maar dun bevolkte Wadi Barada.

Toen Turkije, Rusland en Iran aan een nieuw akkoord voor Syrië werkten was het Syrische leger juist druk bezig dit gebied eindelijk onder controle te krijgen. Het leek een kwestie van dagen, hoogstens een paar weken. Het aangekondigde staakt-het-vuren zou dus een reddingsboei kunnen betekenen voor de belegerde salafisten van Wadi Barada die sindsdien de waterbevoorrading van Damascus afsloten.

Het probleem is echter dat volgens de Syrische regering en haar bondgenoten al Qaeda ook hier aanwezig is en zelfs de sterkste groep vormt, naast Ahrar al Sham. Wat het tot de salafistische oppositie behorende Britse Syrische Observatorium voor de Mensenrechten de voorbije dagen bevestigde. De voortdurende strijd rond Wadi Barada is dan ook geen schending van dat akkoord. Wat ook Rusland stelt en waarover Turkije opvallend geheel zwijgt.

Zinloos tijdverdrijf

Hetzelfde doet zich voor in de streek van Oost-Ghouta, een gebied pal ten oosten van Damascus dat ook in handen van het Syrische leger dreigt te vallen. Het is als Wadi Barada eveneens een prioriteit voor het leger dat de provincie Damascus wil opkuisen. Ook hier vecht al Qaeda naast dan … vooral het Leger van de Islam dat ermee samenwerkt. Maar het Leger van de Islam ondertekende het akkoord!

Jabhat al Nusra, Ahrar al Sham en gematigde rebellen in Idlib

Het zogenaamde maar in wezen niet-bestaande Vrij Syrische Leger (midden), Ahrar al Sham (links) en al Qaeda (rechts). Hier broederlijk samen in de door hen bezette provincie Idlib.

De ondertekende rebellengroepen hebben hun samenwerking met dat Turks, Russisch en Iraans initiatief dinsdag stopgezet omwille van vooral Wadi Barada en Oost-Ghouta. Dat is geen verrassing natuurlijk.

Maar het toont perfect aan dat akkoorden met die terreurgroepen nutteloos zijn. Pas als ze zoals in Homs, Daraya en Aleppo met de rug tegen de muur zitten kan men met hen praten. Maar dat is dan over een vorm van overgave.

Neen, de strijd voor de controle over Syrië blijft nog een tijd voorduren. Die door onze media en regeringen nog steeds gesteunde salafistische terreurgroepen zijn zo’n zootje ongeregelde extremisten dat gewoon praten met hen een zinloos tijdverdrijf is.

Ze dienen militair verslagen te worden, pas dan kan er in dat land vrede komen. Wat 2017 hier gaat bieden is natuurlijk koffiedik kijken. Maar bijna zeker lijkt dat de provincie Damascus en het gebied rond de stad Homs zal opgekuist worden van dat crapuul?

Er is nu eenmaal geen andere naam voorhanden voor lieden die fuiven houden bij het onthoofden van kinderen zoals gebeurde met toplieden van Nour Din al Zinki bij de strijd om Aleppo. En wie kan om hun einde een traan laten? Onze pers misschien. Elke gedode jihadist is echter een kandidaat aanslagpleger minder. En dus kan men er alleen blij om zijn.

Willy Van Damme

Qatar en Frankrijk–een natie van bedelaars

In oktober verscheen in Frankrijk bij uitgever Michel Lafon een nieuw boek van het duo Christian Chesnot en Georges Malbrunot. (1) ‘Nos très chers émir$’ (Onze zeer goede emir$) is de titel en het vertelt het verhaal van de recente relaties van het Frankrijk van Nicolas Sarkozy en François Hollande met de heersers van de golfstaten.

Christian Chesnot en Georges Malbrunot - Nos tres chers emir$

De Franse politiek te boek, naakter kan niet.

Het is al hun tweede boek in het genre. Voorheen verscheen reeds bij uitgeverij Robert Laffont een relaas over de Franse relatie met de vroegere kolonie Syrië. (2) Ditmaal gaat het over de erg gekruide betrekkingen met vooral Qatar en Saoedi-Arabië. In de Franse krant Libération (3) verscheen op 20 oktober een gesprek met de beide auteurs over hun boek.

Een citaat:

Vous écrivez que, dans ces relations, des personnalités politiques se sont laissées aller à des pratiques relevant du trafic d’influence ?

U schrijft dat in het kader van die relaties politici zich hebben laten omkopen?

Nous avons observé ces dérives notamment avec l’ambassade du Qatar. De 2003 à 2013, Mohamed Jaham Al-Kuwari, l’ambassadeur à Paris, a copieusement arrosé nos responsables politiques. Sans tenir un fichier, il savait très bien qui se laissait corrompre. «Les Français sont les plus faciles à acheter», nous avait dit un proche de Hamad Al-Thani, l’émir qui régnait à l’époque.

Wij constateerden die praktijk bij de ambassade van Qatar. Van 2003 tot 2013 heeft Mohamed Jaham al Kuwari, de ambassadeur in Parijs, heel uitgebreid politieke verantwoordelijken zitten omkopen. Zonder een namenlijst bij te houden wist hij heel goed wie er te koop was. ‘De Fransen zijn het gemakkelijkst omkoopbaar’, stelde een nauwe medewerker van Hamad al Thani, de toenmalige emir van Qatar.

Puis lui a succédé son fils Tamim qui a souhaité nettoyer les écuries. Mais les habitudes ne se perdent pas facilement et, dans un premier temps, les politiques français ont continué à demander des cadeaux. Des membres de la nouvelle équipe étaient stupéfaits et en avaient marre d’être pris pour des «distributeurs de billets de 500 euros».

Toen deze (de emir, nvdr) werd opgevolgd door zijn zoon Tanim wou die deze stallen uitmesten. Maar die gewoonten verdwenen niet zomaar. En in het begin bleven de Franse politici maar geschenken vragen.

De leden van het nieuwe team waren verbaasd en hadden er genoeg van om altijd maar gezien te worden als een soort geldautomaat die biljetten van 500 euro distribueerde.

Rachida Dati en Marine le Pen

François Hollande met top Samenwerkingsraad voor de Golf - 5 mei 2015

De ‘socialistische’ president François Hollande in zijn biotoop. En zijn handen dicht bij zijn zakken. Waarom?

Het is dankzij de vorige president Nicolas Sarkozy en de dubieus gebleken ontslagen EUFA-baas Michel Platini dat Qatar na Rusland in 2022 de wereldbeker voetbal mag organiseren. Het organiseerde dit jaar ook de wereldkampioenschappen wielrennen. De bouwwerken voor die wereldbeker voetbal zorgden in Qatar al voor vele honderden doden. Die stonden in Parijs niet te wachten aan die Qatarese ‘geldautomaat’

Leuk is het verhaal van Rachida Dati, van 28 mei 2007 tot 23 juni 2009 minister van Justitie onder president Sarkozy. Deze vroeg op 22 november 2015 tijdens een diner met Meshaal al Thani, de huidige vice-emir van Qatar, aan de man 400.000 euro’s bestemd voor een van haar ‘verenigingen’.

Dit is negen dagen na de aanvallen op onder meer de Parijse muziekzaal de Bataclan. Iedereen die vertrouwd is met Qatar en die salafistische terreurbewegingen weet dat Qatar er een der grootste financiers van is.

Maar geen zorg. De dag nadien viel ze op Radio Monte Carlo o.m. Qatar aan omwille van het verspreiden van het salafisme, de religie van de haat. Passeren eveneens de revue zijn onder meer Jack Lang, ex-sociaal-democraat en nadien gerekruteerd door Sarkozy, de huidige directeur van het Arabisch Instituut in Parijs, en Jean Marie Le Guen, minister in de regering van president François Hollande.

Marine Le Pen - 2

Zich in Frankrijk om de haverklap wentelen in de Franse vlag, de andere politici beschuldigen van incompetentie en corruptie en tot voor kort grossieren in moslimhaat. Maar ondertussen volgens dit boek bedelen bij de Verenigde Arabische Emiraten.

Met verder nog Bruno Le Maire, getipt als toekomstig minister van Buitenlandse Zaken, en Dominique de Villepin, ex-minister van Buitenlandse Zaken onder president Jacques Chiraq. Het ogenschijnlijk trotse La France is in wezen dan ook verworden tot een corrupte bende bedelaars die de kont likt van het grootste crapuul die deze wereld op dit ogenblik kent. Bedelaars die echter niet onder een Parijse brug hoeven te slapen.

Zelfs Marine Le Pen, bazin van het Front National en tot recent gekend als een moslimhaatster par excellence, passeerde volgens het boek aan de kassa. Ditmaal echter die van de Verenigde Arabische Emiraten. Geld stinkt nu eenmaal niet, ook niet dat van Arabieren en moslims. Dus waarom de neus ervoor ophalen?

En is het dan verwonderlijk dat Parijs op dit ogenblik door Rusland, Iran, Syrië en Turkije totaal genegeerd wordt bij de gesprekken over Syrië? Natuurlijk niet. De naam valt zelfs niet eens in de huidige discussies over de zaak. Zelfs hun vrienden de jihadisten noemen hen niet eens. Moest het niet zo smerig zijn men zou met hen nog medelijden krijgen. Nu rest hen alleen nog de grootst mogelijk minachting.

Willy Van Damme

1) ‘Nos très chers émir$’, Christian Chesnot en Georges Malbrunot, Michel Lafon, 2016. 299 pagina’s, 17,95 euro.

2) ‘Les chemins de Damas’, Christian Chesnot en Georges Malbrunot, Robert Laffont, 2014, 386 pagina’s. Christian Chesnot is journalist bij de Franse radiozender France Inter en Georges Malbrunot bij de Parijse krant Le Figaro.

3) Libération, 20 oktober 2016, Georges Malbrunot : «L’ancien ambassadeur du Qatar a copieusement arrosé nos politiques» (De oud ambassadeur van Qatar heeft op grootschalige wijze onze politici omgekocht), Ismaël Halissat. http://www.liberation.fr/auteur/16504-ismael-halissat.

The Honky Tonk Jazz Club–Een monument te boek

a

Wie het bij kenners van de New Orleans Jazz, waar ook ter wereld, over België heeft zal in nogal wat gevallen snel de naam horen vallen van de Dendermondse Honky Tonk Jazz Club, in Dendermonde en ook erbuiten eveneens gekend als de Bunker. Een cultureel monument in België welke vorig jaar haar 50-jarig bestaan vierde.

George Lewis en de slavenhandel

Een onderdeel van die vieringen is de uitgave onder eigen beheer van het boek ’Honky Tonk Jazz Club Dendermonde – 50 jaar jazztraditie in Vlaanderen’. Een project dat de steun kreeg van KBC, Soudal, De Erfgoedcel van het Land van Dendermonde, het Dendermondse stadsbestuur en de provincie Oost-Vlaanderen.

Het is een mix van een kijk- en leesboek geworden, luchtig maar ook bloedserieus. Wie meer wil weten over de historiek van New Orleans, de zwarte gemeenschap daar en het ontstaan van de blues- en jazzmuziek komt hier zeker aan zijn trekken.

Het is ook een boek dat men als een ware schat voor het nageslacht kan bewaren. Het is perfect ingebonden, gedrukt op glanzend papier groot formaat, heeft een verfrissende lay-out, bevat mooie soms exclusieve foto’s en vertelt het levensverhaal van onder meer de erg invloedrijke klarinettist George Lewis die in 1966 bij de nog piepjonge club op bezoek was. Een foto bewijst het.

Boek 50 jaar jazztraditie in Vlaanderen - kaft

Het is een mooi opgemaakt en vlot leesbaar boeiend boek geworden over de zwarte cultuur in New Orleans, deze stad, de jazz in België en vooral  natuurlijk over de Honky Tonk Jazz Club, haar mannen en vrouwen die het zoveel kleur gaven.

Het relaas van George Lewis is zowel tragisch, ontroerend als boeiend en mooi geschreven. Hoe het amper 8 jaar oude meisje Zaïre per schip aangevoerd uit het huidige Senegal als slavin in New Orleans raakt, er verkocht wordt en na meer dan honderd jaar onvoorstelbare miserie zal zorgen voor achterkleinzoon George Lewis en zijn geniale en inspirerende klarinetmuziek.

Schokkend is zeker ook het in het boek gepubliceerde uittreksel van de uit 1724 daterende Franse Code Noir die van toepassing was in de Franse kolonie Louisiana. Het bepaalde op wettelijke basis het leven van de slaven en toont uitvoerig de willekeur en gruwel waaraan deze ontvoerde Afrikanen bloot stonden. Dat de nazaten van deze zo mishandelde mensen zo’n mooie en invloedrijke muziek produceerden maakt die behandeling des te schokkender.

Jeggpap New Orleans Jazzband

En natuurlijk komt de Jeggpap New Orleans Jazzband, nu Jeggpap, uitvoerig in beeld. Het is het geesteskind geweest van (Gil)Bert Heuvinck, en zijn broers Jan en Philemon (Mon). Bert had immers op school van leraar Willy Roggeman de smaak te pakken gekregen van de jazz. En al snel viel hij daarbij voor die spontane niet-intellectuele versie eigen aan New Orleans.

BertHeuvinck

Bert Heuvinck, de grote inspirator en drijvende kracht achter het Dendermondse jazzgebeuren rond Honky Tonk en de Jeggpap. De man stierf spijtig genoeg in 1985, veel te vroeg. Een van de zalen van het cultuurcentrum Belgica is als eerbetoon naar hem genoemd.

De Jeggpap werd een jazzband die de tands des tijds meer dan doorstond en voor het eerst in 1963 optrad op de sinkensbraderie in de Dendermondse Dijkstraat. De start van een schitterend bestaan met optredens tot in New Orleans en plaatopnames en optredens met o.m. een Sammy Rimington, Louis Nelson en Kid Sheik.

Volgend jaar stopt dit verhaal. Drummer Miel Leybaert, ooit begonnen als trommelaar bij de toen kleine Dendermondse Reuzenommegang Katuit, is de enige overgeblevene van de Jeggpap en staat dan 54 jaar op het podium. En dat lijkt genoeg om in schoonheid afscheid te nemen. Het was dan ook zeer mooi.

Uiteraard komen ook de massa’s optredens aan bod. Teveel om op te noemen maar ze staan er, chronologisch 20 grote pagina’s lang, allemaal in vermeld. Het toont het belang, ja grootsheid van de bunker. Ze organiseerden er concerten, groot en klein, een serie jazzfestivals, boottochten en een pak kroegentochten.

Zo was er natuurlijk niet alleen de legendarische George Lewis te gast maar ook figuren als Fats Domino, Toots Tielemans, Eddie Boyd, B.B. King, Jerry Lee Lewis, Acker Bilk, Chris Barber, Ray Charles, incognito Rolling Stone Charlie Watts, Memphis Slim, Champion Jack Dupree, Dr. John, Bo Diddley en Chuck Berry. Om de meest bekende figuren te noemen. Met Belgische namen als Norbert Detaeye, Ferre Grignard, Roland Van Campenhout, de Piotto’s en Dani Klein.

Bo Didley at Jazz Festival

De legendarische rock & roll gitarist en zanger Bo Diddley trad op 31 augustus 1984 op tijdens het 14de Internationaal Jazzfestival in Dendermonde.

Ook nu nog blijft de Bunker om de haverklap kwaliteit leveren met optredens zaterdag 7 januari van o.m. de Nederlandse pianist Emile van Pelt en de Franse trompettist Boss Queraud. Topmuzikanten als Lillian Boutté, Davell Crawford, Charmaine Neville, Wendell Brunious, Leroy Jones en Denise Gordon treden er regelmatig met groot plezier op. Sommigen zullen zelfs niet terugschrikken om met het vliegtuig een ommetje te maken naar die vrolijke Dendermondse jazzbunker.

Een unieke sfeer

De wat plezante noot in dit boek zijn ongetwijfeld de cursiefjes met anekdotes van de vroegere journalist en bunkerfan Marc De Backer. Geschreven in de hem o zo typerende wat schalkse stijl, eigen aan zijn periode bij het lokale weekblad De Voorpost. Het is een verrijking voor het mede met zijn steun uitgegeven boek.

Leuk zijn zeker ook de foto’s van de serie ‘rare vogels’ die af en toe in de club verschenen als een kunstschilder Jean Kamiel Steeman, alias de Tsaar (1). De enige man die ooit zonder gerechtelijke vervolging spontaan en met een gewoon mes een schilderij van Rubens uit zijn kader haalde. Het was voor dat schilderij dit of sterven in de brand.

Atmosphere at he Honky Tonk Jazz Club

De club met vooraan drummer Miel Leybaert, ernaast links jazzpianist Ilja De Neve, die onlangs in Honk Tonk zijn nieuwe in het Verenigd Koninkrijk geproduceerde cd Wama Bama Mama presenteerde, daarachter en wat verstopt staat de eerder dit jaar overleden klarinettist Piet Hermans, man van de Crescent City Dreamers, en achteraan glunderend Lut Van den Abbeele met ernaast saxofonist Peter Verhas, telg uit de familie der fameuze kunstschilders Jan en Frans Verhas.

En uiteraard zijn er een serie verhalen in te vinden met foto’s rond de vele medewerkers als een Aimé en Albert Braeckman, de grand marshal, Alajos Van Peteghem, Agnes De Vijlder, Jacky Stassijns en Lut Van den Abbeele. Zonder hen zou er geen bunker en zijn soms onvergetelijke optredens zijn geweest.

Optredens die niet zelden zorgen voor een unieke sfeer. De bunker, een uit de negentiende eeuw daterende militaire vestiging, is nu eenmaal qua vorm erg speciaal en zorgt bijna spontaan voor een pak gezelligheid waar elke muziekfan moet van kunnen houden.

Het boek werd vorige maand in de bunker voorgesteld in aanwezigheid van Oost-Vlaams gouverneur Jan Briers, zelf een groot muziekliefhebber, de provinciaal gedeputeerde voor Cultuur Dendermondenaar Jozef Dauwe, voorzitter Mon Heuvinck, Dendermonds burgemeester Piet Buyse, vriend-des-huizes Remi Vermeiren en Rik Van Cauwelaert, die ook mee een voorwoord schreef.

DSC_0775

Van links naar rechts: Jozef Dauwe, Mon Heuvinck, Jan Briers en Remi Vermeiren.

Het boek is dan ook warm aanbevolen aan al diegenen die wat meer wil weten over niet alleen die Honky Tonk Jazz Club, maar ook over deze muziek in België en het ontstaan van de jazz en blues in de delta van de Mississippi, stijlen die meer dan wat ook onze huidige muziekcultuur wereldwijd smaak geven.

Het geeft ook een zeer interessant beeld van het vroegere leven in de hoofdstad van die muziek, New Orleans. Het is voor 45 euro te koop in de club, het naburige Jazzcentrum Vlaanderen, de Dendermondse Standaard Boekhandel of via overschrijving op BE49 4428 6650 5171 van Honky Tonk Jazz Club vzw. Het boek telt 224 pagina’s, groot formaat. Adres: Honky Tonk Jazz & Blues Club, Leopold II laan 12, Dendermonde.

Willy Van Damme

1) Kort na het schrijven van deze tekst overleed Jean Kamiel Steeman in het Aalsterse Onze-lieve-Vrouweziekenhuis. De man wordt zaterdag om 10 uur in de Baasroodse Sint-Ursmaruskerk begraven. Jean Steeman was een in vele opzichten een merkwaardig man.

Genietend van snuiftabak, met zijn lange grijs geworden baard en vroeger een hoge hoed viel hij in het Dendermondse stadsbeeld op. Hij was in de tweede helft der zestiger jaren een lid van de Antwerpse artiestenkolonie die rond de Academie voor Schone Kunsten, galerie Zwarte Partner, De Muze, Fred Bervoets en Ferre Grignard volwassen werd.

Jean Steeman

De Tsaar bij een van zijn schilderijen tijdens een tentoonstelling van een paar jaar geleden in het Baasroodse Scheepvaartmuseum.

In zekere was hij een opvolger van de negentiende-eeuwse Dendermondse School van impressionisten rond Franz Courtens (1854-1943). Als een rasechte Dendermondse artiest schilderde hij vooral het landschap langs de Schelde, naast dan – hoe kan het als Dendermondenaar anders – vele paarden.

De intussen ook al overleden vroegere schepen Pierre Caudron, een kunstliefhebber, noemde hem een witschilder wegens het veelvuldig gebruik van wit om zijn landschap karakter te geven. Nog vorig jaar was hij te zien in het VRT-televisieprogramma Ieder Beroemd omwille van zijn actie om de mensen op te roepen meer goedendag tegen elkaar te zeggen. Het sociaal zijn was bij hem dan ook een belangrijk kenmerk.

En natuurlijk blijft hij in de kunstwereld voor altijd bekend als de man die op 3 april 1968 in Antwerpen een der werken – de geboorte van Christus – van Pieter Paul Rubens uit de brandende Sint-Pauluskerk wist te redden. Een heldendaad waar hij levenslang terecht mee pronkte.

Palestina – En durf het nooit meer doen

De VN-veiligheidsraad heeft voor de eerste maal sinds jaren een resolutie goedgekeurd tegen de bouw van Israëlische nederzettingen op de westelijke Jordaanoever. Merkwaardig want de VS hebben zich onthouden en stelden zoals gewoonte ditmaal geen veto.

En hoe reageerde Israël? Heel simpel, het gaf de VS een uitbrander van jewelste. Dat de VS onder Barack Obama zich ditmaal niet hondstrouw aan de leiband van de zionistische baas gedeisd hielden is voor deze staat totaal onaanvaardbaar, een ongeziene schande.

Land van de apartheid

Maar geen zorg, de Republikeinse partij en toekomstig president Donald Trump beloven dat zij zoiets verwerpelijk zeker nooit gaan doen. Het voorval toont perfect wie feitelijk de baas is in die verhouding, en dat is Israël en niet Washington. Die laatste voert maar uit wat Israël beveelt en mag zelfs nog niet eens symbolisch tegenspartelen.

Want uiteindelijk is deze resolutie inhoudsloos. Het zijn voor Israël gewoon woorden in de wind. Geen enkele Israëlische politicus die er een seconde aan zal denken om deze reprimande van de VN-Veiligheidsraad op te volgen. Ze gaan het negeren, eigen aan hun torenhoge arrogantie. Palestijnen zijn voor hen nu eenmaal geen mensen met rechten.

En dus blijft alles bij het oude en zal de zionistische heilstaat verder gronden blijven stelen van Palestijnse burgers en zal het de Palestijnen blijven terroriseren en vermoorden. Ook zal het verder via geslepen manipulaties de regio verder in brand blijven steken. Zolang men Israël niet met de rug tegen de muur zet en tot overgave dwingt zal dit zo blijven.

Israël is een dievenstaat gebouwd op racistische verwerpelijke en idiote theorieën over een door god bevolen terugkeer naar een nooit bestaand hebbende ‘beloofde land’. In het westen zit men continu te leuteren over mensenrechten en democratie. Laat ze dan beginnen met via het gebruik maken van die principes dit land van de apartheid de wacht aan te zeggen. Israël is als een kankergezwel en dat dient men te verwijderen.

Willy Van Damme

Aleppo–Kerstboom als teken van bevrijding

Terwijl onze klassieke media een ongeziene treurmars opzetten voor wat zij unisono de val van Aleppo noemen heerst er in de stad een gans andere sfeer. En die is uitbundig met vandaag zelfs de oprichting onder grote belangstelling van een torenhoge met lichten versierde kerstboom. Met fanfare en nepkerstmannen incluis.

Kerstboom

Maar voor De Morgen & Co is Aleppo natuurlijk nu bezet door het leger van die moorddadige dictator Bashar al Assad. Hier maken velen zich woest over een fait divers als de kerststal in Holsbeek, in Aleppo kan men die terug uitzetten zonder door al Qaeda en andere westerse vrienden te worden onthoofd.

Aleppo - Kerstboom - 21-12-2016

Een kerstboom in Aleppo, de ultieme gruwel voor de Syrische vrienden van De Standaard, Pax Christi, enzovoort.  Voor de mensen van Aleppo de eerste Kerstmis en Nieuwjaar zonder de terreur van die door het westen gefinancierde bendes.

Theo Francken (N-VA) maakte zich over het ‘incident’ in buurgemeente Holsbeek eens boos, maar de Syrische jihadisten blijven van zijn regering wel nog steeds steun krijgen. Dat is geen probleem voor deze beroepshypocriet. Daarover zal je zijn partij niet over horen klagen. De anderen evenmin trouwens, incluis Groen/Ecolo, CDH en de SPA/PS!

Opvallend was de duidelijke aanwezigheid bij de kerstboom van de Libanese Hezbollah, in de media steevast omschreven als een sjiitische militie. Wat zij vergeten is dat als gevolg van de Syrische oorlog massa’s Libanezen met een andere religieus-culturele achtergrond hen vervoegden. Uiteindelijk verdedigden zij als enige Libanese groep de regio tegen het islamitisch fascisme van die Syrische jihadisten.

Aleppo - Evacuatie en schreiende jihadisten - 15-12-2016

Zoals De Morgen, De Standaard, NRC en andere ‘kwaliteitskranten’ treurden ook deze jihadisten over hun zware nederlaag in Aleppo. Een Brusselse topflik zag het anders en hoopte dat al die kerels in Mosoel en Aleppo gedood worden. “Ze kunnen dan niet naar hier komen”, aldus de man. Pure logica.

Internationale luchthaven

Typerend is het vooral door christenen bewoonde Noord-Libanese dorp Ras Baalbek. Vlakbij in het hooggebergte in het grensgebied met Syrië verblijven nog enkele groepen van al Qaeda en ISIS waardoor men Ras Baalbek continu dient te bewaken. Dit is het werk van een lokale ‘christelijke’ militie die echter gekleed loopt in de uniformen van Hezbollah.

Het is ook geen toeval dat Hezbollah in Libanon zowat de enige partij is die opkomt voor het hervormen van het kiesstelsel en ons proportioneel systeem wil introduceren. Zij zien er blijkbaar zetelwinst in. Iets waartegen andere partijen zich verzetten. Zij willen liever het oude systeem gebaseerd op lokale schatrijke baronieën behouden daar het de enige wijze is om hun macht te beschermen.

Aleppo - Internationale luchthaven - 21-12-2016

De internationale luchthaven is al sinds begin 2013 geheel gesloten en zal weldra terug openen. Het gaat de bevoorrading van de stad zeker verbeteren. De tarmac lijkt bijvoorbeeld bijna geheel ongeschonden.

Ondertussen is men ook al druk bezig om de internationale luchthaven van Aleppo te heropenen. Uit foto’s zou moeten blijken dat de schade hier vrij beperkt is. De installaties waren ook steeds in handen van de regering.

Verder zouden volgens het Rode Kruis alle salafisten en de met hen sympathiserende burgers tegen deze avond vertrokken zijn uit Aleppo. Vermoedelijk gaat het hier om een 25.000. Een 100.000 zouden naar regeringsgebied zijn getrokken. Wel blijft het aartsmoeilijk om een goed zicht te krijgen op de correcte aantallen. Maar 125.000 is de helft van wat de VN, de westerse regeringen en onze massamedia altijd schreven.

Willy Van Damme

François Fillon en de Saoedische prins

Terwijl men zich in de VS duizend en een vragen stelt over het buitenlands beleid van de toekomstige president Donald Trump ten overstaande van Rusland en Syrië, doet er zich in Parijs een wat gelijkaardig geval voor met de te verwachten toekomstige president François Fillon, presidentskandidaat van de partij les Républicains. Die presidentsverkiezingen worden in het voorjaar van 2017 gehouden en lijken al een gedane zaak voor Fillon.

Een njet voor prins Salman

Stonden de toenmalige presidentskandidaten van les Républicains Alain Juppé en Nicolas Sarkozy enkele maanden geleden in Parijs te wachten aan de hoteldeur om ontvangen te worden door prins Mohammad bin Salman, de Saoedische tweede kroonprins, dan blijkt dat met Fillon gans anders af te lopen.

Zo was prins Mohammad Salman nog maar eens op discreet bezoek gegaan naar Parijs. Volgens de Franse journalist Georges Malbrunot van de krant Le Figaro, zich baserend op verklaringen uit wat hij omschrijft als de entourage van Fillon zelf, heeft de Saoedische prins herhaalde malen aan Fillon gevraagd voor een gesprek op zijn hotelkamer. Volgens die bronnen echter tevergeefs.

De Saoedi’s hadden gerekend op Alain Juppé als nieuwe president en die vermoedelijk dus ook flink gesteund. Maar dit liep verkeerd af. En dus trok men vanuit Riyad terug naar Parijs in de hoop de toekomstige president en zijn kamp tot (sic) beter inzicht te bewegen. Men kan zich de Saoedische gewoontes kennende daar natuurlijk wel iets bij voorstellen.

Prins Mohammed bin Salman bin Abdoelaziz al Saoed - 6

De te verwachten toekomstige president van Frankrijk François Fillon heeft in zeer ondiplomatische taal aan de Saoedische prins Mohammad bin Salman laten weten dat hij vijandig tegenover hen staat.

Maar Fillon bewoog niet en lekte het verhaal via Malbrunot ook nog eens naar Le Figaro en liet zijn entourage zelfs als bron aanduiden. Ongehoord bijna. Georges Malbrunot is wat betreft het Midden-Oosten een monument in de Franse journalistiek zelfs al wordt hij door zijn krant zo kort mogelijk gehouden. Hij is o.m. de auteur van ‘Les Chemins de Damas’ (2) waarin haarfijn de malversaties van Sarkozy rond Syrië bloot komen te liggen.

Wapenindustrie

In Saoedi-Arabië begint men nu ongetwijfeld heel ongerust te worden. Ook de verwachte komst van Bruno Le Maire op Buitenlandse Zaken boezemt hen volgens Malbrunot angst in. Zo viel Fillon tijdens de eerste kiesronde het salafistisch koninkrijk van het Huis van Saoed herhaaldelijk frontaal aan wegens hun wereldwijde en ook op Frankrijk gerichte verspreiding van het salafisme en dus de pseudoreligie van die terreurgroepen.

Fillon is ook de man die al zeer lang ijvert voor goede relaties met Rusland en welke ook deze met Syrië wil herstellen. Het moet, na de grote overwinning in Aleppo, als muziek in de oren van Damascus klinken.

Voor de Franse wapenindustrie is dit vermoedelijk een barslechte zaak. Het idee van de ‘grote’ Franse strategen was dat een sterke wapenindustrie voor ‘s lands veiligheid essentieel was. En die Saoedische massale wapenaankopen waren om dit betaalbaar te houden essentieel. En in ruil voor die aankoop liet Parijs de verspreiding van het salafisme toe. Wat, hoeft het gezegd, de veiligheid van het land echt ondermijnde.

De heren en dames uit de Parijse salons die nu Fillon aan de macht gaan brengen zijn dat – veel te laat – zo te zien beginnen te beseffen en willen met het oude buitenlandse beleid blijkbaar breken door gaullist Fillon aan de macht te brengen. Benieuwd hoe de krant Le Monde, spreekbuis van die salafistische terreurgroepen, nu op termijn gaat reageren. Vermoedelijk komt er hier ook zo’n bocht van 180°.

Willy Van Damme

1) Le Figaro, 19 december 2016, Georges Malbrunot, ‘François Fillon fait attendre le prince saoudien Mohammed Ben Salman’. http://www.lefigaro.fr/international/2016/12/19/01003-20161219ARTFIG00093-francois-fillon-refuse-de-rencontrer-le-prince-saoudien-mohammed-ben-salman.php

2) Christian Chesnot, Georges Malbrunot, ‘Les Chemins de damas’, Robert Laffont, 2014.