SKEPP zijn kwakzalvers

Iedereen zal ze wel nu al kennen, de heren en dames van SKEPP, wat staat voor De Studiekring voor de Kritische Evaluatie van Pseudowetenschap en het Paranormale. Al een aantal jaren hebben die hun pijlen gericht op de homeopathie als een soort schietschijf voor wat voor hen pseudowetenschap is, een soort van oplichterij dus. Recent nog organiseerden zij een wat ze noemden massale ‘zelfmoordactie’ door grote hoeveelheden homeopathische producten te drinken. Gewoon belachelijk. Het probleem met hun acties en beweringen is nu eenmaal dat wat zij homeopaten verwijten in feite zelf praktiseren, namelijk kwakzalverij.

Zoeken naar begrip voor de feiten

Wetenschappers zijn soms elke dag van bij het opstaan tot het slapengaan bezig met het bestuderen van de wereld, de natuur, de mens, historische feiten, fysica, etc… Men ziet feiten, poogt die op een rijtje te zetten, ze te begrijpen en haalt daaruit een hypothese, een vermoeden. Dat wordt dan later een thesis, iets wat al steviger op de grond staat en, met heel veel geluk en nog meer hard werk, een wet, een wetmatigheid. Iets waarvan men na veel onderzoek van de feiten zeker is dat het niet anders kan. Tot – verdomme – het tegendeel wordt bewezen en die wet dient aangepast.

Het is een frustrerend werk, een dikwijls eenzaam werk ook. Saai voor de meeste buitenstaanders maar voor de betrokken wetenschapper een kwestie van echte passie. En dat een wetenschapper zijn gans leven kan zitten studeren op fenomenen en nooit niet de achterliggende problematiek kan vinden is gekend. De zwaartekracht was er ook voor Newton geboren werd. Alleen, hij begreep het fenomeen.

Er zijn in onze maatschappij, in de natuur oneindig veel fenomenen die we nog niet begrijpen. Weet al iemand veel over de communicatie onder de dieren? We sturen nochtans wel al boodschappen naar vermeende buitenaardse wezens. Neem een ander veel gekend probleem, dat van ME of CVS, het Chronisch Vermoeidheidssyndroom. Men spreekt van en syndroom omdat men na tientallen jaren studie wereldwijd nog steeds niet weet wat hier aan de hand is. Iedereen tast hier nog steeds in het duister, zelfs al beweert er wel eens een  wetenschapper dat hij de zaak kan oplossen. Wat als steeds voorbarig blijkt. En als de wetenschapper het niet begrijpen dan zwijgen ze over oorzaak, gevolg en oplossing. Neen, zoals het een wetenschapper hoort zoekt deze verder door het woud van feiten op zoek naar hypothese, these en wetmatigheid. Zo werkt wetenschap. Het is niet voor de simpele van geest die overal antwoorden hebben maar nooit vragen.

Genezingen die we niet begrijpen zijn mirakels

In zijn column “Verzoek aan de Hogere Homeopathische Macht” in De Morgen van 8 februari toont Tim Trachet, erevoorzitter van SKEPP, zo een simpele van geest te zijn, de kwakzalver par excellence. Al in het begin van zijn tekst toont hij zijn ware natuur. “Toch beweren homeopaten dat dergelijke extreem verdunde stoffen mensen kunnen genezen”, stelt hij. Een fout van jewelste. Homeopaten beweren dat niet, het is een feit zo vaststaande als het draaien van de aarde om de zon. Het toont dat hij niet eens de essentie van wetenschap snapt: het onderzoek der feiten.

En wie grossiert in dergelijke simplismen gaat natuurlijk op dit pad verder. Zo stel hij iets later in deze column: “… blijft iedere wetenschappelijke verklaring achterwege. Dan kunnen we enkel spreken van een bovennatuurlijk verschijnsel of nog liever een mirakel, veroorzaakt door een Hogere Homeopathische Macht…. Maar als het bestaan van zo’n mirakel zwart op wit wordt aangetoond, beloven we op onze knieën te vallen.”

Dieper kan men moeilijk zakken. We zitten met een inderdaad merkwaardig fenomeen dat miljoenen mensen wereldwijd dankzij homeopathische geneeskunde genezen. Tot heden is voor dit fenomeen nog een onvoldoende wetenschappelijke basis in de zin dat ze door de geneeskundige wereld algemeen aanvaard wordt. Mogelijks speelt hier de maffia van de medische lobby een grote rol. Die verdiende dankzij de Wereldgezondheidsorganisatie WGO, fortuinen met hun inentingscampagnes tegen bijvoorbeeld de Mexicaanse griep en haat de homeopathie.

Maar het is niet omdat men op wetenschappelijk gebied nog deels in het duister tast dat men deze feiten zomaar moet negeren en het hebben over mirakels of als anderen bij SKEPP over het placebo-effect. Het getuigt van een wel heel groot misprijzen voor de wetenschap om iets wat men nog niet geheel begrijpt zo te behandelen. We begrijpen het niet,  dus is het zever, placebo of een mirakel. We begrijpen CVS niet, dus is het allemaal nep en zit het in het hoofd. Wie in ‘s hemelsnaam neemt dergelijk onzinverkopers voor vol aan? Het is een attitude die helemaal niets met wetenschap te maken heeft. Het is er zelfs de antithese van.

Als men een geneeskundig fenomeen wetenschappelijk weet te verklaren dan wijzigt er aan het feit zelf in wezen helemaal niets. Het enige dat anders is, is dat wij het feit begrijpen, het kunnen vatten. Dan komen spreken als Tim Trachet doet over mirakels is gewoon gelul van een absoluut hoog niveau. Een wetenschapper zal de feiten aanvaarden zoals ze zijn en gaat op onderzoek. SKEPP ziet feiten, spreekt daarover als zijnde ‘mirakels’ en ‘placebo’ en gooit dus die miljoenen data gewoon de vuilbak in. Van kwakzalvers gesproken. Begrijpelijk dat een geneesheer als Kim Geybels die voor haar minnaar drugs ging halen, zich hier solidair toonde. Maar het was natuurlijk geen homeopathie waarnaar zij in Nederland op zoek ging.

Willy Van Damme

Dendermondse Oudheidkundige kring met Jaarboek 2009

Het begin van het jaar is als normaal altijd een feest voor de Dendermondse historici en hun fans. Dan immers is het de jaarvergadering van de ‘Oudheidkundige Kring van het Land van Dendermonde’ en dat is niet alleen een wat men doorgaans eerbiedwaardige vereniging mag noemen, het is een hoogdag voor diegene die begaan is met de lokale geschiedenis.

Jaarboek 2009 Dendermondse Oudheidkundige Kring

352 pagina’s vol historisch feitenmateriaal over het Land van Dendermonde.

En met mensen als een André Van Doorselaer, Leo Pée en stadsarchivaris Aimé Stroobants mee aan het hoofd van die kring is kwaliteit meer dan verzekerd. Tijdens die jaarlijkse bijeenkomst met achteraf receptie wordt er ook altijd een voordracht gegeven rond een historisch feit en een zaak die met de studie van de geschiedenis te maken had.

Vorig jaar was dat kunstenaar en duivel-doet-al Leo Verbeke met de restauratie van papieren documenten, dit jaar was het de beurt aan de ook fysiek impressionante Jozef Dauwe. Zoals iemand het die avond uitdrukte, Jef Dauwe is een historicus die in zijn vrije tijd ook nog politicus is. Zijn voordracht betrof zijn nieuw boek ‘Dendermonde in beeld – Iconografie van de stad (13de eeuw – 1914)’. De aandacht bij de aanwezigen voor zijn toespraak was dan ook groot.

De editie Gedenkschriften 2009 van de Oudheidkundige Kring concentreerde zich dit jaar op een centraal probleem waar gedegen historisch onderzoek over de stad steeds mee geconfronteerd wordt. Op 17 september 1914 tijdens de slag om Dendermonde tussen het Belgische leger en de Duitse invasiemacht vloog het stadsarchief samen met de parochieregisters van de Onze-Lieve-Vrouweparochie in  brand. Bovendien vielen diezelfde maand ook de archieven van de gemeente Sint-Gillis en het parochieregister van Sint-Gillis-Zwijveke prooi aan de Duitse vernielzucht.

DSCN1607

Gedeputeerde en historicus Jozef Dauwe wist zijn publiek te boeien.

Een grote ramp voor historici want de stad was naast haar gebouwenpracht ook haar geheugen kwijt. Gelukkig waren er elders nog wat resten van documenten uit het verleden van de stad bewaard. De drie wetenschappelijke studies die hier in dit jaarboek aan bod komen zijn dan gebaseerd op wat elders, in dit geval de Rekenkamer van het Rijksarchief te vinden is. En dat blijkt boeiend materiaal.

In de eerste studie bespreekt Leo Pée het gebruik van het systeem van lijfrente door de stad in de periode 1480 tot 1600. Waarbij hij veel aandacht heeft voor het nut die deze studie kan hebben voor genealogisch onderzoek. Wat blijkt. In een later stadium belooft hij ook andere periodes aan te boren. Men zal bij de Dendermondse Vereniging voor Familiekunde (VVF) blij zijn.

Het verhaal zegt veel over de financieel bijwijlen belabberde situatie van de stad als die zich tijdens de godsdienstoorlog geconfronteerd zag met in elkaar klappende inkomsten en door de oorlog snel stijgende kosten. Het zijn voor de stadsontvanger en die van het OCMW dezer dagen wel gemakkelijker tijden.

Een tweede verhaal betreft een studie van historicus Bart De Wilde over ‘Criminaliteit in de stad en het land van Dendermonde in de zestiende eeuw’. Een onderzoek dat gebaseerd is op de baljuwrekeningen uit die periode. Het is een erg gedetailleerde studie waarin via handige grafieken bijvoorbeeld van jaar tot jaar agressiemisdaden worden geanalyseerd. Vooral bedreigingen en mishandelingen blijken in die eeuw het meest voor te komen. Gevallen van doodslag en zelfdoding waren er die eeuw in het Land van Dendermonde (*) in totaal 38.

Ook andere vormen van criminaliteit komen ter sprake als diefstal, afpersing, brandstichting, verkrachting, overspel en religieuze misdaden als hekserij. Het ware ook hier duidelijk andere tijden.

Een derde studie in het boek betreft een bespreking van ‘De rekening van het land van Dendermonde van 1295-1295 opgesteld door ontvanger Bardelin de Barde’. Deze kwam uit Firenze en was in die periode de grafelijke ontvanger voor de regio. Het is een van de oudste nog gekende rekeningen die er over deze streek bestaan.

Het jaarboek 2009  is te koop in het Zwijvekemuseum en bij de Oudheidkundige Kring zelf. Leden van de Kring krijgen hem gratis.

Willy Van Damme

*: Het Land van Dendermonde was in de middeleeuwen een vrij omvangrijk gebied dat geografisch weinig cohesie had. Zo was Wieze in vele tientallen stukjes verdeeld tussen het Land van Aalst en Kapittel Dendermonde (de Onze-Lieve-Vrouwekerk). En daar de belastingen in Wieze-Dendermonde lager lagen dan in Wieze-Aalst had dit zo zijn lokaal grote gevolgen.

Ook Opwijk, Moerzeke en Laarne behoorden tot het Land Van Dendermonde. Delen van Oudegem en Buggenhout in zijn geheel dan weer niet. Aan die verwarring kwam een einde in 1792 met de komst naar België van de Franse revolutionairen. Zij introduceerden de burgerlijke staat met haar provincies (toen departementen) en de unitaire bestuursvorm met regering en parlement.

De derde veroordeling van Het mediagenie Aubin Heyndrickx (*)

Recent werd in Gent de vroegere professor toxicologie Aubin Heyndrickx voor de derde maal strafrechtelijk veroordeeld. Een terugblik een op der meer kleurrijke Gentenaars. Een terugblik ook op een episode die zowel voor de media als voor de universitaire wereld in België niet bepaald schitterend kan worden genoemd. Beschamend is eerder zelfs een understatement.

De wat ouderen onder ons zullen zich zeker de Gentenaar Aubin Heyndrickx herinneren. De erg charmant overkomende man was een professor toxicologie aan de Gentse Universiteit, hoofd van het Labo voor Toxicologie en de eerste deken van de Farmaceutische Faculteit van de UG. Een kei van een wetenschapper dacht bijna iedereen (**) die in zijn glorieperiode niet weg te branden was uit de gazetten, boekskes, radio en TV. Wie in de jaren zeventig en ook tachtig  het woord wetenschapper uitsprak dacht onmiddellijk aan de charmante erg intelligent overkomende professor, doctor en apotheker – de namen die hij zich steevast toe-eigende – uit Gent.

De Vlaamse pers lag aan zijn voeten en aanbad als het ware de man. Journalisten als Walter Zinzen, die toen voor Panorama werkte en de man regelmatig aan het woord liet, geloofden zelfs de meest onzinnige prietpraat die onze Gentenaar verkondigde. Van enige kritische zin – toch een essentiële voorwaarde voor een journalist – was helemaal geen sprake. Opmerkingen plaatsen bij zijn beweringen was in de media onmogelijk. Zelfs lezersbrieven raakten niet geplaatst. “.. wens ik ze toch niet te plaatsen omdat de opmerkingen die u maakt met te veel farizeïsme kwade trouw veronderstellen bij prof. Heyndrickx”, schreef Lode Bostoen, toen hoofdredacteur van De Standaard op 23 augustus 1983.

Alleen in de zogenaamde alternatieve media als wijlen De Zwijger en De Nieuwe raakten dit soort beschouwingen geplaatst. Op zeker ogenblik beweerde de man zelfs een Amerikaanse regeringstheorie te kunnen bewijzen dat Rusland biologische wapens gebruikte in Laos en Cambodja; de zogenaamde ‘Gele Regen’ gebaseerd op mycotoxines, schimmelgiffen soms weergevonden in oud brood. Een overtreding van het verdrag over biologische wapens. De beweringen van Heyndrickx wekten dan ook in de ganse wetenschappelijke en militaire wereld overal zeer grote verbazing. Logisch. 

Het was de periode van het ontstaan van het internet met de eerste connecties tussen westerse wetenschappelijke instellingen. Dra ontdekten de specialisten dan ook dat onze Gentse supergeleerde nooit iets over dat soort zaken had geschreven in welke wetenschappelijke tijdschriften ook. In wezen had hij zelfs nooit iets van enig wetenschappelijk niveau geschreven. Ook logisch.

En toen hij kort na zijn beweringen, gedaan in onder meer De Standaard en Panorama op TV in Gent hierover zelfs een wereldcongres gaf was het kot te klein. Van overal in de wereld kwamen de specialisten luisteren naar de man. Het werd mogelijks het meest verbazingwekkend wetenschappelijk congres uit de wereldgeschiedenis. In Gent dan nog. Eerst was er zijn hoofdassistent die moest verklaren hoe men in Irak mosterdgas had gedetecteerd. De arme man, geheel bedolven onder een spervuur van erg gerichte vragen van de Belgische militaire specialisten Willems en De Bisschop moest dieprood aangeslagen toegeven dat zij helemaal van niets zeker waren.

Was diens voordracht in de grootste zaal dan hield het Gentse wereldwonder zijn toespraak over de biologische wapens in het kleinste zaaltje mogelijk waar amper iemand ook binnenraakte. Bewust natuurlijk. Toen diens uiteenzetting gedaan was liep een geheel van de plank zijnde Amerikaanse professor Matthew Meselson minutenlang totaal verdwaasd rond, steeds maar op zijn voorhoofd kloppend en constant herhalend: ‘that’s not science, that’s not science.’ Het leek even Monthy Python.

Matthew Meselson was toen professor in biochemie aan de Harvard University en tot president Ronald Reagan steevast adviseur voor biologische wapens van het Witte Huis en de man die als eerste samen met Franklin Stahl in 1957 het bestaan van de DNA-structuur proefondervindelijk bewees. Hij was ook de geestelijke vader van het verdrag rond biologische wapens. Uiteraard werd Heyndrickx door het ganse wetenschappelijke gezelschap uitgelachen en uitgescholden. Zelfs de Wall Street Journal, nooit vies van een stevig pak demagogie wanneer het over de Sovjetunie ging, viel de man nadien in een editoriaal af.

Maar geen probleem voor onze pers die nog dagen nadien van de Standaard tot de VRT kopte alsof de ganse wetenschappelijke wereld als een blok achter de man stond. Voorzien van stevige beschouwingen over zijn successen en mooie foto’s van de breed glimlachende professor Charmant. Met een wetenschappelijk fenomeen en brave man als Meselson hadden ze uiteraard niet gesproken. Ook niet met de Belgische regeringsspecialisten die woedend waren over Aubin en de prietpraat die de pers brachten. Voor de pennenlikkers toen was de man een genie en wee diegene die er aan twijfelde. Zelfs diegenen die beter wisten als een Herman Hendrickx (VRT Radio Actueel), Frans De Smet (De Morgen) of Ron Hermans (Knack) durfden alleen heel voorzichtig en erg omfloerst de kritiek op de man weer te geven.

In wezen was Aubin Heyndrickx dan ook een totaal immorele kwakzalver die amper iets wist van het vakgebied waarin hij werkte. Zoon van een katholieke burgemeester, apotheker en verzetsstrijder uit Ledeberg – een straat is naar zijn naam genoemd – huwde hij een kleindochter van de oude socialistische voorman Edward Anseele en klaar was kees.

Zijn carrière lag open en voor het rapen. En toen bleek dat er uit de erfenis van die Anseele niets te grijpen viel liet hij zijn echtgenote als een baksteen en gepluimd vallen. Typerend was dat volgens een serie bronnen iedereen die op zijn labo kwam werken een ongedateerde ontslagbrief diende te ondertekenen. En wee, aldus die verhalen, de dame die voor de man niet plat ging. Kende hij van toxicologie amper iets, van vrouwen blijkbaar des te meer, en liefst van jonge. Een praktijk die goed geweten was op de Gentse Universiteit zoals professor Moraliteit Etienne Vermeersch, in die periode ooit vicerector, toegaf. Een praktijk waar ook Vermeersch niets tegen ondernam. Heyndrickx zelf heeft steevast elke fout straal ontkend zowel op moreel, financieel als wetenschappelijk vlak. Tot zelfs na zijn drie strafrechtelijke veroordelingen toe.

De enige die er publiek op de universiteit tegen inging was zijn collega professor aan de Farmacie André De Leenheer, de latere rector. Het is mede dankzij zijn hardnekkigheid en het feit dat er een nieuwe Gentse procureur-generaal kwam dat Aubin Heyndrickx ten val kwam. Een geactualiseerde en, opgefriste herhaling door Dirk Draulans en Chris De Stoop – Chris De Stoop: “Maar dat is een gek” – in Knack van de eerder in de Zwijger en De Nieuwe gepubliceerde artikels zorgde voor zijn val. Samen dan met een strafklacht van een man waarop Heyndrickx jaloers was. Het gevolg van een klassieke vrouwenzaak. Ditmaal trok het parket wel op pad.

Aubin Heyndrickx werd wegens onder meer examenfraude voorwaardelijk veroordeelde en, belangrijk, van zijn titels en emeritaat ontdaan. Driemaal werd hij correctioneel veroordeeld, zij het steeds voorwaardelijk. De laatste maal in een zaak van zwartgeld vermoedelijk gelieerd aan Zuid-Afrika en het vroegere Apartheidsregime dat hij voluit steunde. De naam van Heyndrickx viel er trouwens tijdens een van de meer gruwelijke processen uit de periode van de Apartheid.

De laatste maal dat hij als expert werd opgevoerd was enkele jaren geleden in het tijdschrift Jane’s Defence Weekly, een blad dat in wezen propaganda maakt voor de Britse militaire industrie en de regering. Ditmaal had Heyndrickx ‘bewezen’ dat de Serviërs chemische wapens hadden gebruikt in Kosovo.

De man werkte toen voor het het door de VS gefinancierde Kosovaarse rebellenleger UCK, in wezen een criminele organisatie gespecialiseerd in vooral zware misdaad. Gevraagd aan de hoofdredacteur van Jane’s Defence Weekly of ze dan niet wisten van het feit dat de man zijn titel was ontnomen en weet hadden van zijn strafrechtelijk verleden moest hij erkennen dat niet te weten.

En een heel simpele navraag naar zijn wetenschappelijke bagage was duidelijk ook niet gebeurd. Je kon zo aan de telefoon voelen hoe de hoofdredacteur in zijn broek nattigheid voelde. Maar ja, Serviërs waren toen des duivels voor de Britse regering en dus was bij Jane’s Defence Weekly alles toegestaan. Ook het zich belachelijk en geheel ongeloofwaardig maken. Nochtans wordt Jane’s Defence Weekly nog steeds bijna overal steevast omschreven als een autoriteit in haar vlak en is een abonnement erop peperduur.

Willy Van Damme

Lectuur:

– De Zwijger 22 maart 1984 – Van de Gele Regen in de bijendrop

– De Zwijger 26 april 1984 – De invaliditeit van Aubin Heyndrickx en andere RUG-klachten

– De Nieuwe 8 juni 1984 – Prof. Aubin Heyndrickx’ Waterloo

– De Nieuwe 31 oktober 1985 – De bij als geheim wapen

*: Tegenwoordig loopt er in de zaak van Iran en haar nucleair programma, een ietwat gelijkaardig dossier ook zo’n rare snuiter rond genaamd David Albright die doet herinneren aan bepaalde kwaliteiten van de Gentse ex-professor. Deze David Albright noemt zich het hoofd noemt van het Amerikaanse Institute for Science and International Security (ISIS).

Hij geeft zich daarbij regelmatig uit voor ex-medewerker van het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) en specialist op het gebied van nucleaire energie. Zijn medewerkerschap met het IAEA bestaat in wezen uit het feit dat hij ooit eens twee vragen stelde aan het IAEA. En van enige wetenschappelijke vorming op het vlak van kernenergie is al evenmin sprake. Hij heeft veen universitair diploma in wiskunde en fysica maar werkte nooit als wetenschapper rond kernenenergie.

De man doet echter steevast de meest straffe uitspraken over het kernenergieprogramma van Iran daarbij veel insinuerend en de wereld steevast waarschuwend voor de komende door Iran veroorzaakte catastrofe.

Hoeft het te verbazen dat onder meer Reuters, The New York Times en The Financial Times gretig gebruik maken van zijn ‘expertise’. Als men in de media met modder wil gooien steekt het nooit nauw.

**: De enige journalist die hem voor 1983 ooit bestempelde als een zwanzer was Louis De Lentdecker in De Standaard naar aanleiding van een optreden van het Gentse genie in de Wies Andersen Show op toen nog de BRT TV.