Syrische gifgasaanval–Wiens sarin?

Tijdens de politieke herrie en de mediastorm rond de gifgasaanval met sarin van 21 augustus 2013 in Syrië was een van de vaste beweringen in de media, bij de westerse regeringen en ngo’s genre Human Rights Watch en Amnesty International dat de dader alleen het Syrisch leger kon zijn. Want, aldus die stelling, die rebellen beschikten hier niet over en dat produceren ging technisch en organisatorisch hun petje ver te boven.

Anthrax

Recent bewijsmateriaal toont nu aan dat die rebellen wel zonder al te veel moeilijkheden over sarin konden beschikken en het zelfs niet eens moest aanmaken. Ze konden het immers zomaar klaargemaakt kopen of stelen in het naburige Irak wier grens met Syrië toen in 2013 zo lek was als maar kon zijn.

Gifgasaanval - 21-08-2013 - Slachtoffers

Een duidelijke mis-en-scene van het Leger van Islam van Zahran Alloesh, de rebellenbeweging die in de regio ten oosten van Damascus toen actief was, met slachtoffertjes van die gifgasaanval. Waar kinderen goed voor zijn.

Toen al werd er bij een aantal specialisten getwijfeld aan die beweringen. Sarin is immers mits wat chemische kennis, basismateriaal en machines wel probleemloos aan te maken. Maar geen probleem voor die media, politici en ngo’s, smeerlap Assad was de dader.

Een stelling die men ook nu nog regelmatig in onze media kan lezen, vooral als het over de mogelijke diplomatieke rehabilitatie van Assad gaat. Maar zeker toen in 2013 bakte men het in onze media wel erg bruin en was alles goed om nergens op gebaseerde paniekerige artikels te publiceren.

Zo schreef Het Laatste Nieuws op 8 september 2013: “..stijgt de vrees dat dictator Assad na chemische ook biologische wapens inzet. Hij zou beschikken over dodelijke ziektekiemen zoals antrax en de bacterie die botulisme veroorzaakt” in ‘Vrees voor gebruik biologische wapens groeit.’ De krant wist dan ook op 17 september triomfantelijk te melden dat: ‘VN-rapport nagelt Assad aan schandpaal’.

Moesten ze echter ooit de moeite hebben gedaan om die twee rapporten van september en december 2013 te lezen dan had men dat nooit kunnen schrijven. Integendeel bijna alles wijst in de andere richting. Zo sneuvelden er bijvoorbeeld nooit rebellen door gebruik van dat gifgas maar wel burgers en soldaten van het Syrische leger. Een erg nuchtere vaststelling.

Irak

Dat er in Irak na de Amerikaanse invasie van maart 2003 mits wat zoeken sarin te verkrijgen was werd reeds in 2013 door een aantal dissidente specialisten geuit. Het was bij de analyses van dit in Syrië gebruikte sarin trouwens al gebleken dat de kwaliteit ervan niet goed was. Het was immers weinig stabiel en dus niet decennialang houdbaar zoals dat bij sarin van professionele legers vroeger normaal het geval was.

Nu was ten tijde van het VN-onderzoek naar de chemische wapens van Irak al gebleken dat het Iraakse sarin wegens het ontbreken van voldoende stabilisatoren van slechte kwaliteit was. Dus niet zeer lang houdbaar. Juist zoals dat dus ook het geval bleek met het in Syrië die 21ste augustus gebruikte sarin.

Bij het latere onderzoek van het sarin van het Syrische leger bleek nu juist het tegenovergestelde. Dat was erg stabiel. Het was een probleem waar men bij Human Rights Watch, bij ‘specialisten’ als Eliot Higgins en The New York Times bij het doen van hun beweringen maar snel – wegens te gênant – overstapte. Wat toen in de discussies opviel.

Gifgasaanval - 21-08-2013 - Kaart inslagen Damascus

Het toen door The New York Times en Human Rights Watch gebruikte grafisch ‘bewijsmateriaal’. Achteraf is gebleken dat er van een gifgasaanval in Moadamiya (onderaan in het centrum van de grote cirkel) praktisch zeker geen sprake is geweest. Alleen in Zamalka (rechts, de grote rode stip) was er zonder twijfel sarin gebruikt. Op een na bevatten al omgevingsstalen in Moadamiya geen spoor van sarin. Daarentegen bleken alle door het Leger van Islam daar bij die VN-commissie aangebrachte slachtoffers wel sporen van sarin te bevatten. Een discrepantie die een poging tot manipulatie van het dossier door die jihadisten lijkt aan te tonen.

Nu was dit verschil in kwaliteit van die sarin tussen Irak en Syrië goed verklaarbaar. In Irak werd het aangemaakt om tijdens de oorlog met Iran uit de jaren ‘80 van de vorige eeuw te gebruiken, snel dus. En dan was een korte houdbaarheidsdatum geen probleem.

In het geval van Syrië was dit totaal anders. Het land had die chemische wapens gemaakt als een allerlaatste verdedigingsmiddel in geval Israël afstevende op een totale overwinning. Men moest het dus erg lang kunnen opslaan om eventueel te gebruiken op een onmogelijk nader te bepalen datum. Essentieel was dus dat het Syrische sarin erg stabiel was.

Bij de onderzoeken van de VN-commissie rond die gifgasaanval bleek echter dus dat de er gevonden sporen van sarin eerder wezen op een weinig stabiele vorm van sarin. Het Iraakse type dus.

Vlot te koop

In een serie artikels in The New York Times (1) over een geheim Iraaks CIA-programma onthulde de krant de voorbije dagen dat de CIA in de jaren 2005 en 2006 grote hoeveelheden Iraakse granaten met sarin kochten van duistere niet nader genoemde Iraakse figuren.

En toen bleken die gifgasbommen nog echt gevaarlijk en dus bruikbaar. En als deze rond 1980 aangemaakte bommen in 2006 nog bruikbaar waren dan waren ze een zeven jaar later bijna zeker ook nog bruikbaar.

En bovendien wist de VS ons recent bij haar klassieke hoeraberichten over haar bombardementen op ISIS in Irak te melden de chemische wapenspecialist van ISIS te hebben gedood. ISIS had volgens de VS dus een specialist in het maken van sarin! Nu, bijna twee jaren later, laat men ons dat weten.

Eliot Higgins - 3

Bij hoog en laag bleef blogger Eliot Higgins, alias Moses Brown, beweren dat die gifgasraketten kwamen van de legerbasis van de Republikeinse Garde van het Syrische leger bij het presidentieel paleis, een 9 kilometer van de vermeende inslagzones. De gebruikte raket(ten) bleken/bleek echter hoogstens twee kilometer ver te kunnen vliegen.

Ook nu in Oekraïne, en ditmaal werkende onder de schuilnaam Bellingcat, stelt hij bewijzen te hebben dat Rusland het vliegtuig van Malaysian Airlines vlucht MH17 neerhaalde. Met een gifgasgranaat?

Ook blijkt uit recente door Google vrij gegeven satellietbeelden dat de vermoedelijke plaats van waar men die gifgasgranaten afvuurde toen in handen was van die salafistische jihadisten van Zahran Alloesh. Een honderd procent zekerheid over wie die aanval toen pleegde is er echter nog zeker niet.

Duidelijk is wel dat steeds meer elementen wijzen naar die Zahran Alloesh en zijn Leger van Islam, de door de VS, Jordanië en Saoedi Arabië gesteunde salafistische terreurgroep. De ganse zaak kaderde vermoedelijk in een verwoede tweede poging om alsnog Damascus te veroveren. Wat eerder in de zomer van 2012 mislukte.

Chloor

Sinds een aantal maanden is er nu ook het regelmatig weerkerende verhaal over het gebruik door het Syrische leger van chloor als gifgaswapen. Volgens de in het Nederlandse Den Haag gevestigde Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens werd dit gas het voorbije jaar herhaaldelijk in Syrië gebruikt.

Zonder met zoveel woorden te zeggen beschuldigen zij feitelijk het Syrische leger van dit gebruik. Volgens hun verhaal gebeurde de verspreiding ervan door helikopters en, stellen zij, alleen het Syrische leger heeft helikopters.

Een betwistbare stelling. Vooreerst is het rapport nooit openbaar gemaakt en is men dus afhankelijk van de paar perslekken die er hierover zijn geweest. Waarbij perslekken bijna per definitie selectief zijn met als bedoeling te manipuleren.

En die lekken waren bovendien erg beperkt. Assad is niet meer die smeerlap van het westen en dus is men bij die westerse regeringen veel terughoudender dan vroeger. Voordien had het ongetwijfeld wekenlang in de media voorpaginanieuws geweest. Nu is het er bijna muisstil rond.

Ook blijkt al het bewijsmateriaal voor zover geweten te bestaan uit in Turkije verzamelde getuigenissen. Bijna zeker bij die rebellen dus en bovendien in een land dat openlijk oorlog voert tegen Syrië. En dit door een in een NAVO-land gevestigde organisatie die daarenboven onder leiding staat van de Turkse diplomaat Ahmet Üzümcü. En Turkije is eveneens lid van de NAVO. Meer dan voldoende reden dus om argwanend te zijn.

Volgens het verhaal zou men voor het onderzoek wel kort in Syrië geweest zijn maar eventjes beschoten en dus weggetrokken naar het veilige Turkije. Waarom men dan geen tweede poging waagde of elders mensen in Syrië ging interviewen is niet duidelijk.

Het is een onbeantwoorde vraag. En zonder dat dit rapport openbaar gemaakt wordt kan het niet onderzocht worden en zijn die beweringen rond die chlooraanvallen feitelijk waardeloos. Men kan immers van alles beweren.

En dan is er de bewering dat alleen het Syrische leger over helikopters beschikt. Klopt wel en ook weer niet. Het gebied ligt immers vlakbij Turkije en dit in een regio die praktisch geheel in handen is van die salafistische door Turkije bewapende rebellen. En dus is de aanwezigheid van Turkse helikopters hier zeker niet uit te sluiten. Wie gaat die immers tegenhouden? Jabhat al Nusra, de vriendjes van Turkije?

Willy Van Damme

1) The New York Times, ‘C.I.A.is said to have bought and destroyed Iraqi chemical weapons’, C.J. Chivers en Eric Schmitt, 15 februari 2015. http://www.nytimes.com/2015/02/16/world/cia-is-said-to-have-bought-and-destroyed-iraqi-chemical-weapons.html.

Co-auteur C.J. Chivers, een gewezen Amerikaanse militair, was ook de auteur van het oorspronkelijke artikel waarmee zijn krant de Syrische regering ervan beschuldigde achter die gifgasaanval te zitten. Het bleek alleen gebaseerd op grove leugens.

Als enigste verontschuldigde de krant zich weken later hiervoor. Zij het niet op de voorkant zoals voordien met de beschuldigingen gebeurde maar ergens midden in de krant en in het klein. Anderen zoals NRC en De Standaard weigerden zelfs dat. Begin 2014 werd hierover naar Human Rights Watch een mail met vragen gezonden. Hij bleef tot heden onbeantwoord.

Veel van de originele beschuldigingen bleken afkomstig te zijn van Eliot Higgins. Achteraf slaagden hackers erin om zijn emails te laten lekken en toen bleek dat hij wist dat die rebellen wel over sarin beschikten. Wat hij voordien steeds ontkende. Het bewijs dat hij een bedrieger is. Ook de VS zweeg toen, hoewel ze zoals nu blijkt eveneens beter wist.

Advertenties

2 thoughts on “Syrische gifgasaanval–Wiens sarin?

  1. Ook nu weer opletten geblazen. Volgende toont aan dat we niet kunnen uitsluiten dat de Syrische rebellen zelf betrokken zijn bij chloorgas aanvallen
    (1) Bomaanslagen met chloor in Irak 2007
    http://www.nytimes.com/2007/02/21/world/middleeast/21cnd-baghdad.html
    http://www.nytimes.com/2007/03/17/world/middleeast/17cnd-iraq.html
    http://www.reuters.com/article/2007/02/24/us-iraq-chemicals-qaeda-idUSPAR44485120070224
    http://news.bbc.co.uk/2/hi/middle_east/6385033.stm

    (2) Mogelijke ISIS chlooraanval in Irak 2014
    http://rt.com/news/198796-isis-chlorine-attack-report/
    http://www.washingtonpost.com/world/middle_east/islamic-state-militants-allegedly-used-chlorine-gas-against-iraqi-security-forces/2014/10/23/c865c943-1c93-4ac0-a7ed-033218f15cbb_story.html
    Peter Dansaert
    Antwoord:
    Bedankt voor dit pak extra informatie. Feitelijk is wat die organisatie hier over die zaak deed schandelijk. Hun woordvoerder begon op VRT radio 1 zware beschuldigingen te uiten (het konden nog moeilijk insinuaties worden genoemd) zonder dat men exact wist wat er in dat rapport staat.

    Het is alsof iemand je in het publiek uitmaakt voor moordenaar maar de gegevens waarop hij zich baseerde niet openbaar maakt. Reden genoeg om gans dat verhaal over dit rapport betreffende Syrisch chloorgas in de vuilbak te gooien. Samen dan met die ‘woordvoerder’, een Belg.
    Willy Van Damme

  2. ‘Ze konden het immers zomaar klaargemaakt kopen of stelen in het naburige Irak wier grens met Syrië toen in 2013 zo lek was als maar kon zijn.’

    Dat is onzin. Om te beginnen is er, sinds de inspecties van Blixen, geen sarin in Irak. Ten tweede is de houdbaarheid van sarin zeer beperkt, te beperkt om de voorraden van Hoessein nog actief te laten zijn.

    Daarnaast werden er resten van ssm’s gevonden van een type dat het Syrische leger gebruikt. (En die niet in één van de buurlanden te vinden is.)

    En dan hebben we nog de getuigeverklaringen. Die lopen op, inmiddels enkele honderden, waaronder westerse journalisten (Franse) een VN inspecteur en overgelopen militairen.

    Het artikel dat gelinkt wordt is op geen enkel bewijs gebaseerd. Slechts een opmerking van de CIA is het bewijs. Bedenk wel dat de CIA destijds WMD nodig had omdat ze onvindbaar bleken. Uit documenten van Wikileaks kunnen we leren dat tijdens de onderhandelingen in 2007 over de vernietiging van chemische fabrieken die gifgas zouden kunnen maken, Irak het bestaan van Borak-raketten ontkent, EN DAT DE VS HET BIJ DIE ONTKENNING LATEN. Men gaat er niet tegnin en er worden geen maatregelen genomen.

    ‘However, when the two delegations asked about a fifth type of “aluminum” rocket, also known as the “Al-Borak” that was produced indigenously, Iraqi officials denied their existence.’

    https://wikileaks.org/plusd/cables/07AMMAN4578_a.html

    De inspectierapporten van Blixen bevestigen de bewering van Irak (en ontkrachten het verhaal van de CIA.) De Iraqi Survey Group die het onderzoek namens de geallieerden (lees de VS) naar de WMD heeft uitgevoerd bevestigd dit ook weer;

    ‘Upon the conclusion of it’s investigation in September 2004, the ISG determined with high certainty that no chemical weapons have been discovered or destroyed as a result of the CEA consolidation and destruction activities.’
    Nog1
    Antwoord:
    Het betreft hier achtergebleven resten die men blijkbaar vergeten te vernietigen was.
    Het gaat hem dus hier over obussen die her en der verspreid waren. Dat verhaal van The New York Times is in wezen zelfs niet eens nieuw. Uit verhalen die media 2013 rond Syrië rondgingen bleek dit reeds. Eliot Higgins wist er trouwens van.

    Het verhaal over sarin en Irak is ook niet echt in tegenspraak met de rapporten van de missie van Hans Blix. Die onderzocht vooral of er nog productie was en grote voorraden waren. Dat er op bepaalde plaatsen verdwaald geraakte obussen lagen kon niemand immers ontdekken. Het was politiek en militair ook onbelangrijk.

    Wat betreft de houdbaarheid van sarin moet ik je echter geheel tegenspreken. Als de Iraakse sarin niet houdbaar zou zijn waarom zou de Syrische dat dan wel geweest zijn. Er is inderdaad zoals ik schreef een verschil in stabilisatoren die beide landen blijkbaar gebruikten. Wat maakte dat het Iraakse sarin minder lang houdbaar was.

    Verder heeft The New York Times over die zaak een serie artikelen geschreven en niet alleen dat ene waarvan ik de link gaf. En die waren zeker niet alleen gebaseerd op bronnen binnen de CIA. Ten tijde van de Amerikaanse bezetting was er trouwens een rapport over het gebruik van sarin door die opstandelingen toen.

    Andere artikels uit die krant kan je vinden op:
    1) http://www.nytimes.com/interactive/2014/10/14/world/middleeast/us-casualties-of-iraq-chemical-weapons.html
    2) http://www.nytimes.com/2014/11/07/world/middleeast/-more-than-600-reported-chemical-weapons-exposure-in-iraq-pentagon-acknowledges.html
    3) http://www.nytimes.com/2014/10/30/world/middleeast/iraq-chemical-weapons-pentagon-response.html

    Uw opmerking betreffende Syrië begrijp ik niet. Wat zijn SMS?
    Willy Van Damme

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s