Eddy Verhavert, Peter Rooibos en de tragiek van het leven

 

Op 17 december vorig jaar stierf in bijna algehele anonimiteit in het Dendermondse Sint-Blasiusziekenhuis Eddy Verhavert, een voor de grote buitenwereld onbekende man. Op 24 december, de dag voor Kerstmis, werd er ter zijn herdenking in beperkte kring in het crematorium Heimolen in Sint-Niklaas een bijeenkomst gehouden.

Er was toch ongeveer nog een dertig man aanwezig, enkele familieleden en wat vrienden, geestesgenoten van weleer. Het einde van een leven met hoogtepunten en laagtes, de tragiek des levens.

Naoorlogse generatie

Voor Eddy Verhavert begon alles op 2 april 1949 in Baasrode als zoon van Theophiel en Celine, een doodgewoon arbeidersgezin vlakbij de wijk Broekkant, het kon moeilijk proletarischer. Met vader een der vele spoorwegmannen. Het leven zou echter niet simpel en ordinair proletarisch worden voor de man. De tijden, zijn karakter en het lot zou het anders beslissen.

Eddy Verhavert Foto

Eddy Verhavert toen de man de wereld bestormde en zijn vrienden verbaasde met zijn dichtkunsten.

Hij was een kind van de eerste naoorlogse generatie en geboren toen de welvaartstaat na de tweede wereldoorlog geleidelijk aan vorm kreeg. En het industriële West-Europa zou het voelen. Na de charleston en de eerste jazzmuziek kreeg men Elvis Presley met zijn provocerende sexy shows en met daarna een nog meer rebellerende Bob Dylan & Co.

Een belangrijk deel van die naoorlogse generatie zou er voor vallen, en deze specifieke American-way-of-life zou ook die van hun worden. Ook zo bij Eddy die, zoals dat in de zestiger jaren hoorde, humaniora moest studeren in het Dendermondse Heilig Maagdcollege. Want Eddy diende hogerop te geraken.

Bob Dylan

Maar daar kwamen dan de klanken van een Bob Dylan, de Beatles, de helemaal wilde Rolling Stones en de uitdagende geschriften van een Jack Kerouac met zijn beatgeneratie. Een ruige verfrissende verademing, weg van het muffe Baasrode dat toen nog aan de voeten lag van zangidolen als door hem verfoeide Will Tura, John Larry en Bobbejaan Schoepen. Het ‘klootjesvolk’ versus de moderne beeldenstormers.

Dylan & co waren de nieuwe helden voor Eddy en zijn vrienden aan de humaniora van het Heilig Maagdcollege, de school waar de meeste Dendermondse burgers hun kinderen toen heen stuurden.

Verkenners Tongerlo 1964 op weg naar huis - Eddy Verhavert rechts vooraan, Paul De Leenheer, rechts achteraan, Swa Collier derde van links achteraan

Eddy Verhavert, rechts zittend vooraan in 1964 in Tongerlo met de schouts. Paul De Leenheer staande rechts. Swa Collier is derde van links achteraan.

En die vrienden waren François ‘Swa’ Collier en Paul De Leenheer, leeftijds- en dorpsgenoten die samen met de fiets heen en weer trokken van Baasrode naar dat verdomde Dendermondse college. Jongens die opgroeiden bij de Baasroodse scouts en er grossierden in kattenkwaad.

“Eddy was toen al met taal bezig en vertaalde als humaniorastudent zelfs teksten van Bob Dylan. Wat toch niet zo gemakkelijk is. Wel was hij altijd onzeker van zichzelf als er examens waren. Steeds vreesde hij niet te slagen maar nadien klonk het bij hem dan altijd dat het gemakkelijk geweest was, een fluitje van een cent”, aldus zijn kompaan van toen Swa Collier.

Oubollig Baasrode

Voor die jonge rebellen Paul, Eddy en Swa was het echter in Baasrode een doodse boel. Zelfs voor boeken was het er huilen met de pet op. “Er was een katholieke bibliotheek maar een aantal auteurs kon je daar niet vinden zoals een Hugo Claus en een Louis-Paul Boon. Die waren er verboden. Gelukkig was er dan het Willemsfonds gekomen met Jef Daman waar wij zoveel mogelijk van die boeken verslonden”, oppert Swa Collier nog.

Ook voor vertier was het toen in Baasrode erg povertjes. Rock & roll en blues waren er zo goed als taboe. Bij Bertha, een ordinair dorpscafé, op de kickerbak spelen of in café en feestzaal Het Schipke op een der bals een pintje drinken was zowat het maximum aan vertier mogelijk. Niet te doen voor Eddy en de vrienden.

Schoolreis Italie 1967 - Venetie - Eddy Verhavert links, Paul De Leenheer rechts

In 1967 op schoolreis in Venetië met de humaniorastudenten van het Dendermondse Heilig Maagdcollege. Rechts staat Paul De Leenheer.

In 1970 was de ooit zo industriële gemeente ook flink op zijn terugtocht. De fabrieken dankten af, deden de deuren dicht en de bevolking daalde, ze trok weg. Transport ging immers via autostrades en niet meer via de Schelde. En Baasrode lag kilometers ver van die gloednieuwe autostrades. Miserie dus.

En dan was er het gehucht Vlassenbroek waar toen enkele kunstenaars waren neergestreken en Huize Geertrui en van hun geliefde cafés werd. Het had iets artistiek en dat lusten ze wel. Decennia lang zou het door hen op het asfalt aangebrachte vredesteken er de weg sieren. Het bewijs van hun rebellie tegen de gevestigde orde die deze tijden en generatie zo kenmerkten.

De Vliet als hun Utopia

Maar er moest meer. In het naburige Sint-Amands was er sinds begin 1969 de vzw Alias gekomen. En die runde een bruine kroeg, De Vaandrig. (1) Een ‘kot’ wiens reputatie al snel zelfs tot in Nederland reikte. Je kon er verhalen over zen horen, macrobiotisch eten, genieten van de geur van wierrookstokjes, er was seks, revolutionaire taal, gevloek, rock, blues en folkmuziek van de nieuwe generatie. Kortom: Dit was voor hen het paradijs.

En dus huurde dit trio in het dorpscentrum een bouwvallig café van de Baasroodse brouwerij d’ Hollander en werd op 8 september 1970 de vzw De Vliet boven de doopvont gehouden. Met als vierde bestuurder Jef Daman. “Ze hadden iemand van boven de 21 jaar nodig en dus werd ik dat maar”, stelt deze.

Het werd hun klein revolutionair eiland in een voor de rest oerconservatief dorp. Ja ja, de Belgische KP zat er wel al twaalf jaar mee in het dorpsbestuur, maar dat was oude geschiedenis, het verdomde verleden. Weg ermee, leve ons Utopia, was het motto.

Dob Dylan

Bob Dylan, voor vele generatiegenoten van Eddy Verhavert het idool. En zijn teksten werden het onderwerp van soms stevige discussies onder de jonge aanstormende intelligentsia van onder meer het tijdschrift Het Liedboek.

Het werden drie woelige jaren waar dit trio en hun kompanen veel levenservaring opdeden. Seks, drugs & rock & roll waren nooit ver weg. Met verhalen over verdwaalde buitenlandse hippies op zoek naar avontuur. Voor de Baasroodse goegemeente was dit dan ook een grote poel des verderfs.

Swa Collier: “Schande, pek en veren, eeuwigdurende vervloekingen daalden over ons neer. De toenmalige BOB en de burgerij vonden ons maar een stelletje viezeriken, gevaarlijke provo’s, hippies en dwaze gekken.” Het zou nooit vlotten met de gemeente, al was de relatie met de meeste buren opperbest.

Weergaloos

Een hoogtepunt was zeker de deelname aan de Baasroodse gemeenteraadsverkiezingen van oktober 1970. De club was nog maar enkele uren open en daar lag al het besluit klaar, men ging met die verkiezingen de gevestigde orde uitdagen. De gemeente wist direct waar ze met De Vliet aan toe waren. Het was voor vele Baasrodenaren een schok, een schande.

De voorbeelden van Amersterdammers als een Roel van Duijn met zijn kabouters en artiesten zoals dichter Simon Vinkenoog en Johnny The Selfkicker met zijn happenings lonkten. Het Spui op het Baasroodse Plein, maar zonder het Lieverdje. De beatgeneration, provo’s, hippies alles in een. De flowerpower generation was in Baasrode neergestreken, recht vanuit San Francisco en Amsterdam.

En hier bij hun kiescampagne natuurlijk geen autokaravaans zoals toen bij politieke partijen de gewoonte was maar een ecologische fietstocht. En om zich bij het rondtoeren toch te laten horen werden er dan, zoals kinderen toen wel eens deden, speelkaarten met wasspelden aan de fietsspaken vastgemaakt. Een toen ongehoorde en in wezen revolutionaire daad.

Waarbij men bij de kiesborden zelfs mini-happenings hield. Baasrode het kleine Amsterdam. En de naam van die ‘partij’ Weergaloos, wat men bij Vinkenoog had gevonden, was al even revolutionair. Baasrode kon zijn ogen en oren niet geloven. En dan was er nog het ‘partijprogramma’ dat helemaal extravagant leek.

Simon Vinkenoog

Ook Amsterdammer Simon Vinkenoog, toen de dichter der hippies, liet zich in Baasrode voelen.

Het was een mix van utopisch zwansen, ‘revolutionair’ ogende eisen die nu ordinair lijken en onmogelijke vragen voor een betere wereld. Zo moest de dorpskern autovrij worden, eiste men een gemeentelijk informatieblad, diende het broek om Vlassenbroek een beschermd natuurgebied te worden en vroeg men een gemeentelijke bibliotheek en een kinderkribbe. In 1970 schokkende en onrealistisch overkomende eisen. Nu gemeengoed.

Verder moesten alle gemeenteraadsbeslissingen getroffen worden volgens de principes van de astrologie en moesten er gratis naaicursussen komen voor geliefden. Wat men met dat laatste bedoelde kon men in Baasrode natuurlijk zo al rieken. Het waren toch die hippies van de Vliet niet?

Toch haalde de lijst, officieel gekend als lijst De Leenheer nog 104 stemmen.Paul De Leenheer was ook de enige kandidaat nadat men die van Swa Collier officieel om technische reden weigerde. De vrees bij de politici was trouwens dat de lijst zelfs een zetel zou veroveren en zo wel eens op de wip zou kunnen gaan zitten tussen het blok Gemeentebelangen (BSP, PVV en KP) en de toenmalige CVP.

Uit de symbiose tussen De Vaandrig en De Vliet zou trouwens een der succesvolle Belgische rockgroepen ontstaan, Toy, eerst nog als Novadis, een skiffle groep. Ze bestond uit Theo Van Hemelrijck uit Mariekerke, Renaat Boeykens uit Bornem, Pol ‘Den Ille’ Illegems uit Hingene en Albert ‘Harry’ Woods uit Baasrode. Deze woonde trouwens rechtover De Vliet. Hun latere hit Suspicion is nog steens populair.

Peter Rooibos

Voor Eddy Verhavert ging de wereld nu helemaal open. Met zijn woordengegoochel in dichtvorm waar hij als humaniorastudent al zo mee bezig was, werd het nu helemaal menens. In 1971 publiceerde hij met als alias Peter Rooibos zijn eerste dichtbundel ‘Handel in ranke slavinnen’. Het bewees zijn kwaliteiten op dit vlak. Hij gaf hem zelf uit.

De bundel toonde een wereldbestormer, een man in onmin met de doorslechte maatschappij om hem heen. Een man die echter ook bleef twijfelen, onzeker of hij die erg ruwe maatschappij met zijn struggle for life wel aankon. Was hij geschikt om hierin mee te draaien op zoek naar inkomen, prestige en bezit? De familieman met huisje, tuintje, gezin en een vaste job.

Eddy Verhavert - Bij de wilde spinnen af - Poëziebundel Hagelsl

De tweede en laatste dichtenbundel van Eddy Verhavert die ook een beetje zijn testament was. Meer hoefde men daarna volgens hem niet meer te zeggen. Hij had het allemaal al beschreven. De cover is van Jeroen De Coninck, zoon van de Vlassenbroekse kunstschilder Jozef De Coninck, die tegenwoordig onder meer de smurfen tekent.

De twijfel greep duidelijk steeds meer om hem heen. En als hij dan naar Leuven trekt om er politieke en sociale wetenschappen te volgen wordt dat geen succes. Na het eerste jaar haakte hij af.

Ondertussen was De Vliet wegens opvolgingsproblemen eind 1973 gesloten, zat Paul De Leenheer in Amsterdam om er onder meer de alternatieve cultuurtempel Kosmos mee vorm te geven en trok Swa Collier na zijn legerdienst naar Antwerpen en de journalistiek voor een eveneens succesvolle carrière.

Eddy bleef alleen in Baasrode achter en trok naar Sjaloom, het ooit door de lokale katholieke burgerij opgerichte alternatief voor De Vliet. Tevergeefs, want uiteindelijk evolueerde die eveneens richting de Vliet, zij het minder anarchistisch, revolutionair.

Na de stormram die De Vliet was kon dat ook nog moeilijk anders. Het nieuwe was er af. En in 1976 was zelfs ook Bob Dylan zowat overal mainstream geworden. De revolutie was voorbij.

Pessimisme

Voor Eddy was het duidelijk zoeken en groeide de onmin met de wereld om hem. Hij bleef echter wel de geniale woordentovenaar. Zijn in juni 1976 door het lokale tijdschrift Hagelslag (2) uitgegeven tweede dichtbundel ‘Bij de wilde spinnen af’ toonde een grote virtuositeit maar ook een diep pessimisme, een zeer negatieve kijk op de wereld rond hem en zijn rol hierin.

Theaterman Herman Verberckmoes: “Wie die dichtbundel nu leest is niet verrast door de wending die zijn leven na 1976 nam. Hij heeft het allemaal gezien, lust dat niet en ziet zich machteloos tegenover die overal loerende boze wereld. In wezen schreef hij zich hier leeg, het is zowat zijn testament. Het doet mij denken aan die andere dichter Jotie t’ Hooft die ook in 1976 zijn laatste werk pleegde en in de drugs de dood opzocht.”

Typerend zijn de laatste woorden op de achterflap van die bundel:

Gedicht achterflap - Bij de wilde spinnen af - Poëziebundel Hag

 

Het allerlaatste gepubliceerde gedicht van Eddy Verhavert

Afglijden

Het zijn de woorden van iemand die alles als verloren zag, nutteloos. Voor hem had blijkbaar niet alleen het schrijven geen zin meer maar het leven zelf. Het ging dan ook snel bergaf met de man. Het werd geen snelle dood à la Jotie t’ Hooft maar een traag afglijden naar de zelfkant waar de goot met zijn sloten drank lonkte.

De vrienden van vroeger verdwenen allemaal een voor een uit zijn leven. Contact was nu eenmaal zeer moeilijk geworden. Ook zijn relaties met de vrouwen liep steeds verkeerd. Zijn huwelijk ging op de klippen terwijl de andere vrouwenrelaties soms wegens agressief gedrag ruw uit elkaar spatten. Hetzelfde met zijn werk als magazijnier bij het meubelbedrijf Decorum. Ook dit ging stuk.

Brand woning - Het Nieuwsblad 29 januari 2014

Het drama werd nog completer toen hij bijna omkwam in een woningbrand en met derdegraadsbrandwonden in het Gentse UZ werd opgenomen.

De geniale woordentovenaar Peter Rooibos, alias Eddy Verhavert werd een zielige man in de marge, iemand die velen liefst uit de weg gingen. Typerend is het korte filmpje met Eddy Verhavert op YouTube waar niet de talentvolle dichter aan het woord is maar de agressieve dolende man.

“Zielig”, aldus Jan Uyttendaele, hoofdredacteur van het na 1976 ter zielen gegane tijdschrift Hagelslag, zijn laatste uitgever. Wat ooit een beloftevolle dichter was eindigde helemaal dramatisch. Zo vernielde een brand op maandagavond 27 januari 2014 zijn woning en werd hij met zware brandwonden wekenlang in Gent in een coma gehouden.

Daarna volgde de rehabilitatie en die leek te vlotten tot hij op 11 december een zware hartstilstand kreeg die ook zijn hersenen serieus beschadigde. Zelfstandig ademen was er daarna niet meer bij. Het einde was dan ook onvermijdelijk. Het kwam er op 17 december.

Even leek Eddy Verhavert de top in zicht te hebben maar dat lukte uiteindelijk toch niet, het ging integendeel neerwaarts. Een leven zo typerend voor de wereld der kunstenaars dat eigen lijkt aan alle genres en alle tijden. De tragiek van het leven.

Willy Van Damme

1) Van De Vaandrig en Alias vzw is er voor zover geweten slechts een foto bekend. Het werd het voorbeeld voor De Vliet en in Dendermonde voor de Zep, Ranonkel, de Spinnenkop, de Blendjak, ‘t Pilaartje, het Fleus in Wichelen en ook het Dendermondse vrouwencafé de Heksenketel. Wel is het tijdschrift De Aliasbode, behoudens nummer 1, in de Koninklijke Bibliotheek Albert I, de Albertina, te raadplegen.

Er zijn op YouTube wel twee kort filmpjes met beelden van de leden op uitstap in Herbeumont, met Derroll Adams, een der groten van de Amerikaanse folk, en een voetbalmatch. Het staat in twee delen op YouTube. Deel 1: https://www.youtube.com/watch?v=85KLvAUi48o, deel 2: https://www.youtube.com/watch?v=Pnn53OQNObM.

2) Hagelslag was een tijdschrift opgericht door oud-humaniorastudenten van het Heilig-Maagdcollege, nu Oscar Romerocollege, dat zowel literaire als maatschappelijke onderwerpen aanpakte.

Het verscheen van 1971 tot 1976 en was nauw verbonden met het bruine café van vzw Ranonkel gelegen aan de Sint-Jorisgilde. Initiatiefnemers hiervan waren onder meer journalist en kunstenaar Paul Huylebroeck, Fernand Ronsmans, Jan Uyttendaele en Wim Nimmegeers. In totaal verschenen er 18 nummers van Hagelslag. Zie: http://www.antiqbook.be/boox/goe/3229.shtml

Andere leden van de redactieraad waren figuren als Laurent Burssens, Tjen Hammenecker, Hans Verstraeten, Carlos Callaert en Hugo Uyttendaele. Het evolueerde met verloop der tijd wel tot een zuiver literair tijdschrift.

Wie wil kan die twee dichtbundels op eenvoudige vraag per mail digitaal bekomen. Ze liggen vanaf volgende maand ook ter inzage in de stedelijke bibliotheek en het archief van de stad Dendermonde. Dit archief heeft vanaf dan ook een serie andere documenten over de man ter beschikking.

Het materiaal zal men op Gedichtendag 29 januari om 11 uur op het stedelijk Archief aan de Dendermondse Bibliotheek en aan het stedelijk Archief plechtig overhandigen. Het zal in de toekomst dan ook hier te raadplegen zijn.

Ook aan het Letterenhuis in Antwerpen zal een gelijkaardig dossier overgemaakt worden.

Advertenties

4 thoughts on “Eddy Verhavert, Peter Rooibos en de tragiek van het leven

  1. Ooit had ik een lief in Sint Amands (1969); ik kwam dus weleens in De Vaandrig. Twee maal (!)waarvan eentje een bluesconcert. De Vaandrig was een smerig bruin café waar de alternativos toen samenhokten. Typisch voor die tijd (1969-1975).Iedereen lang vettig haar, u kent het wel.(Ja, jij ook Willy) Overbodig om te zeggen dat ik met mijn korte haren en het brave meisje aan mijn hand onmiddellijk opviel. Voor de plaatselijke inwoners was De Vaandrig dan ook des duivels. Van Sint-Amands met de fiets naar huis en toen zag ik in Baasrode een lichtje branden. Eén uur ’s nachts en toch maar afgestapt. Het bleek De Vliet te zijn. Drie man in het zaaltje waarvan één (waarschijnlijk de lui waarover u schrijft) mij de lof zong van een bepaalde Jazzplaat. Keihard liet hij “Take 5” op mij los. Zo is voor mij, via het toeval en één vettige pint de liefde voor de Jazz begonnen. Dus toch bedankt Vliet !
    Peter Beeckman
    Antwoord:
    In De Vaandrig kwamen nogal wat Dendermondenaars en hun vader moest hen dan komen halen. Er werden daar vele koppeltjes gevormd en wie weet… Er werden vriendschappen gevormd voor het leven. En wie gans het verhaal bekijkt en heel goed kijkt zal mij opmerken in een bijrol of is het hoofdrol.
    Ik sprak vandaag nog met een zekere P.B. uit Dendermonde, een door U goed gekend figuur, over zijn dolle avonturen in sommige van die door mij opgenoemde ‘koten’. En die P.B. heeft tegenwoordig zelfs geen haren meer. Verloren aan De Spinnekop?
    Willy Van Damme

    • Ik zal het hem eens vragen Willy. Qua muziek bracht het (bij hem)weinig zoden aan de dijk want ik kan mij geen opera herinneren uit de krachtige luidsprekers in de Spinnekop. By the way, ik kwam daar ook wel eens om een goed gesprek te voeren met “Gilberken”, wiens familienaam ik nu nog niet ken. Om even terug te keren naar de kern van uw artikel: Ik heb tevergeefs mijn geheugen belast; geen enkel aanknopingspunt (via youtube of het college) met de mensen die u beschrijft. De twee filmpjes geven wel een accuraat beeld van die tijd, althans voor die alternatieve groepjes. Hierbij past als gegoten de tekst van “de fanfare van honger en dorst” van Tavernier, gezongen door Jan De Wilde. Snel eens naar luisteren…en om middernacht “Take Five” of iets anders van Blue Note zeker ?
      Peter Beeckman
      Antwoord:
      Ach opera zal ook toen wel niet zijn lievelingskost geweest zijn.
      Gilberken is Gilbert Van Acker, nooit veel school gedaan maar een kei qua literatuur. Zit veel in de bib te schaken en is alleen wat ouder geworden.
      Er was in de Spinnekop kort een fanfare genaamd ‘Arm maar proper’ en de voetbalploeg noemde ‘Bal of Been’, afgekort BOB. Er werd wat afgelachen.

      En ik ben nu aan het luisteren naar Stevie Winwood ‘Back in the high life’. Muziek is nog steeds mijn grote passie. Heb vandaag ook eventjes naar Maria Callas zitten luisteren. Je ziet, een wirwar van stijlen.
      Willy Van Damme

  2. Laat ons inderdaad Eddy herinneren als dichter, mooier kan niet.
    By the way, Willy, jij was een van de hoofd-gangmakers van De Vliet. Jij zorgde o.m. voor de nieuwste langspeelplaten en voor bijdrage aan het debat. De muziek die Peter Beeckman toen gehoord heeft, zou heel goed van The Soft Machine kunnen geweest zijn.
    Overigens was het program van Weergaloos achteraf gezien nog niet zo gek. We hielden wel van een dolletje, maar we waren ook bloedserieus in onze doelen. Andere mensen hebben het werk verder gezet, ik denk aan de bescherming van de Vlassenbroekse polders door Gustaaf Van Gucht en vele anderen. Zonder Weergaloos/De Vliet had Vlassenbroek er nu als een Sint-Martens-Latem uitgezien of een nog lelijker versie van de Sint-Onolfspolder, waarschijnlijk het laatste.
    Ik bedoel maar, mensen kunnen dingen veranderen als ze nadenken.
    Tegenwoordig glijden we (weer ?) af naar een grenzenloos materialisme en gevaarlijke domheid. Anyway, er is de laatste tijd weer wat meer belangstelling voor het erfdeel van De Vliet/Fantasio/De Kosmos.
    Wie weet …
    Paul de Leenheer
    Am*dam
    Antwoord:
    Ach de te gekke muziek van Soft Machine. Ik heb ze juist opgezet. En mijn soms nogal speciale platencollectie, in bepaalde gevallen gekocht in Londen en Amsterdam, werden her en der wel eens gespeeld.

    En uiteindelijk waren die clubs een piepklein groepje mensen maar was hun invloed er omgekeerd evenredig mee. Het dossier van Eddy zit ondertussen ook bij het Antwerpse Letterenhuis en gaat mogen naar het Gentse Poëziecentrum en naar de Koninklijke Bibliotheek Albert I.

    Inderdaad Gustaaf Van Gucht. De man heeft in de regio ontzettend veel gedaan voor het leefmilieu. In Buggenhoutbos hangt – terecht – een herinneringsplaat aan de man. Hij is nu met pensioen.
    Het was mij een echt genoegen om dit verhaal te maken. Dit waren in meerdere opzichten zeer merkwaardige tijden. Iets wat je maar eenmaal in je leven meemaakt.

    Uit De Vliet is dan de actie gekomen voor het beschermen van het Baasroodse leefmilieu tegen het toenmalige stort daar. Belangrijke dingen allemaal. En de activiteiten die De vaandrig, De Spinnekop en de Vliet organiseerden kun je nu beleven in onze culturele centra.

    Erik Van Neyghen trad met zijn groep Pendulum in 1970 op in De Vaandrig en leerde in Sint-Amands zijn vrouw Sanna kennen. En Tom Lanoy was nog een onbekend figuur en zorgde al voor een vol café in De Spinnekop, enzovoort….
    Willy Van Damme

    • Nog even kort aan Paul De Leenheer: Het was wel degelijk loeihard Take Five. Ik ken Soft Machine vrij goed en de latere platen van Robert Whyatt (zag ze ook live in Bilzen in 1969).Wat ik wou zeggen: door dat stomme toeval in de Vliet stapte ik (buiten rock en klassiek) in de prachtige blue-note jazzwereld (1955-1965) en leerde oa Coltrane kennen. En weet u wat ik vind?: Coltrane is Hendrix op sax en omgekeerd klinkt voor mij Hendrix (dikwijls) als Coltrane op gitaar. Het staat buiten kijf dat Hendrix na 1970 en bij leven zich verder zou ontwikkelen in de jazz. Kijk eens wat de geschiedenis ons ontnam.
      Peter Beeckman
      Antwoord:
      Dus was De Vliet toch goed voor iets, je leerde er dus Bleu Note kennen. Over Coltrane kan men natuurlijk uren en meer discussiëren. Het is wel een onvoorstelbaar virtuoos geweest. En hij ging langer mee dan Hendrix. Ik heb hem gisteren nog eens zitten beluisteren.
      Willy Van Damme

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s