Proces Maurice De Prins – Brief van een overledene

In Antwerpen kwam recent eindelijk het proces rond de laatste oplichtingszaak van Maurice De Prins voor debatten voor de rechtbank. Het lag er al een jaar te wachten en was gedeeltelijk een anti-climax. Zo stierf De Prins op 21 oktober in Sint-Niklaas aan een hersenbloeding.

Dader en slachtoffer

Ook werd er nog snel voor het proces begon via het parket een dading afgesloten tussen een aantal gedupeerden en twee van de voornaamste andere verdachten, Robert Scheers en Johan P.S. De Mey.

Via deze dading vermeden beiden een correctionele veroordeling en betaalden ze aan enkele slachtoffers een flink bedrag. Daarbij schikte Scheers voor 25.000 euro en De Mey 50.000 euro.

“Dat is een veelvoud van de boete die ze anders van de rechtbank zouden kunnen krijgen, en we weten dat bij een veroordeling in veel gevallen de benadeelden amper iets zien. Nu wel. Daarom is dit een goed systeem”, aldus een parketmagistraat. Die wel toegaf dat ze daardoor wel een feitelijke veroordeling vermijden. Wat voor sommigen dan weer niet kan.

Het debat voor de rechtbank draaide dan ook uiteindelijk rond een zijdossier van dit vrij smeuïg verhaal. Het betrof dat tussen advocaat Johan Mees en Dirk Van de Heijning, in dit dossier een medewerker van de Prins. Beiden verschenen hierbij als vermeende daders en slachtoffers.

Stinkende lucht

Het verhaal begon feitelijk allemaal toen Maurice De Prins in 2002 in de zaak Superclub/KS nog voor het Antwerpse hof van beroep stond. Dit na een eerdere veroordeling in de zaak door de rechtbank in Hasselt.

Superclub was origineel een in 1983 opgerichte keten van videoverhuurwinkels. Deze leek voor wie een dagblad als De Financieel Economische Tijd toen las één groot succesverhaal. In realiteit was het echter een verlieslatende knoeiboel die alleen dankzij veel plakwerk en steeds maar vers kapitaal in leven werd gehouden.

De boel ontplofte toen in mei 1990 een rommelig revisorenrapport bekend raakte, geschreven door een zekere André Deschamps, en die had enkele anomalieën in de boeken van Superclub ontdekt. Het flutrapport was echter voldoende om deze ballon vol stinkende lucht de dag zelf te laten leeglopen.

Maar dat was nadat een aantal aandeelhouders vlug nog vele miljoenen aan de zaak verdienden. Ten nadelen van mensen die via de gewillige media warm waren gemaakt voor dit zakelijk ‘succesverhaal’.

Aandelenzwendel

Zo schreven de vaste aandeelhouders, waaronder toen gerespecteerde groepen als Euroventures, Benevent en rond de Kredietbank hangende fondsen in september 1989 voor 2,5 euro het stuk in op nieuwe aandelen Superclub. Die deze dan snel in de periode tot mei 1990 dankzij een uitgekiende PR-strategie aan het grote publiek verkochten voor prijzen die opliepen tot zelfs 150 euro.

Een handel die deels liep via de Kredietbank en aangeprezen werd door allerlei ‘beursgoeroes’. “We hebben ons vergist”, was het simpel excuus achteraf van Remi Vermeir, de toenmalige baas van de KB.

Waarbij de beurscommissie onder leiding van Jean-Louise Duplat tot mei 1990 de ogen dichtkneep. Dit terwijl er nooit zelfs een officiële beursgang voor Superclub was geweest en alles dus illegaal was. Het was toen het grootste financiële schandaal in België.

Ook had Maurice De Prins in het najaar van 1989 een groot pakket van zijn in wezen waardeloze aandelen in zijn rommelbedrijf voor ongeveer 32 miljoen euro aan de Kempense Steenkoolmijnen (KS) verkocht. Geld dat normaal diende voor nieuwe tewerkstelling in Limburg waar men toen de laatste steenkoolmijnen sloot.

Hingenaar De Prins kreeg hiervoor uiteindelijk 4 jaar effectieve celstraf en zijn acoliet Zelenaar Charles Cool 2 jaar effectief. De Prins zal trouwens een groot deel van zijn straf in Dendermonde uitzitten.

Een Russische joodse prof

Dus nog terwijl hij zich voor zijn gigantische fraude aan het verdedigen was bleek de man al met een nieuw gelijkaardig verhaal bezig te zijn. Het typeerde deze man voor wie grootspraak en oplichting de centrale thema’s van zijn leven waren.

Landon Partners Corporation

Omdat De Prins de amper iets kostende licentiebelasting niet betaalde werd Landon Partners al op 1 november 2001, dus na iets meer dan twee jaar geschrapt. Vermoedelijk betaalde hij die belasting dus al in 2000 niet meer. Typerend voor de praatjesmaker die De Prins was.

Hier betrof het dan ditmaal geen aandelen Superclub maar effecten in Landon Partners Corporation uit de Britse Maagdeneilanden, een piratenhol gekend voor haar witwaspraktijken. Die aandelen werden aangehouden door de Luxemburgse Amgine Equity Holding SA uit het al bijna even beruchte Luxemburg.

Ogenschijnlijk was er hier van De Prins geen sprake maar het zaakje werd wel aangeprezen via een analyse en advies van de toen nog Antwerpse bedrijfsrevisor Johan P.S. De Mey, bij kenners gekend als de vaste revisor en accountant van … Maurice De Prins.

Ook was er Robert Scheers die privé met het zaakje leurde. En Robert Scheers is reeds een zakenpartner van toen De Prins nog in o.m. Ranst een frietkot runde. Scheers was immers op dat ogenblik een kippenslachter die leverde aan die frietkoten van zijn vriend.

Een andere leurder met die aandelen in Landon Partners was een zekere Dirk Van de Heijning die toen in Brasschaat een golfterrein bezat, een golfterrein waar De Prins wel eens op bezoek kwam.

Landon Partners Corporation - Opinie Johan P.S. De Mey

Verlies is met deze investeringsmachine virtueel onmogelijk wist toenmalig bedrijfsrevisor Johan P.S. De Mey op 26 april 2002 aan het zoveelste slachtoffer van De Prins te melden. Landon Partners bestond toen al bijna zes maanden niet meer. Schone woorden en vuile leugens.

Verzekerde superwinsten

Probleem was hier dat toen De Prins in 2002 met die aandelen in Landon Partners leurde dit bedrijf al op 1 november 2001 van het bedrijfsregister was geschrapt. Dit terwijl revisor De Mey op 26 april 2002 zijn analyse en advies geeft over de zaak.

En volgens dit verhaal bezat Landon Partners een systeem waarmee men op de beurs steevast superwinsten zou boeken, tot 50% op maandbasis. Of de beurs op of neer ging zou hierbij geen enkel verschil maken. En dat leek volgens het lijvige verslag van de Mey allemaal geloofwaardig.

De man is sindsdien om die reden door het Instituut der Bedrijfsrevisoren geschrapt als revisor en werkt nu vanuit zijn oude burelen voor het boekhouderkantoor Vandelanotte. “Het was voor ons essentieel dat hij geschrapt werd. Dat is een nog zwaardere straf dan wat wij verkregen via die minnelijke schikking”, stelt men bij het Antwerpse parket. De Mey is ook niet meer bereid tot commentaar.

Toen de politie tijdens het onderzoek dan aan de Prins vroeg waar dat beleggerssysteem vandaan kwam beweerde deze zich de naam van die ontwerper niet meer te herinneren. Het was volgens zijn verklaring een joodse professor uit Rusland, iets als Dr. Mikhael.

Moneytron

De bedoeling was, nog steeds volgens De Prins, om zo zijn financiële toestand na het debacle met Superclub er terug bovenop te helpen. Oplichterij volgens het parket want zoiets als de beursgang voorspellen bestaat niet. Het was volgens de aanklager gewoon een nieuw verhaal zoals dat met Moneytron van Jean-Pierre Van Rossem.

“De prins had als andere oplichters voor hem een zeer grote overtuigingskracht om mensen in de val te lokken. Enig medelijden met zijn slachtoffers had hij echter helemaal niet”, aldus het parket in zijn requisitoir.

“En wat hij beweerde de computerzaal te zijn was in wezen het bezemhoek. Het systeem had nog geen naam maar men had er dan zogezegd wel met Crédit Lyonnais al over gesproken,” aldus nog deze magistraat.

En alhoewel het systeem volgens de prospectus alleen voor grote investeerders was bedoeld stapte niemand van dat soort financiers in dit project. Ook de Luxemburgse contactman van De Prins, een zekere Miguel Munoz zal het systeem nooit hebben weten werken. Deze laatste diende zich strafrechtelijk wel niet te verantwoorden.

Overlijden De Prins

Maar door het onverwachte overlijden van De Prins op 21 oktober vorig jaar ontsnapte hij toch nog aan de minnelijke schikking. En dat was voor het parket een serieuze tegenvaller. “Net nu we hem eindelijk voor de eerste maal gingen kunnen doen betalen komt hij te sterven”, klinkt het daar teleurstellend.

Uiteindelijk bleef er dus voor de rechtbank alleen nog het geschil tussen Johan Mees en zijn vroegere jarenlange vriend Dirk Van de Heijning over. Met zware beschuldigingen tegen Mees die afpersing, poging tot afpersing, slagen en het vernielen van voertuigen werd aangewreven. Met geëiste straffen van 6 maanden en 2 jaar cel.

Een beschuldiging die grotendeels te maken had met het feit toen Mees ontdekte dat De Prins achter de zaak zat en er van een beloofde terugbetaling niets in huis kwam. Het door Van de Heijning ondertekende contract waarbij Mees in juni 2002 in totaal 250.000 euro belegde stipuleerde immers dat men elk kwartaal kon uitstappen. Maar dat bleek onmogelijk.

Waarna de relatie tussen beide 20 jaar oude vrienden snel verzuurde. En dat men niet kon terugbetalen kwam volgens de beweringen van Van de Heijning omdat De Prins tegen zijn verwachtingen in op 26 juni 2002 na de uitspraak door het hof onmiddellijk werd aangehouden. Hij alleen had, stelde hij, immers de volmachten.

Frank Van Leemput

En dus was het officieel wachten tot De Prins in juni 2004 voorwaardelijk wordt vrijgelaten. Dan zou Mees de belegde gelden met daarbij dan de beloofde superwinsten eindelijk krijgen. Maar eens vrij stelde De Prins plots dat het systeem toch niet had gewerkt.

Opvallend was dat tijdens de soms hevige debatten voor de rechtbank regelmatig Frank Van Leemput, tot het overlijden van De Prins diens advocaat, ter sprake kwam. Die bleek volgens de verdediging van Mees een centrale figuur in de zaak te zijn. Waarbij men kwistig citeerde uit door Van Leemput in de zaak geschreven brieven.

Zo was Mees op aanraden van Van Leemput de advocaat van De Prins geworden om zijn voorwaardelijke invrijheidstelling te regelen. Het was iets wat Van Leemput blijkbaar niet zo goed kende.

En als Mees in de zaak klacht wil neerleggen zal Van Leemput als argument dit feit gebruiken om dit te verhinderen en ook het naar de pers stappen te verbieden. Wat hij wist zou immers vertrouwelijk zijn aangezien het kwam uit de juridische relatie tussen De Prins en Mees. Zelfs de stafhouder werd aangesproken die dan maatregelen nam tegen Mees.

Uiteindelijk zal Mees toch klacht mogen neerleggen en naar de pers stappen. Volgens Mees was dit duidelijk een mede door Van Leemput opgezette val om te verhinderen dat hij tegen De Prins zou kunnen ageren.

Dat de naam van Van Leemput herhaaldelijk viel wekte dan weer de ergernis op van Frank Marneffe, de advocaat van Dirk Van de Heijning. Deze wou op zeker ogenblik zelfs de stafhouder oproepen, daarbij eisend dat men niet langer de naam van zijn confrater zou noemen.

Hier volgde het openbaar ministerie echter de verdedigingsstrategie van Mees die hiervoor trouwens een Brusselse toppleiter gebruikte. Een Antwerpse strafpleiter werd blijkbaar gezien als te riskant. “De hier geciteerde documenten komen allemaal uit het strafdossier. Er is dus geen bezwaar om ze te gebruiken”, aldus de parketmagistraat.

Brief van een overledene

Een stelling die ook de rechters volgden. Verder bleek uit het pleidooi van de verdediging dat er van de klachten tegen Mees zo te horen amper iets overbleef. Zo was er de klacht van slagen toegebracht aan iemand die een cliënt van Mees bedreigde. Dit gebeurde dan volgens de klacht met peperspray, feiten die dateren van voor het dolle avontuur met Landon Partners.

Verbaliserende agenten die een 45 minuten na het incident arriveren zien echter in de woning van de belaagde dame, de dame, Mees en de andere betrokkene samen een koffie drinken en overleggen. Zij merken in hun PV geen enkel spoor van peperspray bij de betrokkene op.

Ook het vermeende gebruik door Mees van een zogenaamde Albanese bende stond zo te zien op heel losse schroeven. Het bleken tijdens de debatten om werknemers te gaan van de private bewakingsdienst Protech, een firma die toen eigendom was van …. Dirk Van de Heijning. Deze moesten de dame bewaken.

Ook de afpersing door Mees van Van de Heijning lijkt twijfelachtig. Deze laatste stuurt immers enkele dagen na de zogenaamde bedreigingen naar Mees een mail beginnende met ”Beste John” waarin verder in detail een voorstel tot terugbetaling werd gedaan. Uiteindelijk zal Mees via Van de Heijning in 2005 die 250.000 euro plus 60.000 euro aan interesten terugkrijgen.

De echte verrassing kwam er echter tegen het einde van de meer dan twee uur durende debatten. Zo wierp de advocaat van Dirk Van de Heijning op het einde nog een brief van weeral Frank Van Leemput op tafel. Die had namens zijn op 21 oktober overleden cliënt op 13 januari 2013 over de zaak nog een brief geschreven gericht aan Marneffe.

Dus een brief uit het hiernamaals van Maurice De Prins. Men wist dat hij bij leven een speciale kerel was maar dat hij bijna drie maanden na zijn dood door zijn advocaat nog een brief laat schrijven was voor zowat iedereen straffe kost. Mogelijks uniek in de geschiedenis van het Belgische strafrecht. Iets voor de Juristenkrant?

Het voorval ontlokte achteraf aan het openbaar ministerie de opmerking dat er achter De Prins blijkbaar nog een achterman zit. Want dat De Prins dood is had het parket via twee bronnen laten nakijken. Een raadsel dus.

Willy Van Damme

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s