Een abdij te boek

De Dendermondse historicus Leo Pée presenteert komende vrijdagavond in het Heilig Maagdcollege zijn boek over de Dendermondse abdij van Zwijveke (*). Een van de belangrijkste instellingen uit het middeleeuwse Dendermonde.

Lokale adel

De cisterciënzerinnenabdij van Zwijveke ontstond uit het aan de Brusselse Poort in 1214 opgerichte Sint-Gillishospitaal. Dit werd opgericht in navolging van dat van Sint-Blasius dat in 1202 aan de Gentse Poort het levenslicht zag. Hieruit ontstond dan op initiatief van Mathilde I, vrouwe van Dendermonde, in 1223 de abdij van Zwijveke.

Abdij van Zwijveke - Dendermonde

De Dendermondse abdij van Zwijveke aan de Dender in de Boonwijk.

“Qua aantal religieuzen was dat met gemiddeld een 20 nonnen en een 7 lekenzusters een klein klooster. Economisch was het echter zeer belangrijk. Het bezat immers veel gronden die ze via schenkingen van vooral de lokale adel, de heren van Dendermonde en hun familie, verkregen. Er was wel eens een gift van een pastoor bij maar dat was de uitzondering. Ook de abdissen waren trouwens soms leden van de lokale adel”, stelt Leo Pée die ook redactiesecretaris is van de Oudheidkundige Kring van het Land van Dendermonde.

Aangezien het cisterciënzerinnen betrof trok men zoals hun regel dat toen stelde al zeer snel naar het platteland, buiten de stadsmuren. Waarbij men hun kerk van Sint-Gillis-Binnen ruilde voor het Onze-Lieve-Vrouwenkerkje op de Boonwijk. Vanaf 1228 zal men hier beginnen met de bouw van een echt klooster.

Contemplatief

Dat bevatte naast een pak landbouwgronden en een brouwerij ook onder meer een molen. De veldweg die omwille van de nieuwe gevangenis daar recent deels werd verplaatst wordt op de Boonwijk trouwens nog steeds de Molenweg genoemd. De nonnen van Zwijveke behoorden tot een contemplatieve orde die ook nog aan armenzorg deed. Arme mensen konden er theoretisch elke dag aan de poort om voedsel bedelen.

Leo Pée: “Ze hadden recht op tienden of delen van tienden van de opbrengst van bepaalde gronden. Het was een door de Frankische koning Karel Martel ingevoerde regel waardoor ze verplicht werden een derde daarvan te besteden aan armenzorg en een ander derde aan het onderhoud van de lokale kerk. Wat soms wel eens voor gerechtelijke geschillen met het klooster zorgde. Want ook hier speelde geld een grote rol.” Er waren dan ook soms geschillen met o.a. de pastoors van Sint-Gillis en Denderbelle in verband met de verbouwingen aan de plaatselijke parochiekerken.

Het grondbezit van de abdij loopt gezien de giften die ze kreeg logischerwijze ook parallel met het feodaal bezit van de heren van Dendermonde. Zo bezat de abdij in de buurt veel gronden of het recht op tienden, met vooral veel bezittingen in Appels en Sint-Gillis-Dendermonde maar ook in Opwijk, Buggenhout, Heusden en zelfs in Meulebeke bij Kortrijk.

Oudheidkundige Kring

Tentoonstelling Zwijveke - poster goederenboek - klein 200 dpi

Komende vrijdag stelt Leo Pée zijn boek over de abdij voor. Een stevig naslagwerk goed voor enkele kilo’s papier.

Het boek wordt uitgegeven ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van de Oudheidkundige Kring van het Land van Dendermonde en kadert in de provinciale plannen voor de publicatie van Oost-Vlaamse kaart- en landboeken. Een initiatief van gedeputeerde voor Cultuur Jozef Dauwe.

Eerder verschenen hier al ‘Dendermonde in beeld’ en het ‘Land en kaartboek van Lebbeke’ beiden van amateurhistoricus en provinciaal gedeputeerde voor Cultuur Jozef Dauwe. Het boek heeft dan ook hetzelfde groot formaat en bevat 464 bladzijden. Het is een goede 5 cm dik.

Het wordt komende vrijdagavond 16 maart om 19 uur gepresenteerd tijdens een speciale zitting in Dendermondse Het Heilig Maagdcollege. De titel van het lijvige werk is ‘Het kaart- en goederenboek van de abdij van Zwijveke’ en is gedrukt bij Lannoo.

Verduisteringen

Het is deels een kopie van de op vraag van abdis Edmunda d’Huarte in 1738 door landmeter Joos De Deken op perkament gemaakte reeks kaarten waarin de vele onroerende eigendommen en de tienden van de abdij worden weergegeven en nauwkeurig beschreven.

Leo Pée: “De abdis werkte voorheen als hulpboekhoudster in de abdij en besefte dat er nood was aan een goede inventaris van de bezittingen van Zwijveke. Eens ze dan in 1730 abdis werd nam ze dan ook de taak op zich dit euvel op te lossen. Ze heeft het bij de inleiding trouwens over de nood om allerlei verduisteringen aan het licht te brengen en nieuwe te verhinderen.”

Niets nieuws onder de zon dus. Onderzoek van Leo Pée toont trouwens aan dat de abdij dankzij dit boek op het spoor kwam van serieuze verduisteringen, onder meer in Denderbelle.

Leo Pée

Leo Pée deed een grondig onderzoek van al de archieven die meer inzicht konden geven in de historiek van de abdij van Zwijveke.

Deze kaarten werden echter perfect bewaard en worden nu als het ware heruitgegeven. “Ik heb dat niet zomaar gedaan maar er ook moderne kaarten bij gezet die aanduiden welk van die percelen overeenkomen met de huidige kadasternummers. Iedereen kan zo gemakkelijk zien of zijn huidige eigendom ooit bezit was van de abdij”, stelt Leo Pée.

Leo Pée is echter nog verder gegaan bij zijn diep gaande graafwerk doorheen onze archieven. Ook de grond- en tiendenschenkingen vanaf 1223 tot het einde van de achttiende eeuw evenals de pachtcontracten en de pachtopbrengsten komen in het boek aan bod. Het boek is voor genealogen dan ook belangrijk onderzoeksmateriaal.

Ook de geschiedenis van de abdij van het prille begin tot haar definitief verdwijnen in het midden van de negentiende eeuw, de evolutie van het bodemgebruik van de abdijgronden en de armen- en ziekenzorg in die periode komen in het boek uitgebreid aan bod.

“Dit boek geeft een goede beschrijving van vooral het economisch leven van de abdij en is daarom niet alleen belangrijk voor een betere kennis van het Land van Dendermonde maar ook voor het abdijleven in het algemeen toen”, zegt Leo Pée nog verder.

Verhuis

Stadsarchivaris Aimé Stroobants en de tentoonstelling over de abdij van Zwijveke

De door de stedelijke musea georganiseerde tentoonstelling over het kaartenboek van Zwijveke loopt nog tot 31 maart in het Zwijvekemuseum. Hier stadsconservator en archivaris Aimé Stroobants.

Op dit ogenblik loopt er trouwens nog tot 31 maart in het Zwijvekemuseum aan de Nijverheidsstraat in Dendermonde een tentoonstelling over dit onderwerp. Het is al de tweede tentoonstelling over Zwijveke trouwens daar men in 1981 al de archeologische vondsten rond de abdij al aan het publiek toonde.

Leo Pée: “Bij graafwerken aan de woning (de enig overblijvende restant van de abdij, nvdr.) van mijn schoonbroer Harold Van de Perre op de site van het Oud Klooster hebben wij vroeger al de contouren van de abdij van Zwijveke gevonden en ook de grondvesten van de latere abdij in de stadskern zijn nu gekend. Er is dus al heel veel geweten over deze abdij.” (**)

Toen de Franse troepen van koning Lodewijk XIV begin augustus 1767 ook Dendermonde gingen belegeren werd de abdij op bevel van de gouverneur van Dendermonde vernield. “Ze stond te dicht bij de stadswallen en zou een ideale uitvalsbasis voor de Fransen geweest zijn. De nonnen woonden dan in een refuge aan de Dijkstraat”, aldus nog Leo Pée.

Ook weerkeren mocht om veiligheidsredenen van de gouverneur daarna niet meer. Ze keerden dan maar terug vlakbij hun vroegere stek waar nu het Zwijvekemuseum staat. Dit is trouwens het enige overgebleven deel van deze abdij.

Zwijvekemuseum

Het huidige Zwijvekemuseum is de enig overgebleven restant van de na 1767 vlakbij de kerk van Sint-Gillis-Binnen herbouwde abdij van Zwijveke.

In beslagname

De abdij dreigde eerst al door de Oostenrijkse keizer Jozef II te worden opgeheven zoals hij dat in 1783-1784 reeds deed met Mariatroon, de abdij der Birgittinessen aan de huidige Brusselsestraat. Jozef II wou immers een einde maken aan het zuiver contemplatief abdijleven. Zwijveke beloofde echter plechtig aan de keizer om met een normaalschool meisjesschool te starten en zette daarvoor zelfs al geld opzij.

Van de belofte kwam echter nooit iets in huis. En toen de Franse revolutionairen wat later onze contreien veroverden was het gedaan met de abdij van Zwijveke. De nieuwe bewindvoerders namen ze in 1798 in beslag en verkochten de inboedel openbaar. In de plaats kwam dan later o.m. een pak woningen en vlakbij het lyceum, de meisjesschool van het openbaar onderwijs. Ook die is er echter nu al weg.

Willy Van Damme

*: De naam Zwijke toont een Gallo-Romeinse invloed aan. Het is de vicus genoemd naar een figuur die mogelijks Sua noemde. En een vicus is de Romeinse naam voor een gehucht veelal gelegen bij een castellum, een legerplaats. De Zwijvekekouter is zowat het hoogst gelegen gebied van de stad en hier werden bij verschillende opgravingen sporen gevonden van bewoning uit de Gallo-Romeinse en vroeg-Frankische periode.

Hierover kan men meer lezen in het in 2010 gepubliceerde werk “Dendermonde van metaaltijden tot vroege middeleeuwen’. Het is te verkrijgen bij de Stedelijke musea.

* *: In 1981 verscheen van de hand van Leo Pée en Aimé Stroobants al een boek over de abdij Van Zwijveke. Het 132 pagina’s tellende boek is voor 5 euro te verkrijgen in het Zwijvekemuseum. Voor openingsuren van het museum en die tentoonstelling zie: www.dendermonde.be.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s