Officieel bezwaar Raldes tegen PRUP nieuwe gevangenis

Hieronder het bezwaarschrift dat de regionale milieuactiegroep Raldes aantekende tegen de plannen voor de nieuwe gevangenis in Dendermonde.

Willy Van Damme

Hiermee tekenen we bezwaar aan tegen het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Afbakening kleinstedelijk gebied Dendermonde’, meer in het bijzonder tegen deelplan Dendermonde-West.

1 Algemeen
Een van de hoofddoelstellingen van de ruimtelijke structuurplanning – en van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen in het bijzonder – is het bewaren en beschermen van de schaarse open ruimte die ons nog rest. De vraag naar meer ruimte voor
stedelijke functies dient in de eerste plaats te worden opgevangen door het verbeteren van de kwaliteit van het bestaande stedelijk weefsel, meer bepaald door inbreiding (beter gebruik van de in gebruik zijnde oppervlakte) en door het beter
ordenen van de verschillende ruimtegebruikers. En niet door nog meer open ruimte in gebruik te nemen.

In de praktijk zien we bij het verder tot stand komen van de structuurplanning evenwel het tegenovergestelde gebeuren. Het lijkt er veeleer op dat het reeds dichtbebouwde Vlaanderen een nieuwe urbanisatiegolf tegemoet gaat door het realiseren van woonuitbreidingsgebieden (ondanks een dalend inwonersaantal) en door het uitbouwen van nieuwe industriezones die overbodig zijn. Onder andere wegens het niet voorhanden zijn van geschikte arbeidskrachten op de binnenlandse arbeidsmarkt en wegens het afnemend belang van de industriële productie (secundaire sector) tegenover het stijgend belang van de dienstensector (tertiaire sector) dewelke thuishoort in kantoorgebouwen. Sinds de goedkeuring van het RSV zijn vooral nieuwe ‘urbanisatie-aanjagers” op het beleidstoneel verschenen.

We moeten met planologische ergernis vaststellen dat ook het afbakeningsplan voor het kleinstedelijk gebied Dendermonde urbanisatie-bevorderend is. Dat blijkt alvast uit de speerpunten in het plan:

– de wijziging van bestemming van de site Oud Klooster waar men onder het mom van een randstedelijk groengebied een nieuwe, bijkomende gevangenis wil inplanten.
– het verder volbouwen van open ruimte ten behoeve van bijkomende woningen. Hier wordt de kans gemist om behalve ter hoogte van de site Oud-Klooster ook op andere plaatsen woonuitbreidingsgebied te schrappen.

Als loutere uitvoering van het structuurplan Vlaanderen moet het afbakeningsplan in hoofdzaak de werkelijke grens tussen stedelijk gebied en buitengebied op de kaart zetten. Dat daarbij een bepaalde visie voor ogen wordt gehouden (en niet elk
bebouwd perceel in het stedelijk gebied wordt opgenomen en omgekeerd niet ieder onbebouwd perceel in het buitengebied moet liggen) is voor de hand liggend. Met de afbakening als basis kan dan via verdere structuurplanning de vraag naar meer ruimte
worden opgevangen door inbreiding en betere interne ordening.

Deze afbakening is echter volledig beheerst door het voornemen om een nieuwe gevangenis te bouwen. Met dat voornemen zou de laatste grote open ruimte van die omvang verloren gaan, minstens op onaanvaardbare wijze aangetast. Indien die politiek van “urbanisatie-aanjagers” wordt verder gezet, gaan we binnen 20 jaar regelrecht naar een “Megalopolis Vlaanderen” met een nooit geziene ruimtelijke verkeers- en milieuchaos.

Het voorliggend afbakeningsplan is bovendien opgehangen aan de waanidee dat de verkeers- en milieu-impasse voor het voorliggend gebied kan worden opgelost met de doortrekking van de N41, terwijl die doortrekking de impasse nog zou vergroten en nefast zou zijn de verkeersleefbaarheid in de regio.

Die vaststelling werd recent nog erkend door de heer Kris Peeters, minister-president van Vlaanderen, die de doortrekking van de N41 volgens het voorgestelde scenario ‘geen goed idee’ noemde (zie bijgevoegd krantenartikel) (de Vlaamse regering besliste overigens reeds in 1997 om de N41 niet door te trekken). Met dit bezwaar willen we het provinciebestuur nogmaals oproepen om de plannen voor de doortrekking van de N41 definitief op te bergen en het voorliggende afbakeningsplan af te stemmen op een
herinrichting van de bestaande weg geflankeerd door beter openbaar vervoer en meer vrachtvervoer per spoor of via water.

2. Deelplan Dendermonde West.
Hoofddoel van het deelplan Dendermonde West is om onder het mom van randstedelijk groen een nieuwe gevangenis in te planten.
De taakstelling voor een nieuwe gevangenis is evenwel niet gemotiveerd. Vooreerst behoort de taakstelling inzake gevangenissen noch tot de bevoegdheid van de provincie, noch tot de bevoegdheid van de stad. Uit het dossier mag blijken dat het om een federale bevoegdheid gaat. In de mate dat er een behoefte aan bijkomende gevangenissen zou bestaan moet die dan ook op federaal niveau worden vastgesteld en minstens met een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan worden ingevuld.

Daarbij moet ook worden vastgesteld dat de behoefte aan bijkomende gevangenis te Dendermonde niet is terug te vinden in het provinciaal ruimtelijk structuurplan, evenmin in het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen of het gemeentelijk ruimtelijk
structuurplan. In de mate dat een ruimtelijk uitvoeringsplan uitvoering geeft aan een voor de overheid bindend structuurplan dient in casu het provinciebestuur zich aan de inhoud van dit plan te houden. Het voorliggende afbakeningsplan schendt bijgevolg
het provinciaal ruimtelijk structuurplan (en gemeentelijk structuurplan) door bestemmingswijzigingen door te voeren die niet in de structuurplannen zijn voorzien.

De locatie Oud-Klooster is ook helemaal niet geschikt voor de inplanting van een nieuwe gevangenis. De locatie maakt deel uit van de Dendervallei tussen Dendermonde en Aalst die nog verrassend intact is gebleven. De Vlaamse overheid heeft deze landschappelijke waarde o.m. bevestigd door de officiële erkenning van de natuurreservaten Denderbellebroek en de Wiestermeersch , beide gelegen aan de rechteroever van de Dender.

Op de linkeroever van de Dender, kant Mespelare , ligt het natuurgebied de Hogedonk. Knotwilgenrijen, oude Dendermeanders, sloten en hooilanden kenmerken dit landschap. Ter hoogte van Oudegem is de vallei op de linkeroever een beetje onderbroken door het bedrijf VPK en wordt de vallei doorsneden door de spoorweg. Het gebied Oud Klooster sluit echter landschappelijk naadloos aan bij de vallei en het natuurgebied van Denderbellebroek. Dit is zeer mooi zichtbaar op een luchtfoto (zie bvb. figuur 4.4 bij het plan-MER).

Met de inplanting van een nieuwe gevangenis wordt die overgang brutaal onderbroken. Ten noorden van de locatie Oud Klooster is er het landschap van de Oude Denderloop dat om redenen van nationaal belang als landschap werd gerangschikt. Dat landschap wordt met het voorliggende plan verminkt met de aanleg van een nieuwe weg en brug voor de ontsluiting van de gevangenis.
Het uitgevoerd MER-onderzoek toont ook aan dat er landschappelijk een sterke negatieve impact is die niet (volledig ) kan worden geremedieerd met milderende maatregelen. De impact van een nieuwe gevangenis en de weg nodig voor de ontsluiting ervan op
het landschap is dan ook onaanvaardbaar groot zodat een alternatieve locatie met minder schade aan het milieu zich opdringt.

Dergelijk onderzoek naar redelijke alternatieven om de schade aan het milieu zo veel mogelijk te voorkomen en te beperken is ook een verplichting die voortvloeit uit de Europese richtlijn 2001/42/EG van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de
gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma’s. In het plan-MER dat voor het voorliggende ruimtelijk uitvoeringsplan werd opgemaakt werden echter geen redelijke alternatieven onderzocht.

Inzake alternatieve locaties scoort één locatie, meer bepaald de locatie N41-west, volgens eerdere onderzoeken duidelijk beter dan de locatie Oud Klooster. Nochtans wordt deze locatie in het plan-MER niet grondig onderzocht, zogezegd omdat ze slecht ontsloten is, en dat terwijl ze vlakbij een geschikte weg ligt. Terwijl voor de locatie Oud Klooster een nieuwe en zeer dure weg van 1 km lengte moet worden aangelegd, en dat te midden van de open ruimte van de Dendervallei (de laatste open ruimte van die omvang in de regio) en door een omwille van het nationaal belang gerangschikt waardevol landschap.

De argumentatie dat voor de locatie N41-west geen nieuwe kruispunt zou kunnen worden aangelegd omdat dit niet verenigbaar is met de functie van de weg snijdt geen hout. De N41 is op die plaats weliswaar aangeduid als primaire weg maar de locatie N41-west ligt bijna aan het zuidelijke einde van die weg. Ter hoogte van de locatie N41-west is de N41 als primaire weg vnl. functioneel als primaire verbinding met Sint-Niklaas. Een bijkomend kruispunt op die plaats hypothekeert die primaire functie op geen enkele wijze.

Evenmin wordt het nulalternatief, de renovatie en eventuele uitbreiding van de bestaande gevangenis onderzocht. In de richtlijnennota was nochtans aangegeven dat de aangevoerde argumentatie om dit niet te onderzoeken niet overtuigend is.
Niettegenstaande wordt die argumentatie in het plan-MER gewoon herhaald. De argumentatie om dit niet onderzoeken meer bepaald omdat zowel de gevangenis als de rijkswachtkazerne geklasseerde gebouwen zijn, snijdt evenmin hout. Het is veeleer
een uitdaging om deze gebouwen verder te gebruiken als functionele gebouwen en ze tegelijkertijd als monument te behouden. Met die redenering zijn deze gebouwen voor niets meer te gebruiken. In de richtlijnennota wordt bovendien vermeld dat de bestaande gevangenis zou worden gerenoveerd als jeugdgevangenis zodat ze (in de toekomst) wel degelijk nog als gevangenis kan worden gebruikt.

Op die wijze wordt het planmilieueffectenonderzoek uitgehold en wordt de burger onterecht voorgehouden dat het onafwendbaar is om de locatie Oud-Klooster een nieuwe gevangenis in te planten, meer nog dat dit de oplossing is met de minste schade aan het
milieu. En dat terwijl er redelijke alternatieven voorhanden zijn die veel meer geschikt zijn en veel minder milieu-impact hebben.
Een gevangenis is ook niet verenigbaar met de bestemming randstedelijk groen.

Uit het dossier en uit de informatievergadering op 24 augustus blijkt duidelijk dat omwille van veiligheidsredenen in een ruime omgeving van de gevangenis geen beplanting kan worden toegelaten. Vanuit oogpunt gevangenis kan het huidige agrarisch gebruik veel beter worden behouden en is veeleer een agrarische bestemming (met een veel meer open landschap) aangewezen.

De bestemming randstedelijk groengebied heeft duidelijk ook een nevenfunctie als gebied voor passieve recreatie, vnl. als wandel en fietsgebied dichtbij de stadskern. Het hoeft geen betoog dat een gevangenis die functie hypothekeert. Vooreerst omdat de aanwezigheid van een gevangenis niet uitnodigend is voor een verpozende wandel of fietstocht. Maar ook omdat omwille van veiligheidsredenen fietsen en wandelen in de omgeving eerder moet worden tegengegaan.

De locatie voor de bijkomende gevangenis is ook niet behoorlijk ontsloten. De ontsluiting van de gevangenis staat of valt met de aanleg van een nieuwe weg langsheen de Dender. Op de plannen is die weg niet aangeduid. In de informatievergadering op 24 augustus is meegedeeld dat de wijze waarop deze weg zal worden aangelegd een (voorlopig) geheime overeenkomst betreft. Op die wijze kan de burger zich geen beeld vormen van de mogelijke impact en wordt onvoldoende openbaarheid gegeven rond de
voorliggende plannen.

We betwisten ook dat deze weg zonder aanpassing van de vigerende voorschriften via een bouwvergunning zou kunnen worden ingeplant. De zone waarin de weg moet komen is volgens het gewestplan grotendeels bestemd als bufferzone, deels ook als gebied voor dagrecreatie. De stedenbouwkundige voorschriften voor die bestemmingen laten de aanleg van dergelijke weg niet toe.
De weg gaat ook doorheen het gerangschikt landschap van de oude Denderloop.

Over de oude Dender moet een brug worden aangelegd. Dergelijke brug heeft een belangrijke landschappelijke impact en is zonder meer in strijd met de beschermingsvoorschriften die gelden voor het beschermde landschap (cf. rangschikkingsbesluit van 11 oktober 1985). Het is ook niet voor de hand liggend dat een afwijking van het rangschikkingsbesluit kan worden bekomen.

Dat aspect en de impact van de nieuwe weg en brug op het gerangschikt landschap van de Oude Denderloop werd ook niet onderzocht in het plan-MER. Op die wijze blijft de ontsluiting naar het noorden onzeker en blijft het zeer reëel dat de gevangenis alsnog langs het oosten wordt ontsloten (wegens het de facto ontbreken van een nieuwe weg).

Op die wijze zou het stadsbestuur van Dendermonde alsnog kunnen volharden in haar oorspronkelijk opzet om de gevangenis langs het oosten te ontsluiten. Er valt anders niet in te zien waarom de nieuw aan te leggen weg niet volledig op de plannen wordt aangeduid. Zelfs als dat overbodig zou zijn is het gewoon een kwestie van behoorlijk bestuur en van duidelijke plannen om dat wel te doen.

Met het huidige plan blijft er bijgevolg rechtsonzekerheid inzake de ontsluiting. Men blijft blijkbaar ook vergeten dat de gevangenis ook moeten gebouwd worden wat zwaar werfverkeer impliceert gedurende meerdere maanden. Dergelijk verkeer organiseren langs het oosten via de betreffende woonstraten is niet te verantwoorden. De noordelijke ontsluiting moet dan ook eerst worden aangelegd voor dat met de bouw van de gevangenis kan worden gestart.

Ook het ontbreken van een ontsluitingsmogelijkheid met het openbaar vervoer wordt in het milieueffectrapport niet negatief beoordeeld. Terwijl het niet/slecht bereikbaar zijn met het openbaar vervoer gewoon haaks staat op de principes van het
structuurplan Vlaanderen om dergelijke infrastructuur te realiseren via inbreiding. Het is dan ook onbegrijpelijk dat voor de inplanting van een nieuwe gevangenis niet resoluut wordt gekozen voor renovatie en eventuele uitbreiding binnen de stadskern.

Zelfs als de gevangenis wordt ingeplant op de locatie Oud Klooster (naast de spoorweg!) valt niet te begrijpen dat geen betere ontsluiting met het openbaar vervoer wordt voorzien, bvb. via een voet- en fietspad langsheen de spoorweg naar de het station
van Oudegem (afstand < 1km).

Samengevat:
Op basis van voormelde argumenten:
– kan de inplanting van een nieuwe bijkomende gevangenis niet gebeuren via het
voorliggende afbakeningsplan van het kleinstedelijk gebied. Het uitgevoerde
plan-MER is wegens het ontbreken van een ernstig onderzoek van redelijke
alternatieven in strijd met de Europese regelgeving dienaangaande;
– moet wat betreft de taakstelling wonen resoluut gekozen worden voor echte
inbreiding waarbij er een moratorium moet komen op het verder volbouwen van
schaarse open ruimte;
– moet het voorliggende plan worden afgestemd op een scenario dat de N41 niet wordt
doorgetrokken.
Met de meeste hoogachting,
namens de v.z.w. Raldes,
Wouter Jacob Jef Ribouville
lid dagelijks bestuur lid raad van bestuur
en raad van bestuur

Een gedachte over “Officieel bezwaar Raldes tegen PRUP nieuwe gevangenis

  1. Dank u voor de informatie. Deze kan ik zeker gebruiken voor een taak op school…
    Pieter Van Baeveghem

    Ik hoop dat je er goede resultaten mee haalt.
    Tot uw dienst.
    Willy Van Damme

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s