Baasrode – Een rumoerige geschiedenis

Vorig jaar studeerde Buggenhoutenaar Bart De Bondt met grote onderscheiding af als historicus aan de Universiteit van Gent. Voor zijn licentiaatsthesis “’t Was alsof de Hel al hare verdoemden over Baesrode had uitgebraakt – Een halve eeuw dorpsleven en strijd: Baasrode 1870-1918.” kreeg hij zelfs de grootste onderscheiding. De jury was dan ook vol lof over zijn werk dat ondertussen is uitgegroeid tot een dikke 700 pagina’s tellende turf. Het betreft een boeiend en maatschappelijk belangrijk verhaal dat geheel uit het Baasroodse geheugen werd gewist.

Bart De Bondt

Bart De Bondt leverde een boeiend werk af.

Dit terug onder de aandacht van de bevolking brengen is alleen al een zeer grote verdienste voor deze piepjonge maar veelbelovende historicus. Merkwaardig feitelijk waarom dit pas nu terug aan de oppervlakte komt.

Bart De Bondt: “Origineel had ik willen werken rond Buggenhout maar daar gebeurde in die periode behoudens wat verhalen rond de duivensport amper iets. Toen ik de kranten uit die periode zat te lezen constateerde ik dat er in Baasrode daarentegen blijkbaar veel te beleven viel. Dat trok mijn aandacht en ik was vertrokken. Een voltreffer. Bovendien bleken er massa’s bronnen voorhanden. Ik ben begonnen met 1870 omdat dan de tegenstellingen in Baasrode duidelijk werden.”

Die tegenstellingen slaan op de relatie tussen wat men in Baasrode ook nog vijftig jaar geleden ‘den buiten’ en ‘het dorp’ noemde, simplistisch het moderne anti-klerikale dorpscentrum en het agrarische katholieke platteland. In het centrum had je de in essentie liberale burgerij met haar fabrieksbazen, meestergasten en klerken en de arbeiders. En het industriële Baasrode met zijn vele scheepswerven had er veel. Daarbuiten had je dan de klerikale burgerij met de landbouwers en hun knechten.

De Broekkant

In café Polderhof zal het er nu wel pakken rustiger zijn dan vroeger in café De Tamboer

Daarbij was de wijk Broekkant een essentieel proletarische wijk wier mensen op die scheepswerven en haar toeleveringsbedrijven werkten. Bart De Bondt: “Het werd toen gezien als de armste buurt in België. In Baasrode sprak men trouwens soms over die ‘ongezonde wijk’ en had men het over mensen die in varkenskoten leefden”.

Die strijd tussen klerikaal en vrijzinnig is in Baasrode blijven voortleven tot 1976 wanneer het na de fusie der gemeenten opging in het grote Dendermonde. Tot dan bestuurde de eenheidslijst Gemeentebelangen de gemeente, een samengaan van de Liberale partij, de BSP en de KPB, de communisten van Victor Goossens.

Centraal figuur in het werk is de liberale voorman en scheepsbouwer Cesar Van Damme die tijdens de Broekkantse opstand als Baasroodse schepen de kant kiest van de Broekkant tegen de gendarmerie. Het betekent het einde van zijn lokale politieke carrière maar levert hem in 1904 een zetel in de Kamer van Volksvertegenwoordigers op. Voortgestuwd door een zeer massale betoging in Baasrode om hem te steunen in zijn gerechtelijke strijd voor rehabilitatie. Hij wordt zo de eerste niet-katholieke parlementair in het arrondissement Dendermonde.

De Broekkant

De wijk Broekkant werd rond 1890 gezien als een der armste in België.

Het was een periode van grote instabiliteit waarbij zoals onder meer blijkt uit het hieronder gepubliceerd uittreksel wel eens gewonden en zelfs een dode vielen. Een periode waarbij de kerk regelmatig ook het doelwit van vandalisme was, waaronder het ingooien van ruiten.

1918 betekende de invoering van het algemeen stemrecht en de opkomst van eerst de BSP en vrij snel nadien de KPB. “Een grote rol speelde ook de harmonie De Eendracht die de katholieken hielp bij het mobiliseren van hun aanhang”, stelt Bart De Bondt nog verder

Het plan is om het boek vermoedelijk volgend jaar met hulp van de stad te laten uitgeven. Wie nog materiaal of foto’s uit die periode heeft kan best contact opnemen met de Baasroodse Heemkring Baceroth, Provinciale Baan 20 te 9255 Baasrode. Website www.baceroth.be

Grafzek Familie Cesar Van Damme - Baasrode

Cesar Van Damme overleed in Nederland in 1916. Zijn grafmonument is het grootste op het kerkhof van Baasrode. Bemerk ook verder de afwezigheid van enig christelijk symbool.

Wie het verhaal hieronder leest zal zien hoe Baasrode is veranderd. Zeker na 1976 onderging het mogelijks de meest ingrijpende metamorfose uit zijn geschiedenis. De tegenstelling tussen ‘Den Buiten’ en ‘Het Dorp’ verdween zoals ook de oude industrie aan de Schelde verdween. Het platteland raakt ook volgebouwd, terwijl vele Baasrodenaren naar elders trokken en massa’s inwijkelingen er zich kwamen vestigen. Vreemdelingen voor wie die tegenstellingen onbekend waren.

In de wijk Broekkant woont tegenwoordig een oud-volksvertegenwoordiger en een kandidaat Manager van het Jaar 2009. De tijd van het zich simpelweg lazarus zuipen in café De Tamboer is voorbij. Zoals ook de tijd toen in zaal Het Schipken het tijdens het carnavalbal bijna elk jaar knokken was geblazen tussen ‘die van den Broekkant’ en ‘die van Korea (het Hof ten Rode)’.

Willy Van Damme

Voorpublicatie

De ‘Broekkantse opstand’ (1893) en zijn gevolgen – Bart De Bondt

3.3.17.1 De feiten

De maatschappelijke situatie in Baasrode, die al meerdere jaren erg gespannen was, ontaardde door een samenloop van omstandigheden in chaos. De frustraties van de bevolking ontlaadden zich op 13 februari 1893, carnavalmaandag, in een ware revolte die verstrekkende gevolgen zou hebben.

Het was die dag ook militieloting; een systeem dat sinds jaren hevig onder druk kwam te staan door het misnoegde volk. Een hieruit voortvloeiend incident zou de druppel vormen die de emmer deed overlopen.

Een twintigtal dronken militieleden, die in de namiddag terugkwamen van de loting te Lebbeke, zochten onderweg ruzie met voorbijgangers. Toen ze op het Keur, op de baan van Dendermonde-Mechelen, een rijtuig tegenkwamen uit Sint-Amands, met daarin enkele bloemenverkopers die terugkwamen van de markt van Dendermonde, namen de zaken een agressievere wending.

Grafzerk Cesar Van Damme

De steun van Cesar Van Damme voor de mensen van de Broekkant leverde hem nationale bekendheid op en later zelfs een zetel in de Kamer van Volksvertegenwoordigers voor de Liberale partij. 

De lotelingen blokkeerden dit rijtuig door ervoor te gaan staan en ze zodoende een halt toe te roepen. Er werd nog getracht de jonge mensen te ontwijken, maar toen dit niet lukte, gebruikte de vrouw die het rijtuig bestuurde haar zweep om de belagers op afstand te houden. Hierop vielen de dronken militieleden haar en de andere personen op de wagen aan. Drie personen die op het rijtuig zaten, geraakten hierbij zwaargewond.

Een jongen, die ook in de klappen gedeeld had, kon aan de aanvallers ontsnappen en vluchtte richting Dendermonde om daar hulp te gaan zoeken. Hij kwam enkele rijkswachters tegen, die zich onmiddellijk begaven naar de plaats van het delict. Enkele mensen werden zwaargewond teruggevonden en nog twee gendarmes uit Dendermonde, Lepez en Houhou, kwamen de andere twee versterken. Uiteindelijk galoppeerden de vier gendarmes richting Baasrode om de daders op te pakken.

Aan het gehucht Boschwijk, in de wijk Broekkant, werd Lodewijk Van Overstraeten, loteling nr. 145, via de getuigenis van de vrouw aangeduid als één van de aanvallers. De gendarmes handboeiden hem in de herberg ‘De Tamboer’, waarop de verdachte rebelleerde en de rijkswachters enkele klappen toebracht. Ze slaagden erin hem te bedwingen en er werd geopteerd om hem naar Baasrode-dorp te brengen, zodat ze hem daar konden ondervragen en zijn identiteit controleren.

Door het wilde geroep en getier van de dronken loteling, werd de aandacht getrokken van een twintigtal van zijn kennissen en geburen, allen inwoners van de wijk Broekkant. De sfeer werd met de seconde grimmiger. Niet goed begrijpende wat er aan het gebeuren was, zagen ze hun vriend naar hulp roepend weggesleept worden door de gendarmes.

Het alombekende samenhorigheidsgevoel van deze wijk zorgde daaropvolgend voor heel wat problemen. Reeds toen wist men immers al te vertellen dat heel deze wijk in feite ‘ééne groote ‘familie’ was. Een aanzienlijke agitatie tegen de gehate bloedwet, gepaard met een carnavalsattitude (lees: hoge alcoholconsumptie) zorgde voor de rest.

Omstaanders begonnen zich te verzamelen rond de rijkswachters en hun gevangene, en trachtten deze laatste te bevrijden. Enkele heethoofden vielen zelfs de agenten aan, waarop hun uniformen gescheurd werden en ze verscheidene klappen te incasseren kregen.

Baasrode - Scheepvaartmuseum - Houten loods Van Damme

Veel van de betogers tegen de gendarmerie en latere veroordeelden waren mensen die op de scheepswerf van Cesar Van Damme werkten.

Daar bleef het niet bij. De meute achtervolgde de gendarmes en hun aantal bleef aangroeien, terwijl hun intenties steeds agressiever werden. Er werden glazen en stenen naar de ordehandhavers geworpen. De gendarmes, in de minderheid, waren niet van zin om de gevangene vrij te laten en vluchtten met hem in een nabijzijnd huis, dewelke door een stevige omheining goed te verdedigen was.

Het gevaar was daarmee echter allesbehalve geweken. De opstandige meute trachtte in het domein binnen te breken om de gevangene te bevrijden. Drie rijkswachters kregen de opdracht de poort te bewaken, maar kregen af te rekenen met enkele tientallen mensen die de poort wilden bestormen.

De poort werd met alle moeite verdedigd en in het gewoel trachtten de aanvallers de ordehandhavers te ontwapenen. Het was volgens de gendarmes trouwens een mirakel dat dit hen niet volledig gelukt was. Op een bepaald moment was het wel prijs. Een musket werd uit de handen van gendarme Houhou gerukt door een belager, waarna gendarme Muller deze persoon  kordaat met zijn bajonet door de hand stak.

De positie van de rijkswachters werd onhoudbaar, en  ze werden genoodzaakt een schot te lossen op de massa. De kogel, uit het musket van gendarme Lepez, scheerde rakelings over het hoofd van een opstandeling, waarbij zijn pet beschadigd geraakte. De gendarmes kwamen tot de vaststelling dat ze het domein niet veel langer vrijwaren konden tegen de aanvallers en men trachtte daarom te vluchtten naar het gemeentehuis.

Eenmaal het domein verlaten, werden ze echter opgewacht door een meute die nu was aangegroeid tot  meer dan  100 personen. Met veel haast probeerde men het gemeentehuis te bereiken. Toen ze waren gearriveerd in de buurt van het domein van schepen Vander Gucht, waren de gendarmes opnieuw quasi volledig omsingeld en kozen ze eieren voor hun geld door te vluchten naar het huis van deze schepen.

Daar aangekomen vroegen ze om een rijtuig, zodat de gevangene naar Dendermonde kon worden gevoerd. Dat werd geweigerd door Vander Gucht, maar hij beloofde om de burgemeester te gaan zoeken, die bij wet hoofd van de gemeentelijke politie is. Onderweg zou hij ook de veldwachter van de situatie op de hoogte brengen en zou hij die laatste de opdracht geven een voertuig te zoeken in de gemeente.

Burgemeester Verheyen woonde echter aan de rand van de gemeente, in de wijk Nieuwen Briel, en liet daarom lang op zich wachten. Omstreeks half drie was hij nog steeds niet gearriveerd. Schepen Vander Gucht stelde toen voor om zijn collega schepen Cesar Van Damme erbij te roepen, die omstreeks kwart voor drie ter plekke was.

Deze keuze was niet onlogisch, aangezien vele inwoners van de wijk Broekkant op zijn scheepswerf werkzaam waren en hij er dus een hoog sociaal aanzien genoot. Toen Cesar zag wat er aan de hand was, negeerde hij volkomen de hachelijke positie van de gendarmes. In tegenstelling van de massa aan te manen uiteen te gaan, vroeg hij luidkeels aan de agenten wat er aan de hand was en of ze wel een arrestatiebevel bij zich hadden, wat niet het geval was.

Daarop vroeg hij of ze de gevangene konden vrijlaten en de volgende dag niet terug konden komen mét een arrestatiebevel. ‘Er wordt hier niemand gearresteerd’, verklaarde hij zelfs. ‘Het is vandaag loting en men ziet overal zo’n feiten gebeuren, men hoeft die loting maar in zijn geheel af te schaffen.’ De gendarmes verklaarden dat het vrijlaten van de gevangene onmogelijk was en dat ze de gevangene onmiddellijk naar Dendermonde wilden overbrengen, waarop Van Damme voor de ogen van de woedende massa antwoordde dat dit ronduit belachelijk was.

Zo werd de al hachelijke positie van de gendarmes nogmaals verzwakt en leken ze zonder de steun van de burgerlijke overheid des te machtelozer om de situatie meester te blijven. De rijkswachters kregen er dan ook genoeg van dat Van Damme niets deed dat in zijn macht lag om de meute te bedaren.

In tussentijd hadden de politieagenten aan de inwoners van de gemeente een oproep gedaan om een voertuig aan te brengen, teneinde de gevangene naar Dendermonde te voeren, maar geen enkele inwoner ging daarop in, vermits ze terecht vreesden dat hun voertuig wel eens zwaar gehavend terugbezorgd kon worden.

Ondertussen arriveerde burgemeester Verheyen eindelijk. Zijn eerste indruk kwam twijfelend over; hij wist niet welke zijde te kiezen en cruciale beslissingen te nemen. Als hoofd van de gemeente én van de gemeentelijke politie had hij in principe het nodige gezag om de massa naar hun huizen te doen terugkeren. Door zijn aarzelende houding slaagde hij hier vrijwel niet in.

Van Damme riep toen (eigenlijk in het Vlaams) pour moi cet homme ne peut être arresté, et, si j’étais bourgmestre il ne le serait pas. Il y a eu du grobuge au Broekkant. Les personnes prennent fait et cause pour le détenu et je trouve cela noble de leur part. Si  j’étais cet homme (de gevangene) je ne vous accompagnerais pas. Ces gens montrent qu’ils ont du courage, ils prennent parti pour un camarade, il ne se laisseront pas enlever! Quand je serai Bourgmestre il n’y aura plus aucun gendarme qui mette les pieds sur le territoire de ma commune. Je n’aime pas ces gens là! (de gendarmes) Door dit te zeggen, werd de massa nog meer opgezweept en toonden ze geen tekens van opgeven meer.

Gendarme Lepez antwoordde in het Frans dat hij een eigenaardige manier had om bij te dragen aan het kalm houden van de massa. Van Damme vertaalde alles met luide stem in het Vlaams, zodat iedereen wist wat er gezegd werd. Dat ondermijnde het gezag van de rijkswachters nog meer.

De burgemeester en schepen Vander Gucht vroegen aan gevangene Van Overstraeten de namen van andere mededaders, waarop Van Damme hun luidkeels onderbrak, zeggende: ‘als ik die jongeman was, zou ik mijn mond niet opendoen!

Terwijl kwam de veldwachter aan om te verklaren dat hij geen voertuig gevonden had. Van Damme zei: ‘Men heeft gelijk, ik zou ook niet op mijn twee oren slapen. Ik heb paard en kar, maar ik geef ze jullie niet, en zonder twijfel geeft niemand van de gemeente het!’  De gendarme antwoordde dat hij er dan maar één in Dendermonde ging aanvragen, en als het moet, de gevangene wel te voet naar Dendermonde zou gebracht worden.

Het antwoord van Van Damme was kort en krachtig: ‘En ik zeg u, in deze situatie vertrekt die jongen niet te voet!’ De lange tocht te voet naar Dendermonde zou zonder twijfel wel eens slecht af kunnen lopen voor de rijkswachters. Aangezien men in Baasrode geen persoon welwillend vond om zijn voertuig aan de gendarmes af te staan, diende men vanuit het gemeentehuis per telegram een politievoertuig vanuit Dendermonde aan te vragen, dat pas ter plekke kon zijn omstreeks half zes ‘s avonds.

Er stonden dus nog enkele lange uren voor de boeg. De gendarmes gaven terwijl de taak aan de veldwachter om de namen van de voornaamste onruststokers te noteren. Schepen Vander Gucht vreesde ondertussen dat de woedende massa zijn huis ging vernielen, indien de gendarmes er nog lang zouden verblijven, en beval hun des gevolge zijn domein te verlaten.

De rijkswachters besloten opnieuw om hun intrek te nemen in het gemeentehuis, om daar de wagen uit Dendermonde af te wachten. Ondanks dat enkele gendarmes weer klappen vingen, slaagde men er toch nog in  -met een serieuze portie geweld-, het huis te verlaten en koers te zetten naar het gemeentehuis. Net zoals de vorige keer werden ze  achtervolgd door een ondertussen meer dan honderd man tellende menigte, met op kop schepen Cesar Van Damme. De massa schreeuwde in koor de niet mis te verstane woorden:  ‘Dood  ze! Dood ze!’ Van Damme riep met luide stem: ‘Gendarmen, jullie gedragen  jullie belachelijk’, en hij hief terwijl zijn schouders op. Dit ziende, schoot de massa in de lach en waren ze nog meer vastberaden de gendarmes uit te jouwen.

Toch geraakten ze tot aan het gemeentehuis. Na nog wat tijd doorgebracht te hebben bij de massa kwam Van Damme weer bij de gendarmes. De situatie leek eindelijk positief uit te vallen voor de rijkswachters. Het gemeentehuis was relatief goed verdedigbaar tegen de woedende massa, al wist men te vertellen dat de hele Dorpstraat zwart van het volk zag.

Heel wat later kwam de wagen van Dendermonde eindelijk toe, die daarenboven versterkingen meebracht om de gendarmes uit het gemeentehuis te ontzetten. De nachtmerrie van de rijkswachters leek voorbij. Niets was echter minder waar. De meute wachtte af tot het moment dat de gendarmes uit het gemeentehuis zouden komen met hun gevangene, wat eindelijk gebeurde toen het rijtuig was gearriveerd. Zodra ze het gebouw uitkwamen  werden de gendarmes en hun versterkingen opgewacht door een regen van stenen, die uit het trottoir getrokken waren door de tientallen belagers.

De uitbraak was mislukt en de gendarmes zochten samen met hun versterkingen weer de toevlucht in het gemeentehuis! Op dat moment was Van Damme niet meer aanwezig in het gebouw. Per telegram werden nieuwe versterkingen aangevraagd, ondertussen reeds voor de derde maal.  De resterende rijkswachters van de brigade van Dendermonde galoppeerden onmiddellijk naar Baasrode, zo’n zes in totaal.

De massa wist van geen ophouden meer en hield niet op het gebouw met stenen te bekogelen.  De situatie dreigde toen nogmaals verder te escaleren. Enkele heethoofden maakten aanstalten om het gebouw, met de gendarmes en de gevangene erin, in brand te steken. De gendarmes zagen zich hierdoor genoodzaakt om tot onmiddellijke actie over te gaan.

Een laatste uitbraak werd geforceerd, waar alle middelen werden aangewend om de belagers te weerhouden. Gelukkig kwamen op dat moment net de versterkingen toe, die enkele charges uitvoerden op de woedende massa om hun collega’s de kans te geven uit het gebouw te ontsnappen. Men slaagde er evenwel niet in de opgezweepte mensen volledig te verdrijven, terwijl deze de in het defensief gedrongen versterkingen uitdaagden door luidkeels ‘Ze durven niet schieten!’ te roepen.

Dat had men beter gelaten. De rijkswachters vreesden alsnog overrompeld te worden en in het tumult werden enkele schoten gelost op de menigte. Verscheidene personen raakten hierbij gewond. Een jongen van 15 jaar was er erg aan toe wanneer hij in het been werd geschoten en een slagader werd geraakt.

Ook het gebruik van de bajonet zorgde voor heel wat kwetsuren. Een drietal gendarmes geraakten eveneens gewond. De charges zorgden -samen met de geloste schoten- ervoor dat men eindelijk een doorbraak kon bewerkstelligen. De rijkswachters en hun gevangene slaagden erin het rijtuig te bereiken, waarna men koers zette naar Dendermonde.

De lijdensweg van de rijkswachters bleek na al deze gebeurtenissen nog steeds niet achter de rug. Een deel van de opstandelingen deed nog een laatste poging om hun gevangen genomen vriend uit de handen van de gendarmes te bevrijden.

Ze voorzagen immers dat de rijkswacht zich met het rijtuig terug naar Dendermonde zouden begeven, over de steenweg Baasrode-Dendermonde. Dit was de kortste en meest logische route. Men ging dit voertuig op de terugweg opwachten en in een hinderlaag lokken. De zaken dreigden dus nogmaals te escaleren.

Cesar Van Damme had tijdens zijn aanwezigheid tussen het volk de details van dit plan opgevangen. Dit was voor hem een stap te ver en hij trachtte tijdens zijn verblijf in het gemeentehuis de gendarmes te overtuigen om het rijtuig een alternatieve route te laten volgen via het Dorp, over de weg naast de Scheldeboord naar het station Baasrode-Noord en via daar over de steenweg richting Lebbeke.

Deze route is een heel stuk langer, maar leek in de toenmalige omstandigheden een pak veiliger. De meute had dit niet verwacht; men geloofde immers dat deze route onpraktisch was. Na alle problemen met Van Damme, twijfelden de gendarmes eerst over de waarheid van zijn woorden. Toen tijdens de uitvallen uit het gemeentehuis duidelijk werd dat de massa wel eens over lijken zou durven gaan om hun vriend te bevrijden, besloten ze uiteindelijk toch om deze alternatieve route te kiezen.

Cesar Van Damme verklaarde dan ook door deze tussenkomst een laatste en mogelijk dodelijke aanval op de politie te hebben verijdelt. Zelfs dit plan B verliep niet zonder slag of stoot. Ofschoon vele personen (uit De Broekkant) zich hadden opgesteld aan de Heirbaan, hadden de rijkswachters moeite om hun gevangene over de alternatieve route te transporteren.

Nog voor ze het Dorp hadden verlaten was er reeds een ruit van de wagen gesneuveld, terwijl men driemaal in de lucht diende te schieten om de oproerstokers op afstand te houden. Toen dit niet scheen te werken en er nog een agent gewond raakte door de regen van stenen die naar het gendarmenkonvooi werden geslingerd, werd andermaal geschoten, richting het volk: ‘Men hoorde de kogels langs de ooren fluiten’. Temidden van het tumult slaagden de gendarmes erin het Dorp te verlaten, waarna het gevaar eindelijk geweken was.

De katholieke pers greep de incidenten aan om de schuld bij de liberalen te leggen. Een liberale loteling zou de polsen van de marktkraamster hebben doorgesneden, terwijl men de feiten duchtig erger leek voor te stellen door te verklaren dat na de gevechten met de rijkswachters twee doden werden opgeraapt.

De liberale pers daarentegen trachtte het voorval te minimaliseren, vermoedelijk door het niet te overziend aandeel van liberaal politicus Cesar Van Damme in deze zaak. Objectief bekeken kan de schuld eerder gelegd worden bij een samenkomst van omstandigheden.

De door het gewone volk zo gehate en onrechtvaardige loting was deze dag gecombineerd met carnavalmaandag, waardoor de alcoholconsumptie ongetwijfeld een stuk hoger lag dan gemiddeld. Bovendien was het een periode van grote armoede en een persistente gezondheidscrisis, zeker op de Broekkant.

Men mag niet vergeten dat slechts enkele maanden voordien zo’n 5% van de inwoners van dit gehucht overleed ten gevolge van de cholera, waardoor vrijwel iedere inwoner te kampen had met het plotse verlies van familie, gebuur of vriend. Het overbekende samenhorigheidsgevoel van de Broekkant deed de rest.

De gemoederen bleven nog een hele tijd opgehitst. ‘Het schijnt dat er alhier echte broeinesten van woelgeesten moeten bestaan’, wist de krant Het Volk ons te vertellen. De ochtend na de gebeurtenissen werden door de politie vier ‘woestaards’ aangehouden. Ze waren zodanig opgehitst tegen de gendarmes, dat zij, ‘om hunne wraak’ te koelen, menig pintjes bier ledigden zonder ze te betalen.

Dat de herbergiers hierover moeilijk deden lijkt vanzelfsprekend, maar veel hadden ze niet in de pap te brokken. Na een hoop getrek en geduw werden ze door hun dronken klanten opgesloten in de kelder. Het gros van de rijkswachters uit het gehele arrondissement bleef in ieder geval nog de hele nacht en dag erna aanwezig, uit vrees voor hernieuwde onlusten.

Later in de maand werd er nog een Baasroodse soldaat vermoord. Hij keerde met een kompaan terug naar de kazerne, toen hij door een gemaskerde persoon met een mes in het gezicht werd gestoken. Hij kon nog worden gered door een dokter, maar overleed enige tijd later. De dader, Frans Van Overmeire, kon later worden aangehouden. Een maskerverkoper herkende zijn koopwaar aan de gegeven beschrijving, en herinnerde zich nog wie deze had aangeschaft.

3.3.17.2 De directe gevolgen

De uiteindelijke balans der slachtoffers op carnavaldag was aanzienlijk. Drie personen uit Sint-Amands werden zwaargewond bij de schermutselingen met de lotelingen. Zes gendarmes waren tijdelijk werkonbekwaam.  Een journalist voor de krant Le Patriote zag later in Dendermonde nog een gendarme lopen met talrijke verwondingen en zijn hoofd half omzwachteld. Ook een aanzienlijk aantal opstandelingen werden verwond, vooral door bajonetsteken.

Eén neergeschoten jongen, gewond in het been, moest zwaargewond worden afgevoerd.  Volgens de krant Het Volk is deze jongeling enkele weken later overleden aan zijn verwondingen, maar we weten dat hij ternauwernood nog is kunnen gered worden.  Berichtgevingen in kranten schrijven ieder geval ‘met zekerheid’ over een groot aantal gewonden. Velen onder hen zijn in ieder geval voor medische verzorging naar Dendermonde gevoerd.

De tol kon nog zwaarder geweest zijn, indien de versterkingen en het voertuig uit Dendermonde niet op tijd waren aangekomen om de belegerden te ontzetten, of als men het rijtuig op de terugweg zou hebben aangevallen. De gendarmes, in het nauw gedreven, schuwden immers het gebruik van hun vuurwapens niet en wilden hun gevangene kost wat kost behouden.

Nog diezelfde avond werden de eerste arrestaties gedaan door het parket. Arbeiders Albert Willaert en Jozef Van Keer werden toen opgepakt als zijnde de voornaamste oproerstokers. Ze zouden later worden veroordeeld tot respectievelijk 9 en 8 maand gevangenis. Er volgden nog veel meer aanhoudingen.

Begin april werden zo dertig mannen van de Broekkant afgevaardigd naar het gemeentehuis. Één ervan werd duidelijk herkend als één van de oproerstokers aan het huis van schepen Van Der Gucht. Op verzoek van burgemeester Verheyen, hoofd der politie, liet men hem echter vrijuit, wat tot groot protest leidde vanwege de liberalen. De aangehouden persoon was een belangrijke palingverkoper van (palinghandelaar) Verheyen ‘en wie zou dan zijn paling verkopen?’ Ofschoon deze persoon aan het gerecht ontsnapte, was dit voor 12 andere oproerstokers niet het geval. Ook de personen die geweigerd hebben hun rijtuig ter beschikking te stellen om de gevangene weg te brengen, werden in een aparte rechtszaak aangeklaagd en vervolgd.

Dat Cesar Van Damme een belangrijke rol in de schermutselingen had, is onbetwistbaar. De rijkswachters legden allen dezelfde getuigenis af en werden hierin gesteund door de veldwachter en de burgemeester. Allen bevestigen, dat elke keer dat Van Damme iets ondernam, de massa meer opgewonden geraakte. Daarom werd de getuigenis van Cesar als ongegrond beschouwd op het proces.

Bovendien weigerde hij steevast zijn verontschuldigingen aan te bieden. Men nam het niet licht op dat Van Damme het gezag van de gendarmes ondermijnde, door hen te zeggen dat ze zich belachelijk gedroegen. Dit veroorzaakte een zware verontwaardiging, zeker in deze omstandigheden. Bovendien nam hij het openlijk op voor een gevangene, overhaalde hij hem de namen van de mededaders te verzwijgen en stond Van Damme naast de gevangene te applaudisseren en hem op te hemelen terwijl zijn kameraden acties ondernamen om hem uit de handen der rijkswachters te bevrijden.

De gevangene werd reeds met grote moeite vastgehouden, vóór de ongelukkige tussenkomst van Van Damme. Door het taalgebruik dat hij aangemeten had na het eerste gebruik van de vuurwapens, had hij de meute aangezet tot opstandigheid. Van Damme zelf verklaarde dat zijn veroordeling enkel gebaseerd is op de subjectieve getuigenissen van de gendarmen, die zich verbaal en fysiek ronduit slecht hadden gedragen tegenover de omstaanders en daarom grotendeels de schuld droegen van de gebeurtenissen.

Van Damme gebruikte zijn verklaring ook nog om een politiek statement te lanceren. Hij verklaarde dat toen de  liberaal Van Assche burgemeester was, zo’n voorvallen gedurende zijn acht-jarig bestuur ondenkbaar waren, en dat hij al zijn taken naar behoren uitoefende. De huidige, katholieke, burgemeester daarentegen was volgens Van Damme niet geschikt voor de job, bezat te weinig wilskracht en energie om dergelijke situatie meester te zijn en zodoende de massa te bedaren.

Bovendien had Van Damme zich bij de burgemeester aangeboden op de avond van 13 februari, om mee te gaan naar de danszalen in het dorp, teneinde daar de maskers te verbieden die toen veelvuldig gedragen werden. Het dragen van maskers moet beschouwd worden als een teken van opstandigheid en was doorgaans verboden, carnaval of niet.

De aanwezigheid van Cesar Van Damme, wiens sociale invloed vele malen groter was in het dorp dan die van burgemeester Verheyen, zou in ieder geval een positieve invloed hebben gehad.

Op 12 april werden zoals gezegd niet minder dan 12 mensen veroordeeld als hoofdverantwoordelijken voor de revolte. Onder hen ook Cesar Van Damme. Hij werd veroordeeld tot een wel lichte  gevangenisstraf van 8 dagen en een boete van 26 frank. De anderen kwamen er minder goed vanaf. Ze kregen gevangenisstraffen tussen 15 dagen en 9 maand, en boetes tussen 26 en 176 frank.

Van deze veroordeelden werden Lodewijk Van Overstraeten, Albert Willaert, Petrus-Jozef Van Den Bossche, Jozef Van Keer en Emmanuel Annemans aangeduid als de hoofdschuldigen, voor het toebrengen van slagen en verwondingen aan de gendarmes. Zoals gezegd had Cesar Van Damme een grote sociale invloed bij de inwoners van de Broekkant.

Het mag dan ook niet verwonderen dat vier van de elf andere veroordeelden scheepsbouwers waren, terwijl alle anderen arbeiders van beroep zijn. Indien hij zich een positievere attitude had aangemeten tegenover de rijkswachters, zouden de zaken wel eens anders kunnen uitgedraaid  zijn.

Bart De Bondt

Advertenties

One thought on “Baasrode – Een rumoerige geschiedenis

  1. Beste, regelmatig kom ik bij u terecht ivm Baasrode, waar mijn roots liggen. Kan u mij eventueel geven: waar, hoe : Cross&Blackwell en Siegward, een tabel met straatnamen van voor en na de fusie?
    Met dank.
    Eddy Van Gaever

    Antwoord
    Er bestaat in Dendermonde een degelijk werkend archief en een historisch documentatiecentrum. Voor Baasrode is er een eveneens goed werk leverende Heemkring Baceroth. Het Historisch Documentatiecentrum is gevestigd in het Dendermondse Begijnhof, huisnummer 20 – 052/47.46.66 met Jeroen De Sutter die er de honeurs waarneemt. Het goed gevulde stadsarchief zit op het Administratief Centrum op nummer 052/25.11.95. Het wordt kundiggeleid door Véronique Bonkoffsky. Verder is er natuurlijk de duivel-doet-al Aimé Stroobants, de stadsarchivaris. De Heemkring Baceroth heeft een bureel in het vroegere Baasroodse gemeentehuis en geeft regelmatig een boeiend tijdschrift uit. Je kunt ze bereiken bij
    Robberechts Ludo: Sint-Ursmarusstraat 20, 9200 Baasrode – 052/33.68.11 of bij Sarens Peter: Provinciale baan 20, 9255 Buggenhout – 0474/99.18.11, mail: peter.sarens@pandora.be.
    Sorry voor mijn wat laat antwoord. Het kan hier ook soms druk zijn. Veel succes.
    Willy Van Damme

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s