Tim Weiners’ CIA: Verdraaiingen, halve waarheden en de occasionele leugen

Toen in Groot Brittannië Claire Short, minister voor Ontwikkelingshulp onder Eerste-Minister Tony Blair wegens de oorlog tegen Irak in 2003 met luide trom ontslag nam, had zij het over Blairs communicatie als een van ‘verdraaiingen, halve waarden en de occasionele leugen’. Zo zou men best ook het boek omschrijven van Tim Weiner over de geschiedenis van de CIA dat onder de titel ‘een spoor van vernieling’ in vertaling uitkwam bij de Bezige Bij in Amsterdam. Tim Weiner is een journalist bij de New York Times en specialiseert zich al jaren in Amerikaanse inlichtingendiensten als de CIA.

Met dank

Het boek dat origineel ‘Legacy of Ashes’ heet is een dikke turf van 717 bladzijden met veel voetnoten en ook een handig personenregister. Wel ontbreken hier de plaatsnamen of begrippen die tijdens die periode berucht zijn geworden als de Golf van Tonkin, gekend door het zogenaamde ‘incident in de Golf van Tonkin’ dat onlosmakelijk verbonden is aan het massaal bombarderen door de VS van Vietnam, of Guantanamo, de Amerikaanse militaire basis en foltercentrum op het eiland Cuba. Waardoor het gebruik als naslagwerk wordt bemoeilijkt.

‘Een spoor van vernieling’ is het resultaat van zijn onderzoek van de publieke archieven van de CIA en de Amerikaanse overheid en van gesprekken met een serie toplui van de CIA waaronder praktisch alle voorgaande nog in leven zijnde directeurs. En dat zijn er nogal wat. Wat daarbij opvalt, is dat ze allen hartelijk worden bedankt voor hun medewerking maar dat er gelijktijdig in de dankbetuiging achteraf of bij de inleiding geen woordje van medeleven af kan voor de massa’s slachtoffers die de CIA en de VS in die periode maakten. Enige sympathie voor diegenen die zich verzetten tegen de CIA of er gewoon het onschuldige slachtoffer van werden moet men dan ook niet zoeken in het boek.

Dieptepunt hierbij is zeker wanneer hij op pagina 425 de toestand in Libanon vlak na de moord op de door de CIA in 1982 geïnstalleerde president Bashir Gemayel beschrijft en het heeft over Hezbollah die rond deze periode het levenslicht ziet: ‘Een pleger van moordaanslagen, Imad Mughniyah (*), een hoofdman van de gewelddadige terroristische groepering Hezbollah, de Partij van God, was geld en explosieven aan het verzamelen en zijn bandieten aan het trainen…’ Als wat later de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Chatillah worden vernield en honderden vluchtelingen waaronder vrouwen en kinderen, worden afgeslacht blijft hij neutraler: “Uit wraak (voor de moord op Gemayel, nvdr.) slachten de maronitische bondgenoten van de CIA, met hulp van Israëlische troepen, naar schatting zevenhonderd vluchtelingen af..’ Hier geen zwaar beladen woorden als ‘bandieten’ of ‘gewelddadige terroristen’.

Oorlogsmisdadigers

Een fundamentele kritiek op het optreden van de CIA of de Amerikaanse regering wordt door Tim Weiner feitelijk nooit geuit. Dat een land (de VS) zich niet mag moeien met de interne aangelegenheden van een ander land is iets wat hij nooit opmerkt. En nochtans is dat een van de hoekstenen van wat het internationaal recht hoort te zijn. In essentie komt zijn kritiek er op neer dat de CIA gerund wordt door een aantal incompetente figuren voor wie het bedriegen van hun eigen president of het Amerikaanse publiek geen probleem is. Mensen die in zijn visie het imperialistische beleid van de VS dus slecht dienen.

Dat de CIA in wezen een criminele organisatie is voor wie moord, fraude en omkoperij de essentie van het bestaan is, komt bij hem niet echt op. Dat de verantwoordelijken voor dit beleid simpelweg oorlogsmisdadigers en plunderaars zijn en in de gevangenis horen is geen conclusie van Tim Weiner. Zeker als men weet dat men voor het stelen van een reep chocolade in de VS zelfs levenslang kan krijgen.

Zo beschrijft hij een ruzie tussen president Bill Clinton en de CIA over Haïti waar de CIA voorheen de gekozen president Bertrand Aristide had afgezet en vervangen door wat in het boek omschreven wordt als een stelletje boeven. Tegen de zin van Clinton. Waarbij CIA en Clinton discussiëren of Aristide wel voldoende kwaliteiten heeft om terug te keren. Aristide komt dan terug maar wordt later onder George W. Bush door minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell vrij onceremonieel feitelijk gekidnapt. Dat Haïti er ondertussen totaal onstabiel en in puin blijft bij liggen is geen probleem voor de VS.

Geen achtergronden

En hoewel het boek zich presenteert als de geschiedenis van de CIA sinds haar oprichting in 1947 bevat het zeer merkwaardige hiaten. Natuurlijk kan zelfs een boek van 717 pagina’s geen totaal overzicht geven van alle activiteiten van de CIA maar verwacht kan worden dat men hier een omschrijving geeft waarbij de voornaamste operaties in beeld komen. En dit ook op een correcte, goed geanalyseerde en voldoend volledige wijze. En dat is bij Tim Weiner zelden of nooit het geval.

Vooreerst ontbreekt het verhaal over de in 1959 door de CIA georganiseerde vlucht naar Indië van de huidige Dalai Lama uit Chinese gevangenschap in Tibet. De hoofdverantwoordelijke voor dit huzarenstukje, Anthony Poshpenny (een der meest beruchte CIA-agenten ooit en vooral gekend onder het alias Tony Poe) wordt in het boek wel vermeld, evenals het feit dat ook de Dalai Lama en zijn beweging geld kregen van de CIA. Deze historisch toch erg belangrijke en zelfs succesvolle episode wordt niet eens vermeld.

Essentiëler is echter dat Tim Weiner op geen enkel ogenblik de achtergronden en ware reden voor het optreden van de CIA geeft. Neem de invasie van Guatemala in 1954 met de afzetting van de regering van president Jacobo Arbenz Guzman, een der vele Latijns Amerikaanse nationalisten die dankzij de CIA werden vermoord. Het geklungel van de CIA wordt wel in beeld gebracht maar waarom de regering van president Dwight Eisenhower plots interesse had voor dat kleine land met amper 5000 soldaten komt niet aan bod.

Dat Arbenz de almacht van de Amerikaanse United Fruit Company en haar bananenplantages een klein beetje aan banden wou leggen vertelt Weiner niet. Evenmin als de banden tussen het Witte huis, de CIA en die maatschappij. En nochtans was dat juist de reden voor het desastreuze Amerikaanse optreden dat zich ook nu nog in het land laat voelen. Alleen bij de actie in 1954 in Iran tegen eerste minister Mohammad Mossadeq wordt die achtergrond gegeven. Het gaat dan ook over Britse en niet zozeer Amerikaanse financiële belangen. Leuk is hier wel dat volgens het boek een zekere Ayatollah Khomeini actief meedeed aan de door de CIA georganiseerde straatrellen.

Drughandel onder tapijt

Ook rond Laos wordt er mist gespoten. Zo verschijnt ‘generaal’ Vang Pao, clanleider van een deel der Hmongs, een bergstam, in Laos in het boek ten tonele alsof die man geen achtergrond heeft en plots door de CIA werd ontdekt. Dat hij voorheen een der voornaamste medewerkers was van de Fransen wordt niet vermeld. Vang Pao verkocht zich gewoon als een hoer aan de meest biedende. Nog erger is dat in gans het verhaal over die regio de rol van opium en heroïne niet wordt vermeld. En nochtans stond het mogelijks grootste heroïne producerende labo uit de wereldgeschiedenis zich in Long Tien, het hoofdkwartier van de CIA in Laos. Dat de in Taiwan geregistreerde luchtvaartmaatschappij Air America van de vroegere Amerikaanse generaal Claire L. Chenault (gekend uit WWII van de Flying Tigers) met vliegtuigen wapens en voedsel naar de bergdorpen voerde en er met de opium naar Long Tien vloog vernemen we niets. Nochtans zorgde de overvloed van die CIA heroïne ervoor dat het Amerikaanse leger op grote schaal aan hieraan verslaafd raakte en mede zo haar slagkracht verloor. Tony Poshpenny, nochtans een doorwinterde moordenaar en toen erg actief in Laos zal trouwens om reden van die drughandel woedend ontslag nemen uit de CIA.

Hetzelfde doet zich trouwens voor bij het verhaal over Afghanistan in 1990 toen de CIA er een oorlog uitvocht tegen de Sovjet Unie. Hun man was daar vooral Gulbuddin Hekmatyar, als Vang Pao een ‘vrijheidsstrijder’ die zich vooral concentreerde op de opiumhandel en de productie van heroïne, en ook de man die er de grootschalige opiumkweek hielp introduceren en zo de Gouden Driehoek in Zuidoost-Azië als productiegebied verving. Waarbij de CIA ditmaal met vrachtwagens de wapens naar de Afghaanse grens in Pakistan bracht en met opium terugkeerde. Allen feiten die reeds elders werden gepubliceerd maar door Tim Weiner blijkbaar als niet vermeldenswaardig wordt beschouwd.

De nochtans innige en bij insiders goed gekende relatie tussen de CIA en de drughandel komt op enkele eerder terloops vermelde details na bij Tim Weiner dan ook niet aan bod. Alleen wanneer hij het heeft over de acties tegen Haïti, Grenada en de Panamese dictator Manuel Noriega valt kort het woord drugs. Vooral dan bij CIA-man Noriega. Wat nu eenmaal moeilijk kon verzwegen worden daar dit aspect bij de invasie van Panama en daaropvolgende gevangenzetting van Noriega uitvoering in de media aan bod kwam. Maar over de rol van drugs in de oorlog tegen Nicaragua geen woord. Evenmin als wij iets lezen over de Columbiaanse president Alvaro Uribe of de Peruaanse generaal Vladimiro Montesinos, hoofd van de Peruaanse inlichtingendienst onder president Alberto Fujimoro, de lokale topman van de CIA en de voornaamste lokale contactpersoon voor de Columbiaanse cocaïnehandelaars.

Wat verzwegen wordt

De strategie van Tim Weiner bij het beschrijven van wat hij de geschiedenis van de CIA noemt, lijkt er dan ook op gericht alleen dat te publiceren wat oude geschiedenis is en al overvloedig in de media kwam en voor de rest zwijgen.

Zelfs de episode rond CIA-agente Valerie Plame, wiens man in de weg liep van het Witte Huis en die daarom haar naam en functie in de pers gepubliceerd zag, komt niet aan bod. Evenals het recente grootschalige ontvoeringprogramma van de CIA. Wie dacht hier de plaatsnamen te lezen waar de CIA in Polen, Roemenië en elders haar gevangen folterde en mogelijks ombracht zit fout. De hierover in Europa gepubliceerde rapporten komen niet eens ter sprake. Evenmin vernemen wij welke topfiguren op dit ogenblik in Europa dankzij de CIA wat bijverdienen. De namen van de Duitse kanselier Willy Brandt, de Italiaanse premier Guilio Andreotti, de Franse socialistische premier Guy Mollet en de vroegere Duitse uitgever Axel Springer vallen wel maar die zijn op Andreotti allen dood. De vraag welke toppolitici, journalisten of andere toplui hier in België en de EU nog op de loonlijst van de CIA staan blijft geheim. Tim Weiner hengelt er zelfs niet naar. Wel vermeld hij de betrokkenheid van de CIA bij de mislukte neofascistische staatsgreep in Italië van 1970 en de rol bij het Griekse kolonelsbewind uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw.

Meer recente verhalen over CIA acties rond Venezuela als de mislukte staatsgreep tegen president Hugo Chavez, Joegoslavië, Rusland, Georgië, Oekraïne of elders in Oost-Europa zoek je hier tevergeefs. Zoals ook het hedendaagse Iran niet ter sprake komt. Nochtans is het voor alle serieuze waarnemers van die regio overduidelijk dat de CIA hier steevast een cruciale rol speelde en als naar gewoonte de miljoenen dollars gul liet en laat vloeien. Hetzelfde voor de verhalen over Afrika waar Tim Weiner zonder schroom stelt dat de VS en de CIA amper contact hadden met de gebeurtenissen in de jaren negentig van de vorige eeuw rond Rwanda en Congo toen Paul Kagame en Yuweri Museveni vanuit Oeganda eerst Rwanda en later Congo binnenvielen. (**) Dit terwijl de beslissing om Rwanda te veroveren deels in 1989 tijdens een door de VS in Washington georganiseerde vergadering van Tutsi’s viel. Waarbij er massa’s fondsen vanuit de VS naar Paul Kagame vloeiden en men er in Rwanda op topposities vloeiend Amerikaans sprekend pionnen had. Wat ook het geval was met de Georgische president Mikhail Saakashvili in Georgië, de minister van Buitenlandse Zaken Radoslaw Sikorski in Polen en de eerste minister voor Buitenlandse Zaken van het onafhankelijke Bosnië, Mohammed Sacirbey. Figuren uit allerlei Amerikaanse advocatenbureaus en studiediensten geplukt en door de VS ginds geplaats om er hun belangen te verdedigen.

Officieuze geschiedschrijving

Het boek ‘een spoor van vernieling’ vertelt dan ook niet de echte geschiedenis van de CIA maar in wezen dat wat al elders in de media breed werd uitgesmeerd. Boeken als de roman ‘The quiet American’ van Graham Green of dat van Alfred McCoy ‘The politics of heroin in Southeast Asia’ waren bij publicatie daarentegen wel baanbrekende werken. Tim Weiners werk niet. De CIA verzette in 1972 trouwens hemel en aarde toen Alfred McCoy zijn meesterwerk wou publiceren. De CIA mislukte in haar opzet maar de man moest wel 12 jaar lang uitwijken naar Australië. Werken als docent in de VS was er voor hem niet bij. Ik denk niet dat Tim Weiner na deze publicatie de toegang tot de CIA en haar ingewijden zal worden ontzegd, laat staan de redactielokalen van de grote Amerikaanse media. Het feit dat al die toplui met hem wilden spreken zegt veel. (***)

De reden voor die houding lijkt voor de hand te liggen. Neem Bob Woodward, sinds Watergate een icoon voor de Amerikaanse media, die twee boeken vol lof over president George W. Bush publiceerde en hem daarna tot op het bot afkraakte in ‘State of denial’. “Via die boeken hoopte ik op goodwill bij de mensen daar en rekende zo op primeurs uit het Witte Huis,” stelde Bob Woodward toen het allemaal uitlekte. De man is nog steeds aan de slag in een topfunctie bij de Washington Post. Corruptie en bedrog die feitelijk karakteristiek zijn aan de media. In ruil voor wat leuk nieuws gaan vele journalisten mijlen ver over de schreef en worden zo propagandisten voor diegenen die hen ‘hun’ nieuws bezorgen. Een kwaal die ook in België welig tiert. Tim Weiner sukkelt met hetzelfde probleem en produceert wat in wezen ‘halve waarheden, verdraaiingen en de occasionele leugen’ zijn. In een gesprek met Knack roemde hij de openheid van de Amerikaanse samenleving als reden waarom zoveel over de CIA is geweten. Hij bewijst feitelijk het tegendeel. Het zijn de massa’s floppen en schandalen en niet die transparante VS die zorgden dat wij wat over de CIA te weten kwamen.

Tim Weiners werk is niet verbazend als we weten dat zijn krant de New York Times in het verleden praktisch alle oorlogen van de VS steunde. Het boek van Tim Weiner dient daarom beschouwd te worden als de officieuze geschiedenis van de CIA. Wie de echte waarheid rond de CIA wil kennen dient verder te zoeken.

Willy Van Damme

Geschreven op 6 januari 2008

*: Imad Mughniyah kwam vorig jaar om het leven in een bloedige terreuraanslag in de Syrische hoofdstad Damascus waar hij om reden van zijn veiligheid ondergedoken was. Tevergeefs. De daders van dezen aanslag werden uiteraard nooit gesnapt.

**: Misschien kan Tim Weiner om meer te weten te komen over de Amerikaanse sleutelrol in de genocide in Rwanda het bij Manteau uitgegeven boek van Filip Reyntjens “De Grote Amerikaanse oorlog” lezen. Een meesterwerk dat ook in het Engels verscheen.

***: Nadien verscheen van hem in de New York Times een groot pleidooi voor Vang pao geschreven aan de hand van interviews met toplui van de CIA die betrokken waren bij de heel bloedige en geheime oorlog van de VS in Laos. De bespreking hiervan is ook op deze blog te lezen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s